Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2017-10-11
ECLI:NL:RBROT:2017:7853
RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 6311224 VV EXPL 17-76 uitspraak: 11 oktober 2017 vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht , in de zaak van 1) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IHC Merwede B.V., 2) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IHC Merwede Holding B.V ., statutair gevestigd te Sliedrecht, kantoorhoudende te Kinderdijk, woonplaats kiezende te Amsterdam ten kantore van hun gemachtigden, eiseressen in conventie, verweerders in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde: mr. E.S. de Bock en mr. J. Stolk, tegen de gemeenschappelijke Ondernemingsraad van Royal IHC , kantoorhoudende te Kinderdijk, woonplaats kiezende te Tilburg ten kantore van zijn gemachtigde, gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde: mr. C. Clarijs. Eiseressen in conventie/verweerders in voorwaardelijke reconventie worden hierna aangeduid als de Ondernemer en gedaagde in conventie/eiser in voorwaardelijke reconventie als de OR. 1 Het verloop van de procedure 1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken: de dagvaarding van 13 september 2017, met producties; de conclusie van antwoord, tevens inhoudende een voorwaardelijke reconventionele vordering, met producties; de fax namens mr. Stolk van 19 september 2017, met productie; de brief van mr. de Bock van 25 september 2017, met producties. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 september 2017. 1.3 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden. 2 De vaststaande feiten In het kader van de onderhavige procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan. 2.1 De Ondernemer heeft 3.000 werknemers waarvan ongeveer 2.400 werknemers in Nederland werken en de overige wereldwijd. Daarnaast werken in Nederland ongeveer 800 ingeleenden voor de Ondernemer. 2.2 De OR behoort volgens zijn reglement uit 17 leden te bestaan, maar bestaat op dit moment uit 14 leden, 3 vacatures zijn vacant. De leden worden gekozen voor een periode van 4 jaar. De zittingsperiode van de huidige leden loopt af op 31 december 2017. 2.3 De OR-leden werden tijdens de laatstelijk gehouden verkiezingen verkozen door en uit drie kiesgroepen: de divisie Offshore (5 leden), de divisies Dredging en Mining (6 leden) en de divisie Technology & Services (6 leden). In het reglement van de OR is opgenomen welke groepsmaatschappijen van de Ondernemer onder ieder van de kiesgroepen vallen. 2.4 Het memo van 22 juni 2017 van de OR aan de Ondernemer luidt (voor zover relevant): “Met het oog op de verkiezingen, eind december van dit jaar, heeft de OR het OR-reglement, […] bekeken. Het OR-reglement en […] zijn op een aantal punten herzien. De belangrijkste aanpassingen zijn als volgt: OR-reglement […] Er wordt niet meer gekozen vanuit verschillende kiesgroepen maar vanuit één kiesgroep. Het herziene reglement is hierop aangepast; […]” 2.5 Het memo van 10 juli 2017 van de OR aan de Ondernemer luidt (voor zover relevant): “[…] Inzake de keuze van de ondernemingsraad om geen gebruik te maken van een kiesgroepenstelsel verwijzen wij naar artikel 9, derde lid van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Hierin staat dat de ondernemingsraad de mogelijkheid heeft om voor de verkiezing van de leden van de ondernemingsraad een kiesgroepenstelsel toe te passen. De ondernemingsraad moet dus beslissen of hij in zijn geheel gekozen wordt door alle in de onderneming werkzame personen of dat de in de onderneming werkzame personen verdeeld worden in kiesgroepen. Voor deze laatste mogelijkheid heeft de ondernemingsraad niet gekozen om redenen dat bij de keuze van een kiesgroepenstelsel de ondernemingsraad het risico loopt het aantal beschikbare zetels (17) niet bezet te krijgen en direct met vacatures de nieuwe zittingsperiode in te gaan. Een ander argument voor de keuze van de ondernemingsraad is dat vacatures gedurende de zittingsperiode, doo Wij