Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2020-05-01
ECLI:NL:RBROT:2020:4286
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,226 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 7908318 CV EXPL 19-30144
uitspraak: 1 mei 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats eiseres] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. S. Aksu-Ari, advocaat te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R. Vane, advocaat te Waddinxveen.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’.
1. Het verloop van de procedure
1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
het exploot van dagvaarding van 9 juli 2020, met producties;
de conclusie van antwoord, met producties;
de conclusie van repliek, met producties;
de conclusie van dupliek;
het tussenvonnis van 28 februari 2020 waarbij een mondelinge behandeling tussen partijen is gelast;
de brief van 13 maart 2020 aan de zijde van [eiseres] , met producties.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling op 20 april 2020 heeft [eiseres] aangegeven dat zij de procedure wenst in te trekken. Dit is op 20 april 2020 ook door [eiseres] per e-mail bevestigd. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling en bij e-mail van 20 april 2020 aangegeven dat hij niet akkoord is met doorhaling van de procedure en verzocht om [eiseres] te veroordelen in de proceskosten.
1.3
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis vervolgens bepaald op heden.
2. De vordering
2.1
Aanvankelijk heeft [eiseres] gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het geweldsincident dat [eiseres] op 31 augustus 2015 is overkomen, [gedaagde] te veroordelen de schade die nader opgemaakt moet worden bij staat, te vergoeden binnen twee weken na deze uitspraak, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 10.000,00 bij wijze van voorschot op de totale schadevergoeding, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het totale schadebedrag vanaf 31 augustus 2015 en [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure.
3. Het verweer
3.1
[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel afwijzing van de vordering van [eiseres] . Tevens met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
Beoordeling
4.1
Op grond van artikel 246 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan doorhaling van de procedure alleen plaatsvinden op verzoek van beide partijen. Doorhaling op eenzijdig verzoek is niet mogelijk. Het afzien van [eiseres] om verder te procederen wordt zo begrepen dat zij haar vordering tegen [gedaagde] niet langer handhaaft. De vordering zal daarom worden afgewezen.
4.2
[eiseres] heeft gelet op het voorgaande te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] , die tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde van [gedaagde] (bestaande uit 1 punt à € 480,00). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt ook toegewezen. Aan de door [gedaagde] genomen conclusie van dupliek en de gehouden mondelinge behandeling worden geen salarispunten toegekend, omdat [eiseres] al in haar conclusie van repliek heeft aangegeven haar vordering te willen intrekken. De daarna door [gedaagde] gemaakte kosten zijn dan ook nodeloos gemaakt, zodat deze op grond van artikel 237 lid 1 Rv voor zijn rekening blijven.
Dictum
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart dit vonnis voor zover het de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44485