Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2017-11-15
ECLI:NL:RBROT:2017:9492
vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 15 november 2017 in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/502140 / HA ZA 16-510 van de rechtspersoon naar buitenlands recht CASA CHINA LIMITED , gevestigd te Kowloon, Hong Kong, Volksrepubliek China, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. T. van der Valk te Rotterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRACCO LOGISTICS COMPANY B.V. , gevestigd te Rotterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ANXIN EUROPE B.V. , gevestigd te Rotterdam, gedaagde in conventie, advocaat mr. R.W. Koevoets te Rotterdam, en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/10/513029 / HA ZA 16-1056 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRACCO LOGISTICS COMPANY B.V. , gevestigd te Rotterdam, eiseres, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ANXIN EUROPE B.V. , gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. R.W. Koevoets te Rotterdam. Partijen zullen hierna Casa China, Tracco en Anxin genoemd worden. Waar gedaagden in de hoofdzaak gezamenlijk worden bedoeld worden zij aangeduid als Tracco c.s. 1 De procedure in de hoofdzaak 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding d.d. 17 mei 2016; de akte overlegging producties, met 10 producties (doorgenummerd als C1 tot en met C10); de incidentele conclusie tot het stellen van zekerheid voor proceskosten, tevens incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met 2 producties (doorgenummerd als T1 en T2) van Tracco; de incidentele conclusie van antwoord; het vonnis in het incident van 14 september 2016; de akte in het incident tot zekerheidstelling, met één productie (doorgenummerd als productie C11, houdende een afschrift van de op 11 oktober 2016 gestelde bankgarantie) van Casa China; de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met 3 producties (doorgenummerd als T3 tot en met T5) van Tracco; de conclusie van antwoord, met 7 producties (doorgenummerd als I tot en met VII) van Anxin; de oproepingsbrief van deze rechtbank d.d. 7 december 2016 waarbij partijen zijn opgeroepen om ter zitting (comparitie) te verschijnen; de zittingsagenda d.d. 10 februari 2017; de brief van mr. Van der Meché van 27 februari 2017, met producties C12 tot en met C15; de conclusie van antwoord in reconventie; de brief van mr. Van Baren van 27 februari 2017, met producties T6 tot en met T8 namens Tracco; de brief van mr. Van Baren van 3 maart 2017, met productie T9 namens Tracco; het faxbericht van mr. Koevoets van 10 maart 2017, met één productie; de brief van mr. Van Baren van 10 maart 2017, met productie T10; het proces-verbaal van comparitie van 13 maart 2017; de brief van mr. Van Baren van 9 mei 2017; het faxbericht van mr. Van Dijk van 9 mei 2017. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De procedure in de vrijwaringszaak 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding d.d. 18 oktober 2016, met 6 producties (E1 tot en met E6); de conclusie van antwoord, met 3 producties (I tot en met III); de oproepingsbrief van deze rechtbank d.d. 14 december 2016 waarbij partijen zijn opgeroepen om ter zitting (comparitie) te verschijnen; de zittingsagenda d.d. 10 februari 2017; de brief van mr. Van Baren van 27 februari 2017, met producties E7 tot en met E10 namens Tracco; de brief van mr. Van Baren van 3 maart 2017, met productie E11 namens Tracco; het faxbericht van mr. Koevoets van 10 maart 2017, met één productie; de brief van mr. Van Baren van 10 maart 2017, met productie T10; het proces-verbaal van comparitie van 13 maart 2017; de brief van mr. Van Baren van 9 mei 2017; het faxbericht van mr. Van Dijk van 9 mei 2017. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Casa China is een onderneming die zich bezig houdt met internationaal goedere een bedrag van CNY 722.897,60, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dat bedrag, vanaf de dag van betaling door Casa China aan Xinyuan tot de dag der voldoening, in verband met de door Casa China aan Xinyuan betaalde hoofdsom; 2. een bedrag van CNY 246.067,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de dag van betaling door Casa China tot de dag der voldoening, in verband met de advocaatkosten in de Chinese procedure; 3. een bedrag van CNY 4.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de dag van betaling door Casa China tot de dag der algehele voldoening, in verband met vertaalkosten; 4. een bedrag van € 2.335,- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; 5. de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten van € 131,- althans € 199,- en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis. 4.2. Casa China legt aan haar vordering, verkort en voor zover van belang weergegeven, het volgende ten grondslag. 4.3. Bij de ten processe bedoelde zendingen trad Tracco op als agent van Casa China. De rechtsverhouding werd beheerst door artikelen 7:400 e.v. BW (opdracht). Tracco heeft zonder toestemming van Casa China de containers na lossing bij de ECT Terminals laten ophalen en naar haar loods laten vervoeren, de zendingen bij de douane ingeklaard en vervolgens de partijen hout opgeslagen in haar loods. 4.4. Tracco heeft vervolgens de zendingen aan Anxin afgeleverd zonder instructie daartoe en zonder dat Anxin de cognossementen heeft gepresenteerd. Tracco heeft daarnaast Anxin toegang tot haar loods verschaft en Anxin ten onrechte in de gelegenheid gesteld om de zendingen te inspecteren voor de inontvangstname daarvan. Na inspectie zou Anxin hebben geweigerd om de (volledige) koopsom te betalen aan Xinyuan, waarop Casa China aansprakelijk is gesteld voor de schade die is ontstaan door de inspectie en de afgifte van de lading zonder presentatie van het cognossement. 4.5. Tracco is gelet op het vorenstaande toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, althans heeft onrechtmatig gehandeld jegens Casa China. Tracco heeft niet gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot betaamt door over te gaan tot uitlevering zonder presentatie van de cognossementen. Tracco heeft haar zorgplicht geschonden. Dit geldt te meer nu Casa China Tracco bij e-mail van 20 maart 2012 de uitdrukkelijke instructie heeft gegeven om de partijen hout niet af te geven zonder presentatie van de originele cognossementen. 4.6. Anxin heeft onzorgvuldig jegens Casa China gehandeld door de zending in ontvangst te nemen zonder betaling van de koopsom en zonder die koopsom daarna te voldoen. Dat Anxin Casa China laat opdraaien voor de vervangende schadevergoeding die zij in China aan de afzender moest betalen, is in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt en daarmee onrechtmatig jegens Casa China. 4.7. Tracco c.s. zijn gehouden om de door Casa China geleden schade te vergoeden. Deze bestaat uit: - het door Casa China betaalde schikkingsbedrag van CNY 722.987,60, gelijk aan € 97.481,-, omgerekend naar de koers van de datum van de dagvaarding. Casa China maakt aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de dag der betaling door Casa China aan Xinyuan; gemaakte advocaatkosten in China van CNY 246.067,-; buitengerechtelijke kosten; vertaalkosten van het Chinese vonnis en van de betalingsbewijzen van CNY 4.000,-. 