Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-22
ECLI:NL:RBROT:2023:11745
Civiel recht
Kort geding
1,506 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10790979 VV EXPL 23-554
datum uitspraak: 22 november 2023
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. P.J. Remmelts,
tegen
Dominus II Vastgoed B.V.
,
vestigingsplaats: Barendrecht,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E.L.B. Hundscheidt.
De partijen worden ‘ [eiser01] ’ en ‘Dominus’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 15 november 2023, met bijlagen;
de pleitnotities van Dominus.
1.2.
Op 17 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. [eiser01] was daarbij aanwezig, bijgestaan door mr. P.J. Remmelts. Namens Dominus was [naam01] aanwezig, bijgestaan door mr. E.L.B. Hundscheidt.
Beoordeling
Waar gaat het over?
2.1.
De kantonrechter van deze rechtbank heeft in een vonnis van 13 oktober 2023
de huurovereenkomst tussen partijen ontbonden en [eiser01] veroordeeld om de woning aan [adres01] in [plaats02] (hierna: de woning) te ontruimen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard
. [eiser01] heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld, omdat hij in de woning wil blijven wonen. Dominus wil dit hoger beroep niet afwachten en heeft laten weten dat de ontruiming van de woning op de inmiddels aangepaste datum van 7 december 2023 zal plaatsvinden. [eiser01] eist in dit kort geding dat Dominus wordt verboden om het vonnis van 13 oktober 2023 ten uitvoer te leggen zolang het gerechtshof geen einduitspraak heeft gedaan in het hoger beroep. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser01] toe. Hieronder wordt toegelicht waarom.
Toetsingskader
2.2.
[eiser01] vraagt om te verbieden dat het vonnis van 13 oktober 2023 ten uitvoer wordt gelegd (artikel 438 lid 3 Rv). Omdat de kantonrechter de beslissing om het vonnis van 13 oktober 2023 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niet heeft gemotiveerd, moet volgens de Hoge Raad
de volgende maatstaf worden gehanteerd. Beoordeeld moet worden of de belangen van [eiser01] bij het schorsen van het vonnis en dus het nog niet ontruimen van de woning zwaarder wegen, dan de belangen van Dominus om het vonnis niet te schorsen en dus om de ontruiming door te laten gaan. De belangen moeten worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de inhoud van het bestreden vonnis en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het hoger beroep moet buiten beschouwing worden gelaten. Wel kan in de oordeelsvorming worden betrokken of het bestreden vonnis berust op een kennelijke misslag.
Belangenafweging
2.3.
[eiser01] heeft voldoende onderbouwd dat hij een groot specifiek belang heeft dat hij tijdens het hoger beroep in de woning kan blijven wonen. Hij is namelijk al vijftien jaar uitbater van bar ‘ [naam bar01] ’ waar de woning boven ligt. [eiser01] woont dus ook al vijftien jaar boven zijn zaak. Dat [eiser01] sinds een aantal jaren een latrelatie en daarom soms meerdere dagen per week bij zijn partner in [plaats01] verblijft, betekent niet dat hij niet in de woning woont en daar niet zijn hoofdverblijf heeft. De woning gebruikt [eiser01] ook om de administratie van zijn bar te voeren. Gelet op de huidige woningmarkt is het niet aannemelijk dat [eiser01] snel een andere woning zo dicht in de buurt van zijn bar vindt. Het belang van [eiser01] weegt zwaarder dan het belang van Dominus bij ontruiming en de mogelijkheid om de woning, al dan niet tijdelijk, aan een ander te verhuren. Daarbij weegt mee dat [eiser01] meteen aan het vonnis van 13 oktober 2023 heeft willen voldoen door op 24 oktober 2023 de in het vonnis toegewezen huurachterstand met bijkomende kosten te betalen aan Dominus. Ook heeft [eiser01] één keer de lopende huur zoals overwogen onder 5.3. van dit vonnis betaald. Tijdens de zitting is gebleken dat [eiser01] de huur vanaf januari 2023 niet volledig heeft betaald en een te laag bedrag aan lopende huur heeft betaald, maar die verwarring is gelet op het dictum van dit vonnis voorstelbaar en [eiser01] heeft toegezegd de achterstand en het juiste maandelijkse huurbedrag (alsnog) te betalen. Dominus is dus niet in haar (financiële) belangen geschaad.
2.4.
Omdat de belangen van [eiser01] zwaarder wegen dan de belangen van Dominus, wordt de eis van [eiser01] om de ten uitvoerlegging van het vonnis van 13 oktober 2023 te verbieden toegewezen. De kantonrechter heeft bij de belangenafweging geen reden gezien om mee te wegen de door [eiser01] gestelde, maar door Dominus betwiste, kennelijke misslagen in het vonnis van 13 oktober 2023. Wat partijen hierover hebben aangevoerd, hoeft daarom niet te worden besproken.
Proceskosten
2.5.
Dominus krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser01] tot vandaag vast op € 129,14 aan dagvaardingskosten, € 86,- aan griffierecht en € 529,- aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 744,14.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verbiedt Dominus om het tussen partijen gewezen vonnis van 13 oktober 2023 ten uitvoer te leggen zolang het gerechtshof geen einduitspraak heeft gedaan in het hoger beroep;
3.2.
veroordeelt Dominus in de proceskosten, die aan de kant van [eiser01] tot vandaag worden vastgesteld op € 744,14;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken.
31688
Zaaknummer 10248301 CV EXPL 22-38781
Dat betekent dat het vonnis direct ten uitvoer kan worden gelegd en de uitkomst van een ingesteld het hoger beroep niet hoeft te worden afgewacht (artikel 233 Rv).
Hoge Raad, 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026