Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2017-11-08
ECLI:NL:RBROT:2017:9625
vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/519216 / HA ZA 17-88 Vonnis van 8 november 2017 in de zaak van de vennootschap naar Kroatisch recht PRIMA NAVIS D.O.O. , gevestigd te Trogir, Kroatië, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. R.X. Lenstra te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MASSIVE DYNAMIC CONSTRUCTIONS B.V. , gevestigd te Ridderkerk, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. M.A. Poelman te Amsterdam. Partijen zullen hierna Prima Navis en MDC genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 15 december 2016 met producties de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie met producties de brief van 24 mei 2017 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie vanpartijen de zittingsagenda van 21 juni 2017 de akte uitlating tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie de brief van 8 augustus 2017 met productie van Prima Navis de notitie ten behoeve van de comparitie van MDC het proces-verbaal van comparitie van 22 augustus 2017. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Prima Navis is een Kroatisch bedrijf gespecialiseerd in het bouwen van constructies voor de scheepsbouw. MDC produceert en bouwt constructies voor de scheepsbouw. 2.2. Op 19 februari 2014 hebben Prima Navis en MDC een “Framework Agreement” gesloten. 2.3. Prima Navis heeft in de periode van februari /maart 2014 tot en met augustus/september 2015 en in de zomer van 2016 in opdracht van MDC werkzaamheden verricht. 2.4. Op 5 maart 2015 heeft de Inspectie SZW een controle uitgevoerd met betrekking tot de naleving van de Wet Arbeid Vreemdelingen (hierna: Wav). Tijdens deze inspectie is geconstateerd dat er niet voor alle Kroatische werknemers tijdig een notificatiemelding als bedoeld in artikel 2a Wav was gedaan bij het UWV. 2.5. Op 8 augustus 2016 heeft de Inspectie SZW boetes van € 18.000,00 opgelegd aan Prima Navis, MDC en aan de opdrachtgever van MDC en diens klant. 2.6. Op 7 september 2016 heeft MDC aan Prima Navis een factuur gestuurd voor € 54.000,00, waarmee MDC haar eigen boete en de boetes waarvan MDC stelt dat haar opdrachtgever die aan haar heeft doorbelast (die van de opdrachtgever zelf en diens klant), in rekening heeft gebracht bij Prima Navis (hierna: de boetes). MDC heeft dit bedrag vervolgens verrekend met hetgeen zij nog aan Prima Navis diende te voldoen. 2.7. Bij brief van 7 oktober 2016 heeft Prima Navis aan MDC geschreven dat er geen rechtsgeldige grondslag is op basis waarvan MDC voornoemde boetes aan haar kan doorbelasten en heeft Prima Navis MDC gesommeerd om een bedrag van € 54.000,00 aan haar te voldoen, bij gebreke waarvan zij een gerechtelijke procedure zou starten. 2.8. In antwoord op voornoemde brief heeft MDC bij e-mail van 12 oktober 2016 aan Prima Navis geschreven dat de boetes zijn opgelegd vanwege nalatigheid van Prima Navis en dat Prima Navis haar verantwoordelijkheid moet dragen. Voorts heeft MDC aangegeven dat er bezwaar is gemaakt tegen de boetes en als dit succesvol is, MDC het bedrag van € 54.000,00 alsnog aan Prima Navis zal voldoen. Verder heeft MDC Prima Navis erop gewezen dat afwachten voor haar de beste optie is, omdat MDC anders Prima Navis aansprakelijk zal stellen voor de schade in verband met een brand eind september 2015. 2.9. Bij brief van 21 oktober 2016 heeft Prima Navis aan MDC geschreven dat zij betwist dat zij op enige wijze betrokken is geweest bij de brand in 2015 en heeft Prima Navis alle aansprakelijkheid van de hand gewezen. Daarnaast heeft Prima Navis MDC er nogmaals op gewezen dat MDC nog een bedrag van € 54.000,00 aan haar moet voldoen. 