vragen de OR dan ook met klem ons standpunt te volgen en het concept nieuwe reglement hierop aan te passen. Andere wijzigingen OR-reglement […] Artikel 5 (Kiesgerechtigd en verkiesbaar) : In de eerder toegestuurde versie van het concept nieuwe reglement is een nieuw lid 3 toegevoegd waarin werd aangegeven dat ingeleenden (zonder nadere definitie) na 24 maanden kiesgerechtigd en verkiesbaar waren. Dit is niet meer opgenomen in de huidige versie van het beoogde reglement. Wij gaan ervan uit dat dit (bewust) is geschrapt. Artikel 7 (Kieslijsten) : In lid 3 en 4 is een volgorde aangebracht bij de indiening van kandidatenlijsten. Dit is niet wettelijk vereist, maar is wel opgenomen in het SER voorbeeldreglement. We vragen ons af of het bij IHC wenselijk is om een volgorde aan te brengen. Wij denken dat het beter zou zijn om één algemene periode te hanteren voor het kunnen indienen van kandidatenlijsten. Ook dit komt naar ons idee de representativiteit ten goede, omdat – voor zover wij weten – met name de werknemers uit de “blue collar” functies lid zijn van een werknemersorganisatie en op de kandidatenlijsten van die werknemersorganisaties voorkomen. […] Wij begrijpen dat de OR de verkiezingen nader wil voorbereiden, maar voordat er enige onomkeerbare handelingen en communicatie aan werknemers plaatsvind[en] over deze verkiezingen is het van belang dat de OR een definitief concept reglement opstelt. Mocht de OR besluiten (op bepaalde punten) geen rekening te houden met ons standpunt, dan vernemen wij dat graag zo snel mogelijk, zodat wij kunnen beoordelen of het noodzakelijk is het concept reglement aan de kantonrechter voor te leggen.” 2.7 Het memo van 31 augustus 2017 van de OR luidt (voor zover relevant): “[…] De ondernemingsraad deelt [het standpunt van de ondernemer met betrekking tot de kiesgroepen] niet. Los van het feit dat de ondernemingsraad van mening is dat een verdeling onder het personeel immoreel is, is er geen sprake van ondervertegenwoordiging van “white collar” functies binnen de huidige ondernemingsraad. Vanaf de start van de huidige ondernemingsraad is de verhouding blue/white collar functies onder de leden van de ondernemingsraad 50%-50%. De ondernemingsraad kan ook geen reden bedenken dat wanneer bij het loslaten van de kiesgroepen er sprake zou zijn van ondervertegenwoordiging van “white collar” functies binnen de ondernemingsraad. Daarnaast benadrukt de ondernemingsraad nogmaals dat het zeer moeilijk is de ondernemingsraad bezet te kunnen krijgen en bezet te houden en er derhalve voor kiest de kiesgroepen volledig los te laten. In de door u aangedragen oplossingen, het ledenaantal te verminderen en de zittingsduur in te perken, ziet de ondernemingsraad geen heil. Immers een vermindering van het ledenaantal bevordert nou niet bepaald de representativiteit. En gezien de lange inwerkperiode in combinatie met de complexe bedrijfsvoering en complexe organisatie is het verkorten van de zittingsduur eveneens geen optie. Voor een goede afspiegeling c.q. evenredige vertegenwoordiging zoekt de ondernemingsraad qua ledenaantal en zittingsperiode dan ook aansluiting bij hetgeen hierover bij wet is bepaald. Om een goede afspiegeling te bewerkstelligen heeft de ondernemingsraad dan ook voor het eerst ervoor gekozen de verkiezingen vroegtijdig al onder de aandacht te brengen met een intensieve PR-campagne. […] Artikel 5 (Kiesgerechtigd en verkiesbaar) : passage over ingeleenden niet bewust geschrapt. Passage staat er nu weer in. […] In verband met bovenstaande wijzigingen is het OR-reglement aangepast en tijdens de extra OR-vergadering van 29 augustus 2017 vastgesteld. […] Rest mij nog op te merken dat het eerder ingenomen standpunt van de OR dat de ondernemingsraad in deze discussie geen aanleiding ziet de verkiezingsdata op te schorten, niet wijzigt. […]” 2.8 De brief van de Ondernemer van 5 september 2017 luidt (voor zover relevant): “[…] Kiesgroepen, aantal OR-leden en zittingsduur Ons standpunt ten aanzien van de […]” 2.10 Op 8 september 2017 heeft de OR aan de medewerkers van de Ondernemer onder meer medegedeeld: “Ingeleende medewerkers zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar indien zij op 8 december 24 maanden of langer aaneengesloten werkzaam zijn bij Royal IHC.” 2.11 De leden 3 tot en met 6 van artikel 7 van het voorbeeldreglement van de SER luiden als volgt: 3. Tot uiterlijk zes weken voor de verkiezingsdatum kunnen werknemersorganisaties kandidatenlijsten indienen. 