Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2017-11-15
ECLI:NL:RBROT:2017:9338
Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 1 zaaknummer: ROT 17/1272 uitspraak van de meervoudige kamer van 15 november 2017 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, gemachtigde: mr. R.S. Wijling, en de burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder, gemachtigde: mr. S.B.H. Fijneman. Procesverloop Bij besluit van 3 oktober 2016 (het primaire besluit), voor zover hier relevant, heeft verweerder de sluiting bevolen van de inrichting [naam] , gevestigd aan [adres] te [plaats] (de inrichting), voor de duur van drie maanden. Tevens is de inrichting voor de duur van 12 maanden niet meer vrijgesteld van de exploitatievergunningsplicht. Bij besluit van 12 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard voor zover gericht tegen de duur van de sluiting, en deze voorts bepaald op één maand. Het bezwaar is voor het overige ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Partijen hebben nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van [naam] . Overwegingen 1.1. Eiser exploiteert in de inrichting een ontmoetingsruimte voor de buurtbewoners van [buurt] . 1.2. Op 20 februari 2016 heeft de politie bij een controle geconstateerd dat in de inrichting computers in gebruik waren waarop gegokt werd via internet-goksites. Er waren ook vier printers aanwezig voor het uitprinten van gokbonnen. Dit is weergegeven in een mutatierapport van 21 februari 2016. Naar aanleiding hiervan heeft eiser op 26 februari 2016 een schriftelijke waarschuwing gekregen voor illegaal gokken. 1.3. Op 8 juni 2016 heeft een integrale controle plaatsgevonden in de inrichting waarbij onder meer de politie en de Kansspelautoriteit (Ksa) betrokken waren. Uit de rapportage van toezichthouders van de Ksa van 14 juni 2016, die naar aanleiding daarvan is opgemaakt, volgt onder meer dat op twee computers in de inrichting diverse voetbalwedstrijden met daarbij behorende quoteringen (winstverwachtingen) waren vermeld. Op het beeldscherm van deze computers waren daarnaast onder meer de nummers 2541 en 2675 te zien. De toezichthouders hebben deze computers nader onderzocht. Hierbij zijn geen ambtshalve bekende goksoftwareprogramma’s aangetroffen. Tijdens het onderzoek schakelden de computers uit. Het stopcontact waarop de computers waren aangesloten bleek spanningsloos te zijn geworden. Daarna zijn de computers niet verder onderzocht. Door de toezichthouders zijn in de inrichting ook meerdere wedtickets aangetroffen. Dergelijke tickets worden, zo is de toezichthouders ambtshalve bekend, na afsluiting van een weddenschap uitgedeeld en vermelden de afgesloten weddenschappen en bijbehorende winstverwachtingen. Op de wedtickets waren onder meer de terminalnummers 2541 en 2675 te zien, die overeenkomen met de nummers op de beeldschermen van de onderzochte computers. Een bezoeker die zat bij de computer waarop het nummer 2541 te zien was, heeft tegenover één van de toezichthouders verklaard dat een op de tafel aangetroffen wedticket betrekking had op een weddenschap die door hem op de betreffende computer was afgesloten. Op een betonnen pilaar tussen de tafels met acht computers die stonden opgesteld in de inrichting, was een papier geplakt met daarop een tabel met acht nummers, waaronder 2541 en 2675. Verder werd door de toezichthouders een ticketprinter aangetroffen die was ingebouwd in de kassa. Op de toegangsdeur naar de ontmoetingsruimte was een huisreglement opgeplakt waarin regels omtrent het afsluiten van weddenschappen waren vermeld. 1.4. Op 13 juni 2016 heeft de politie de inrichting (opnieuw) bezocht en zijn er twee mannen aangetroffen achter een computer, waarvan er één op een goksite zat. Bij de controle werd geconstateerd dat met een rode knop de stroom op alle computers kan worden uitgeschakeld. 