Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-08-08
ECLI:NL:RBROT:2023:7464
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Verschoning
1,027 tokens
Dictum
op het verzoek van:
mr. S.H. Poiesz,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 2 (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
CREDITLINE B.V.,
gevestigd te Den Haag,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde mr. V.J. Verhulst te Den Haag,
tegen
[naam gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
gemachtigde mr. P.H.A. de Boer te Rotterdam.
1Het procesverloop en de processtukken
1.1.
Bij deze rechtbank is in behandeling de zaak tussen eiseres in conventie, verweerster in reconventie en gedaagde in conventie, eiser in reconventie, beiden voornoemd, met kenmerk 10404501 CV EXPL 23-7925. Bij brieven van de griffier van 9 mei 2023 zijn partijen opgeroepen voor een zitting op 2 augustus 2023, waarbij is meegedeeld dat de rechter de zaak zal behandelen. Bij brieven van de griffier van 24 mei 2023 is de zittingsdatum gewijzigd naar 9 augustus 2023.
1.2.
Op 7 augustus 2023 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
1.3.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure.
2Het verzoek
2.1.
Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:
2.1.1.
De onderhavige zaak werd aan de rechter toebedeeld voor de mondelinge behandeling op 9 augustus 2023. Partij [naam gedaagde] blijkt te worden bijgestaan door mr. P.H.A. de Boer. De rechter en mr. De Boer zijn voormalige kantoorgenoten. Weliswaar is dit lang geleden maar het was een klein kantoor en mr. De Boer en de rechter hebben destijds nauw samengewerkt. Gelet hierop voelt de rechter zich niet vrij de zaak te behandelen, omdat in haar ogen de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid zou kunnen bestaan.
Beoordeling
3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
3.3.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst toe het verzoek van mr. S.H. Poiesz zich in de civielrechtelijke procedure van Creditline B.V. als eiseres in conventie, verweerster in reconventie tegen [naam gedaagde] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.L. de Vette, voorzitter, mr. S.C.C. Hes-Bakkeren en mr. M. de Geus, rechters en door de voorzitter en J.A. Faaij, griffier ondertekend op
8 augustus 2023.