Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-19
ECLI:NL:RBROT:2023:11891
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Vereenvoudigde behandeling
776 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/3295
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), verweerder.
Inleiding
1. Op 11 januari 2023 heeft de SVB het verzoek van eiser om openbaarmaking van alle informatie over een door hem genoemde zorgverlener die een zorgovereenkomst heeft afgesloten met een aantal budgethouders die ALS-patiënt zijn afgewezen.
2. Bij besluit van 14 april 2023 (het bestreden besluit) heeft de SVB het bezwaar van eiser tegen het besluit van 11 januari 2023 ongegrond verklaard.
3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Overwegingen
4. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting met toepassing van artikel 8:54 van de Awb.
5. Indien de rechter eenmaal heeft geoordeeld dat een rechtzoekende misbruik maakt van recht kan in volgende procedures van belanghebbende worden aangenomen dat wederom sprake is van misbruik, tenzij er aanknopingspunten zijn voor het tegendeel (ECLI:NL:RVS:2015:3830 en ECLI:NL:CRVB:2022:880).
6. De rechtbank heeft eiser inmiddels veelvuldig tegengeworpen dat in beginsel wordt uitgegaan van misbruik van recht en hij om die reden geen ontheffing van griffierecht krijgt (bijv. ECLI:NL:RBROT:2019:4060).
7. Er zijn geen aanknopingspunten dat eiser in dit geval geen misbruik maakt van recht. Integendeel. Zo valt niet in te zien welk rechtens te honoreren belang eiser heeft bij het verstrekken van de door hem gevraagde informatie. Verder draagt ook het procedeergedrag van eiser in deze zaak bij aan het oordeel dat eiser misbruik maakt van recht. Zo heeft eiser aangekondigd om zodra bekend is welke rechter deze zaak behandelt die te zullen wraken. Het door eiser op voorhand aankondigen of doen van een wrakingsverzoek duidt op een oneigenlijk gebruik van het wrakingsmiddel volgens oordelen van de wrakingskamer over wrakingsverzoeken van eiser (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:3159 en ECLI:NL:RBROT:2022:8572).
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 19 december 2023.
De griffier en de rechter zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.