Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-10
ECLI:NL:RBROT:2023:11024
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,225 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/10/667184 / JE RK 23-2445
Datum uitspraak: 10 november 2023
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht
,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de Raad,
over
[kind01]
.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam01]
,
hierna te noemen; de moeder,
wonende in [woonplaats01] .
1
Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 17 oktober 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 17 oktober 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 november 2023. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordigster van de Raad, te weten [naam02] ;
- een vertegenwoordigster van de GI, te weten [naam03] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
2
Het verzoek
2.1.
De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling van het ongeboren kind voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3
De standpunten
3.1.
De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en meegedeeld dat de moeder bij de Raad heeft aangegeven dat zij niet naar de zitting zal komen.
3.2.
De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund.
Beoordeling
4.1.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:2 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt het kind waarvan een vrouw zwanger is als reeds geboren aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit vordert. Naar het oordeel van de kinderrechter is daarvan in deze zaak sprake.
4.2.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder heeft een belast verleden en kampt met persoonlijke- en verslavingsproblematiek. Tot kort voor haar zwangerschap heeft de moeder cocaïne gebruikt en alcohol genuttigd. De moeder heeft aangegeven nog te verlangen naar gebruik van drugs. Dit maakt de zorg reëel dat de moeder onder druk van spanning verkeerde keuzes kan maken waardoor zij zichzelf en haar kinderen in onveiligheid kan brengen. Vanwege de zorgen zijn de andere kinderen van de moeder in het kader van een ondertoezichtstelling uit huis geplaatst (geweest). Door de persoonlijke problematiek van de moeder zijn er zorgen of het de moeder blijvend zal lukken om aan te sluiten bij haar ongeboren kind en of zij voldoende emotioneel beschikbaar zal zijn. Daar komt bij dat er sprake lijkt te zijn van een patroon, waarin het een periode goed gaat met de moeder en zij hulp aanvaart, maar ook van momenten dat zij hulpverlening afhoudt, terugvalt in middelengebruik en overmand wordt door haar persoonlijke problematiek. Uit de stukken en de behandeling ter zitting blijkt echter ook dat de moeder zeer liefhebbend is voor haar kinderen en dat zij haar kinderen probeert alles te geven wat zij zelf tekort is gekomen. De kinderrechter heeft bewondering voor de veerkracht en betrokkenheid van de moeder naar haar kinderen. Desondanks heeft de moeder, naar het oordeel van de kinderrechter, in de huidige situatie waarin zij zwanger is en vervolgens na de geboorte van de baby steun en begeleiding nodig om uiteindelijk zelfstandig de zorg te kunnen dragen voor de opvoeding en verzorging van de kwetsbare baby. Gelet op al het voorgaande is dan ook hulpverlening in het gedwongen kader noodzakelijk.
4.3.
De kinderrechter zal daarom het ongeboren kind onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
stelt [kind01] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht, met ingang van 10 november 2023 tot 10 november 2024;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2023 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 24 november 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.