1.5. Naar aanleidi De rechtbank stelt vast dat eiser de waarnemingen van de Ksa, zoals neergelegd in de rapportage van 14 juni 2016, en de bevindingen van de politie, zoals opgenomen in de rapportages van de controles op 20 februari 2016, 8 juni 2016 en 13 juni 2016, niet betwist, met uitzondering van de stelling dat de computers in de ontmoetingsruimte tijdens de gecombineerde controle spanningsloos zouden zijn gemaakt door het gebruik van de zogeheten ‘rode knop’. 7. Allereerst stelt eiser zich op het standpunt dat de geconstateerde feiten geen overtreding opleveren van artikel 1 van de Wok. Eiser voert daartoe aan dat de Ksa in zijn rapportage van 14 juni 2016 vaststelt dat de computers niet voorzien zijn van een merkteken als bedoeld in artikel 30r, eerste lid, van de Wok. Voor zover er sprake zou zijn van een overtreding van de Wok, dan zou dat dus een overtreding zijn van artikel 30b van de Wok, dat verbiedt om zonder vergunning kansspelautomaten aanwezig te hebben. Een dergelijke overtreding valt niet onder het bereik van artikel 1 van de Wok. Omdat verweerder artikel 1 van de Wok aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd, mist het besluit feitelijke grondslag. Volgens eiser is ook geen sprake van een overtreding, omdat er op de computers geen illegale goksoftware is aangetroffen en de sites vrij toegankelijk waren op internet. 8. Deze beroepsgrond slaagt niet. De conclusie dat er geen merktekens voor speelautomaten als bedoeld in artikel 30r van de Wok waren aangebracht op de computers, is een constatering die de Ksa in haar rapportage van 14 juni 2016 doet. Aan deze constatering kan niet de conclusie worden verbonden dat de Ksa meent dat de computers in dit geval fungeerden als kansspelautomaten in de zin van artikel 30 van de Wok. Uit de rapportage kan ook niet worden afgeleid dat de Ksa meent dat sprake was van een overtreding van artikel 30b van de Wok. De kern van de rapportage van de Ksa is dat er met de computers uit de inrichting weddenschappen zijn afgesloten over voetbalwedstrijden, waarvoor ook wedtickets zijn uitgegeven en waarvoor in de kassa’s van de inrichting ingebouwde ticketprinters aanwezig waren. Deze weddenschappen over voetbalwedstrijden betreffen sportprijsvragen als bedoeld in hoofdstuk III van de Wok, dat onder het bereik van artikel 1 van de Wok valt. Op grond van de bevindingen zoals weergegeven in overweging 1.3. concludeert de Ksa ook dat door middel van sportprijsvragen gelegenheid werd geboden om mee te dingen naar prijzen en premies, waarbij winnaars worden bepaald door enige kansbepaling waarop deelnemers geen overwegende invloed kunnen hebben. Voor het aanbod van dergelijke sportprijsvragen is volgens de Ksa, voor zover het de in de inrichting opgestelde computers betreft, geen vergunning verstrekt. In haar conclusie sluit de Ksa expliciet aan bij de tekst van artikel 1, aanhef en onder a, van de Wok. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder zich op basis van deze rapportage en de overige onder overweging 1.2. tot en met 1.5. genoemde rapportages terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake was van activiteiten in strijd met artikel 1 van de Wok. Het enkele feit dat er gedurende het beperkte onderzoek dat de Ksa heeft kunnen uitvoeren, geen illegale goksoftware is aangetroffen en de sites vrij toegankelijk waren via internet, doet aan deze conclusie niet af. 9. Eiser heeft in verband met de vaststelling van verweerder, dat sprake is van strafbare feiten omdat artikel 1 van de Wok is overtreden, voorts nog gesteld dat op verweerder een separate “vergewis- en motiveringsplicht” rust. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat hij meent dat daaruit voortvloeit dat verweerder voor zijn conclusie niet had kunnen volstaan met een verwijzing naar de rapportage van de Ksa. 10. Deze beroepsgrond slaagt niet. Verweerder heeft zich voor de vaststelling dat sprake was van strafbare feiten, gebaseerd op de rapportage van de politie, inclusief de daarbij behorende ambtsverslagen en mutaties, en de rapport