Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-06-07
ECLI:NL:RBROT:2023:4627
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
910 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/1332 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juni 2023 op het verzet van
[naam opposante], uit [plaatsnaam], opposante.
Inleiding
Opposante heeft beroep ingesteld omdat Belastingdienst/Toeslagen (geopposeerde) nog niet zou hebben beslist op een verzoek tot herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Bij uitspraak van 18 april 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
De uitspraak van 18 april 2023
1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat opposante niet op tijd het verschuldigde griffierecht heeft voldaan, en dat niet is gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim (een verschoonbare termijnoverschrijding).
Het verzet van opposante
2. In verzet voert opposante aan dat zij geen nota griffierecht heeft ontvangen. Op 2 maart 2023 heeft opposante een andere aangetekende brief van de rechtbank opgehaald, waarin haar werd gevraagd om nadere stukken voor het beroep naar de rechtbank te versturen. Dit is een andere brief dan de nota griffierecht.
Beoordeling
3. In deze procedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of het beroep van opposante bij de uitspraak van 18 april 2023 terecht zonder zitting is afgedaan, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposante op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de buiten-zittinguitspraak. Als dat het geval is, dan is het verzet gegrond en komt de buiten-zittinguitspraak te vervallen. Het onderzoek wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De verzetrechter overweegt het volgende. Op 2 maart 2023 is een aangetekende nota griffierecht verstuurd naar het huisadres van opposante (met Track and Tracenummer [nummer]). Uit informatie van PostNL blijkt dat de zending bij een PostNL-punt is afgehaald op 6 maart 2023, om 15:40 uur. Daarbij staat een handtekening vermeld die is geplaatst door degene die de zending in ontvangst heeft genomen. Die handtekening komt overeen met de handtekening van opposante die zich in het dossier bevindt. De enkele stelling van opposante, dat zij de nota griffierecht niet heeft ontvangen, acht de verzetrechter daarom niet aannemelijk.
Conclusie
5. Met wat opposante heeft aangevoerd, is geen twijfel ontstaan over de buiten-zittinguitspraak. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2023.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Algemene wet bestuursrecht