Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-01-13
ECLI:NL:RBOVE:2026:98
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/876 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats] (gemachtigde: mr. J.J. Douwes), en de minister van Justitie en Veiligheid (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit van de korpschef van de politie (hierna: de korpschef) om de omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit van [eiser] in te trekken. Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de korpschef hiertoe besloten. De minister heeft het administratief beroep van [eiser] hiertegen ongegrond verklaard. [eiser] is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de korpschef terecht de omgevingsvergunning jachtgeweer activiteit heeft ingetrokken. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef terecht de omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit heeft ingetrokken. [eiser] krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarmee ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. De korpschef van de politie heeft op 21 februari 2024 aan [eiser] een omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit (hierna: de omgevingsvergunning) afgegeven voor een dubbelloops hagelgeweer, een enkelloops hagelgeweer en vier enkelloopse kogelgeweren, geldig van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025. 4. Op 18 april 2024 heeft er een controle door de politie plaatsgevonden bij [eiser] als houder van de omgevingsvergunning. Van deze controle is op 23 april 2024 een proces-verbaal op ambtseed opgesteld. Hieruit volgt dat een van de twee verbalisanten heeft gezien dat er bij het ontladen van een enkelloops kogelgeweer een compleet patroon uit het wapen viel en dat het magazijn nog in het wapen zat. 5. Omdat de korpschef op grond van de huiscontrole van mening was dat het voorhanden hebben van wapens en munitie niet langer aan [eiser] kon worden toevertrouwd, heeft hij op 22 april 2024 het voornemen aan [eiser] bekend gemaakt om de omgevingsvergunning in te trekken. 6. [eiser] heeft op het voornemen gereageerd met een zienswijze. 7. De korpschef heeft naar aanleiding van de zienswijze geen aanleiding gezien om af te zien van zijn voornemen en heeft vervolgens bij besluit van 3 juni 2024 de omgevingsvergunning ingetrokken. 8. Het door [eiser] ingediende administratief beroep heeft de minister op 21 januari 2025 ongegrond verklaard (het bestreden besluit). 9. [eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 10. De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser], zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het juridisch kader 11. De korpschef trekt een omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit in als de vergunninghouder misbruik heeft gemaakt van wapens of munitie of van de bevoegdheid om wapens of munitie voorhanden te hebben, of als er andere aanwijzingen zijn dat aan hem het voorhanden hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd. Dit volgt uit de artikelen 5.39, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 8.104, eerste lid, sub c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: het Bkl). 12. Het criterium ‘het niet langer kunnen toevertrouwen van het voorhanden hebben van wapens en munitie’ is verder uitgewerkt in beleidsregels, vastgelegd in de Circulaire wapens en munitie 2019 (hierna: de Cwm 2019). Volgens de Cwm 2019 zijn “het niet langer kunnen toevertrouwen” en “vrees voor misbruik” twee verschillende omschrijvingen voor dezelfde situatie. Vrees voor misbruik kan, volgens onderdeel B, paragraaf 1.2 van de Cmw 2019, onder andere blijken uit een veroordeling en andere rechterlijke uitspraken of uit andere omtrent de aanvrager bekende feiten. 13. Volgens onderdeel B, paragraaf 8 van de Cwm 2019 dient de persoon aan wie een vergunning is verleend tot het