Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-11
ECLI:NL:RBROT:2023:12253
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Verschoning
1,180 tokens
Dictum
op het verzoek van:
mr. W.J.J. Wetzels,
senior rechter A in de rechtbank Rotterdam, team kanton 1 (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[naam verzoekster]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
gemachtigde mr. S.P. Koerselman te Den Haag,
tegen
[naam vennootschap] B.V.,
kantoorhoudende te [plaats] ,
verweerster,
gemachtigde mr. D. van Gerven te Rotterdam.
1Het procesverloop en de processtukken
1.1.
Bij deze rechtbank is in behandeling de verzoekschriftprocedure van verzoekster tegen verweerster met kenmerk 10617381 VZ VERZ 23-7536. Bij brieven van de griffier zijn partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 20 december 2023, waarbij is meegedeeld dat de rechter de zaak op die zitting zal behandelen.
1.2.
Op 5 december 2023 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
1.3.
Aan de verschoningskamer is, naast het verschoningsverzoek met bijlage, ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure.
2Het verzoek
2.1.
Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:
2.1.1.
In de onderhavige zaak is mevrouw [naam verzoekster] , een advocaat stagiaire, op staande voet ontslagen door haar patroon/werkgever [naam vennootschap] B.V. De werkgever laat zich bijstaan door de advocaat mr. D. van Gerven. Met hem heeft de rechter jaarlijks een paar keer contact omdat hij naast advocaat ook werkzaam is als vakdocent Ontslagrecht bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en de rechter elk jaar voor de Master Arbeidsrecht een gastcollege Arbeidsprocesrecht verzorgt. Bovendien is de rechter ook betrokken bij het verplichte onderdeel Mootcourt van die Master
In overleg met de rechter heeft mr. Van Gerven aan de gemachtigde van mevrouw [naam verzoekster] , mr. Koerselman, de vraag voorgelegd of zij bezwaar heeft tegen de rechter als behandelend kantonrechter. Mr. Van Gerven heeft de rechter medegedeeld dat de secretaresse van mr. Koerselman hem telefonisch heeft laten weten dat bezwaar gemaakt wordt tegen de behandeling van de zaak door de rechter.
Hoewel de rechter zich zonder meer in staat acht om in alle objectiviteit en onafhankelijkheid de onderhavige zaak te behandelen, verzoekt hij om verschoning. Als hij dat niet doet, zal naar verwachting van de rechter een wrakingsverzoek volgen, met alle verdere vertraging van de zaak zelf.
Beoordeling
3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
3.3.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheden, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen om zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, leveren naar het oordeel van de rechtbank een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst toe het verzoek van mr. W.J.J. Wetzels om zich in de verzoekschriftprocedure van [naam verzoekster] als verzoekster tegen [naam vennootschap] B.V. als verweerster met kenmerk 10617381 VZ VERZ 23-7536 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. J.F. Koekebakker en mr. W.J. van den Bergh, rechters en door de voorzitter en J.A. Faaij, griffier ondertekend op 11 december 2023.