Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2017-11-08
ECLI:NL:RBROT:2017:8649
RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 6022247 VZ VERZ 17-14268 uitspraak: 6 september 2017 beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van [verzoeker], wonende te Dordrecht, verzoeker, gemachtigde: mr. H. den Besten, tegen de vereniging KONINKLIJKE ROEIERS VEREENIGING EENDRACHT, statutair gevestigd te Rotterdam, verweerster, gemachtigde: mr. E.H. de Joode. Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk “[verzoeker]” en “de KRVE”. 1 Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het verzoekschrift, met producties, ontvangen op 29 mei 2017; het verweerschrift, met producties ontvangen op 14 juni 2017; de nader overgelegde producties aan de zijde van [verzoeker]; de pleitaantekeningen aan de zijde van [verzoeker]; de pleitaantekeningen aan de zijde van de KRVE. 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 juni 2017. [verzoeker] is ter zitting verschenen, bijgestaan door de gemachtigde mr. H. den Besten. Namens de KRVE zijn verschenen dhr. [N.] en dhr. [S.], bijgestaan door de gemachtigde van de KRVE. Beide partijen hebben aan de hand van pleitaantekeningen hun standpunten (nader) toegelicht. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekeningen gehouden. 1.3 De beschikking is bepaald op heden. 2 De vaststaande feiten In de onderhavige procedure zal worden uitgegaan van de volgende vaststaande feiten. 2.1 De KRVE is sinds haar oprichting in 1895 werkzaam in de maritieme dienstverlening in de Rotterdamse haven. De belangrijkste werkzaamheden van de KRVE bestaan uit het afmeren en ontmeren van zeeschepen en het vervoer van loodsen. Daarnaast wordt de KRVE ingezet bij calamiteiten. 2.2 De KRVE bestaat per 13 juni 2017 uit totaal 262 leden. De organisatiestructuur van de KRVE is vastgelegd in de statuten. In deze statuten is onder meer het volgende opgenomen: “(…) Artikel 4 Doel 1. De KRVE heeft ten doel de behartiging van de belangen van haar Leden, in het bijzonder als bootlieden in georganiseerd belang. 2. Als middel tot het bereiken van het doel van de KRVE zal onder meer gelden: a. bevorderen van het welzijn, de vakbekwaamheid, en de betrouwbaarheid van de bootlieden; b. het bevorderen van de veiligheid, deugdelijkheid en geschiktheid van het materiaal dat voor de verrichtingen van de bootlieden wordt gebruikt; c. het bevorderen van een juist financieel en economisch beheer; d. het bevorderen van de doeltreffendheid van de organisatie; e. het verwerven van gemeenschappelijk bezit in de vorm van bedrijfsmiddelen en reserves; f. het (doen) verlenen van (rechtskundige) bijstand aan de Leden; g. het beïnvloeden van externe ontwikkelingen; h. het verwerven van werkzaamheden en opdrachten. 3. De KRVE verzorgt de opleiding voor het beroep van Bootman en verschaft de middelen hiertoe. 4. De KRVE kan in naam van haar Leden rechten bedingen en verplichtingen aangaan. Artikel 5 Leden algemeen 1. De KRVE kent Leden in de in de zin van de wet, zijnde volle leden en aspirant-leden en Leden niet in de zin van de wet, zijnde aangesloten leden, ereleden en leden van verdienste. (…) Artikel 9 einde lidmaatschap en schorsing (…) 3. Het bestuur kan een vol lid of aspirant-lid uit het lidmaatschap royeren, doch slechts wanneer hij handelt in strijd met de Statuten, Het Huishoudelijk Reglement of besluiten van de KRVE, of indien hij de KRVE op onredelijke wijze benadeelt. (…) Artikel 16 Algemene vergadering: algemeen (…) 7. Volle leden, aspirant-leden en Leden van het bestuur hebben toegang tot de algemene vergadering. De voorzitter van de betreffende vergadering is bevoegd ook aangesloten Leden en andere tot de vergadering toe te laten. (…)” 2.3 De KRVE heeft met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst en een convenant horizontaal toezicht gesloten. De vaststellingsovereenkomst is verlengd tot en met 31 december 2019. Het convenant horizontaal toezicht is aangegaan vo Door [verzoeker] is vervolgens een verplicht traject doorlopen bij Verslavingszorg Rodersana te Rotterdam (hierna: Rodersana) dat hij begin 2017 met goed gevolg heeft afgesloten. 