Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-08-18
ECLI:NL:RBROT:2023:7559
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,631 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/5788
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
(gemachtigde: mr. M. Berkel),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: mr. T. Rook).
Inleiding
Het UWV heeft op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) besloten dat eiseres vanaf 12 oktober 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt is, namelijk 5,86%, en dat haar WIA-uitkering daarom per 29 maart 2021 beëindigd wordt.
In bezwaar is het UWV bij dit besluit gebleven.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen deze beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van 20 oktober 2021.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige B&B) van 10 maart 2021 en een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts B&B) van 19 augustus 2022. Het UWV heeft op vragen van de rechtbank gereageerd met een rapport van de verzekeringsarts B&B van 10 mei 2022.
De rechtbank heeft het beroep op 9 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. De rechtbank heeft aanleiding gezien om een psychiater als deskundige te benoemen om eiseres te onderzoeken. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst.
De rechtbank heeft op 12 april 2023 het rapport van de deskundige ontvangen. Dit rapport is aan de partijen voorgelegd. Eiseres heeft met een brief van 26 april 2023 gereageerd. Het UWV heeft met een brief van 15 mei 2023 en een rapport van de verzekeringsarts B&B van 10 mei 2023 gereageerd.
Het rapport van de verzekeringsarts B&B is aan de deskundige voorgelegd. De deskundige heeft met een brief van 20 juni 2023 hierop gereageerd.
Met (stilzwijgende) toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.
Wat ging aan deze procedure vooraf
1. Eiseres werkte als verzorgende voor gemiddeld 27,82 uur per week. Zij heeft zich per 4 augustus 2015 ziekgemeld voor dit werk.
2. Het UWV heeft eiseres vanaf 27 september 2017 een WIA-uitkering toegekend, laatstelijk naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%.
3. De werkgever van eiseres heeft het UWV verzocht de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres te herbeoordelen. UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.
Wat vindt het UWV
4. Het UWV vindt dat eiseres op 12 oktober 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft daarom besloten om de WIA-uitkering van eiseres met ingang van 29 maart 2021 te beëindigen.
5. Het UWV heeft de medische grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een verzekeringsarts B&B van 15 oktober 2021. De medische belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 13 januari 2021.
6. Het UWV heeft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een arbeidsdeskundige van 27 januari 2021.
Wat vindt eiseres
7. Eiseres is het niet eens met het UWV. Zij stelt – kort samengevat – dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen door het UWV. Eiseres ervaart psychische en lichamelijke klachten. Het UWV heeft onvoldoende rekening gehouden met het schrijven van de behandelend klinisch psycholoog. Eiseres stelt dat ze door haar psychische klachten niet belastbaar is. De geduide functies acht eiseres niet passend. Eiseres heeft aanvullende medische informatie ingebracht van de revalidatiearts, de neuroloog en de klinisch psycholoog.
Wat vindt de rechtbank
8. De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiseres op 29 maart 2021 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
Benoeming deskundige
9. In de beroepsgronden van eiseres, de ingebrachte medische informatie en dat wat is besproken tijdens de zitting heeft de rechtbank reden gezien om te twijfelen aan de juistheid van de beoordeling van het UWV. De rechtbank heeft psychiater [naam] als deskundige benoemd. De deskundige heeft op 12 april 2023 haar rapport overgelegd.
10. Eiseres vindt dat het rapport van de deskundige haar standpunt bevestigt. Zij maakt aanspraak op een IVA-uitkering.
11. De verzekeringsarts B&B stelt dat het rapport van de deskundige een motiveringsgebrek bevat, omdat de symptoomvaliditeitstest niet is afgemaakt door eiseres. Er kan niet zonder meer gesteld worden dat de onderzoeksresultaten te gebruiken zijn. Verder is er geen sprake van een situatie van ‘geen benutbare mogelijkheden’. De fragiele balans is onderkend en er is rekening mee gehouden in de opgestelde belastbaarheid. De verzekeringsarts B&B ziet geen reden om de door de deskundige aangewezen beperkingen over te nemen. Verder kan er op de datum in geding niet uit worden gegaan van duurzaamheid van de beperkingen.
Medische grondslag van het bestreden besluit
12. Volgens vaste rechtspraak geldt als uitgangspunt dat de rechtbank het oordeel van een onafhankelijke, door haar ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige haar overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. De rechtbank licht dit hierna toe.
13. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De deskundige heeft alle beschikbare medische informatie in de beoordeling betrokken. De onderzoekers hebben eiseres op twee verschillende momenten op locatie onderzocht en het gesprek duurde in totaal twee en een half uur. Ook is er informatie opgevraagd bij de behandelend klinisch psycholoog. De rechtbank volgt het UWV niet in haar standpunt dat het onderzoeksrapport een motiveringsgebrek bevat. De deskundige heeft ten aanzien hiervan in haar reactie van 20 juni 2023 toegelicht dat een symptoomvaliditeitstest aanwijzingen kan geven voor overrapportage van klachten, maar niet doorslaggevend is. Dat de test bij eiseres spanning opriep is niet ongebruikelijk gezien de aard van de onderliggende problematiek. Het verhaal van eiseres was consistent, goed te volgen, passend bij de psychiatrische problematiek en beschikbare gegevens, waardoor er geen twijfel was over de diagnose en validiteit hiervan. Het past bij de competenties van de psychiater om een inschatting te maken van het beeld en eventuele aggravatie, en de symptoomvaliditeitstest is hierbij slechts een mogelijk in te zetten ‘tool’. De rechtbank kan deze motivering van de deskundige volgen en ziet daarom geen reden om het onderzoek van de deskundige ondeugdelijk te vinden.
14. De deskundige heeft beschreven dat er op de datum in geding bij eiseres sprake was van een autismespectrumstoornis, persisterende depressieve stoornis en een andere gespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis. De deskundige heeft toegelicht welke beperkingen op persoonlijk en sociaal functioneren zij aangewezen acht. Verder heeft de deskundige gereageerd op de stelling van de behandelend klinisch psycholoog dat er bij eiseres een fragiele mentale balans was, die door extra belasting waarschijnlijk verstoord zal raken met het risico op decompensatie en vervallen in crises. Ten aanzien van deze stelling geeft de deskundige aan dat er duidelijk sprake was van een fragiele mentale balans.
Conclusie
18. Het beroep van eiseres is gegrond. Omdat eiseres in beroep gelijk krijgt, worden de door haar gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed. De rechtbank stelt de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.092,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na verslag van het deskundigenonderzoek met een waarde van € 837,- per punt bij een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het UWV op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.092,50.
Deze uitspraak is gedaan op 18 augustus 2023 door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
IVA: Inkomensverzekering volledig en duurzaam arbeidsongeschikten