Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-07-06
ECLI:NL:RBROT:2023:6238
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
2,427 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10300730 VZ VERZ 23-827
datum uitspraak: 6 juli 2023
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker01] ,
te [plaats01] ,
verzoeker,
gemachtigde: [naam01] ,
tegen
[verweerster01] ,
te [plaats01] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. B. van Zanten.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker01] ’ en ‘ [verweerster01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift (ontvangen op 23 januari 2023), met als verzoekende partijen [verzoeker01] , [naam02] en [naam03] , met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen;
- de mail van 1 mei 2023 van [naam03] , waarin zij aangeeft dat zij haar appartement heeft verkocht en sinds 25 april 2023 geen eigenaar meer is; zij verzoekt de kantonrechter om de nieuwe eigenaren op te roepen;
- de mail van 13 juni 2023 van de gemachtigde van [verzoeker01] ;
- de op de zitting overgelegde notulen van 26 juni 2017.
1.2.
Op 15 juni 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: [verzoeker01] en de gemachtigde, [naam04] namens [verweerster01] en de gemachtigde en [naam05] als belanghebbende.
1.3
Aan de gemachtigde van [verzoeker01] is verzocht om binnen één week na de zitting een schriftelijke volmacht over te leggen waaruit blijkt dat hij ook namens [naam02] en [naam03] het verzoekschrift heeft ingediend.
1.4
Per e-mailbericht van 27 juni 2023 heeft de griffier de gemachtigde van [verzoeker01] nogmaals verzocht om een schriftelijke volmacht.
1.5
Per e-mail van 29 juni 2023 heeft de gemachtigde van [verzoeker01] aangegeven dat hij geen schriftelijke volmacht kan overleggen.
Feiten
2.1
De VvE beheert het gebouw gelegen op het perceel kadastraal bekend als gemeente IJsselmonde, [sectie01] , nummer [nummer01] en plaatselijk bekend als [adressenblok01] te [plaats01] . Het gebouw is op 18 mei 1999 in 54 appartementsrechten gesplitst. Het gebouw bestaat uit zowel woningen als winkels.
2.2
Bestuurder van [verweerster01] is [bedrijf01] (hierna: [bedrijf01] ). [bedrijf01] is sinds 6 augustus 2020 bestuurder van [verweerster01] en beheerder in de zin van artikel 41 lid 3 van het reglement.
2.3
Eigenaren van de appartementsrechten zijn van rechtswege lid van [verweerster01] .
2.4
[verzoeker01] en zijn gemachtigde ( [naam01] ) hebben het appartement aan de [adres01] in 2021 van hun moeder geërfd. Sinds maart 2022 zijn zij geen eigenaren meer. Op grond van een volmacht heeft [naam01] op 22 december 2022 de vergadering van [verweerster01] namens één van de leden bijgewoond.
2.5
Op de jaarvergadering [verweerster01] te [plaats01] d.d. 22 december 2022 zijn een aantal besluiten genomen. In de notulen staan de volgende besluiten:
benoeming de heren [naam02] en [naam06] tot kascontrolecommissie 2021;
verhoging maandelijkse bijdragen met 6,5% met ingang van 1 januari 2023.
Geschil
3.1
[verzoeker01] verzoekt vernietiging van het besluit:
I. om de kascontrole 2,5 jaar na de vorige controle uit te voeren;
II. tot reparatie van de intercom;
III. functioneren [bedrijf01] / administratiekosten.
3.2
De VvE heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
3.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader ingegaan.
Beoordeling
Processueel
4.1
De VvE heeft een aantal procedurele punten naar voren gebracht die eerst beoordeeld moeten worden.
Volmacht
4.2
De VvE heeft aangegeven dat nergens uit blijkt dat de gemachtigde van [verzoeker01] ook namens de heer [naam02] en mevrouw [naam03] optreedt. Er is daarom aan de gemachtigde van [verzoeker01] gevraagd om een schriftelijke volmacht over te leggen waaruit blijkt dat hij ook namens [naam02] en [naam03] optreedt. Bij e-mailbericht van 29 juni 2023 heeft de gemachtigde aangegeven dat hij niet over een schriftelijke volmacht beschikt en dat deze personen niet meer in deze procedure betrokken willen worden.
