Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2017-10-23
ECLI:NL:RBROT:2017:7977
vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/10/537173 / KG ZA 17-1150 Vonnis in kort geding van 23 oktober 2017 in de zaak van [eiser] wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. M.E. Hoogenraad te Maassluis, tegen de stichting STICHTING LENTIZ ONDERWIJSGROEP, SAMENWERKINGSSTICHTING VOOR BVE EN VO IN HET WESTLAND EN DE NIEUWE WATERWEG NOORD , gevestigd te Vlaardingen, gedaagde, advocaat mr. A.H.M. van Bavel te Woerden. Partijen zullen hierna [eiser] en Lentiz genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 16 oktober 2017, met 15 producties; de 8 producties van Lentiz; de mondelinge behandeling op 19 oktober 2017; de pleitnota van Lentiz. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiser] , geboren op 29 juni 1999, heeft op de St.-Jozef Mavo te Vlaardingen zijn mavo-diploma behaald. 2.2. In september 2015 is [eiser] in havo 4 gestart op de S.G. Spieringshoek te Schiedam. Vanwege een tweetal scooterongelukken heeft hij veel lesdagen gemist in dat schooljaar. 2.3. In september 2016 heeft [eiser] zich aangemeld bij Lentiz, afdeling Groen van Prinstererlyceum te Vlaardingen (hierna: het lyceum), alwaar hij opnieuw is gestart in havo 4. 2.4. Bij e-mail van 7 juni 2017 heeft [persson 1] (hierna: [persson 1] ), de mentor van [eiser] , aan zijn ouders het volgende medegedeeld: “(…) We hadden elkaar half april gesproken bij de spreekavond. Toen hebben we het gehad over informatica en wiskunde A en bespraken we dat de bijles voor wiskunde weer opgestart moest worden. Is dit gelukt? Ook hadden we besproken dat [eiser] in de meivakantie iedere dag een uur aan wiskunde zou werken ter voorbereiding op het hoofdstuk waar we nu mee bezig zijn en dat in de toetsweek getoetst gaat worden. Is dat gelukt? Dit zijn zaken die belangrijk zijn voor de eventuele overgang van [eiser] buiten de norm om. Aan wiskunde moet hard gewerkt worden en er moet verbetering zichtbaar zijn, want anders lopen we volgend jaar tegen hetzelfde probleem aan en kan het diploma niet gehaald worden. Ik merk wat betreft werkhouding in de les niet dat [eiser] er voldoende aan trekt. Er zijn drie lessen geweest voor dit hoofdstuk en eenmaal had hij zijn twee verplichte huiswerkopgaven (andere oefenopgaven niet) op een los blaadje en gisteren had hij zijn spullen niet bij zich. Daarnaast zie ik hem vervolgens niet hard genoeg aan het werk gaan. Het cijfer dat hij in de toetsweek voor dit hoofdstuk haalt, gaat, naast dat dit voor de overgang meetelt, mee naar havo 5 en telt mee in het eindexamendossier. He verslag van de PO dat afgelopen week in ingeleverd heb ik nog niet nagekeken. Mocht de verbetering straks niet te zien zijn, dan is de kans aanwezig dat de overgang niet kan plaatsvinden. Is er dan een plan voor vervolgonderwijs? Ik heb meermaals in mentorlessen aangegeven dat plan B (MBO) belangrijk is, en [eiser] gaf altijd te kennen gewoon over te gaan. Ik hoop natuurlijk dat dat lukt! (…)” 2.5. Diezelfde dag heeft de vader van [eiser] per e-mail het volgende geantwoord: “(…) [eiser] heeft in de meivakantie zeker aan zijn wiskunde gezeten. Ook nu bekijkt hij filmpjes en oefent hij de stof. [eiser] heeft een paar keer bijles gehad en dat gaat nu aanstaande week weer gebeuren. Over het niet op orde hebben van zijn werk daar hebben wij hem op aangesproken. Hij heeft beterschap beloofd. Plan B hebben we niet. Hij wil niet naar een MBO. Hij wil heel graag over naar Havo 5 en hij zegt dat dat gaat lukken. Wij hopen dat met hem. (…)” 2.6. In de schoolgids 2016/2017 van het lyceum zijn op pagina 13 de regels omtrent de bevordering van leerjaar 4 naar leerjaar 5 van de havo omschreven. Daarin is vermeld dat bij afwijking van de criteria met maximaal één tekort de docentenvergadering, onder eindverantwoordelijkheid van de teamleider, het perspectief van de leerling bespreekt en aldus tot een besluit komt tot bevorderen dan wel afwijzen. Afwijzen leidt tot doublure of tot verwijzen naar een lager niveau. Op