2.10. Op 25 oktober 2016 heeft MDC aan Prima Navis een factuur gestuurd van € 107.751,90 in verband met de door MDC gestelde geleden schade als gevolg van de brand in 2015 (op de factuur staat bij de omschrijving “2016”, maar tussen partijen staat vast dat di Prima Navis heeft gemotiveerd betwist dat er een rechtsgeldige grondslag is op basis waarvan MDC de boetes aan haar kan doorbelasten c.q. mag verrekenen. Prima Navis betwist dat zij met verrekening heeft ingestemd en betwist dat voornoemde verplichting aan haar is opgedragen. 4.7. Kern van het geschil is de vraag of MDC de boetes mag verhalen op Prima Navis. Op MDC rust ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast van het bestaan van een tegenvordering op Prima Navis, nu MDC zich op het rechtsgevolg daarvan beroep. 4.8. Feiten of omstandigheden waaruit volgt dat Prima Navis aansprakelijkheid voor de boetes heeft aanvaard, zijn gesteld noch gebleken. Aanvaarding is een tot de aanbieder gerichte wilsverklaring. Aanvaarding blijkt niet uit de op zichzelf niet betwiste omstandigheid dat Prima Navis en MDC en hun gezamenlijke advocaat hebben afgesproken in bezwaar te gaan tegen de boetes en de bezwaarprocedure af te wachten. Prima Navis heeft juist kort nadat MDC aan Prima Navis de factuur heeft gestuurd van 7 september 2016, waarmee zij de boetes aan Prima Navis heeft doorbelast, aan MDC geschreven dat daar geen rechtsgeldige grondslag voor is. Prima Navis heeft aansprakelijkheid voor de boetes dus niet aanvaard. 4.9. De eerst ter zitting door MDC ingenomen - en door Prima Navis gemotiveerd betwiste - stelling dat partijen tot drie keer toe mondeling zouden zijn overeengekomen dat boetes zouden worden doorbelast aan Prima Navis (de eerste keer in een gesprek voor aanvang van de werkzaamheden, de tweede keer “toen het mis ging in juni 2015” en de derde keer toen partijen afscheid namen van elkaar), is op het punt van de aanvaarding van die aansprakelijkheid onvoldoende feitelijk uitgewerkt om tot bewijslevering te worden toegelaten. MDC heeft het slechts over instructies en aanwijzingen die zij zou hebben gegeven aan Prima Navis om zich aan de regels te houden en over een mededeling van MDC dat als Prima Navis zich niet aan de regels zou houden, de schade van MDC voor Prima Navis zou zijn. Dit kwalificeert niet als aanvaarding in de zin van voornoemd artikel, maar ziet op eenzijdige handelingen van MDC. MDC heeft in haar correspondentie aan Prima Navis ook niet gerept over een nadere mondelinge afspraak. MDC schrijft in haar brief van 19 februari 2016 (waarvan Prima Navis overigens aanvoert dat zij die niet heeft ontvangen) slechts dat Prima Navis op grond van de “Framework Agreement” aansprakelijk is voor de schade die MDC heeft geleden. Vast staat echter dat in de “Framework Agreement” geen verhaalsbeding ten aanzien van eventueel bestuurlijke boetes is opgenomen. 4.10. Feiten of omstandigheden waaruit, mits deze komen vast te staan, blijkt dat MDC de ook op haarzelf rustende verplichting van artikel 2a Wav aan Prima Navis heeft opgedragen, zijn onvoldoende gesteld. 4.11. Uit het voorgaande volgt dat MDC niet bevoegd was tot het doorbelasten c.q. verrekening van de boetes aan Prima Navis. De vordering van Prima Navis tot betaling van € 54.000,00 ligt dan ook voor toewijzing gereed. beoordeling ten aanzien van de gevorderde hoofdsom van € 21.848,41 4.12. Prima Navis doet primair een beroep op onverschuldigde betaling. Volgens Prima Navis is sprake van facturen met haar onbekende schadeposten die haar zonder onderbouwing zijn toegezonden. Prima Navis betwist verder dat zij expliciet heeft ingestemd met verrekening van deze bedragen. Prima Navis voert aan dat zij de gang van zaken alleen heeft geaccepteerd, omdat zij in een financieel afhankelijke positie van MDC verkeerde. 