Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 1999-10-26
ECLI:NL:RBROT:1999:AA4080
Bestuursrecht
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROTTERDAM Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken Reg.nr.: TELEC 99/558-SIMO Uitspraak in het geding tussen de omroepvereniging Mercurius, gevestigd te Leeuwarden, eiseres, gemachtigde mr M. Dellebeke, advocaat te Amsterdam, en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, verweerder. 1. ontstaan en loop van de procedure Bij besluiten van 31 augustus 1998 heeft verweerder machtigingen als bedoeld in artikel 17 van de toenmalige Wet op de telecommunicatievoorzieningen (hierna: WTV) verleend aan - onder andere - Rebecca Radio, Mediad B.V. en v.o.f. Regio Radio & TV/Happy Radio. Tegen deze besluiten heeft de gemachtigde van eiseres bij brief van 8 oktober 1998 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 2 februari 1999 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft de gemachtigde van eiseres bij brief van 15 maart 1999, aangevuld bij brief van 25 mei 1999, beroep ingesteld. Verweerder heeft bij brief van 9 juli 1999 een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat de zaak ter behandeling wordt gevoegd met de zaak betreffende het beroep van de vereniging Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch (reg.nr. TELEC 99/556-SIMO) , en met de zaak betreffende het beroep van de Stichting Lokale Omroep Haarlem, gevestigd te Haarlem (reg.nr. TELEC 99/557-SIMO). Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 1999. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, met bijstand van P.M.G. de Wit, directeur van de vereniging Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr K. Sevinga, werkzaam bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank de behandeling van de gevoegde zaken gesplitst. Deze uitspraak is gedaan door mr drs Th.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van mr A. Gerbrandy als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 1999. De griffier: De rechter: Afschrift verzonden op: 3 november 1999 Een belanghebbende - waaronder in elk geval eiseres wordt begrepen -en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ‘s-Gravenhage De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden. De rechtbank overweegt als volgt. Het bestreden besluit berust op de stellingname van verweerder dat het bezwaar van eiseres alleen dan ontvankelijk had kunnen worden geacht, als eiseres zelf een aanvraag had ingediend, hetgeen eiseres echter - verwijtbaar - niet heeft gedaan. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat aan eiseres niet kan worden tegengeworpen dat zij geen aanvraag heeft ingediend. De duidelijke bewoordingen van de bekendmakingen van 9 januari 1998 en 1 mei 1998 lieten immers - ook - voor eiseres geen andere conclusie toe dan dat toewijzing van de beschikbare frequenties slechts zou plaatsvinden aan niet-landelijke commerciële radio-omroepen. Voorts is niet gebleken dat van de zijde van verweerder -in elk geval voor het verstrijken van de aanvraagtermijn uitdrukkelijk en publiekelijk is kenbaar gemaakt dat in bijzondere gevallen toewijzing aan andere dan niet-landelijke commerciële radio-omroepen mogelijk zou zijn. In die omstandigheden kan niet worden volgehouden dat het belang van eiseres niet rechtstreeks is betrokken bij de tot Rebecca Radio, Mediad B.V. en v.o.f. Regio Radio & TV/Happy Radio gerichte besluiten van 31 augustus 1998. Dat andere lokale publieke radio-omroepen niettegenstaande het voorgaande wel een aanvraag hebben ingediend, leidt niet tot een ander oordeel. Nu de rechtbank ook overigens geen grond ziet om vast te stellen dat eiseres niet als belanghebbende bij de tot Rebecca Radio, Mediad B.V. en v.o.f. Regio Radio & TV/Happy Radio gerichte besluiten van 31 augustus 1998 kan worden aangemerkt, is het bestreden besluit in strijd met artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het beroep dient derhalve gegrond te worden verklaard en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. De inhoudelijke grieven van eiseres kunnen -thans - buiten bespreking blijven. Verweerder dient, met inachtneming van hetgeen de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen, een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van eiseres van 8 oktober 1998. In het voorgaande ligt vanzelfsprekend geen oordeel van de rechtbank besloten over de houdbaarheid in rechte van het standpunt van verweerder dat ten aanzien van eiseres geen sprake is van verzorgingsproblemen en derhalve evenmin van strijd met het wettelijke voorkeursrecht. Gelet op de samenhang van de onderhavige zaak met andere bij de rechtbank aanhangige beroepen tegen de besluiten van verweerder van 31 augustus 1998, zal de rechtbank verweerder een termijn - en wel van vier weken - stellen voor het nemen van een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres. Een mogelijk beroep daartegen zal dan gelijktijdig met de hiervoor bedoelde beroepen ter zitting kunnen worden behandeld. De rechtbank ziet tenslotte aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep tot aan deze uitspraak redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank bepaalt de proceskosten op f 1065,-- aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Van overige kosten waarop een veroordeling in de proceskosten betrekking kan hebben, is de rechtbank niet gebleken. Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.