4.8. Tracco concludeert primair tot niet-ontvankelijkverklaring van Casa China in haar vordering, althans tot afwijzing daarvan. Subsidiair, ingeval de rechtbank Casa China ontvankelijk acht in haar vordering, verzoekt Tracco d Casa China heeft daarnaast zelf gekozen om te procederen in drie instanties; Subsidiair geldt dat deze schade (advocaatkosten) binnen de aansprakelijkheidslimiet van de Fenexvoorwaarden valt. De limiet van 10.000 SDR omvat dus ook de advocaatkosten; Casa China heeft onnodig kosten doen ontstaan voor Tracco, omdat Casa China tegen beter weten in een procedure heeft aangespannen voor meer dan € 100.000,- terwijl zij weet dat Tracco zich krachtens de toepasselijke Fenexvoorwaarden op beperking van haar aansprakelijkheid tot SDR 10.000,- kan beroepen. Hierdoor heeft Tracco hogere griffierechten moeten betalen. Indien de vordering van Casa China (gedeeltelijk) wordt toegewezen, verzoekt Tracco daarom om Casa China te veroordelen in de proceskosten, danwel om de proceskosten te compenseren; Tracco betwist de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten. 4.10. Anxin concludeert, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, tot afwijzing van de vordering van Casa China, met veroordeling van Casa China in de proceskosten en nakosten. 4.11. Anxin voert daartoe, verkort weergegeven, het volgende aan: Xinyuan heeft wanprestatie gepleegd jegens Anxin, omdat de deskundige na inspectie concludeerde dat de houten vloeren kwalitatief dusdanig slecht waren dat zij onverkoopbaar zijn. Anxin heeft Xinyuan op 11 juli 2012 in gebreke gesteld; Anxin heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens Casa China, omdat Anxin de goederen niet in ontvangst heeft genomen. Anxin heeft bovendien aangegeven de goederen niet in ontvangst te willen nemen, vanwege de kwaliteitsproblemen; Indien geoordeeld wordt dat Anxin wel goederen in ontvangst zou hebben genomen van de betreffende partij, dan is dit niet als onrechtmatige daad van Anxin aan te merken. Anxin vertrouwt op Tracco wat betreft de rechtmatige uitgifte uit de loods, nu Tracco de voorraad beheert voor Anxin; Anxin heeft wel betaald voor de zending. Er is dan ook geen schade aan de kant van Xinyuan en uit dien hoofde heeft Xinyuan dus ook geen legitieme vordering op Casa China. Dat Casa China kosten heeft gemaakt door de door Xinyuan aangespannen procedure in China en ervoor gekozen heeft de zaak te schikken, komt voor rekening van Casa China en kan niet worden toegerekend aan Anxin. Het causaal verband tussen het betaalde schikkingsbedrag en een onrechtmatige gedraging van Anxin ontbreekt; Zelfs indien Anxin de zending zonder betaling in ontvangst zou hebben genomen, levert dit geen onrechtmatge daad op jegens Casa China, maar hooguit een onrechtmatige daad of wanprestatie jegens Xinyuan; Anxin is niet exact op de hoogte van de wijze waarop zeevracht wordt ingeklaard en vrijgegeven. Hiervoor heeft zij Tracco ingeschakeld; De gevorderde in China gemaakte advocaatkosten zijn niet toewijsbaar. Anxin was geen partij bij die procedure en Casa China heeft niet onderbouwd waarom die kosten voortvloeien uit een gestelde onrechtmatige daad. De specificatie van deze post ontbreekt; Anxin betwist de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten; Anxin betwist de verschuldigdheid van vertaalkosten. Deze kosten vloeien niet voort uit de vermeende onrechtmatige gedraging van Anxin. Anxin was geen partij bij de procedure in China, zodat het causaal verband ontbreekt. De terzake overgelegde productie (C10) is onleesbaar en toont niet aan dat er vertaalkosten zijn gemaakt; Er is geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking. Anxin is niet verrijkt, want Anxin heeft de zending nooit gekregen. Tracco heeft de zending nooit aan haar vrijgegeven en bovendien heeft Anxin betaald voor de bestellingen van de houten vloeren die geen waarde hebben in het economisch verkeer. Anxin is juist de partij die schade lijdt en Xinyuan de partij die ongerechtvaardigd is verrijkt, nu zij zowel gelden van Casa China als van Anxin in ontvangst heeft genomen voor een waardeloze partij hout; Indien de rechtbank oordeelt dat Anxin zichzelf heeft verrijkt door het wegnemen van hout waarvoor zij niet heeft betaald, impliceert dat geen verrijkin Anxin sluit zich ter onderbouwing aan bij het verweer van Tracco in de hoofdzaak. Het causaal verband ontbreekt en bovendien staat door de schikking niet vast of sprake is van een onrechtmatige daad en zo ja, wie aansprakelijk is daarvoor; Het Chinese vonnis heeft hier geen rechtskracht; Anxin betwist voorts de advocaatkosten, de buitengerechtelijke incassokosten, de hoogte van de gestelde verrijking en het causaal verband met de schade conform het verweer van Tracco in de hoofdzaak. 