2.12 Op 20 maart 2017 is [verzoeker] door middel van een speekseltest positief getest op amfetamine. Na de eerste speekseltest is diezelfde dag een tweede speekseltest afgenomen. Met de tweede test zijn sporen van benzoylecgonine onder de “cut off” grens aangetroffen. 2.13 Op 20 maart 2017 is vervolgens bij [verzoeker] een wangslijmtest afgenomen. De uitslag van de wangslijmtest bleek op 30 maart 2017 positief op cocaïne. 2.14 Op 21 maart 2017 is een urinetest bij [verzoeker] afgenomen. De uitslag van deze test bleek negatief voor amfetamine en cocaïne. 2.15 [verzoeker] heeft op eigen initiatief op 31 maart 2017 een haartest voor de aanwezigheid van cocaïne en benzoylecgonine laten uitvoeren in het Universitair Medisch Centrum te Groningen. De uitslag van deze test luidt dat er geen aanwijzingen waren voor het gebruik van cocaïne in de periode van één week voorafgaand aan het nemen van het haarmonster tot circa drie maanden daaraan voorafgaand. 2.16 De brief van de KRVE aan [verzoeker] van 31 maart 2017 luidt - voor zover van belang - als volgt: (…) “Het bestuur van de KRVE heeft besloten je rechtsbetrekking op te zeggen per 30 maart 2017, zoals is bepaald in de Statuten onder Artikel 9 lid 5. Reden is dat je het vigerende Alcohol- en drugsbeleid, zoals deze is vastgelegd in de Werkafspraken hoofdstuk C, hebt geschonden. 3 Het verzoek 3.1 [verzoeker] heeft verzocht bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: a. a te verklaren voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst; b. hem een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging toe te kennen tot een bedrag van € 2.962,42 bruto; c. hem een transitievergoeding ex artikel 7:673 BW toe te kennen, zijnde een bedrag van € 3.456,00 bruto; d. hem een billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW toe te kennen, zijnde een bedrag van € 7.500,00 bruto dan wel een nader te betalen bedrag; e. de KRVE te verplichten een verklaring op grond van artikel 7:611 BW aan alle collega roeiers en zakelijke relaties van KRVE te verstrekken waarin staat: “KRVE biedt hierbij haar excuses aan dat zij [verzoeker] op 30 maart 2017 onterecht heeft ontslagen op grond van een verdenking van het gebruik van verdovende middelen. Vast is komen te staan dat deze verdenking onterecht is geweest en dat [verzoeker] beslist geen gebruik heeft gemaakt van verdovende middelen. Wij bieden [verzoeker] bij deze onze excuses aan”; f. uitbetaling van vakantiedagen en vakantiegeld tot einde dienstverband, te weten 30 maart 2017; g betaling van een bedrag van € 496,70 en een bedrag van € 2.000,00; h. de wettelijke rente over b t/m g vanaf 30 maart 2017 dan wel een nader te bepalen datum; i. met veroordeling van de KRVE in de kosten van de procedure. 3.2 Tegen de achtergrond van de onder 2. weergegeven vaststaande feiten heeft [verzoeker] - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. 3.2.1 Tussen de KRVE en [verzoeker] is op 30 juni 2016 een arbeidsovereenkomst tot stand gekomen. [verzoeker] moest zich op 30 juni 2016 inschrijven als zelfstandige bij de Kamer van Koophandel, maar zijn werkzaamheden zijn niet gewijzigd. [verzoeker] is na 30 juni 2016 dezelfde werkzaamheden blijven verrichten als gedurende het eerdere dienstverband. Hij was alleen geen leerling- roeier meer, maar roeier. De KRVE heeft loon aan [verzoeker] betaald, er is sprake van een gezagsverhouding, [verzoeker] moest de opgedragen werkzaamheden zelf verrichten en [verzoeker] kon deze werkzaamheden niet aan een derde opdragen. [verzoeker] was verplicht om in een door de KRVE bepaald gebied te wonen en draaide diensten op grond van vaste werktijden en een vast rooster, waarin is opgenomen wanneer hij aanwezig moest zijn en [verzoeker] moest zich aan de door de KRVE gegeven opdrachten houden. Ook moest [verzoeker] in ov [verzoeker] stond als