Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-02-17
ECLI:NL:RBROT:2023:1369
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,270 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10174628 / CV EXPL 22-33541
datum uitspraak: 17 februari 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting ServiceOrganisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA)
,
gevestigd in Amersfoort,
eiseres,
gemachtigde: De Schout Gerechtsdeurwaarders B.V. te Hilversum,
tegen
[gedaagde01]
,
wonende in [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘SODA’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 28 oktober 2022, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de repliek;
de dupliek.
Beoordeling
Waar gaat het in deze zaak over?
2.1.
Op 15 januari 2020 heeft de bestuurder van de bestelauto Peugeot Partner met kenteken [kenteken01] (‘de bestelauto’) bij BP Dubbeldam (‘het tankstation’) getankt voor een totaalbedrag van € 8,50, zonder daarvoor te betalen. De bestelauto staat op naam van [gedaagde01] . SODA is door het tankstation gemachtigd om de schade die door het tanken zonder te betalen is ontstaan te verhalen.
Wat wil SODA in deze zaak?
2.2.
SODA stelt zich in deze zaak op het standpunt dat [gedaagde01] degene is die op 15 januari 2020 als bestuurder van de bestelauto zonder te betalen bij het tankstation heeft getankt. Volgens SODA heeft [gedaagde01] daardoor onrechtmatig gehandeld en daarom moet zij de schade die het tankstation heeft geleden betalen. Die schade bestaat uit € 8,50 aan brandstofkosten en € 131,00 aan forfaitair vastgestelde kosten voor de afhandeling van de brandstofdiefstal, dus in totaal een bedrag van € 139,50. SODA maakt verder aanspraak op de wettelijke rente over de schade en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Tot slot wil SODA dat [gedaagde01] de proceskosten en de nakosten betaald.
Wat is het verweer van [gedaagde01] ?
2.3.
[gedaagde01] is het niet eens met de eis van SODA. Zij stelt zich op het standpunt dat niet zijzelf, maar haar ex-partner de heer [naam01] (‘ [naam01] ’) degene is geweest die op 15 januari 2020 bij het tankstation heeft getankt en zonder te betalen weg is gereden. Dit is, volgens [gedaagde01] , ook te zien op de screenshots van de camerabeelden van het tankstation. Rond en tijdens de periode dat [naam01] bij het tankstation heeft getankt zonder te betalen, waren er behoorlijk wat problemen zoals het verduisteren van de auto’s en dreigementen vanuit hem. [gedaagde01] heeft uiteindelijk zelfs aangifte gedaan/moeten doen van verduistering van de twee auto’s die op haar naam stonden. [gedaagde01] heeft verschillende pogingen gedaan om haar auto's terug te krijgen. Volgens de politie moest zij [naam01] verschillende keren de kans geven om de auto(‘s) terug te brengen en dat heeft [gedaagde01] gedaan.
Beoordeling
2.4.
De eis van SODA wordt afgewezen. SODA heeft naar aanleiding van het verweer van [gedaagde01] namelijk niet weersproken dat [naam01] degene is geweest die op 15 januari 2020 bij het tankstation heeft getankt en zonder te betalen weg is gereden, zodat dit in deze zaak vaststaat. Daaruit volgt logischerwijs dat niet [gedaagde01] , maar [naam01] onrechtmatig tegenover het tankstation heeft gehandeld. Dat het onrechtmatig handelen desondanks aan [gedaagde01] zou zijn toe te rekenen, heeft SODA onvoldoende onderbouwd. De enkele omstandigheid dat de bestelauto op naam van [gedaagde01] stond, is daartoe onvoldoende. Ook valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien op welke wijze [gedaagde01] voordeel zou hebben genoten van de brandstofdiefstal. Dat SODA voorafgaand aan deze zaak aan [gedaagde01] zou hebben verzocht om aan te geven wie de bestuurder van de bestelauto is geweest die zonder te betalen bij het tankstation heeft getankt, doet - nog los van de vraag of dit daadwerkelijk is gebeurd, aangezien [gedaagde01] dit betwist - aan het voorgaande niet af. SODA had, tot slot, op de door haarzelf in het geding gebrachte screenshots van de camerabeelden van het tankstation kunnen zien dat niet [gedaagde01] maar een man de bestuurder van de bestelauto was ten tijde van de brandstofdiefstal. Dat SODA er desondanks voor heeft gekozen om [gedaagde01] te dagvaarden, komt voor haar rekening en risico.
SODA moet de proceskosten van [gedaagde01] betalen.
2.5.
SODA krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag vast op nihil, omdat [gedaagde01] schriftelijk verweer heeft gevoerd en geen vergoeding voor verletkosten wordt toegekend voor de tijd die is gemoeid met het opstellen van processtukken of het lezen van stukken (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 21 juni 2019, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2019:993, overweging 2.3.).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis af;
3.2.
veroordeelt SODA in de proceskosten die aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken.
38671