ECLI:NL:RBROT:2022:1407
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 9427417 / CV EXPL 21-29528
uitspraak: 11 februari 2022
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats eiser],
eiser bij exploot van dagvaarding van 23 augustus 2021,
gemachtigde: mevr. mr. Y.H.M. van Mierlo,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SEM Verhuizingen & Transport B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Gravenhage,
gedaagde,
procederend in persoon, vertegenwoordigd door [naam 1] in zijn hoedanigheid van directeur.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ respectievelijk ‘SEM’.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
het exploot van dagvaarding, met producties;
de schriftelijke reactie van de zijde van SEM van 7 oktober 2021;
het tussenvonnis van 1 november 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 januari 2022. Daarbij is [eiser] in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens SEM is verschenen [naam 1], directeur van SEM, vergezeld door zijn collega [naam 2]. De zaak is met partijen besproken. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3. De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.
2. De vaststaande feiten
In deze procedure wordt van het volgende uitgegaan.
2.1. Op 28 januari 2021 heeft [eiser] via de website www.groupon.nl een door SEM aangeboden verhuisservice voor de duur van acht uur aangeschaft.
In de advertentie van SEM op de website www.groupon.nl staat onder meer vermeld:
“Inbegrepen bij de deal:
(…)
- inpakservice
(…)
- verhuiswagen met laadklep, verhuisdekens, spanbanden en steekwagens
(…)”
2.2. Op verzoek van [eiser] heeft SEM per e-mail van 1 februari 2021 een offerte uitgebracht voor een verhuizing op 26 maart 2021. Op basis van die offerte hebben partijen een overeenkomst gesloten op grond waarvan SEM [eiser] op 26 maart 2021 zou verhuizen naar de huidige woning van [eiser].
2.3. Op 26 maart 2021 heeft SEM de bezittingen van [eiser] naar zijn huidige woning verhuisd.
2.4. Op 26 maart 2021 heeft [eiser] met SEM telefonisch contact opgenomen over schade aan zijn bezittingen en aan zijn woning.
2.5. Per e-mail van 17 mei 2021 heeft de gemachtigde van [eiser] SEM aansprakelijk gesteld voor de door [eiser] geleden schade en SEM in de gelegenheid gesteld de gestelde schade te vergoeden aan [eiser].
3. De vordering
3.1. [eiser] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat SEM aansprakelijk is voor de veroorzaakte schade en SEM te veroordelen tot het voldoen aan [eiser] van een bedrag van € 6.953,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, en € 722,66 aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van SEM in de kosten van het geding en de nakosten.
3.2. Aan zijn vordering heeft [eiser] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 8:1172 BW is de verhuizer verplicht om de daarvoor in aanmerking komende verhuisgoederen, gelet op hun aard of wijze van vervoer, in te pakken dan wel uit elkaar te halen en ter bestemming uit te pakken dan wel in elkaar te zetten. SEM heeft nagelaten de goederen van [eiser] (deugdelijk) in te pakken, waar dit wel noodzakelijk was, waardoor er tijdens de verhuizing schade is veroorzaakt aan de Brabantia prullenbak, de eettafel, twee buffetkasten, twee lockerkasten, drie zwarte Ikea-kasten, twee nachtkastjes, de wasmachine en de droger. SEM handelt ook in strijd met artikel 8:1173 BW door na te laten de verhuisgoederen ter bestemming af te leveren in de staat waarin zij hem ten vervoer ter beschikking zijn gesteld. Er is geen sprake van een omstandigheid die een zorgvuldig handelend verhuizer niet heeft kunnen vermijden dan wel waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verminderen, waardoor SEM ingevolge artikel 8:1175 BW aansprakelijk is voor de schade van [eiser]. [eiser] vordert derhalve betaling ter hoogte van € 4.744,95. [eiser] baseert zijn vordering subsidiair op artikel 6:162 BW, nu het veroorzaken van schade aan de verhuisgoederen tijdens de verhuizing eveneens kan worden gekwalificeerd als een onrechtmatige daad.
3.3. Tijdens de verhuizing is ook schade toegebracht aan de trap en de muur in de woning. Doordat de verhuizers onzorgvuldig hebben gehandeld bij het verplaatsen van de verhuisgoederen in de nieuwe woning, heeft SEM in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid die van haar in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht. Nu SEM de verhuizing heeft verzorgd en daarbij de schade heeft veroorzaakt is zij op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor die schade. De omvang van de geleden schade bedraagt € 2.208,25.
3.4. [eiser] heeft buitengerechtelijke incassokosten moeten maken ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Zijn gemachtigde heeft buitengerechtelijke werkzaamheden verricht, waaronder het meerdere malen aanschrijven van SEM, het aanleggen van het dossier, bestudering van de stukken en het redigeren van correspondentie en het maken van een berekening. Deze werkzaamheden komen in aanmerking voor vergoeding op basis van artikel 6:96 lid 2 BW. Ter bepaling van de hoogte van die kosten, zoekt [eiser] aansluiting bij de staffel buitengerechtelijke incassokosten, op basis waarvan een bedrag van € 722,66 voor vergoeding in aanmerking komt.
