Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-10-25
ECLI:NL:RBROT:2023:10547
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,687 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 10546197 GZ VERZ 23-4086
uitspraak: 25 oktober 2023
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
inzake het verzoek van:
[verzoekster01] ,
wonende te [postcode01] [woonplaats01] , [adres01] ,
advocaat: mr. J.G. Galama
hierna te noemen verzoekster,
tot instelling van een mentorschap ten behoeve van:
[betrokkene01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1944,
wonende te [postcode02] [woonplaats01] , [adres02] ,
hierna te noemen betrokkene.
Procesverloop
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
1. het verzoekschrift van [verzoekster01] met bijlagen, ter griffie binnengekomen op 30 mei 2023;
2. een schriftelijke reactie van [naam01] , ter griffie binnengekomen op 15 juni 2023;
3. een schriftelijke reactie van [naam02] , ter griffie binnengekomen op 20 juni 2023;
4. een schriftelijke reactie van [naam03] , ter griffie binnengekomen op 21 juni 2023;
5. een schriftelijke reactie van [verzoekster01] , ter griffie binnengekomen op 21 juni en 7 juli 2023;
6. brieven van mr. Galama, ter griffie binnengekomen op 10 augustus en 14 september 2023;
7. een stelbrief van mr. Van der Stel, ter griffie binnengekomen op 13 september 2023;
8. een schriftelijk reactie van [verzoekster01] met bijlagen, ter griffie binnengekomen op 24 september 2023.
Uit privacyoverwegingen voor betrokkene is het verdere verloop van de procedure en de nadere inhoudelijke beoordeling opgenomen in een aparte bijlage bij deze beschikking. Deze bijlage maakt in zijn geheel onderdeel uit van deze beschikking.
Beoordeling
Uit de processtukken en behandeling ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
De kantonrechter zal een professionele mentor benoemen, te weten: Stichting Veritas mentorschap gevestigd te 3007 AB Rotterdam, Postbus 9099, die zich bereid heeft verklaard als zodanig te worden benoemd en tegen wiens benoeming geen bezwaren bestaan.
De kantonrechter zal de beloning van de mentor voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig artikel 4 lid 4 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 586,00 ex btw.
De kantonrechter zal de jaarbeloning van de mentor, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (basistarief).
Dictum
De kantonrechter:
stelt een mentorschap in over
[betrokkene01]
als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand;
benoemt tot mentor,
Stichting Veritas Mentorschap,
voornoemd
;
stelt de beloning van de mentor voor de aanvangswerkzaamheden vast overeenkomstig artikel 4 lid 4 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 586,00 ex btw;
stelt de jaarbeloning van de mentor vast overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Verzonden op:
Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt.
BIJLAGE
=
=
Het verdere verloop van de procedure:
Op 26 september 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met verzoekster en belanghebbenden besproken in aanwezigheid van hun advocaten. Van wat er tijdens de zitting is besproken zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
Op 4 oktober 2023 heeft de kantonrechter samen met de griffier betrokkene thuis bezocht en de zaak besproken. Ook hiervan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
De verdere beoordeling van het verzoek
Voorgeschiedenis
Betrokkene is een 78-jarige, nog zelfstandig wonende vrouw. Zij heeft vijf dochters: [verzoekster01] (verzoekster), [naam02] ( [roepnaam01] ), [naam04] ( [roepnaam02] ), [naam05] en [naam06] . [verzoekster01] en [roepnaam01] hebben zich beiden laten bijstaan door een advocaat in deze procedure (respectievelijk mr. J.G. Galama en mr. J. der Stel).
Is bewind en mentorschap noodzakelijk?
De eerste vraag die de kantonrechter zal beantwoorden is of bij betrokkene sprake is van een lichamelijke of geestelijke toestand, die een bewind en mentorschap noodzakelijk maakt. Uit het verzoek met bijlagen en de overige schriftelijke stukken en wat ter zitting is besproken blijkt dat de dochters van betrokkene verdeeld zijn over deze vraag. Verzoekster en [naam04] menen dat het noodzakelijk is, gelet op de voortschrijdende dementie van betrokkene. [naam06] en [naam02] stellen zich op het standpunt dat moeder zich nog goed zelf kan redden en zelf de regie over haar leven wil en kan houden. [naam05] heeft gezegd neutraal te willen blijven. De kantonrechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter een bewind instellen over één of meer van de goederen, die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel verkwisting of het hebben van problematische schulden.
