Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-06-02
ECLI:NL:RBROT:2023:5273
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,155 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10320120 / CV EXPL 23-3997
datum uitspraak: 2 juni 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.
,
statutair gevestigd in Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam,
tegen
[gedaagde01]
,
wonende in [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 1 februari 2023, met een bijlage;
het schriftelijke en mondelinge antwoord, met een bijlage;
de repliek, met bijlagen;
de dupliek, met bijlagen.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde01] heeft een zorgverzekering afgesloten bij Zilveren Kruis. Voor die zorgverzekering is [gedaagde01] maandelijks premie aan Zilveren Kruis verschuldigd. [gedaagde01] heeft die premie niet iedere maand betaald en daarom eist Zilveren Kruis in deze zaak dat [gedaagde01] wordt veroordeeld om de achterstallige premie (met rente en kosten) te betalen. [gedaagde01] erkent dat hij de achterstallige premie (met rente en kosten) moet betalen en hij vindt het ook prima om de kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding én het salaris van de gemachtigde van Zilveren Kruis te betalen. [gedaagde01] wil het griffierecht echter niet betalen, omdat hij vindt dat Zilveren Kruis deze procedure niet had mogen starten. De kantonrechter wijst de eis van Zilveren Kruis toe, omdat zij gelijk heeft. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde01] moet nog € 156,80 aan hoofdsom aan Zilveren Kruis betalen.
2.2.
Aanvankelijk was sprake van een premieachterstand van € 828,75. Daarbovenop is [gedaagde01] de wettelijke rente van € 7,14 berekend tot 1 februari 2023 en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 59,52 verschuldigd geworden. In totaal was [gedaagde01] daarom een bedrag van € 895,41 aan Zilveren Kruis verschuldigd. [gedaagde01] heeft inmiddels (deels voorafgaand aan en deels na het uitbrengen van de dagvaarding) in totaal € 738,61 aan Zilveren Kruis betaald. Daarom resteert nu nog een bedrag van € 156,80 aan hoofdsom dat [gedaagde01] aan Zilveren Kruis moet betalen. Dat bedrag wordt toegewezen. De wettelijke rente daarover wordt ook toegewezen vanaf 1 februari 2023.
[gedaagde01] moet de proceskosten van Zilveren Kruis betalen.
2.3.
Zilveren Kruis heeft [gedaagde01] terecht gedagvaard. [gedaagde01] had zijn zorgpremie namelijk (ook na aanmaningen en een tevergeefs getroffen betalingsregeling) niet volledig betaald. [gedaagde01] moet daarom de proceskosten van Zilveren Kruis betalen (artikel 237 Rv). Die proceskosten bestaan niet alleen uit € 130,64 aan dagvaardingskosten en € 171,00 aan salaris voor de gemachtigde (één punt x € 132,00 en één punt x € 39,00), maar ook uit € 322,00 aan griffierecht. Zilveren Kruis heeft al deze kosten van in totaal € 623,64 moeten maken om deze rechtszaak te starten. Voor kosten die Zilveren Kruis maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 42,75. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853).
Uitvoerbaarheid bij voorraad.
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan Zilveren Kruis te betalen € 156,80 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 1 februari 2023 tot de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag worden vastgesteld op € 623,64;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
38671