4. Het verweer
4.1. SEM heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. [eiser] heeft ervoor gekozen om alles zelf in te pakken. Er is geen gebruik gemaakt van de door SEM aangeboden optie van het gebruiken van een verhuislift om schade aan de muren te voorkomen. [eiser] heeft zelf meegeholpen tijdens de verhuizing, ondanks de alternatieven die SEM heeft aangeboden. De keuze door de opdrachtgever, te weten [eiser], verschilt daardoor van de wijze van verpakking en uitvoering van de verhuisovereenkomst. [eiser] heeft een verhuisservice voor 8 uur aangeschaft via www.groupon.nl, zonder voorafgaand telefonisch overleg, hoewel dit uitdrukkelijk is aangegeven op voornoemde website. Daarnaast betreft het merendeel van de schade aan de meubels gebruikerssporen. Het is onacceptabel dat voor elk meubelstuk/witgoed de nieuwprijs als schade wordt gevorderd.
5.1. Beoordeeld dient allereerst te worden of SEM aansprakelijk gehouden kan worden voor de door [eiser] geleden schade aan zijn verhuisgoederen. Daartoe stelt de kantonrechter het volgende voorop. De overeenkomst tussen [eiser] en SEM moet worden aangemerkt als een verhuisovereenkomst in de zin van artikel 8:1170 BW. Immers, de verhuisovereenkomst is een overeenkomst van goederenvervoer, waarbij de vervoerder (verhuizer) zich tegenover de afzender (de opdrachtgever) verbindt verhuisgoederen te vervoeren, hetzij uitsluitend in een gebouw of woning, hetzij uitsluitend ten dele in een gebouw of woning en ten dele over de weg, hetzij uitsluitend over de weg. Nu daarvan in onderhavig geval sprake is, is op de overeenkomst tussen [eiser] en SEM de regeling van de verhuisovereenkomst van Afdeling 4 van Titel 13 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
5.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:1172 BW is de verhuizer verplicht de verhuisgoederen, die gelet op hun aard of de wijze van vervoer ingepakt behoren te worden of uit elkaar genomen behoren te worden, in te pakken dan wel uit elkaar te nemen en ter bestemming uit te pakken, dan wel in elkaar te zetten. Het is in dit verband aan de verhuizer te beoordelen welke zaken wél of géén verpakking behoeven, of (deels) gedemonteerd moeten worden. Hiervan kan weliswaar bij overeenkomst worden afgeweken, maar van een afwijkende afspraak is niet gebleken. De stelling van SEM dat partijen zouden hebben afgesproken dat [eiser] al zijn bezittingen zelf in zou pakken wordt gemotiveerd door [eiser] betwist en bovendien mocht [eiser] op basis van de advertentietekst van de aangeboden deal op www.groupon.nl aannemen dat inpakservice en verhuisdekens waren inbegrepen in de verhuisservice. [eiser] heeft bovendien gebruik gemaakt van de optie extra inpakfolie ter bescherming van zijn meubels en overige verhuisgoederen.
Gelet op voornoemd artikel was SEM derhalve verplicht de bezittingen van [eiser], die gelet op hun aard of wijze van vervoer ingepakt behoorden te worden, in te pakken. SEM heeft niet weersproken dat zij de bezittingen niet heeft ingepakt, zodat dit in rechte vast is komen te staan en zij de op haar rustende verplichting van artikel 8:1172 geschonden heeft.
5.3. De verhuizer is op grond van artikel 8:1173 BW bovendien verplicht de verhuisgoederen ter bestemming af te leveren in de staat waarin deze hem ter beschikking zijn gesteld. Onder afleveren wordt verstaan het plaatsen van de verhuisgoederen ter bestemming op de daartoe mogelijkerwijs aangeduide plek en zulks na hen te hebben uitgepakt of in elkaar gezet. De periode van aansprakelijkheid begint op het tijdstip waarop de zaken ter verpakking of (gedeeltelijke) montage ter beschikking zijn gesteld dan wel ten vervoer ter beschikking zijn gesteld. Op de verhuizer rust aldus een resultaatsverbintenis. Schiet de verhuizer in voornoemde verplichting tekort, dan staat daarmee in beginsel zijn aansprakelijkheid vast.
5.4. [eiser] stelt zich op het standpunt dat SEM zijn bezittingen niet heeft afgeleverd in de staat waarin hij ze aan hem ter beschikking heeft gesteld. Hij heeft zijn stelling onderbouwd met foto’s en op de dag van de verhuizing direct telefonisch melding gemaakt van de door hem geconstateerde beschadigingen. SEM heeft hiertegenover aangevoerd dat de goederen van [eiser] al bij het verhuizen gebruikerssporen bevatten. Dit verweer slaagt niet, nu op voormelde foto’s duidelijk zichtbaar is dat de beschadigingen (waaronder goederen met deuken, gaten en afgebroken randen) niet slechts gebruikerssporen betreffen. Het had bovendien op de weg van SEM gelegen na de telefonische melding door [eiser], of in ieder geval na de aansprakelijkstelling door [eiser], een beroep te doen op de door haar gestelde gebruikerssporen. Dat heeft SEM echter nagelaten.
