Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-23
ECLI:NL:RBROT:2023:11226
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,276 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer01]
uitspraakdatum: 23 november 2023
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoeker01]
,
wonende te [adres01]
[postcode01] [woonplaats01] ,
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 23 augustus 2023, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten:
LBIO Ouderbijdragen, hierna te noemen: LBIO;
ROBO B.V., hierna te noemen: ROBO;
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
LBIO heeft voorafgaande aan de zitting, bij brief van 26 oktober 2023, aan de rechtbank te kennen gegeven dat zij geen verweer voert inzake haar vordering betreffende invorderingskosten. Inzake de vordering van de onderhoudsgerechtigde, te weten [naam01] , geeft het LBIO aan niet gemachtigd te zijn om haar in eventuele procedures te vertegenwoordigen. LBIO verzoekt de verzoeker om zich rechtstreeks tot de onderhoudsgerechtigde te wenden.
Ter zitting heeft de schuldhulpverlener gemeld dat de onderhoudsgerechtigde inmiddels akkoord is het met voorstel. Hiermee vervalt het verzoek ten aanzien van het LBIO.
Ter zitting van zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
mevrouw [naam02] , werkzaam bij Gemeente Nissewaard (hierna te noemen schuldhulpverlening);
mevrouw N. van Bremen en meneer M. van Zanten, werkzaam bij Balans Financiële Zekerheid B.V. ( hierna te noemen beschermingsbewindvoerder)
de heer [naam03] , bestuurder/directeur bij Robo B.V. (hierna te noemen schuldeiser)
De uitspraak is bepaald op heden.
2
Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift 15 schuldeisers, waarvan 1 preferente en 14 concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 24.828,22 van verzoeker te vorderen.
Verzoeker heeft bij brief van 20 april 2023 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 28,4% aan de preferente schuldeisers en 14,2% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm.
De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn PW-uitkering. De verzoeker heeft een afstand tot de arbeidsmarkt als hij gaat werken zal dit waarschijnlijk op basis van het minimumloon zijn. Echter is het niet duidelijk of verzoeker wel kan werken aangezien verzoeker kampt met een bipolaire stoornis.
Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd.
Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan.
15 schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Robo B.V. stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 5.848,81 op verzoeker.
3
Het verweer
Robo B.V. heeft ter zitting te kennen gegeven dat het aanbod is afgewezen vanwege principiële redenen. De vordering bij Robo B.V. betreft een huurschuld. Hiervoor heeft Robo B.V. destijds een ontruiming verzocht. Er zijn toen betalingen verricht teneinde de ontruiming te voorkomen. Echter daarna zijn de huur betalingen weer gestopt. Robo B.V. geeft aan hierdoor niet te hebben ingestemd met het aanbod. Echter met in acht name van het geen dat ter zitting is aangevoerd geeft Robo B.V. aan in te kunnen stemmen met een aanbod en derhalve mee te willen werken met de totstandkoming van een minnelijke regeling.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Het aanbod betreft een saneringskrediet gebaseerd op de huidige inkomsten zonder dat het spaargeld is meegenomen. Indien het spaargeld zal worden meegeteld zal het percentage dat aan de schuldeisers zal worden aangeboden mogelijk hoger uitvallen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong rechter, en in aanwezigheid van D. Kaymak, griffier, in het openbaar uitgesproken op .
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.