Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-06-23
ECLI:NL:RBROT:2023:5416
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,099 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 23 juni 2023
Bij vonnis van deze rechtbank van 7 oktober 2021 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar]
,
[adres]
2991 MZ Barendrecht,
schuldenaar,
bewindvoerder: M. Zomerdijk.
Procesverloop
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris op 14 april 2023 verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 28 april 2024 met dit verzoek ingestemd.
Op 9 juni 2023 zijn ter zitting verschenen en gehoord:
schuldenaar;
mevrouw J. Poot en B. Kleinherenbrink, beiden werkzaam bij Maasbewindvoerders;
mevrouw M. Zomerdijk, bewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. De standpunten
Als grond voor de voordracht tot tussentijdse beëindiging heeft de bewindvoerder aangevoerd dat schuldenaar een tekortkoming heeft laten ontstaan in de nakoming van de informatieverplichting, de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan en de afdrachtverplichting. Verwezen wordt naar de voordracht tot tussentijdse beëindiging van 14 april 2023.
Standpunt bewindvoerder
Schuldenaar heeft tijdens de schuldsaneringsregeling twee auto’s gehad. Schuldenaar heeft de bewindvoerder hiervan niet op de hoogte gesteld. De voormalig werkgever van schuldenaar heeft een Opel Signum voor schuldenaar gekocht met kenteken [kenteken 1]. Deze auto is op naam gezet van de (toenmalige) partner van schuldenaar, [naam]. Vervolgens heeft schuldenaar de Opel Signum ingeruild voor een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 2]. De aanschafwaarde van de Mercedes Benz was € 5.300,-, waarvan € 3.600,- door [naam] is voldaan. Schuldenaar heeft vervolgens de Mercedes Benz weer terug verkocht aan de garage. De garagehouder heeft het aankoopbedrag van € 5.300,- contant aan schuldenaar uitgekeerd. Dit blijkt uit de factuur van de garagehouder alsmede uit de whatsapp gesprekken tussen schuldenaar en [naam]. Schuldenaar heeft met het bedrag van € 5.300,- noch de vordering van [naam] betaald, noch het geld afgedragen aan de boedel. Hierdoor is er sprake van een nieuwe schuld bij [naam] van € 3.600,- en een boedelachterstand van € 6.370,11. Ten aanzien van het voorstel om de achterstand in te lopen door middel van schenkingen van de vader van schuldenaar, is de bewindvoerder van oordeel dat dit niet strookt met de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Indien schuldenaar in de gelegenheid wordt gesteld de achterstand aan te zuiveren, dient schuldenaar dit te doen vanuit het vrij te laten bedrag.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij voor het terug verkopen van de auto geen contant geld heeft ontvangen. Daarnaast heeft schuldenaar verklaard dat hij niet bevoegd was om de auto terug te verkopen aan de garage, nu de auto op naam van [naam] stond. De verstuurde whatsapp gesprekken heeft [naam] volgens schuldenaar vanaf de telefoon van schuldenaar aan zichzelf verstuurd. Schuldenaar stelt dat [naam] dit uit wraak doet. Daarnaast stelt schuldenaar zich op het standpunt dat er sprake is van een familieband tussen de garagehouder en [naam]. Schuldenaar heeft voorgesteld de achterstanden in te lopen door middel van schenkingen van zijn vader.
Standpunt beschermingsbewindvoerder
De beschermingsbewindvoerder is van mening dat de schenkingen van de vader van schuldenaar niet als gift gezien dienen te worden. Hierdoor kan de boedelachterstand van schuldenaar worden ingelopen. Door de schenkingen zou er in de resterende looptijd van anderhalf jaar nog extra afgelost kunnen worden. Een andere mogelijkheid is dat de vader van schuldenaar een aantal vaste lasten van schuldenaar gaat betalen. Daarnaast is de beschermingsbewindvoerder van mening dat schuldenaar op dit moment goed op weg is. Een tussentijdse beëindiging van de regeling zal wederom tot problemen leiden.
Beoordeling
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 33.162,97 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren is nagekomen en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank stelt allereerst vast dat voldoende is komen vast te staan dat schuldenaar zijn informatieverplichting niet naar behoren is nagekomen. Schuldenaar is verplicht de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren. Dit heeft schuldenaar nagelaten. Schuldenaar heeft immers de bewindvoerder niet geïnformeerd over het ontvangen bedrag van € 5.300,- na de verkoop van de Mercedes Benz. De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat schuldenaar dit bedrag inderdaad contant heeft ontvangen van de garagehouder. Dit blijkt ondermeer door een factuur met datum 15 juli 2022 waarop staat vermeld ‘kas voldaan’. Verder is er ook een whatsapp gesprek, eveneens op 15 juli 2022, waarin schuldenaar een foto doorstuurt van het cash geld dat hij heeft ontvangen. Schuldenaar zegt wel dat het [naam] is geweest die met zijn telefoon deze berichten heeft verzonden maar dat is op geen enkele manier aannemerlijk gemaakt. Zijn stelling dat een familieband bestaat tussen de garagehouder en [naam], heeft schuldenaar niet aangetoond.
Het staat verder vast dat een boedelachterstand bestaat, die volgens de berekening van de bewindvoerder € 6.370,11 groot is. Schuldenaar heeft daarnaast een nieuwe bovenmatige schuld laten ontstaan, te weten een schuld van € 3.600,- aan [naam].
Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na het verhoor door de rechter-commissaris, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.
Schenkingen van de vader om de opgelopen achterstand in te lossen bieden geen oplossing, want deze worden gezien als inkomen die in de boedel vallen (artikel 295 Fw).
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c en d, Faillissementswet (hierna: Fw).
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
Dictum
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 2.581,50.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.