5.5. Het verweer van SEM dat de schade ook door [eiser] zelf kan zijn toegebracht door zijn hulp tijdens de verhuizing, slaagt evenmin, nu er geen feiten en omstandigheden door SEM zijn aangevoerd die haar stelling ondersteunen. Dit betekent dat het in rechte is komen vast te staan dat SEM ook de op haar rustende verplichting van artikel 8:1173 BW geschonden heeft.
5.6. Met betrekking tot de gevorderde schade aan de muren voert SEM verder aan dat [eiser] heeft nagelaten de optie van het gebruik van een verhuislift aan te wenden, terwijl die optie door SEM aan [eiser] op 1 februari 2021 per e-mail is aangeboden. Mogelijke schade als gevolg van dit nalaten, zou in dat geval voor rekening van [eiser] moeten komen, aldus SEM. De kantonrechter passeert dit verweer. Ook ingeval [eiser] daadwerkelijk zou hebben nagelaten de geschikte verhuisservice aan te schaffen, dan nog had het op de weg van SEM gelegen om zich voorafgaand aan de uitvoering van de overeenkomst op de hoogte te stellen van de situatie ter plekke om de vereiste uitvoering van verhuizing te bepalen. Vast staat echter dat SEM niet aan [eiser] heeft meegedeeld dat voor de verhuizing het gebruik maken van een verhuislift noodzakelijk was.
5.7. Ook het verweer van SEM dat zij de verhuizing onder tijdsdruk heeft moeten uitvoeren, omdat [eiser] heeft nagelaten de verhuizing met SEM te bespreken voordat hij het 8-uurspakket aanschafte, kan haar niet baten. SEM verbindt niet alleen geen rechtsgevolg aan dit verweer, maar bovendien blijkt een dergelijke verplichting noch uit de in het geding gebrachte tekst van de Groupon-advertentie noch uit de offerte.
5.8. Het niet nakomen van de op haar rustende verplichtingen heeft tot gevolg dat SEM aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade aan de verhuisgoederen van [eiser]. De gevorderde verklaring voor recht is derhalve toewijsbaar.
In geval van aansprakelijkheid bepaalt artikel 8:1180 BW dat de opdrachtgever betaling van een redelijk bedrag voor herstel van de beschadigde verhuisgoederen dan wel betaling van een bedrag dat wordt berekend met inachtneming van de waarde welke verhuisgoederen als die waarop de verhuisovereenkomst betrekking heeft zouden hebben gehad, zoals zij, ten tijde waarop en ter plaatse waar, zij zijn afgeleverd of zij hadden moeten zijn afgeleverd kan vorderen. Het artikel biedt de opdrachtgever aldus de keuze het bedrag der herstelkosten of het bedrag der waardevermindering te vorderen.
5.9. [eiser] neemt als uitgangspunt ter bepaling van de omvang van de schade de waarde die de verhuisgoederen zouden hebben gehad op het moment van afleveren. Die schade staat volgens [eiser] gelijk aan de originele aanschafprijs van de verhuisgoederen, aangezien de betreffende meubels kort voor de datum van verhuizing zijn aangeschaft. De schade aan de meubels bedraagt volgens [eiser] € 4.744,95 en heeft betrekking op de wasmachine en wamtepompdroger met een nieuwwaarde van tezamen € 1.637,00, een Brabantia prullenbak met nieuwwaarde € 108,00, twee buffetkasten met nieuwwaarde van tezamen € 1.789,00, een eettafel met nieuwwaarde € 929,00, drie zwarte Ikea kasten met nieuwwaarde van tezamen € 209,85 en twee lockerkasten met nieuwwaarde van tezamen € 358,00.
5.10. SEM heeft de hoogte van de gevorderde schade betwist. Voor zover SEM met haar stelling dat het onacceptabel is de nieuwwaarde van de goederen te vorderen, een verzoek tot matiging van de schadevergoeding instelt (artikel 6:109 BW), oordeelt de kantonrechter als volgt. Volgens artikel 6:109 BW kan de rechter de schadevergoeding matigen indien toekenning van de volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden, waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Dit criterium noopt de kantonrechter tot terughoudendheid.
De kantonrechter:
verklaart voor recht dat SEM aansprakelijk is voor de schade welke zij heeft veroorzaakt aan de meubels en in de woning van [eiser];
veroordeelt SEM om aan [eiser] tegen kwijting te betalen € 2.439,77 aan hoofdsom en betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 365,96, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt SEM in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op
€ 365,03 aan verschotten;
€ 436,00 aan salaris voor de gemachtigde;
voornoemde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening
en indien SEM niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 109,00 aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
50724