Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-08-11
ECLI:NL:RBROT:2023:12624
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,278 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10333260 CV EXPL 23-4536
datum uitspraak: 11 augustus 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting IJsselland Ziekenhuis,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde01]
,
wonende te [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘IJsselland Ziekenhuis’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 8 februari 2023, met bijlagen;
het antwoord (mondeling verweer), met bijlage;
het aanvullende antwoord (mondeling verweer), met bijlage;
de repliek;
de dupliek.
Beoordeling
Waar gaat het om?
2.1.
[gedaagde01] heeft in 2016 medische zorg gehad in het IJsselland Ziekenhuis in verband met haar zwangerschap in die tijd. Met een factuur van 2 december 20216 heeft IJsselland Ziekenhuis daarvoor € 1.218,31 bij [gedaagde01] in rekening gebracht. IJsselland Ziekenhuis heeft in de jaren daarna meermaals geprobeerd het bedrag te innen. Dat is niet gelukt. Daarom eist IJsselland Ziekenhuis het bedrag van € 1.218,31, vermeerderd met € 210,24 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 150,52 aan verschuldigd geworden rente tot aan de dagvaarding plus de rente daarna, minus € 60,- wat wel betaald is. Het totale openstaande bedrag is € 1.519,07. [gedaagde01] is het niet eens met de eis.
Wat oordeelt de kantonrechter
2.2.
De eis wordt toegewezen, want IJsselland Ziekenhuis heeft gelijk. [gedaagde01] heeft nu eenmaal medische zorg gehad, wat geld kost. IJsselland Ziekenhuis kan daarvoor kosten in rekening brengen bij [gedaagde01] als patiënt. [gedaagde01] moet de rekening van € 1.218,31 in beginsel zelf betalen. Als een patiënt verzekerd is, dan betaalt de ziektekostenverzekeraar vaak de rekening geheel of gedeeltelijk voor de verzekerde. Dat is in dit geval niet gebeurd, want [gedaagde01] was ten tijde van de ondergane medische zorg niet verzekerd in Nederland. Misschien was zij verzekerd in Duitsland, maar betaling van een Duitse ziektekosten-verzekeraar aan IJsselland Ziekenhuis is uitgebleven.
2.3.
[gedaagde01] voert aan dat een afspraak is gemaakt dat zij de kosten van de zorg niet hoefde te betalen, maar een dergelijke afspraak met IJsselland Ziekenhuis blijkt niet uit de stukken die zijn overgelegd. Integendeel, uit de stukken van haar begeleidster van de gemeente Rotterdam en haar contactpersoon bij het Leger des Heils blijkt dat IJsselland Ziekenhuis haar in de loop van de jaren is blijven aanspreken op betaling. Daaruit blijkt ook dat voor [gedaagde01] geprobeerd is om het openstaande bedrag elders te declareren, onder meer bij de Duitse ziektekostenverzekeraar, maar zonder resultaat.
2.4.
[gedaagde01] voert ook aan dat de kosten niet door haar zijn gemaakt, maar door de verloskundige. Dat standpunt wordt echter niet gedeeld, want de omstandigheid dat de verloskundige [gedaagde01] destijds heeft doorverwezen naar het ziekenhuis betekent niet dat de verloskundige de opdrachtgever is voor de zorg die [gedaagde01] genoten heeft. Zo’n doorverwijzing wordt in de regel gedaan in het belang van en voor rekening van de patiënt. Nergens uit blijkt dat de verloskundige bereid is geweest zichzelf te verbinden en de kosten te dragen van de zorg in het IJsselland Ziekenhuis, wat ook onwaarschijnlijk is.
2.5.
Daarom wordt [gedaagde01] veroordeeld tot betaling van € 1.218,31, met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van de dagvaarding. De tot de dagvaarding verschuldigd geworden rente van € 150,52 wordt ook toegewezen. Dat geldt ook voor het bedrag van
€ 210,24 aan buitengerechtelijke incassokosten, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Hierop strekt in mindering € 60,-. In totaal moet [gedaagde01] dus € 1.519,07 betalen.
proceskosten
2.6.
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom ook de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van IJsselland Ziekenhuis tot vandaag vast op € 130,67 aan dagvaardingskosten, € 365,- aan griffierecht en € 398,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 199,-). Dit is totaal € 893,67. Voor kosten die IJsselland Ziekenhuis maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] ook een bedrag betalen van € 99,50 (1/2 punt x € 199,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan IJsselland Ziekenhuis te betalen € 1.519,07 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.218,31 vanaf 8 februari 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van IJsselland Ziekenhuis tot vandaag worden vastgesteld op € 893,67;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
465