Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-24
ECLI:NL:RBROT:2023:12150
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,748 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10204110 CV EXPL 22-35448
datum uitspraak: 24 november 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. L.C.A. van der Slot
tegen
Regal Renovations B.V.
,
vestigingsplaats: Amsterdam, maar kantoor houdende te Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.P.V. den Engelsman.
De partijen worden ‘ [eiser01] ’ en ‘Regal’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het exploot van sommatie en dagvaarding van 21 oktober 2022, met bijlagen 1 tot en met 9;
het antwoord, met bijlagen 1 tot en met 7;
de akte van [eiser01] , met bijlagen 10 en 11;
de spreekaantekeningen van mr. Van der Slot.
1.2.
Op 24 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken met [eiser01] , met [naam01] voor Regal, en met de gemachtigden.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
Op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst van aanneming van werk zijn werkzaamheden verricht in de woning van [eiser01] . Hij vindt dat het werk niet goed is uitgevoerd. Ook stelt hij dat daarbij een salontafel is beschadigd. In verband hiermee eist [eiser01] een verklaring voor recht dat Regal tekortgeschoten is de nakoming van de overeenkomst en schadevergoedingen (€ 17.889,- i.v.m. het werk en € 1.200,- voor de tafel), met nevenvorderingen. Regal is het daarmee niet eens.
Wat vindt de kantonrechter hiervan?
2.2.
De eis van [eiser01] wordt afgewezen, behalve wat betreft de schade aan de salontafel.
Niet voldaan aan de klachtplicht over het werk.
2.3.
[eiser01] wordt geacht het werk te hebben aanvaard, want hij heeft niet tijdig geklaagd over de (vermeende) tekortkomingen / gebreken (artikel 6:89 en 7:758 lid 1 BW). Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat het werk omstreeks 22 januari 2022 is opgeleverd, en niet eerder. Onderkend wordt wel dat de oplevering al op 12 augustus 2021 was beoogd. Dat heeft toen echter niet plaats gevonden, omdat het werk op die datum nog niet volledig uitgevoerd was en een deel van het werk opnieuw moest. Niet is in geschil dat op 3 december 2021 en op 22 januari 2022 door Regal nog werk verricht is in de woning van [eiser01] . Na die laatste datum hebben echter geen werkzaamheden meer plaatsgevonden. Daarom wordt ervan uitgegaan dat het werk toen is opgeleverd, ook omdat Regal onderbouwd aangevoerd heeft dat van de kant van [eiser01] nadien een positieve recensie over haar geplaatst is op sociale media. Op 26 januari 2022 is op het platform Trustoo.nl geschreven
“Ze zijn meedenkend en hebben de klus goed opgeleverd.”
[eiser01] ontkent nu deze review te hebben geplaatst, maar daaraan wordt geen geloof gehecht, omdat - en Regal wijst daar ook op - hij enkele dagen daarvoor, namelijk op 22 januari 2022 via WhatsApp heeft geschreven
“I will make a good review”
.
2.4.
Na 22 januari 2022 heeft nog communicatie tussen partijen plaatsgevonden via WhatsApp, maar dat ging alleen over schade aan de salontafel, waarover hieronder meer. In het WhatsAppverkeer is niets geschreven over werk dat niet goed zou zijn uitgevoerd. Pas negen maanden later is Regal hiermee geconfronteerd, met het exploot van sommatie en dagvaarding. Daarin is Regal veertien dagen de tijd gegeven om de wanden glad te stuken, te schuren en wit te spuiten, gipsplaten te plaatsen waar dat niet is gedaan zoals overeengekomen, de naden correct te kitten, de verlaagde plafonds en de koof correct te monteren, en de vensterbank op de tweede etage correct te monteren. Tevens is te kennen gegeven dat bij uitblijven hiervan vervangende schadevergoeding wordt gevorderd. Regal voert hiertegen aan dat deugdelijk werk is verricht en dat [eiser01] niet voldaan heeft aan de klachtplicht. Dat laatste verweer slaagt, want datgene waarover [eiser01] klaagt, het werk dat niet goed zou zijn uitgevoerd, springt zodanig in het oog dat het meteen bij oplevering aanleiding had moeten geven om het werk niet te aanvaarden. Dat is niet gebeurd. Integendeel (zie voormelde berichten). Hierdoor heeft [eiser01] zijn recht om schadevergoeding te vorderen verloren.
Schade salontafel
2.5.
Het gevorderde bedrag van € 1.200,- wordt toegewezen, met de rente, want dat bij [eiser01] thuis een salontafel is beschadigd door toedoen van (medewerkers ingeschakeld door) Regal staat voldoende vast. Het verweer op dit punt vindt weerlegging in WhatsAppverkeer tussen partijen op 29 maart 2022, waarbij [eiser01] foto’s van de salontafel verstuurd heeft en erop gewezen heeft dat spiegels van de tafel gebroken zijn, en op 22 april 2022, waarbij [eiser01] te kennen heeft gegeven dat hij een bedrag van € 1.200,- wil ontvangen, omdat zijn vrouw een nieuwe tafel wil, en van de kant van Regal gevraagd is om een bon met een omschrijving en is meegedeeld dat het gaat om een groot bedrag dat haar verzekering zal betalen. Dat brengt met zich dat toen de aansprakelijkheid en de hoogte van het schadebedrag is geaccepteerd. Dat Regal een schadeclaim wilde indienen bij haar verzekeraar doet daaraan niet af. Dat kan overigens misschien alsnog. In dit verband is van belang dat [eiser01] bij de mondelinge behandeling heeft meegedeeld dat het een nieuwe tafel betrof, waarvoor destijds € 1.358,- is betaald, maar dat € 1.200,- is gevorderd omdat hij eerder de aankoopbon niet had kunnen vinden, maar inmiddels ook weer wel, zoals hij op de zitting heeft verklaard.
Buitengerechtelijke kosten
2.6.
Voor veroordeling van Regal tot betaling van een bedrag aan buitengerechtelijke kosten is geen basis, want nergens blijkt uit dat [eiser01] kosten heeft gemaakt om voldoening buiten rechte te verkrijgen. Met voormeld exploot is voor het eerst gesommeerd en meteen ook gedagvaard. Daarbij komt dat het overgrote deel van de hoofdsom wordt afgewezen.
Proceskosten
2.7.
Omdat partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, wordt bepaald dat ieder van hen de eigen kosten dient te dragen. Voor kosten die [eiser01] maakt na deze uitspraak moet Regal een bedrag betalen van € 66,- (1/2 punt x € 132,- aan salaris). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist.
De wettelijke rente wordt toegewezen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Regal om aan [eiser01] te betalen € 1.200,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 22 januari 2022 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
465
Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853