Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-03
ECLI:NL:RBROT:2023:11271
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,383 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10688566 CV EXPL 23-24273
datum uitspraak: 3 november 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Lometi B.V.
,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.Th.A. van Maris,
tegen
[gedaagde01]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Lometi’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 22 augustus 2023, met bijlagen;
het mondelinge antwoord;
de brief van 18 september 2023, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op 18 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was namens Lometi haar gemachtigde mr. M.Th.A. van Maris aanwezig. Daarnaast was ook [gedaagde01] aanwezig.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde01] huurt van Lometi een kamer op de zolderetage aan het adres [adres01] in Rotterdam en heeft de huur niet op tijd betaald. Lometi wil dat [gedaagde01] de huurachterstand en de lopende huur betaalt. Lometi wil ook dat de huurovereenkomst eindigt en dat [gedaagde01] vertrekt uit de kamer. [gedaagde01] moet de huurachterstand en de lopende huur inderdaad betalen. Voor de achterstand is een betalingsregeling afgesproken. Als [gedaagde01] zich niet houdt aan die regeling of vanaf nu tijdens de aflosperiode de huur weer niet op tijd betaalt, eindigt de huurovereenkomst en moet [gedaagde01] de kamer verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Huurachterstand
2.2.
Partijen zijn het erover eens dat de huurachterstand op het moment van de mondelinge behandeling € 1.100,- was. Dit bedrag is gebaseerd op de huur tot en met de maand oktober 2023. [gedaagde01] wordt veroordeeld om dit bedrag aan Lometi te betalen. De daarover gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen op de wijze als hierna bij de beslissing vermeld.
Betalingsregeling
2.3.
Partijen hebben op de mondelinge behandeling een betalingsregeling van € 200,- per maand afgesproken. Dat betekent dat [gedaagde01] de huurachterstand niet in één keer aan Lometi hoeft te betalen, zolang hij zich aan de regeling houdt en vanaf vandaag de huur op tijd betaalt (telkens voor de eerste van de maand).
Ontbinding en ontruiming als [gedaagde01] zich niet aan de betalingsregeling houdt of tijdens de aflosperiode de huur niet op tijd betaalt
2.4.
Gelet op alle omstandigheden in deze zaak, waaronder de hoogte van de huurachterstand, - en omdat partijen dit met elkaar hebben afgesproken - wordt de gevraagde ontbinding van de huurovereenkomst voorwaardelijk toegewezen, voor het geval dat [gedaagde01] zich niet houdt aan de betalingsregeling of tijdens de aflosperiode de huur niet op tijd betaalt. [gedaagde01] moet dan ook rente betalen over het totale bedrag dat op dat moment open staat. Als de huurovereenkomst eindigt moet [gedaagde01] een gebruiksvergoeding van € 450,- per maand betalen tot en met de dag dat hij de kamer met al zijn spullen heeft verlaten (artikel 7:225 BW). De ontruimingstermijn wordt in dat geval gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
Proceskosten
2.5.
Lometi heeft medegedeeld dat zij, als onderdeel van de door partijen gemaakte afspraken, de door haar gemaakte kosten voor deze procedure voor eigen rekening zal nemen. Om die reden worden de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat partijen ieder de eigen proceskosten moeten dragen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan Lometi te betalen € 1.100,- aan achterstallige huur tot en met oktober 2023, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over het saldo dat aan hoofdsom, exclusief rente en kosten, telkens na elke credit- en debetmutatie heeft uitgestaan, vanaf 1 september 2023 tot de dag van volledige betaling;
3.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt.
3.3.
verstaat dat Lometi niet tot tenuitvoerlegging van dit vonnis zal overgaan indien [gedaagde01] het totaal aan Lometi verschuldigde bedrag zoals hiervoor bij 3.1 genoemd afbetaalt aan Lometi in maandelijkse termijnen van € 200,-, voor het eerst uiterlijk op 1 november 2023 en vervolgens telkens uiterlijk op de eerste dag van iedere daaropvolgende maand, naast stipte betaling van de lopende huur vanaf november 2023;
en bovendien, maar alléén voor het geval [gedaagde01] deze betalingsverplichtingen niet behoorlijk nakomt:
3.4.
bepaalt dat het ingevolge dit vonnis nog verschuldigde bedrag geheel ineens opeisbaar is;
3.5.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met ingang van de dag nadat [gedaagde01] ten aanzien van de nakoming van de vorenbedoelde betalingsverplichtingen in verzuim is en veroordeelt [gedaagde01] om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis de kamer op de zolderetage van de [adres01] in Rotterdam te ontruimen en de sleutels bij Lometi in te leveren;
3.6.
veroordeelt [gedaagde01] om aan Lometi te betalen een bedrag van € 450,- per maand, met ingang van de maand waarin de huurovereenkomst is ontbonden tot en met de datum waarop de ontruiming heeft plaatsgevonden;
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken.
44487