Daarnaast kan de rechter op grond van artikel 1:450 lid 1 BW ten behoeve van een meerderjarige een mentorschap instellen, indien de meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
Op grond van de stukken en wat is besproken tijdens de zitting en het huisbezoek is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene als gevolg van haar geestelijke toestand niet meer ten volle in staat is om haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
Kort samengevat zijn de redenen daarvoor als volgt. Bij de stukken zit een medische verklaring van [naam07] , als geriater verbonden aan het Franciscus Gasthuis en Vlietland Schiedam waaruit blijkt dat al op 20 augustus 2021 de diagnose alzheimer is gesteld. De geriater rapporteert dat sprake is van een geleidelijke achteruitgang ten opzichte van het vorige bezoek. Hij schrijft dat hij een casemanager kan inschakelen, maar dat wil betrokkene nog niet. Alzheimer/dementie is een psychogeriatrische aandoening, die leidt tot cognitieve achteruitgang en belemmert na verloop van tijd de betrokkene in steeds grotere mate om haar eigen belangen te behartigen. Uit het huisbezoek aan betrokkene is de kantonrechter gebleken dat betrokkene inmiddels aanzienlijke cognitieve beperkingen heeft, zoals erge vergeetachtigheid (“
ik vergeet alles
”). Ook het vermogen om informatie te verwerken tijdens het gesprek was erg beperkt. Zo heeft betrokkene tot vijf maal toe aan de kantonrechter gevraagd waar het gesprek voor was, ondanks uitleg kwam zij hier steeds weer op terug. Het lukte betrokkene niet meer om een belangrijk deel van de vragen van de kantonrechter adequaat te beantwoorden, zeker als het ging over de financiën en praktische vragen over bijvoorbeeld het gebruik van een pinpas en contant geld.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de gronden voor onderbewindstelling en de instelling van een mentorschap aanwezig zijn. De stellingen van de betrokkene en twee van haar dochters, dat zij nog voldoende voor zichzelf kan zorgen (met enige hulp van haar dochters), overtuigen niet, gelet op voormelde bevindingen.
Wie moet de bewindvoerder en mentor worden?
Vervolgens is de vraag wie met de uitvoering van het bewind en het mentorschap moet worden belast.
Op grond van artikel 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. In artikel 1:452 lid 3 BW is een vergelijkbare regeling getroffen voor de benoeming van de mentor.
De kantonrechter overweegt als volgt. Tijdens het huisbezoek heeft betrokkene geen duidelijke voorkeur aangegeven voor een bewindvoerder en mentor. Het gesprek liep stroef en betrokkene begreep de vragen vaak niet goed. De kantonrechter heeft betrokkene gevraagd: stel dat een van de dochters uw financiën zou gaan regelen, wie zou dat dan kunnen doen? Daarop gaf betrokkene als reactie:
“ik doe het altijd zelf en anders een deur verderop woont een andere dochter en die helpt mij ook altijd.”
. Naar de kantonrechter aanneemt doelde betrokkene hier op [naam06] . Voor zover al moet worden aangenomen dat betrokkene hiermee een voorkeur heeft uitgesproken, is de kantonrechter van oordeel dat benoeming van een van de dochters niet de juiste keuze zou zijn. Duidelijk is dat het verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap heeft geleid tot een grote tweedeling tussen de dochters. De verhoudingen tussen de dochters zijn zeer ernstig verstoord en er is veel strijd en onderling wantrouwen. Dit zal zeker niet verbeteren als een van de dochters tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd. De belangen van de betrokkene dienen zo goed en objectief mogelijk te worden behartigd en deze mogen geen inzet zijn van een familiestrijd. Dit acht de kantonrechter niet in het belang van de betrokkene, gelet op haar grote kwetsbaarheid, die door haar ziekte alleen maar zal toenemen. Gelet op dit alles – en mede rekening houdend met de oneigenlijke opnames die in mei 2023 van de bankrekening van betrokkene zijn gedaan ter hoogte van € 5.000,-, zoals hierna zal worden besproken – oordeelt de kantonrechter dat de dochters niet de geschikte personen zijn om de financiële en de niet-financiële belangen van betrokkene te beschermen. De kantonrechter acht dan ook de benoeming van een onafhankelijke en professionele bewindvoerder en mentor in het belang van betrokkene noodzakelijk.
Dit neemt natuurlijk niet weg dat de dochters hun moeder ook in de toekomst kunnen blijven helpen met praktische zaken op de manier zoals zij tot nu toe hebben gedaan.