4.3
Nu een schriftelijke volmacht ontbreekt, betekent dit dat alleen [verzoeker01] in deze procedure als verzoekende partij wordt gezien. Alle informatie c.q. stukken die de gemachtigde van de verzoekende partij na de zitting heeft overgelegd kunnen niet meer in behandeling worden genomen.
Belang
4.4
Op grond van artikel 5:130 jo 2:15 jo 2:8 BW kan een besluit van een orgaan van [verweerster01] door de kantonrechter worden vernietigd. Volgens artikel 2:15 lid 3 BW kan vernietiging worden gevorderd door een ieder die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, en door de rechtspersoon zelf. Van een redelijk belang zal in het algemeen slechts sprake zijn wanneer een belang van de verzoekende partij door de niet-naleving is geschaad. De verzoekende partij zal haar redelijk belang moeten stellen en bij betwisting aannemelijk moeten maken. Nu [verzoeker01] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt welk belang hij heeft met betrekking tot de verhoging van de bijdragen met ingang van 1 januari 2023 - aangezien hij in 2023 geen eigenaar meer is - is de kantonrechter dan ook van oordeel dat hij wat dit onderdeel van het verzoek betreft geen belang heeft en op dit onderdeel niet-ontvankelijk wordt verklaard. Met betrekking tot de overige onderdelen van het verzoek heeft [verzoeker01] wel een redelijk belang in deze procedure, zodat hij voor die onderdelen van het verzoek ontvankelijk is.
Inhoudelijk
4.5
De kantonrechter zal nu het verzoek inhoudelijk behandelen en beoordelen.
4.6
Op grond van artikel 5:130 jo 2:15 jo 2:8 BW kan een besluit van een orgaan van [verweerster01] door de kantonrechter worden vernietigd indien het in strijd is met de wet, het splitsingsreglement of de redelijkheid en billijkheid. Op grond van artikel 5:130 lid 2 BW dient een verzoek tot vernietiging van een besluit van de vergadering te worden gedaan binnen een maand na de dag waarop van het besluit kennis is genomen of had kunnen worden genomen.
Kascontrole
4.7
[verzoeker01] heeft niet gesteld welk redelijk belang hij heeft bij het vernietigen van het besluit een kascommissie te benoemen. Het verzoek staat haaks op het doel dat [verzoeker01] nastreeft, namelijk dat de kascontroles worden uitgevoerd. Het besluit een kascommissie voor het boekjaar 2021 te benoemen is niet in strijd met de wet, het reglement of de redelijkheid en billijkheid. Dit onderdeel van het verzoek is dus niet voor toewijzing vatbaar.
Intercom
4.8
Het besluit om de intercom te vervangen is niet genomen op de vergadering van 22 december 2022, maar op de vergadering van 26 juni 2017, zoals blijkt uit de notulen van die vergadering. In de vergadering van 22 december 2022 is besproken dat er uitvoering moet worden gegeven aan het besluit dat op 26 juni 2017 is genomen. Nu er geen besluit in de zin van artikel 5:130 jo 2:15 BW is genomen op de vergadering van 22 december 2022, is de kantonrechter van oordeel dat ook dit onderdeel van het verzoek niet toewijsbaar is.
[bedrijf01] / Administratiekosten
4.9
De klachten over het functioneren van [bedrijf01] en het innen van administratiekosten over 2021 en 2022 zijn geen besluiten in de zin van artikel 5:130 jo 2:15 BW. Indien [verzoeker01] van mening is dat [bedrijf01] wanbeleid pleegt en nalatig is (geweest), dan moet hij zich daarvoor wenden tot [verweerster01] . Zij is de enige die bevoegd is om een besluit te nemen om de overeenkomst met [bedrijf01] te beëindigen, dan wel nakoming van de verplichtingen van [bedrijf01] vorderen.
proceskosten
4.10
[verzoeker01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 289 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [verweerster01] tot vandaag vast op € 528,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 264,00).
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
verklaart [verzoeker01] niet-ontvankelijk in zijn verzoek voor wat betreft het verzoek tot vernietiging van het besluit tot verhoging van de bijdragen met ingang van 1 januari 2023;
5.2
wijst de overige verzoeken af;
5.2.
veroordeelt [verzoeker01] in de proceskosten, die aan de kant van [verweerster01] tot vandaag worden vastgesteld op € 528,00;
5.3.
verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
821