4. Binnen een week nadat de in lid 3 bedoelde termijn is verstreken, maakt de ondernemingsraad bekend welke werknemersorganisaties kandidatenlijsten hebben ingediend. 5. Na de in het vorige lid bedoelde bekendmaking kunnen een of meerdere kiesgerechtigde werknemers die geen lid zijn van een werknemersorganisatie welke kandidaten heeft gesteld, kandidatenlijsten indienen. 6. Tot uiterlijk drie weken voor de verkiezingsdatum kunnen de in lid 5 bedoelde kandidatenlijsten bij de secretaris van de ondernemingsraad worden ingediend. 2.12 De leden 3 tot en met 5 van artikel 7 van het reglement van de OR van augustus 2017 luiden als volgt: 3. Tot uiterlijk 6 weken voor de verkiezingsdatum kunnen Werknemersorganisaties, die kiesgerechtigde personen onder hun leden tellen, kandidatenlijsten indienen. De Ondernemingsraad maakt daarna bekend welke werknemersorganisaties kandidatenlijsten hebben ingediend. 4. Na de in het vorige lid bedoelde bekendmaking kunnen een of meerdere kiesgerechtigde werknemers die geen lid zijn van een Werknemersorganisatie welke kandidaten heeft gesteld, kandidatenlijsten indienen bij de Ondernemingsraad. 5. Tot uiterlijk 4 weken voor de verkiezingsdatum kunnen de in lid 4 bedoelde kandidatenlijsten bij de voorzitter van de Ondernemingsraad worden ingediend. 2.13 De groep ingeleenden die 24 maanden of langer onafgebroken voor de Ondernemer werkzaam is, bestaat uit ongeveer 55 personen. 3 Het geschil in conventie 3.1 De Ondernemer heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,: - de OR te gebieden de OR-verkiezingen op te schorten totdat de kantonrechter ex artikel 36 WOR heeft geoordeeld over het reglement van de OR, waaronder in elk geval over de vraag of de OR de kiesgroepen geheel mocht afschaffen; - de OR te gebieden het bericht van 8 september 2017 te rectificeren conform productie 20 of een door de kantonrechter te bepalen rectificatiebericht; - de OR te gebieden niet nader te communiceren (inclusief door middel van flyers, bijeenkomsten, etc.) over de op 4 tot en met 8 december 2017 geplande verkiezingen totdat de kantonrechter ex artikel 36 WOR heeft geoordeeld over het reglement van de OR, waaronder in elk geval over de vraag of de OR de kiesgroepen geheel mocht afschaffen; - de zittingstermijn van de zittende leden van de OR te verlengen met eenzelfde termijn als de OR-verkiezingen ingevolge het hierboven gevorderde worden opgeschort; - de OR te gebieden dat ingeleenden, ongeacht welke hoedanigheid zij hebben en ongeacht hoe lang zij (feitelijk) werkzaam zijn voor de Ondernemer (en de met haar verbonden onderneming en groepsmaatschappijen) worden verwijderd van de lijst van kiesgerechtigde en verkiesbare personen, dat zij van kandidatenlijsten worden verwijderd en dat aan hen geen stembiljet wordt uitgereikt dan wel een andere stemmogelijkheid wordt geboden; - zodanige (andere) maatregelen of voorzieningen te treffen ter bescherming van de belangen van de Ondernemer (en de met haar verbonden onderneming en groepsmaatschappijen) en (een goede toepassing van) de medezeggenschap binnen de Ondernemer (en de met haar verbonden onderneming en groepsmaatschappijen) als de kantonrechter in goede justitie mocht menen te behoren. 