Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-06-20
ECLI:NL:RBROT:2023:6153
Civiel recht
Beschikking
1,905 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/656496 / KG RK 23-465
Beschikking van de voorzieningenrechter van 20 juni 2023
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM
,
zetelend te Rotterdam,
verzoekster,
advocaten mrs. S.M. Conijnenberg en G.C.J.M. Cleophas te Rotterdam,
en
de naamloze vennootschap
[belanghebbende01]
,
(voorheen) gevestigd te Rotterdam,
belanghebbende,
niet verschenen.
Verzoekster wordt hierna aangeduid als de gemeente en belanghebbende als de vennootschap.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 20 april 2023 met producties 1 tot en met 21
de mondelinge behandeling gehouden op 13 juni 2023.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2
Het verzoek
2.1.
De gemeente verzoekt de voorzieningenrechter van deze rechtbank om bij beschikking:
1. haar te machtigen om een buitengewone algemene vergadering van de vennootschap bijeen te roepen, tijdens welke vergadering de volgende onderwerpen zullen worden behandeld:
a. het benoemen van de heer drs. [naam01] RA tot bestuurder van de vennootschap;
b. het aan de onder a. genoemde bestuurder toekennen van alle bevoegdheden met betrekking tot het (goederenrechtelijk) beschikken over de registergoederen toebehorende aan de vennootschap, zonder dat het bestuur opnieuw een goedkeuring van de aandeelhoudersvergadering nodig heeft;
2. de daarbij in acht te nemen termijn en vormvoorschriften vast te stellen;
3. de heer drs. [naam01] RA aan te wijzen als degene die met de leiding van de aandeelhoudersvergadering zal zijn belast in de zin van artikel 2:111 BW.
Beoordeling
3.1.
De vennootschap is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
3.2.
Artikel 2:111 lid 1 BW bepaalt dat de voorzieningenrechter de verzochte machtiging verleent indien verzoekster summierlijk heeft doen blijken dat de in artikel 2:110 BW gestelde voorwaarden zijn vervuld en dat zij een redelijk belang heeft bij het houden van de vergadering.
3.3.
Aan de formele vereisten van het verzoek tot het verlenen van machtiging aan een aandeelhouder om zelf een algemene vergadering van aandeelhouders (hierna: AvA) bijeen te roepen, zoals bedoeld in artikel 2:110 lid 1 BW, is voldaan.
3.3.1.
Op grond van het in randnummer 3 van het verzoekschrift gestelde, geverifieerd aan de hand van de inhoud van producties 1 en 3 tot en met 7, is aannemelijk dat de gemeente minimaal een tiende gedeelte van het geplaatste aandelenkapitaal in de vennootschap vertegenwoordigt en daarmee aan het vereiste kapitaalsbelang voldoet.
3.3.2.
Het in artikel 2:110 BW opgenomen voorschrift dat het verzoek eerst moet zijn voorgelegd aan het bestuur heeft als strekking het bestuur zelf in de gelegenheid te stellen om zonder rechterlijke ingreep aan een verzoek tot bijeenroeping van de algemene vergadering, met agendering van de gewenste onderwerpen, te voldoen. In dit geval staat echter vast dat de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap sinds 1967 zijn gestaakt en dat zij sinds 1969 is uitgeschreven uit het handelsregister (producties 1 en 2). Nadien is niet (kenbaar) meer voorzien in haar bestuur. Hoewel een schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen gericht verzoek aan het bestuur van de vennootschap om een AvA bijeen te roepen, ontbreekt, kan, gelet op de strekking van het voorschrift, niet aan de gemeente worden tegengeworpen dat niet is voldaan aan deze formaliteit.
3.4.
Materieel dient beoordeeld te worden of de gemeente een redelijk belang heeft bij het houden van de AvA (artikel 2:111 lid 1 BW). Hierbij wordt mede in aanmerking genomen wat de gemeente met de voorgestelde agendapunten en de besluitvorming hierover op de beoogde vergadering wil bereiken.