grond van artikel 27 lid 1 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO), voor zover van belang, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor elke soort van scholen of voor afdelingen van die scholen voorwaarden voor de toelating en voorschriften omtrent verwijdering en voorwaardelijke bevordering worden vastgesteld. Artikel 2 lid 1 van het Inrichtingsbesluit WVO bepaalt dat het bevoegd gezag over de toelating van leerlingen beslist. Dat betekent voor het onderhavige geval dat het aan Lentiz c.q. het lyceum is om te bepalen of [eiser] havo 4 nogmaals mag overdoen. Het lyceum heeft in haar schoolgids vastgelegd welke regels/criteria gelden bij de bevordering van de leerlingen naar het volgende leerjaar. Ten aanzien van de bevordering van havo 4 naar havo 5 is specifiek vermeld dat, indien bij een leerling sprake is van maximaal één tekort om over te kunnen gaan, zijn situatie tijdens de docentenvergadering wordt besproken en dat de vergadering daarop besluit om die leerling te bevorderen of af te wijzen, waarbij afwijzing leidt tot doublure of tot verwijzing naar een lager niveau. Aan de voorzieningenrechter komt slechts een marginale toetsing toe, dat wil zeggen dat alleen kan worden beoordeeld of de voor de besluitvorming geldende regels juist zijn toegepast en of Lentiz in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen. 4.3. Uitgangspunt is dat, met inachtneming van hetgeen in de schoolgids is bepaald, Lentiz c.q. het lyceum heeft vastgesteld dat [eiser] niet voldeed aan de doorstroomregels om over te gaan naar 5 havo en dat een mbo-opleiding beter bij hem zou passen. Met het eerste ingediende bezwaar bij de Klachtencommissie beoogde [eiser] te bewerkstelligen dat hij alsnog over kon gaan naar havo 5. Nu hij dit doel heeft laten varen en zich met de tweede bezwaarprocedure van 1 september 2017 alsmede met dit kort geding richt op het overdoen van havo 4 bij het lyceum, wordt de eerste bezwaarprocedure bij de beoordeling buiten beschouwing gelaten. Vaststaat dat op het tweede bezwaar nog geen beslissing is gekomen. Daarvan heeft Lentiz ter zitting aangevoerd dat de Klachtencommissie die beslissing heeft opgeschort, omdat partijen steeds in gesprek waren over een mogelijke oplossing. Dit komt de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk voor, zodat Lentiz in dat opzicht niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Na haar besluit is Lentiz op zoek gegaan naar een andere school voor [eiser] en heeft zij op 31 augustus 2017 [eiser] gewezen op de mogelijkheid om de mbo-opleiding ICT te volgen aan het Techniek College Rotterdam, gevestigd te Schiedam. Omdat [eiser] zich daar niet in kon vinden en volhardde in zijn verzoek om havo 4 over te doen, is zijn verzoek besproken tijdens het directie-overleg op 10 oktober 2017. Ook na dit overleg is Lentiz bij haar standpunt gebleven dat het mbo beter zou passen bij [eiser] en dat hij havo 4 niet kon overdoen. Uit het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat Lentiz de voor de besluitvorming geldende regels juist heeft toegepast. 4.4. Verder is voldoende gebleken dat Lentiz in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen. Ter zitting heeft Lentiz toegelicht welke omstandigheden zij heeft meegewogen bij haar besluit dat de havo niet de juiste plek is voor [eiser] , namelijk: de lage cijfers gedurende het jaar maar ook het jaar daarvóór, de lage cito- en nio-score, het gebrek aan motivatie, de leeftijd van [eiser] en het feit dat hij al een mavo-diploma heeft en daarmee op korte termijn een mbo-opleiding kan afronden. Aldus blijkt van een weloverwogen beslissing. Daartegenover heeft [eiser] geen feiten of omstandigheden genoemd, die afdoen aan de beoordeling van Lentiz. De stelling van [eiser] dat hij te weinig tijd zou hebben gehad om na te denken over een mbo-opleiding of een andere opleiding, wordt niet aannemelijk geacht. Uit de stukken, waaronder de e-mail van [persson 1] van 7 juni 2017 (zie 2.4.), kan worden afgeleid dat de cijfers van [eiser] onvoldoende waren om o