3.2 De Ondernemer legt het volgende aan de vordering ten grondslag. De OR heeft in strijd met artikel 9 lid 4 WOR zijn reglement gewijzigd in die zin dat de kiesgroepen zijn afgeschaft. Daarnaast is er tussen de Ondernemer en de OR geen overeenstemming bereikt over de vraag of aan een bepaalde groep ingeleenden actief en passi Vooropgesteld dient te worden dat de OR zelfstandig de inhoud van zijn reglement bepaalt, waarbij zij een zekere mate van keuzevrijheid heeft. Alvorens tot wijziging ervan wordt overgegaan dient overleg met de Ondernemer te worden gevoerd. Over de door de OR voorgenomen afschaffing van de kiesgroepen hebben partijen met elkaar overlegd. Daarbij zijn over en weer argumenten uitgewisseld, zo blijkt uit de onder 2.4 tot en met 2.9 geciteerde stukken. Dit heeft niet tot overeenstemming geleid. De kantonrechter heeft de argumentatie van beide zijden gewogen en komt op grond daarvan tot het oordeel dat hetgeen de OR heeft aangevoerd geenszins minder steekhoudend is dan hetgeen de Ondernemer naar voren heeft gebracht, beide partijen hebben een pleitbaar verhaal op tafel gelegd. In het kader van dit kort geding kan dan niet worden gezegd dat de OR het reglement niet op deze wijze had mogen aanpassen. Op die grond zal de vordering om de OR te gebieden de verkiezingen op te schorten totdat in de bodemprocedure is geoordeeld over de vraag of de OR de kiesgroepen mocht afschaffen, worden afgewezen. 4.6 Gelet hierop wordt het onderdeel van de vordering dat ziet op het verlengen van de zittingstermijn van de zittende leden van de OR eveneens afgewezen. 4.7 Hetzelfde lot deelt het onderdeel van de vordering om de OR te gebieden niet nader te communiceren over de op 4 tot en met 8 december 2017 geplande verkiezingen totdat de kantonrechter heeft geoordeeld de vraag of de OR de kiesgroepen mocht afschaffen. 4.8 Artikel 6 lid 4 van de WOR bepaalt dat de ondernemer en de ondernemingsraad, indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van deze wet in de onderneming, gezamenlijk een of meer groepen van personen die anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst met de ondernemer arbeid verrichten, kunnen aanmerken als in de onderneming werkzame personen. Komen de ondernemer en de ondernemingsraad niet tot overeenstemming, dan kan ieder van hen een beslissing van de kantonrechter vragen. De Ondernemer en de OR zijn er in dit geval niet samen uitgekomen of aan een bepaalde groep ingeleenden actief en passief kiesrecht toekomt. Er is dus geen overeenstemming bereikt, terwijl gesteld noch gebleken is dat de OR de kantonrechter om een beslissing heeft verzocht. De OR mocht in dat geval niet eenzijdig bepalen dat die groep ingeleenden tijdens de komende verkiezingen toch mogen kiezen en verkiesbaar zijn. Geheel aan het eind van de mondelinge behandeling in kort geding heeft de OR gesteld dat bij de vorige verkiezingen ingeleenden ook al hebben meegedaan, zodat de Ondernemer geacht moet worden daarmee te hebben ingestemd. Nog los ervan dat dit argument als een duveltje uit een doosje naar boven kwam, geldt dat de Ondernemer voor de aanstaande verkiezingen nadrukkelijk niet heeft ingestemd met het verlenen van (actief en passief) kiesrecht aan ingeleenden. Het onderdeel van de vordering om te gebieden dat ingeleenden worden verwijderd van de lijst van kiesgerechtigde en verkiesbare personen, dat zij van kandidatenlijsten worden verwijderd en dat aan hen geen stembiljet wordt uitgereikt dan wel een andere stemmogelijkheid wordt geboden, zal dan ook worden toegewezen. 4.9 Als gevolg hiervan zal de kantonrechter de OR gebieden het bericht van 8 september 2017 binnen één week na betekening van dit vonnis te rectificeren als in het dictum is vermeld. 4.10 De kantonrechter ziet geen aanleiding tot aanpassing van de termijn waarbinnen de ongeorganiseerden zich kandidaat kunnen stellen. Het uitgangspunt is dat de OR het primaat heeft om de gang van zaken van de eigen verkiezingen te bepalen. De OR heeft artikel 7, leden 3 tot en met 6, van het voorbeeldreglement van de SER geheel zo niet grotendeels gevolgd. De OR heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat louter om kalender-technische redenen aan de niet-georganiseerden 12 dagen zijn gegund in plaats van 14 dagen, hooguit een minimale afwijking van het voorbeeldregleme