Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2022-12-23
ECLI:NL:RBROT:2022:11353
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Vereenvoudigde behandeling
714 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/3254
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2022 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen
[Naam], uit [Plaats], eiser
en
het Dagelijks Bestuur van GR Sociaal, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen diverse fictieve besluiten in het kader van het niet verstrekken van rechtsbijstand door verweerder.
Bij brief van 15 september 2022 heeft verweerder de rechtbank laten weten dat de aanvragen van eiser buiten behandeling zijn gesteld wegens het niet indienen van gevraagde bewijsstukken.
Eiser heeft met een beroep op betalingsonmacht verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht.
Overwegingen
1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
2. Gelet op eerdere ontheffingen van griffierecht, het eerdere procedeergedrag van eiser en de inzet van deze procedure, ziet de rechtbank aanleiding om te oordelen dat eiser misbruik maakt van recht, zodat hem geen ontheffing van de verplichting tot het betalen van het griffierecht wordt verleend en het beroep daarom niet-ontvankelijk is. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit het procedeergedrag van eiser is gebleken dat hij ten onrechte meent dat hem (onbeperkt) gelden uit de publieke kas ter beschikking gesteld moeten worden om zijn aanzienlijke reeks procedures te financieren en ook dat hij in de gelegenheid moet worden gesteld om daarover gratis en onbeperkt te procederen bij de bestuursrechter (vgl. ECLI:NL:RBROT:2020:9821 en ECLI:NL:RBROT:2021:9391).
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van M. van Dorp, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.