5 De beoordeling in de hoofdzaak in conventie 5.1. Casa China is gevestigd in Hong Kong, China, Tracco c.s. in Nederland. Wegens het internationale karakter valt de rechtsverhouding tussen partijen onder het toepassingsbereik van de Verordening (EG) nr. 1215/2012 van de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I Bis-Vo). Ingevolge de hoofdregel van artikel 4 in samenhang met artikel 62 Brussel I Bis-Vo heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om van de vorderingen tegen Tracco c.s. kennis te nemen. Op grond van artikel 99 Rv is de rechtbank Rotterdam bevoegd. 5.2. Casa China grondt haar vordering jegens Tracco primair op toerekenbare tekortkoming in haar verplichtingen onder de overeenkomst van opdracht en subsidiair op onrechtmatige daad. De tegen Anxin ingestelde vordering grondt Casa China primair op onrechtmatige daad, subsidiair op ongerechtvaardigde verrijking. Terecht is niet in geschil dat deze rechtsverhoudingen beheerst worden door Nederlands recht. Het toepasselijk recht op een verbintenis uit overeenkomst die na 17 december 2009 is gesloten, dient te worden bepaald aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 17 juni 2008 (Rome I-Vo). Bij gebreke van een rechtskeuze, volgt uit artikel 4 lid 1 sub b Rome I-Vo dat op de overeenkomst inzake dienstverlening het recht toepasselijk is van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft. Tracco is gevestigd in Nederland, zodat hieruit de toepasselijkheid van Nederlands recht volgt. Het toepasselijk recht op de onrechtmatige daad is ingevolge artikel 4 eerste lid van de toepasselijke Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (hierna Rome II-Vo), bij gebreke van een rechtskeuze, het recht van het land waar de schade zich voordoet, tenzij sprake is van een nauwere band met een ander land. Nu de schade zich voordoet in Nederland leidt dit tot toepasselijkheid van Nederlands recht. Op de ongerechtvaardigde verrijking is ingevolge artikel 10 lid 1 Rome II-Vo eveneens Nederlands recht van toepassing. 5.3. Eerst ligt de vraag naar de ontvankelijkheid van Casa China voor. Casa China stelt niet als gevolmachtigde op te treden, maar last ter incasso te hebben gehad van Casa China Shanghai. Tracco heeft bestreden dat Casa China ontvankelijk is in haar vordering. Daarbij is het verweer gevoerd dat Casa China gehoor had moeten geven aan het verzoek van Tracco van 11 oktober 2016 om aan te geven namens wie zij optrad in deze procedure en dat door dit na te laten haar recht om namens een ander op te treden is komen te vervallen. Nu Casa China zelf niet vorderingsgerechtigd is c.q. geen schade heeft geleden, voert Tracco aan dat zij niet in haar vorderingen kan worden ontvangen. Ook wordt Casa China verweten dat zij de last niet eerder in het geding heeft gebracht dan ter gelegenheid van de comparitie van partijen. Anxin heeft zich bij dit verweer aangesloten. 5.4. Niet in geschil is dat Casa China Shanghai de partij is die de schade heeft geleden waarvan in deze procedure betaling wordt gevorderd. Bij middellijke vertegenwoordiging (cessie ter incasso) waarin wordt geprocedeerd op grond van lastgeving op eigen naam, be Dit volgt eveneens uit de producties C13, een intern memo van Casa China waarin binnen de Casa China groep bekend wordt gemaakt dat Tracco de nieuwe agent is van Casa China en C14, de e-mail van de heer [persoon 1] aan de heer [persoon 2] (C 14) waarin staat vermeld dat de heer [directeur] de nieuwe agent in Nederland is en de (impliciet) instemmende reactie daarop van [directeur] . Tracco heeft deze producties niet (gemotiveerd) weersproken. Deze overeenkomst kenmerkte zich aldus dat er weliswaar geen raamovereenkomst tussen partijen bestond, maar steeds door Casa China aan Tracco losse opdrachten werden verstrekt, die onder meer bestonden uit het verrichten van ‘delivery-agent’-werkzaamheden. 