Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-05-22
ECLI:NL:RBROT:2023:4858
Civiel recht
Kort geding
1,604 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/656851 / KG ZA 23-355
Vonnis in kort geding van 22 mei 2023
in de zaak van
LUDWIG VASTGOED B.V.
,
vestigingsplaats: Bloemendaal,
eiseres,
advocaat mr. B.P. van Overeem,
tegen
1. [gedaagde partij01] ,
gedaagden,
niet verschenen,
2. [gedaagde partij02] ,
gedaagden,
niet verschenen,
3. [gedaagde partij03] ,
gedaagden,
niet verschenen.
Partijen worden hierna ‘Ludwig Vastgoed’ en ‘krakers’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 1 mei 2023, met producties;
de aanvullende producties van Ludwig Vastgoed;
de openbare betekening in het Parool van 4 mei 2023.
1.2.
Op 11 mei 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Namens Ludwig Vastgoed is haar advocaat verschenen. Namens de krakers is niemand verschenen.
2.
De vordering
2.1.
Ludwig vastgoed vordert om bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de krakers te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, de panden aan de [adres01] , [adres02] en [adres03] in [plaats01] te ontruimen en in lege staat aan Ludwig Vastgoed op te leveren, met de bepaling dat deze ontruiming indien nodig kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm van justitie en politie;
II. dat de veroordeling onder I voor een periode van zes maanden na vonnisdatum ten uitvoer kan worden gelegd tegen zij die zich in de panden [adres01] , [adres02] en [adres03] in [naam01] bevinden;
III. de krakers te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
2.2.
Ludwig Vastgoed is eigenaar van de panden aan de [adres01] , [adres02] en [adres03] in [plaats01] . Op in ieder geval 17 april 2023 hebben krakers het pand aan de [adres01] in gebruik genomen en de krakers hebben op 22 april 2023 ook het pand aan de [adres03] in gebruik genomen. Aan het verzoek van Ludwig Vastgoed om de panden te verlaten, hebben de krakers niet voldaan.
2.3.
De krakers maken zonder recht of titel gebruik van de panden. Hiermee maken de krakers inbreuk op het eigendomsrecht van Ludwig Vastgoed en handelen zij onrechtmatig. Ludwig Vastgoed stelt dat zij op basis van verschillende redenen een belang heeft om zo spoedig mogelijk weer over de panden te kunnen beschikken.
3.
Het verweer
3.1.
De krakers hebben geen verweer gevoerd.
Beoordeling
4.1.
De krakers zijn op de mondelinge behandeling van 11 mei 2023 niet verschenen. Uit de door Ludwig Vastgoed overgelegde originele dagvaarding is gebleken dat de krakers correct voor de zitting zijn opgeroepen. Ook de overige bij wet voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen, zodat verstek wordt verleend tegen de krakers.
4.2.
Het voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste spoedeisend belang, volgt uit de stellingen van Ludwig Vastgoed.
4.3.
De gevorderde ontruiming komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen. Daarbij wordt aan de krakers een termijn van vijf dagen na betekening van dit vonnis gegund om de panden te verlaten. Verder wordt bepaald dat het vonnis de komende zes maanden ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet.
4.4.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie wordt afgewezen. Op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv is de deurwaarder, zonder rechterlijke tussenkomst, bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van de krakers komen.
4.5.
De krakers worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De voorzieningenrechter stelt deze kosten aan de kant van Ludwig Vastgoed tot vandaag vast op € 676,00 aan griffierecht, € 387,42 aan explootkosten en € 697,00 aan salaris voor de advocaat. Dit is in totaal € 1.760,42. Uit het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853, specifiek overweging 2.3, leidt de voorzieningenrechter af dat in dit vonnis geen aparte beslissingen hoeven te worden genomen over nakosten en de wettelijke rente daarover.
4.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De voorzieningenrechter
5.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen krakers;
5.2.
veroordeelt de krakers om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de panden aan de [adres01] , [adres02] en [adres03] in [plaats01] te ontruimen met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken voor zover deze niet het eigendom van Ludwig Vastgoed zijn, en ter algehele beschikking van Ludwig Vastgoed te stellen;
5.3.
bepaalt dat deze veroordeling op grond van artikel 557a lid 3 Rv binnen een termijn van zes maanden na datum vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
5.4.
veroordeelt de krakers in de proceskosten, aan de kant van Ludwig Vastgoed tot vandaag vastgesteld op € 1.760,42;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2023.
3498/3577