Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-10
ECLI:NL:RBROT:2023:12148
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,455 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10431869 CV EXPL 23-9670
datum uitspraak: 10 november 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. G.T. Poot,
tegen
Eneco Consumenten B.V.
,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R. Smith.
De partijen worden ‘ [eiser01] ’ en ‘Eneco’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 10 maart 2023, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen.
1.2.
Op 5 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken.
Daarbij waren aanwezig [eiser01] met de gemachtigde en zijn kantoorgenoot mr. S.L. Ketting, en [naam01] , manager bij Eneco, met de gemachtigde.
Beoordeling
2.1.
In deze zaak vordert [eiser01] om Eneco te veroordelen tot het betalen van € 7.703,57 aan schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten, met proceskosten. Volgens [eiser01] is Eneco aansprakelijk voor schade die hij heeft geleden als gevolg van een lekkage in zijn woning.
2.2.
Vast staat dat [eiser01] in zijn woning warm (tap)water geleverd krijgt van Eneco en dat op 10 september 2022 een lekkage is geweest in de badkamer van [eiser01] . Gesteld is dat door een lek in een leiding heet water gedurende een paar uur op de vloer is gestroomd en dat daardoor schade is ontstaan aan kleding, koffers en de vinylvloer. Deze schade is begroot op € 6.836,23. Voor het standpunt dat Eneco aansprakelijk is voor die schade is aangevoerd dat [eiser01] het water heeft willen afsluiten door het dichtdraaien van de afsluitkraan die voor de watermeter zit, maar omdat die kraan ernstig verkalkt was, heeft dat veel tijd gekost waardoor het water veel langer uit het lek is blijven stromen en dat die kraan eigendom is van Eneco. Als grondslag is een beroep gedaan op productaansprakelijkheid ex artikel 6:185 BW e.v. en, subsidiair, onrechtmatig handelen ex artikel 6:162 BW. Eneco heeft erkend dat de afsluitkraan haar eigendom is en dat deze ernstig verkalkt was, maar voor het overige heeft zij op verschillende punten verweer gevoerd.
2.3.
Voordat kan worden toegekomen aan de vraag of en waarvoor Eneco aansprakelijk is, moet eerst voldoende duidelijk zijn wat er feitelijk is gebeurd tussen het moment van het ontdekken van de lekkage en die van het afsluiten van het water, omdat dan pas kan worden vastgesteld of het dichtdraaien van de afsluitkraan zodanig veel tijd en moeite heeft gekost dat daardoor het water langer heeft gestroomd dan als de kraan niet ernstig verkalkt zou zijn geweest en welke oorzakelijke schade als gevolg daarvan is geleden. Die duidelijkheid ontbreekt echter. Alleen [eiser01] kan over de tijdlijn verklaren en zijn verklaringen wisselen nogal en worden bovendien niet ondersteund door enige concrete aanwijzing. Zo heeft hij wisselend verklaard over wat hij is gaan doen toen hij de lekkage had ontdekt, over de hoeveelheid tijd die dat heeft gekost, over het aantal uren dat het water zou hebben gestroomd, over de tijd die hij nodig had om de kraan te sluiten en zelfs over de locatie van de lekkage (het bad of de wastafel). Hierbij komt dat ook niet of nauwelijks onderbouwing wordt gegeven voor de gestelde aard en omvang van de schade die zou zijn geleden. Een en ander moet tot de conclusie leiden dat [eiser01] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan en dat dus ook niet wordt toegekomen aan nadere bewijslevering. De vorderingen zullen daarom worden afgewezen.
2.4.
[eiser01] krijgt ongelijk en moet daarom in beginsel de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). Omdat Eneco echter op zitting te kennen heeft gegeven dat bij deze uitkomst de proceskosten gecompenseerd kunnen worden, wordt bepaald dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.
2.5.
De kantonrechter zal op uitdrukkelijk verzoek van Eneco nog een enkele opmerking maken over de reikwijdte van haar verantwoordelijkheid voor de controle, onderhoud en dergelijk van aansluitingen zoals in deze zaak aan de orde. Dat Eneco verantwoordelijk is, volgt uit haar Algemene Voorwaarden, die door [eiser01] zijn overgelegd. In artikel 3.1. staat: “
Een aansluiting wordt uitsluitend door of vanwege het bedrijf onderhouden, gecontroleerd, vervangen, verplaatst, uitgebreid, gewijzigd en weggenomen. Tenzij er sprake is van spoed of overmacht, zal één en ander na voorafgaande mededeling aan en zoveel mogelijk in overleg met de aanvrager of de verbruiker plaatsvinden.
" En ‘aansluiting’ is in artikel 1 gedefinieerd als “
de leiding van het bedrijf die de binneninstallatie met de hoofdleiding verbindt, met inbegrip van de meetinrichting én de warmtewisselaar voor zover deze door het bedrijf zijn aangebracht en alle andere door of vanwege het bedrijf in of aan die leiding aangebrachte apparatuur.
” Hieruit kan worden opgemaakt dat Eneco in haar contractuele relatie met de gebruiker een verplichting heeft zorg te dragen voor deugdelijke en veilige aansluitingen en dat het niet of onvoldoende nakomen van die verplichting een tekortkoming ten opzichte van de gebruiker zou kunnen opleveren. Het ligt alleen al gelet op de genoemde bepalingen niet voor de hand dat Eneco van gebruikers redelijkerwijs mag verwachten dat zij periodiek de aansluitingen in hun woning controleren. Hoe en in welke mate Eneco invulling kan en moet geven aan de hiervoor aangeduide verplichting zijn vragen van technische en vooral bedrijfseconomische aard, mede gegeven het groot aantal aansluitingen dat het betreft, en gaat het (juridisch) kader van deze uitspraak te buiten.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis af;
3.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
465