5.9. Ook staat vast dat Tracco zowel een contractuele relatie met Casa China als een contractuele relatie met Anxin had. Zo regelde zij het vervoer van de door Anxin gekochte partijen. Deze hybride positie die Tracco innam was Casa China bekend. Casa China wist dat Anxin al langer de principaal van Tracco was. Dit is in zoverre van belang dat Casa China om die reden Tracco niet met recht het verwijt kan maken dat Tracco Anxin de gelegenheid heeft geboden om de lading te inspecteren, waardoor Anxin afzag van betaling. Casa China heeft niet gesteld dat tussen Casa China en Tracco was overeengekomen dat controle vooraf door Anxin van de lading niet was toegestaan. Dit had zij uitdrukkelijk moeten bedingen, nu Casa China wist dat Tracco met een ‘dubbele pet’ opzat en Anxin Tracco’s principaal was, hetgeen zij niet heeft gedaan. 5.10. De rechtbank leidt uit de verklaring van [directeur] af dat het ontvangen van de house bill of lading kennelijk de functie van een bewijs van betaling had. Vaststaat dat Tracco in het onderhavige geval niet de betreffende cognossementen heeft ontvangen. Tracco wist dus - althans had kunnen weten - dat er nog niet was betaald door Anxin. Onder die omstandigheden, volgt uit het relaas van Tracco zelf, was het gebruikelijk dat contact werd opgenomen met Anxin, er gewoonlijk alsnog werd betaald door Anxin, waarna de (eventuele) toestemming van Casa China om de lading vrij te geven volgde. Nu vaststaat dat Tracco die vereiste toestemming van Casa China niet heeft gekregen en zij de lading toch (gedeeltelijk) heeft vrijgegeven zonder cognossement, heeft Tracco niet gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelende ‘delivery agent’. Als gevolg hiervan kon Casa China Shanghai niet meer jegens de recht- en regelmatig cognossementhouder, de afzender Xinyuan, (volledig) aan haar afleveringsverplichting als vervoerder onder cognossement voldoen. Tracco is dan ook toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de met Casa China gesloten overeenkomst. 5.11. Nu hiervoor is geoordeeld dat Tracco toerekenbaar is tekortgeschoten in de met Casa China gesloten overeenkomst, stuit hierop reeds het beroep van Tracco op artikel 11 lid 1 van de Fenexvoorwaarden af. De in dit verband door Tracco geleden schade dient dan ook ingevolge artikel 11 lid 2 Fenexvoorwaarden voor rekening van Tracco te blijven, nu Tracco hiervan een verwijt valt te maken. 5.12. Vervolgens ligt de vraag voor of Tracco beroep kan doen op de in artikel 11 lid 3 van de Fenexvoorwaarden neergelegde beperking van aansprakelijkheid. Casa China betwist dat de Fenexvoorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst en voert aan dat door de ‘dubbele’ verwijzing naar zowel de toepasselijkheid van de Fenexvoorwaarden als naar de Biva, het Engelse equivalent van de Fenexvoorwaarden, volstrekt onduidelijk is welke set voorwaarden toepasselijk is, met als gevolg dat volgens vaste jurisprudentie geen van beide sets toepasselijk is. Ook indien de Fenexvoorwaarden wel van toepassing zouden zijn op de overeenkomst, komt Tracco geen beroep toe op beperking van haar aansprakelijkheid, omdat haar handelswijze volgens Casa China kwalificeert als grove schuld, nu Tracco in strijd met de gegeven instructie een deel van de lading heeft uitgeleverd aan Anxin. 