Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-21
ECLI:NL:RBROT:2023:12499
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,205 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 21 december 2023
[verzoeker]
,
[adres]
[woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 13 november 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 14 december 2023.
Op 18 december 2023 heeft verzoeker nadere stukken ingediend.
Feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit WIA-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 53.379,43.
Beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat (i) verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest en (ii) hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
De rechtbank oordeelt dat aan bovengenoemde toelatingseisen niet is voldaan en zal daarom het verzoek tot toepassing van de wsnp afwijzen. Het volgende is daartoe redengevend.
(i) Recente schuld te kwader trouw
Verzoeker heeft tijdens de minnelijke schuldregeling een nieuwe schuld laten ontstaan aan Woonbron van € 44.977,13. De schuld bestaat uit kosten voor herstel van schade aan de voormalige woning van verzoeker. Ter zitting is gebleken dat Woonbron de huurovereenkomst heeft ontbonden naar aanleiding van de vondst van een drugslab in de woning van verzoeker. Zij heeft daarna de woning in oorspronkelijke staat moeten terugbrengen. De rechtbank oordeelt dat deze schuld niet te goeder trouw is ontstaan en op dit moment in de weg staat aan toelating tot de wsnp.
(ii) Voorzienbare moeilijkheden bij nakoming verplichtingen wsnp
Gebleken is, dat verzoeker jarenlang drugsverslaafd is geweest. Dit maakte hem vatbaar voor dwang van derden. Volgens verzoeker heeft hij onder invloed van die verslaving derden toegestaan om in zijn woning drugs te verwerken en/of bewerken.
Onvoldoende gebleken is, dat verzoeker de verslaving onder controle heeft, en dat deze situatie stabiel is. Bovendien is nog niet duidelijk of het aangetroffen drugslab zal leiden tot een strafzaak tegen verzoeker. Mocht er een strafzaak volgen, dan is het niet uit te sluiten dat er nieuwe schulden zullen ontstaan (hetgeen aan een succesvol einde van de wsnp in de weg zou kunnen staan).
Derhalve bestaat bij de rechtbank de vrees dat verzoeker zijn verplichtingen binnen de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal kunnen nakomen.
Zodra verzoeker met een verklaring van zijn behandelaar kan aantonen dat en sinds wanneer zijn verslaving onder controle is, kan hij een nieuw verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen, welk verzoek dan mogelijk meer kans van slagen heeft.
Conclusie
Feiten
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 december 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.