zelfstandige ingeschreven, verrichte zijn werkzaamheden zelfstandig zonder dat zij daarvoor onder toezicht stond, ontving een winstdeling, waarvoor hij het ondernemersrisico draagt, en betaalde intredingsgeld. Een verplichting om te allen tijde gehoor te geven aan een oproep om te werken was niet aan de orde. Het enkele feit dat door de KRVE structuur is aangebracht in de organisatie van het werk door middel van roosters en coördinatie van roostervrije dagen maakt niet dat opeens sprake is van een gezagsverhouding en/of een arbeidsovereenkomst met de roeiers. Er worden door KRVE geen sociale premies uit hoofde van een dienstbetrekking afgedragen en de Belastingdienst erkent de zelfstandige status van de roeiers. Enkel de leerling-roeiers zijn werkzaam op basis van een leer-arbeidsovereenkomst in het kader van de erkende opleiding tot bootman. 3.4.2 Het feit dat [verzoeker] als aangesloten lid de eerste twee jaar geen toegang tot de Algemene Ledenvergadering heeft en geen stemrecht of directe zeggenschap in de organisatie heeft, betekent niet dat hij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst. Er is binnen de KRVE geen sprake van een hiërarchische verhouding. De leden zijn gelijken onder elkaar en vanaf het moment dat [verzoeker] als aangesloten lid is toegetreden was hij als een zelfstandige en volwaardige roeier werkzaam. 3.4.3 Uit de door de KRVE gebruikte drugtests, die veelvuldig worden gebruikt en betrouwbaar zijn, blijkt genoegzaam dat [verzoeker] (opnieuw) verdovende middelen heeft gebruikt en in strijd heeft gehandeld met het drugsbeleid. De tweede speekseltest zat weliswaar onder de “cut off” waarde, maar dit betekent niet dat er geen sporen van drugs in het bloed zaten. Uit de wangslijmtest van 30 maart 2017 is gebleken dat [verzoeker] positief is getest op cocaïne. KRVE gaat af op de resultaten van haar eigen vastgestelde testen en andere testen zoals de haartest, dienen buiten beschouwing te worden gelaten. KRVE kan aan dit onderzoek geen waarde hechten. De KRVE heeft gelet op de gesignaleerde drugsproblematiek op goede gronden het lidmaatschap van [verzoeker] beëindigd in overeenstemming met het binnen de KRVE geldende beleid. 3.4.4 Indien en voor zover sprake is van een arbeidsovereenkomst heeft de KRVE deze rechtsgeldig beëindigd op grond van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW. De dringende reden is gelegen in het herhaalde drugsgebruik, waarmee het (strikt) geldende alcohol- en drugsbeleid is overtreden en waarover [verzoeker] herhaaldelijk heeft gelogen. Voor een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging bestaat geen grond, nu KRVE gerechtigd was de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Voor zover sprake is van een arbeidsovereenkomst die door de KRVE niet rechtsgeldig is beëindigd verzoekt zij de verzochte billijke vergoeding op nihil te bepalen, omdat de mate van ernstig verwijtbaar handelen beperkt is en [verzoeker] reeds een nieuwe baan heeft. Een schending van privacy biedt geen grondslag voor het toekennen van een billijke vergoeding. [verzoeker] heeft evenmin recht op een transitievergoeding, omdat door hem zelf ernstig verwijtbaar is gehandeld. 3.4.5 Voor de door [verzoeker] verzochte verklaring aan de relaties van de KRVE bestaat geen enkele aanleiding. Er is immers vast komen te staan dat [verzoeker] verdovende middelen heeft gebruikt, nog daargelaten dat artikel 7:611 BW niet geldt tussen partijen omdat er geen sprake is van een werkgever/ werknemer relatie. 3.4.6 Geheel conform het geldende alcohol- en drugsbeleid heeft de KRVE [verzoeker] geadviseerd om een traject bij Rodersana te doorlopen. De KRVE ziet niet in waarom de kosten van Rodersana voor rekening van de KRVE moeten komen. In het alcohol- en drugsbeleid is immers expliciet bepaald dat [verzoeker] deze kosten zelf moet dragen en [verzoeker] heeft blijkens de akte van samenwerking en toetreding uitdrukkelijk met dit beleid ingestemd. 3.4.7 Ten aanzien van de leaseauto stelt de KRVE