5.13. Niet in gesc Casa China aanvaardde dat risico, waarbij mogelijk een rol speelde dat zij ook profiteerde van het lucratieve ‘delen van de marge’ waarover partijen ter comparitie hebben gesproken. Indien een dergelijke fout zich verwezenlijkt onder die mede door Casa China gecreërde omstandigheden, is geen sprake van een aan opzet of grove schuld grenzend laakbaar gedrag. Het verweer dat Tracco in strijd met een expliciete instructie om niet uit te leveren heeft gehandeld en daarom sprake is van grove schuld, gaat evenmin op, nu deze instructie pas op 20 maart 2012 en daarmee te laat is gegeven. De (gedeeltelijke) uitlevering had toen reeds plaatsgevonden. Casa China had er onder de hiervoor genoemde bijzondere omstandigheden extra op bedacht moeten zijn dat zij aan Tracco expliciet (en tijdig) heldere instructies gaf. Onder die omstandigheden lag er immers voor haar als opdrachtgever een grotere rol om ‘fouten’ te voorkomen. De slotsom luidt dat het handelen van Tracco in dit specifieke geval niet kan worden gekwalificeerd als opzet danwel grove schuld. Tracco komt dan ook beroep toe op de in artikel 11 lid 3 Fenexvoorwaarden neergelegde limitering, zodat haar aansprakelijkheid is beperkt tot 10.000 SDR. 5.16. Casa China stelt dat haar schade bestaat uit hetgeen zij heeft moeten betalen aan Xinyuan, vermeerderd met wettelijke rente en de door haar gemaakte volledige advocaatkosten van CNY 246.067,- alsmede vertaalkosten. 5.17. Ter beoordeling ligt voor het verweer van Tracco dat bij de omvang van de schade rekening moet worden gehouden met het nog in de loods van Tracco aanwezige deel van de zending (Tracco voert in dit verband aan dat zij alleen aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade (waarde) als gevolg van het zonder presentatie van de b/l’s uitgegeven deel van de zendingen). Casa China stelt dat niet relevant is hoeveel er nog in de loods ligt, omdat het enkele feit dat er is afgeleverd zonder presentatie van de cognossementen aan de veroordeling tot betaling in China ten grondslag heeft gelegen. 5.18. De rechtbank is van oordeel dat de aan Casa China Shanghai in de Chinese procedure verweten fout een ander verwijt is dan het verwijt dat Casa China Tracco hier in deze procedure maakt. Anders dan Casa China stelt, volgt uit het Chinese vonnis niet dat de aansprakelijkheid is gebaseerd op de (gedeeltelijke) uitlevering aan Anxin zonder presentatie van cognossementen, maar op de uitlevering van alle onderhavige containers aan Tracco. Uit de onderstaande passage valt op te maken dat in de Chinese procedure Casa China Shanghai verweten wordt dat zij de goederen niet van de containerterminal had mogen laten afgaan zonder presentatie van de eerdere/oorspronkelijke cognossementen. Het gaat daar derhalve om een eigen fout van Casa China Shanghai. In (de Engelse weergave van) het vonnis staat onder meer vermeld: “(…) II Regarding whether CASA Shanghai’s acts constituted cargo release without production of the original Bs/L. The cargo concerned was transported in FCL containers sealed up. The carrier shall deliver the cargo received in FCL containers to the consignee in FCL containers and keep them well sealed. The transportation term indicated on the two Bs/L concerned were both CY-CY, according to which the delivery of the cargo concerned by CASA Shanghai to the consignee should be carried out at the stockyard of the port of destination. However, according to the existing evidence and the parties’ statements at court hearing, after the cargo arrived at the port of destination, the carier’s agent Tracco logistics Company B.V. directly customs cleared the cargo concerned and transported the same to its warehouse, without notifying the shipper Xinyuan Wooden of the fact that no one appeared to take the delivery of the cargo concerned. After the cargo concerned arrived at the warehouse at the port of destination, the cargo concerned were discharged and unpacked, and the consignee Anxin Europe BV entrusted a survey company to have inspection Casa China heeft dit niet weersproken. Over die veronderstelling is ook geen debat ontstaan tussen partijen. Nu niet vaststaat dat