Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2016-11-04
ECLI:NL:RBROT:2016:10161
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,051 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team Straf 2
Parketnummer: 10/710336-16
Datum uitspraak: 4 november 2016
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in:
de penitentiaire inrichting Krimpen aan den IJssel,
raadsman mr. M.G. Eckhardt, advocaat te Den Haag.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 november 2016.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;
niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewijsmiddelen en bewezenverklaring
De raadsman heeft aangevoerd dat er geen sprake is van gebruik van een valse sleutel, nu de laptop door middel van een kabel op de pinautomaat is aangesloten, waarbij door het beperkte onderzoek aan de laptop onduidelijk is gebleven wat het effect daarvan is geweest.
Het verweer van de raadsman wordt verworpen. De medeverdachte heeft bekend dat hij geld uit de pinautomaat heeft gehaald met een laptop; de politie heeft vastgesteld dat aan deze laptop een communicatiekabel was verbonden terwijl bij het openen van de laptop een programma zichtbaar was met een code, hetgeen wijst op besturing van de laptop door derden. De rechtbank is van oordeel dat door de aansluiting van de laptop op de pinautomaat de beveiliging daarvan kennelijk is doorbroken, wat heeft geresulteerd in uitgifte van een geldbedrag van € 95.330. Dit maakt dat er sprake is van gebruik van een valse sleutel.
Nu de verdachte het feitelijke handelen heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit, zal het ten laste gelegde feit zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. De verdachte heeft het bewezen verklaarde bekend. Deze bekentenis ziet op alle feitelijke elementen van de bewezenverklaring en de bepleite vrijspraak is dan ook meer ingegeven door een andere juridische duiding van de feitelijke handelingen. Gelet hierop, en het arrest van de Hoge Raad van 9 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6503) indachtig, wordt met een opgave van bewijsmiddelen volstaan.
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 28 juli 2016 te Puttershoek, gemeente Binnenmaas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat, geplaatst aan de Pieter Repelaerstraat (nummer 55), heeft weggenomen 95.330 euro, toebehorende aan Rabobank, zulks nadat hij, verdachte, en zijn mededader(s), dat weg te nemen geld onder /hun bereik hadden gebracht door braak en door middel van een valse sleutel, te weten door
- gaten te boren in die geldautomaat en
- vervolgens een laptop op (de bedrading van) die geldautomaat aan te sluiten.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en valse sleutels.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarvoor straf wordt opgelegd
De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan een diefstal door middel van braak en een valse sleutel, doordat zij in de pinautomaat van de Rabobank aan de Pieter Repelaerstraat te Puttershoek gaten hebben geboord en vervolgens een laptop daarop hebben aangesloten. Hierdoor hebben zij een aanzienlijk geldbedrag van ruim € 95.000 kunnen buitmaken. De door de verdachten gehanteerde methode is in ons land niet eerder voorgekomen, en kan door de professionele, vernuftige en relatief eenvoudige wijze van handelen zeer ontwrichtend werken voor de banken. Door oplettendheid van een getuige en het voortvarende handelen van de politie is de medeverdachte die de buit onder zich had, al snel aangehouden, waardoor de schade beperkt is gebleven. De schade voor banken en het financiële verkeer had enorm kunnen zijn, te meer, nu in de auto van de verdachte een lijst met filialen van banken is aangetroffen, die mogelijk de volgende doelwitten van de verdachten waren.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 oktober 2016, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.4.
Conclusie
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.
De verdachten hebben een geldautomaat gekraakt op een nieuwe en zeer professionele wijze, die een andere straf rechtvaardigt dan die geldt voor een “traditionele” ramkraak. De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf gelet op de oriëntatiepunten die het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) heeft vastgesteld met betrekking tot het plaatsen van skimapparatuur. De wijze van diefstal door de verdachte is hiermee te vergelijken, omdat niet alleen de materiële schade net als bij skimmen groot is, maar ook het vertrouwen in de veiligheid van het bankenstelsel ernstig wordt aangetast door een misdrijf als dit. De rechtbank komt hierdoor tot een hogere straf dan door de officier van justitie is geëist.
De verdediging heeft verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die hoger is dan de duur die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, maar dat verzoek wordt onder verwijzing naar het voorgaande verworpen.
Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.
8Vordering benadeelde partij
Als benadeelde partij heeft [benadeelde 1] zich in het geding gevoegd ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 4.000,- aan materiële schade.
Op de vordering is het parketnummer van de zaak tegen de medeverdachte vermeld. De rechtbank zal echter de vordering als ook ingediend in de zaak tegen de verdachte beschouwen. Het is immers niet de benadeelde partij die de koppeling maakt tussen zijn vordering en de strafzaak, maar het openbaar ministerie, en een onjuistheid op dit punt kan de benadeelde partij dan ook niet worden tegengeworpen.
De officier van justitie heeft de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij gevorderd, nu niet kan worden vastgesteld dat [benadeelde 2] namens de Rabobank optreedt.
De raadsman van de verdachte verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd en niet is gebleken dat [benadeelde 3] de vordering namens de Rabobank heeft ingediend.
Niet is gesteld, noch uit een volmacht is gebleken dat [benadeelde 4] namens de Rabobank optreedt. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat hij voor zichzelf optreedt. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij afwijzen, nu [benadeelde 5] niet de schade heeft geleden waarvan hij vergoeding heeft gevorderd.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden afgewezen, wordt de benadeelde partij veroordeeld in de kosten door de verdachte gemaakt ter verdediging tegen de vordering, welke kosten worden begroot op nihil.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
wijst de vordering van de benadeelde partij af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. van Boven, voorzitter,
en mrs. J. van den Bos en D. van Putten, rechters,
in tegenwoordigheid van M. Rafik, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 november 2016.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 juli 2016 te Puttershoek, gemeente Binnenmaas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-ëigening in/uit een geldautomaat, geplaatst aan de Pieter Repelaerstraat (nummer 55), heeft weggenomen 95.330 euro en/of 740 euro, in elk geval een (grote) hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik had(den)
gebracht door braak, verbreking en/of inklimming en/of door middel van een valse sleutel, te weten door
- een of meer gaten te boren in die geldautomaat en/of
- (vervolgens) een laptop op (de bedrading van) die geldautomaat aan te sluiten.