Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-08
ECLI:NL:RBROT:2023:11796
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,687 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 december 2023
[verzoeker]
,
[adres],
[woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 4 december 2023. Verzoeker is ter terechtzitting verschenen en gehoord. Mevrouw C. de Graaff-Goemaat, als schuldhulpverlener werkzaam bij de gemeente Goeree-Overflakkee, is telefonisch gehoord.
De uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoeker zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Verzoeker verzoekt de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verkorten met achttien maanden. Dit wordt gezien als een verzoek om de ingangsdatum te bepalen op
8 juni 2022. Dat is dus achttien maanden voorafgaand aan de datum van dit vonnis.
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Verzoeker is al (meer dan) achttien maanden volledig arbeidsongeschikt. Schuldhulpverlening heeft gedurende die periode gecontroleerd of verzoeker de verplichting om inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen heeft nageleefd. De rechtbank stelt vast dat dit op de juiste wijze is gedaan en stelt daarom de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke regeling vast op 8 juni 2022.
Duur van de schuldsaneringsregeling
In de uitspraak van vandaag wordt, zoals de wet voorschrijft, ook een bewindvoerder benoemd. De taak van de bewindvoerder is om, onder toezicht van de rechter-commissaris, erop toe te zien dat verzoeker de verplichtingen voortvloeiende uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naleeft. De bewindvoerder heeft verdergaande (wettelijke) bevoegdheden dan schuldhulpverlening. De taak van de bewindvoerder is voorts om de boedel van verzoeker te beheren en te vereffenen. De boedel omvat alles wat verzoeker nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling verkrijgt.
In dit geval is de toepassing van de schuldsaneringsregeling meer dan twaalf maanden voor de uitspraak van vandaag ingegaan, namelijk 8 juni 2022. De rechtbank heeft daarbij vastgesteld dat verzoeker in die periode heeft voldaan aan de inspannings- en afdrachtverplichting.
Binnen de schuldsaneringsregeling heeft verzoeker ook andere verplichtingen, te weten de informatieverplichting en de verplichting om schuldeisers niet te benadelen. De rechtbank kan niet beoordelen in hoeverre aan die verplichtingen is voldaan. De bewindvoerder moet zoals voorgaand aangegeven, onder toezicht van de rechter-commissaris, erop toezien dat die verplichtingen worden nagekomen. Verder ontstaan sommige verplichtingen pas door het op verzoeker van toepassing verklaren van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat betreft bijvoorbeeld de verplichting om tot de boedel behorende goederen af te staan. Dat brengt mee dat verzoeker in de voorgaande periode niet aan alle uit de wettelijke schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen heeft kunnen voldoen. Om die reden zal de rechtbank de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengen met zes maanden.
Omdat verzoeker al wel achttien maanden heeft voldaan aan zijn inspannings- en afdrachtverplichting, is hij vanaf de datum van vandaag niet meer verplicht zich in te spannen zoveel mogelijk inkomsten te verzamelen en zijn inkomsten boven het vtlb te betalen aan de boedel. Alle overige verplichtingen blijven gedurende de resterende duur van de schuldsaneringsregeling bestaan. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat alles wat verzoeker heeft en gedurende de resterende periode van de schuldsaneringsregeling verkrijgt, in de boedel valt.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Dictum
De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats];
- stelt de termijn van de regeling vast op vierentwintig maanden, te rekenen vanaf 8 juni 2022, waardoor deze termijn eindigt op 8 juni 2024;
- bepaalt dat vanaf de dag van dit vonnis de inspannings- en afdrachtverplichting niet langer gelden, en dat de overige verplichtingen onverkort van toepassing blijven;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen
en tot bewindvoerder B. van Huessen,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/7e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven gedurende een termijn van zes maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van
mr. S.B.M. Caciano, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 december 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.