4.13. MDC voert aan dat van onverschuldigde betaling geen sprake is. De aan Prima Navis verzonden facturen zien op herstelkosten en schadeposten. Partijen zijn overeengekomen dat Prima Navis deze facturen zou betalen door verrekening. Verder dient volgens MDC de vordering van € 21.848,41 te worden verminderd tot een bedrag van € 14.848,41, omdat de door Prima Navis genoemde factuur 2014091 “niet bestaat” en deze niet door verrekening is Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Prima Navis op basis van het toegewezen bedrag op: - dagvaarding € 94,08 - griffierecht 1.924,00 - salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00) Totaal € 3.806,08 in reconventie 4.22. Ter onderbouwing van haar vordering uit hoofde van wanprestatie voert MDC aan dat Prima Navis slordig, onprofessioneel en ondeskundig heeft gehandeld door hoge risico’s te nemen en geen maatregelen te treffen en dat hierdoor brand is ontstaan. Deze tekortkoming verplicht Prima Navis om de schade die MDC daardoor heeft geleden, te vergoeden. MDC verwijst naar een expertiserapport van Van den Elshout B.V. (productie 2 MDC). 4.23. Prima Navis betwist dat zij brand heeft veroorzaakt, dan wel op enige wijze daarbij betrokken is geweest. Zij voert daartoe aan dat de werkzaamheden op het schip waar de brand uitbrak niet alleen werden uitgevoerd door werknemers van Prima Navis, maar ook door werknemers van andere onderaannemers. De werknemers werkten verder onder toezicht en instructies van de heer Igor Rosandic, een bestuurder van MDC. Voorts heeft MDC de facturen van Prima Navis die betrekking hebben op de werkzaamheden in dit project volledig voldaan en heeft er geen opschorting of verrekening plaatsgevonden. Bovendien is Prima Navis in oktober 2016 voor het eerst aangesproken op het veroorzaken van brand. Dat is meer dan een jaar na datum en eerst nadat Prima Navis betaling wenste van het bedrag van € 54.000,00. Dit terwijl MDC ook na de brand in september 2015 verschillende opdrachten heeft verstrekt aan Prima Navis en daarbij nooit heeft gesproken over de brand en de daardoor kennelijk door MDC geleden schade. Daarnaast is het recht van MDC komen te vervallen, omdat MDC niet tijdig heeft geklaagd. 4.24. De rechtbank overweegt als volgt. Het meest verstrekkende verweer van Prima Navis is dat MDC haar klachtplicht ex artikel 6:89 BW heeft geschonden. Vooropgesteld wordt dat de ratio van de klachtplicht is, dat de bepaling de schuldenaar (in dit geval Prima Navis) beoogt te beschermen tegen te late en daardoor moeilijk te betwisten klachten, doordat hij erop mag rekenen dat de schuldeiser (in dit geval MDC) met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en, indien dit niet het geval blijkt te zijn zulks, eveneens met spoed, aan de schuldenaar meedeelt. Hierbij speelt mee dat het naarmate de tijd verstrijkt moeilijker kan worden om de oorzaak van de gebrekkige prestatie te achterhalen en tevens het ongedaan maken ervan en de gevolgen daarvan meer problemen kan geven of meer kosten kan vergen. De vraag of de schuldeiser binnen bekwame tijd, zoals bedoeld in artikel 6:89 BW heeft geklaagd over het veroorzaken van de brand, kan niet in algemene zin worden beantwoord. De concrete omstandigheden van het geval spelen een rol bij de beoordeling of voldaan is aan de klachtplicht van de schuldeiser. De termijn waarbinnen de schuldeiser behoort te klagen begint te lopen zodra de schuldeiser ontdekt of redelijkerwijs behoorde te ontdekken dat de geleverde prestatie niet aan de overeenkomst beantwoordt. 4.25. MDC heeft aangevoerd dat het even heeft geduurd voordat zij wist dat zij aansprakelijk werd gesteld voor de brandschade en om welk bedrag het ging. Dit houdt volgens MDC verband met het feit dat de schade is ontstaan aan een schip van opdrachtgever VKV in een loods van MDC, waar Prima Navis in opdracht van MDC werkzaamheden verrichtte. MDC was op haar beurt onderaannemer van Trico, die de opdracht had aangenomen van VKV. Voorts heeft MDC aangevoerd dat zij aanvankelijk in de veronderstelling verkeerde dat het een verzekeringskwestie was die voor haar niet tot schade zou leiden. Pas in of na augustus 2016 bleek dat MDC mogelijk schade zou lijden. MDC heeft overwogen om de schade niet door te belasten aan Prima Navis. Toen Prima Navis evenwel bij brief van 7 oktober 2016 aan MDC rechtsmaatregelen