Anxin ten tijde van de uitlevering van de lading wist dat zij niet betaald had, staat ook niet vast dat zij ten tijde van de uitgifte onzorgvuldig c.q. onrechtmatig jegens Casa China handelde door de goederen in ontvangst te nemen. Hierop stuit de primaire vordering af. 5.23. Voorts ligt de vraag voor of Anxin ongerechtvaardigd is verrijkt als gevolg van de (gedeeltelijke) uitlevering van de lading. Zoals hiervoor al is overwogen staat, als niet langer betwist vast dat een deel van de lading aan Anxin op haar verzoek is uitgeleverd. Daarbij dient - nu de betaling hiervoor niet kan worden aangetoond - het in rechte ervoor te worden gehouden dat niet is betaald door Anxin, zodat zij is verrijkt door de inontvangstname van de lading. Tussen deze verrijking van Anxin en de verarming van Casa China acht de rechtbank voldoende verband aanwezig. Weliswaar ging het in de Chinese procedure om een andere fout die Casa China Shanghai werd verweten, maar Casa China Shanghai moest uiteindelijk schadevergoeding aan Xinyuan betalen voor het uitblijven van betaling van de koopprijs door Anxin en dat zag op dezelfde lading in verband waarmee Anxin (ten dele) is verrijkt. Over de omvang van de uitgeleverde lading bestaat niet langer discussie, nu noch Casa China noch Anxin inhoudelijk verweer hebben gevoerd tegen het onderbouwde en gedocumenteerde overzicht van mr. Van Baren (Tracco) overgelegd als productie T9 waarover ter comparitie tussen partijen is gesproken, zodat de juistheid daarvan, als onvoldoende gemotiveerd betwist, vast staat. Voor zover Anxin betoogt dat zij de juistheid daarvan niet gemotiveerd kan betwisten, omdat zij het bijhouden van de voorraad-administratie aan Tracco had uitbesteed, dan komt dat voor haar risico. Gebleken is dat er vanuit China in totaal 2820 pakken zijn geleverd, waarvan er 1361 zijn uitgeleverd aan (klanten van) Anxin en waarvan er nog 1476 in de loods aanwezig zijn. Het verschil van 17 wordt volgens mr. Van Baren verklaard door retouren. Daarom staat vast dat Anxin 1361 pakken uitgeleverd heeft gekregen - naar de rechtbank moet aannemen - zonder daarvoor te betalen en er nog 1476 pakken voor haar opgeslagen liggen. 5.24. Anxin voert - naast haar betalingsverweer - aan dat zij gelet op de slechte kwaliteit van de lading hout niet is verrijkt. Anders dan in de relatie tussen verkoper Xinyuan en koper Anxin - waarbij het kwaliteitsaspect kennelijk een ondergeschikte rol speelde, nu betaling vooraf was overeengekomen zonder waarborgen voor het controleren van de kwaliteit van de producten, speelt het kwaliteitsaspect wel een rol bij het bepalen van de verrijking. Ingevolge artikel 6:212 lid 1 BW is immers degene die verrijkt is ten koste van een ander, verplicht, voor zover dit redelijk is, om diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking . Anxin beroept zich op het door haar overgelegde deskundigenrapport van Muboma waaruit volgens haar volgt dat de partij grotendeels waardeloos is. 5.25. Dat de lading houten vloeren van onvoldoende kwaliteit is om bij het bepalen van de hoogte van de verrijking uit te gaan van de factuurwaarde, heeft Anxin voldoende onderbouwd. Uit het door Casa China niet weersproken deskundigenrapport blijkt dat uit de controle door de deskundige, de heer R.A. Boom van Muboma, van de verschillende partijen vloerdelen de volgende resultaten blijken: partij 1801 - onvoldoende voor de verkoop partij 2401 - onvoldoende voor de verkoop partij 6303WG - onvoldoende voor de verkoop partij 6601 - matig voor verkoop partij 6703 - slecht voor verkoop partij 6707EGT - goed voor verkoop partij 6703WG - matig voor verkoop. De deskundige geeft aan dat in totaal elf testen en controles zijn uitgevoerd op één deel van de partij en dat voor de partijen met afwijkingen ervan uit kan worden gegaan dat de desbetreffende fouten in de hele partij voorkomen. Voorts co Daarbij dient - nu de betaling