3.5.
In deze zaak gaat het om de eigendom van het bebouwde perceel met kadastrale aanduiding [naam kadastrale aanduiding01] (hierna: het perceel). De vennootschap, met postadres het Stadhuis in Rotterdam, staat in het kadaster geregistreerd als eigenaar van het perceel.
Uit de in 3.3.1 genoemde producties volgt dat al in de jaren ’60 beoogd is om alle geplaatste aandelen van de vennootschap aan de gemeente over te dragen en daarmee de eigendom van het perceel. Dit is evenwel niet (kenbaar) geformaliseerd. Ook na onderzoek door de gemeente zijn blijkbaar geen formele stukken die de gestelde rechtspositie van de gemeente ten aanzien van de vennootschap en het perceel bevestigen boven water gekomen.
Wel kan uit de stellingen van de gemeente, en de inhoud van producties 8 tot en met 21, worden afgeleid dat de gemeente zich sinds de beoogde aandelenoverdracht en de betaling van een koopprijs van ƒ 124.497,39 voor de aandelen in de vennootschap (zie productie 5) feitelijk als eigenaar van het perceel is gaan gedragen. Meer specifiek heeft de gemeente destijds op het perceel bevindende zwembad in 1967/1968 op haar kosten gerenoveerd, dat vervolgens lange tijd onderhouden en uiteindelijk in 2004 gesloopt. Na de sloop, in 2005, heeft de gemeente de grond op haar kosten gesaneerd, om vervolgens in 2006 op het gesaneerde perceel een buurttuin aan te leggen. De woning die zich op het perceel bevindt, verhuurt de gemeente sinds 1987 aan een derde. De gemeente wenst in de toekomst de eigendom van de woning op het perceel over te dragen en de beschikbaarstelling van het perceel als speeltuin voort te zetten.
Gelet op dit alles is het redelijke belang van de gemeente bij het onderhavige verzoek erin gelegen dat de juridische situatie ten aanzien van de eigendom van het perceel in overeenstemming wordt gebracht met de al decennialang bestaande feitelijke werkelijkheid. De geagendeerde benoeming van een bestuurder ten aanzien van wie wordt bepaald dat hij voor en namens de vennootschap (goederenrechtelijk) mag beschikken over (anders dan verzocht, enkel) dit perceel met bebouwing, zonder wederom de goedkeuring van de AvA te vragen, is, gelet op artikel 2:115 lid 1 BW, het geschikte middel om dit doel te bereiken.
3.6.
Het voorgaande leidt ertoe dat de verzochte machtiging wordt toegewezen. De oproeping van de AvA dient openbaar te geschieden en op een termijn van, ten minste, zes weken daaraan voorafgaand. Zoals verzocht wordt de beoogd te benoemen bestuurder, de heer drs. [naam01] RA, belast met de leiding van de AvA.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
machtigt de gemeente om een buitengewone algemene vergadering van de vennootschap bijeen te roepen, tijdens welke vergadering de volgende agendapunten zullen worden behandeld:
het benoemen van de heer drs. [naam01] RA tot bestuurder van de vennootschap;
het aan de onder a. genoemde bestuurder toekennen van alle bevoegdheden met betrekking tot het (goederenrechtelijk) beschikken over het perceel toebehorende aan de vennootschap, zonder dat het bestuur opnieuw een goedkeuring van de aandeelhoudersvergadering nodig heeft,
4.2.
bepaalt dat de oproeping voor de AvA ten minste zes weken vóór de dag van de vergadering voor deze vergadering openbaar dient plaats te vinden, onder de vermelding dat deze oproeping krachtens rechterlijke machtiging geschiedt,
4.3.
wijst de heer drs. [naam01] RA aan als degene die met de leiding van de aandeelhoudersvergadering is belast,
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2023.1734/2009