Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-08
ECLI:NL:RBROT:2023:11799
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,078 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 december 2023
[verzoeker]
,
[adres],
[woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter terechtzitting van 4 december 2023 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
mevrouw G. Fontijne, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam, schuldhulpverlening.
De uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoeker zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Door verzoeker is verzocht om een eerdere ingangsdatum van de termijn van de schuldsaneringsregeling te bepalen. In dit geval blijkt niet dan wel onvoldoende dat verzoeker de verplichting om fulltime te werken, of te solliciteren naar een fulltime baan en/of de verplichting om inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen heeft nageleefd. Vast is komen te staan dat verzoeker 32 uur per week werkt en dat in het kader van het minnelijk traject niet is afgedragen aan schuldhulpverlening ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, maar wel aan de beslaglegger in het kader van door hem gelegd loonbeslag. De rechtbank wijst daarom het verzoek af en stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 8 december 2023.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Dictum
De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats],
voorheen h.o.d.n. [handelsnaam];
- stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 8 december 2023, waardoor deze termijn eindigt op 8 juni 2025;
- wijst het verzoek tot bepalen van een eerdere ingangsdatum af;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen
en tot bewindvoerder L. Hordijk,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven gedurende een termijn van dertien maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van
mr. S.B.M. Caciano, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 december 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.