aan Xinyuan hiervoor volgens Anxin niet kan worden aangetoond - het in rechte ervoor te worden gehouden dat niet is betaald door Anxin, zodat zij is verrijkt door de inontvangstname van de lading. Tussen deze verrijking van Anxin en de verarming van Tracco door haar veroordeling tot betaling van het bedrag ter waarde van 10.000 SDR aan Casa China, acht de rechtbank voldoende verband aanwezig. Anders dan Anxin betoogt, vloeit deze betaling - en daarmee verarming van Tracco - voort uit de omstandigheid dat Tracco (gedeeltelijk) lading aan (klanten van) Anxin heeft uitgeleverd, die door Anxin onbetaald is gelaten en die door de Chinese verkoper indirect verhaald wordt op Tracco. Zoals eveneens in de hoofdzaak is overwogen, is degene die is verrijkt slechts gehouden tot het vergoeden van de schade tot zijn verrijking. Ook in de vrijwaring heeft Anxin gesteld dat zij gelet op de slechte kwaliteit van de lading hout niet is verrijkt. Anxin heeft echter onvoldoende betwist dat zij voor de 1361 aan haar klanten uitgeleverde pakken in totaal een bedrag van € 73.835,54 heeft ontvangen en heeft niet gemotiveerd aangegeven dat er afgeleverde pakketten van haar klanten terug zijn gestuurd vanwege onvoldoende kwaliteit en welke waardevermindering daarmee gemoeid is, zodat het ervoor dient te worden gehouden dat dit niet het geval is geweest. Tracco is in de hoofdzaak veroordeeld tot betaling van een bedrag van 10.000 SDR, hetgeen overeenkomt met een aanzienlijk lager bedrag. Daarom zal de vordering worden toegewezen tot het gevorderde bedrag. 5.33. Het verweer van Anxin dat, kort gezegd, een en ander haar niet kan worden verweten, omdat zij erop mocht vertrouwen dat de door Tracco aan haar uitgeleverde vloerdelen haar toekwamen, omdat Tracco de administratie voert met betrekking tot de leveringen uit China en de voorraadlijsten bijhoudt, faalt omdat de vraag of Anxin een verwijt kan worden gemaakt niet ter zake doet bij een op ongerechtvaardigde verrijking gebaseerde vordering. Overigens heeft zij zelf het voeren van die administratie aan Tracco toevertrouwd. 5.34. Nu het beroep van Tracco op ongerechtvaardigde verrijking slaagt, behoeft het beroep op artikel 6:102 BW jo. 6:10 BW geen bespreking meer. 5.35. Anxin zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie, tot op heden aan de zijde van Tracco bepaald op nihil aan verschotten en op € 2.842,- (2 punten x tarief V à € 1.421,-) aan salaris voor de advocaat. 6 De beslissing De rechtbank in de hoofdzaak in conventie veroordeelt Tracco om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan Casa China te betalen een bedrag ter waarde van 10.000 SDR; compenseert de proceskosten des dat elke partij de eigen kosten draagt; veroordeelt Anxin om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan Casa China te betalen een bedrag van € 53.335,54, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening; veroordeelt Anxin om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan Casa China te betalen een bedrag van € 2127,72 aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten; compenseert de proceskosten des dat elke partij de eigen kosten draagt; bepaalt dat Tracco en Anxin tesamen tot niet meer gehouden zijn aan Casa China te betalen dan een bedrag ter waarde van € 53.335,54, afgezien van rente en kosten; wijst af het meer of anders gevorderde; verklaart dit vonnis, wat de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad; in reconventie veroordeelt Casa China om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan Tracco te betalen een bedrag van € 4.073,-, te vermeerderen met de opslagkosten per maand van € 69,50 vanaf 16 juni 2016 tot het moment waarop de goederen worden opgehaald; veroordeelt Casa China in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Anxin bepaald op nihil aan verschotten en op € 384,- (1 punt tarief I) aan salaris voor de advocaat; verklaart dit