Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-06-13
ECLI:NL:RBROT:2023:5542
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,475 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaakgegevens: C/10/658400 / JE RK 23-1207
datum uitspraak: 13 juni 2023
beschikking ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
betreffende
[naam kind01] geboren op [geboortedatum01] 2013 te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen [naam kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam01] , hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] ,
[naam02] , hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats01] ,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 25 mei 2023, ingekomen bij de griffie op 25 mei 2023.
Op 13 juni 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam03] ,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam04] .
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de ouders.
Feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind01] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind01] woont bij de ouders.
Het verzoek
De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind01] verzocht voor de duur van twaalf maanden.
De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Sinds 2016 zijn er verschillende Veilig Thuismeldingen binnengekomen. De Raad heeft zorgen over het alcoholmisbruik van vooral de moeder. [naam kind01] wordt verwaarloosd door de ouders. Ook de school heeft zorgen: [naam kind01] was een slimme, maar is inmiddels een zwakke leerling.
Het standpunt van de GI
De GI steunt het verzoek van de Raad. De GI geeft aan dat de moeder zowel fysiek en emotioneel niet beschikbaar is voor [naam kind01] door haar alcoholgebruik.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind01] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn zorgen over de fysieke en emotionele beschikbaarheid van de moeder vanwege haar alcoholmisbruik, somberheidsklachten en stemmingswisselingen. [naam kind01] wordt veelvuldig blootgesteld aan het alcoholmisbruik van de moeder. Dit maakt dat [naam kind01] zich zorgen maakt over de gezondheid van de moeder. [naam kind01] kan hierdoor geen onbezorgd kind zijn. Daarnaast zijn er zorgen over de spanningen tussen de ouders. [naam kind01] voelt deze spanning. Verder is de persoonlijke verzorging van [naam kind01] niet op orde en zijn er zorgen over haar schoolgang. [naam kind01] wordt gepest op school en zij is inmiddels een zwakke leerling.
Nu de hulpverlening binnen het vrijwillig kader niet voldoende van de grond is gekomen is hulpverlening binnen het gedwongen kader noodzakelijk. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [naam kind01] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.
De komende periode dient er te worden gewerkt aan rust en stabiliteit voor zowel [naam kind01] als de ouders. Het is van belang dat de moeder psychologische hulp krijgt en wordt behandeld voor haar alcoholmisbruik. Verder zal hulpverlening voor [naam kind01] en systemische opvoedondersteuning moeten worden ingezet. Met de Raad acht de kinderrechter het ook van belang dat wordt bezien of en op welke wijze ouders ontlast kunnen worden, bijvoorbeeld door (incidentele) opvang binnen het netwerk.
Dictum
De kinderrechter:
stelt [naam kind01] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Dordrecht met ingang van 13 juni 2023 tot 13 juni 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2023 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen, als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op
28 juni 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.
AFSCHRIFT
Voor eensluidend afschrift.
De griffier van de rechtbank.
28 juni 2023