Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-14
ECLI:NL:RBROT:2023:11923
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,372 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Zittingsplaats Dordrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/2663
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2023 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Dordrecht
(gemachtigde: [naam]).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 10 mei 2022.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiser op 12 maart 2022 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 2 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen. Namens eiser heeft
mr. A. Khadri, kantoorgenoot van gemachtigde, deelgenomen.
Feiten
2. Op 14 februari 2022 om 10:14 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto die eiser in gebruik heeft (kenteken [kenteken]) geparkeerd stond op de Vest in Dordrecht zonder dat er aan de betaalplicht is voldaan.
3. De heffingsambtenaar heeft eiser bij beschikking van 12 maart 2022 een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen opgelegd. De naheffingsaanslag beloopt in totaal € 68,- bestaande uit € 1,50 aan verschuldigde parkeerbelasting en € 66,50 aan kosten naheffing.
Beoordeling
4. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
5. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is de naheffingsaanslag terecht aan eiser opgelegd?
6. Eiser betoogt dat de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd. De heffingsambtenaar heeft niet voldaan aan het kenbaarheidsvereiste omdat op de locatie niet duidelijk is hoelang er kort geparkeerd mag worden. Eiser heeft voor 40 minuten betaald. Omdat de maximale parkeertijd 40 minuten is, kan er geen naheffingsaanslag worden opgelegd voor de tijd hierna. Hierbij verwijst eiser naar artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en het arrest van de Hoge Raad van 11 maart 2022.
6.1.
Op grond van artikel 2, zevende en negende lid, van het Besluit aanwijzing plaatsen en tijdstippen parkeerbelasting Dordrecht is betaling van de parkeerbelasting op de Vest gemaximeerd tot telkens 40 minuten.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd. Op de betreffende locatie staat een bord met de tekst “alleen kort parkeren”. Gelet op de onderzoeksplicht van eiser lag het op zijn weg om enige inspanning te verrichten om na te gaan wat de maximale duur van dit kort parkeren is. Dit had eiser kunnen doen door naar de parkeerautomaat te lopen of de tarieven in de parkeerapp te raadplegen. Anders dan in de uitspraak van de Hoge Raad waar eiser naar verwijst, geldt er in de gemeente Dordrecht voor de locatie de Vest geen maximale totale parkeerduur van 40 minuten, maar kan er telkens voor maximaal 40 minuten worden betaald. Omdat eiser niet opnieuw heeft betaald, heeft hij te weinig parkeerbelasting betaald. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser de naheffingsaanslag moet betalen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.J. Veth, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:346.
Hof Amsterdam 12 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3863.