Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-02-11
ECLI:NL:RBOVE:2026:734
Strafrecht
Raadkamer
1,989 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOVE:2026:734 text/xml public 2026-02-13T14:31:07 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-02-11 25-033345 Uitspraak Raadkamer Beschikking NL Almelo Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:734 text/html public 2026-02-13T14:29:38 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:734 Rechtbank Overijssel , 11-02-2026 / 25-033345 Klager dient een klaagschrift in omtrent de personenauto en stelt dat dit voertuig aan hem moet worden teruggegeven. De raadkamer verklaart het klaagschrift ongegrond. RECHTBANK OVERIJSSEL Strafrecht Zittingsplaats Almelo raadkamernummer : 25-033345 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats], wonende op het adres [woonplaats], hierna te noemen: de klager, tevens beslagene. 1 Het verloop van de procedure Het klaagschrift, gedateerd 23 december 2025 is op diezelfde dag op de griffie van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, ontvangen. Het klaagschrift is ingediend door klager. Het klaagschrift betreft een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag op een Mercedes-Benz type A-180, voorzien van het kenteken [kenteken] (hierna: de personenauto). Er wordt geklaagd over het uitblijven van een last tot teruggave van de personenauto aan klager als rechthebbende. Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 11 februari 2026. Bij die behandeling zijn de officier van justitie mr. K.J.L. de Valk en klager gehoord. De belanghebbende [belanghebbende] B.V. is kennis gegeven van de behandeling van het klaagschrift maar is niet verschenen en heeft ook geen klaagschrift ingediend. De raadkamer heeft kennisgenomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak naar aanleiding waarvan de inbeslagneming heeft plaatsgevonden. De raadkamer heeft daarnaast kennisgenomen van de door de officier van justitie overgelegde conclusie met betrekking tot de omstandigheden waaronder het beslag heeft plaatsgevonden en het standpunt van het Openbaar Ministerie met betrekking tot het al dan niet handhaven van het beslag. 2 De standpunten van klager en de officier van justitie Het standpunt van klager Klager heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard en dat de personenauto aan hem moet worden teruggegeven. Klager heeft de personenauto op 21 oktober 2024 gekocht van [naam] voor € 16.100,-. De auto was op naam gesteld van [naam]. Klager wist ten tijde van de aankoop dat met betrekking tot de personenauto bij leasgever [bedrijf 1] B.V. nog een openstaand bedrag stond aan leasetermijnen van circa € 12.000,-. Klager en de verkoper zijn om die reden schriftelijk overeengekomen dat klager het volledige aankoopbedrag zou voldoen en het voertuig direct zou meenemen, en dat de verkoper de openstaande financiering per direct zou aflossen bij de leasegever [bedrijf 1]. Tevens is afgesproken dat de tenaamstellingscodes na aflossing enkele dagen later beschikbaar zouden komen en aan klager zouden worden toegestuurd. Klager stelt dat hij heeft te gelden als verkrijger te goeder trouw en als zodanig rechtmatig eigenaar van de auto is geworden. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich onder verwijzing naar de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie op het standpunt dat hij van oordeel is dat het beslag wegens het niet langer voortduren van enig strafvorderlijk belang dient te worden opgeheven, dat het voertuig dient te worden afgegeven aan de redelijkerwijs rechthebbende, zijnde leasegever [bedrijf 1] en dat het klaagschrift daarom ongegrond moet worden verklaard. 3 De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen. 4 De ontvankelijkheid Het klaagschrift is ontvankelijk. 5 De beoordeling Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de raadkamer het volgende vast. Maatstaf Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De raadkamer dient daarom a) te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b) de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de beslagene te gelasten, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van die voorwerpen dient te worden beschouwd. In dat laatste geval moet het beklag ongegrond worden verklaard. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave, indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave, indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen. De raadkamer stelt hierbij voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Niet gevergd kan worden dat ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak wordt getreden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagraadkamer vooruit loopt op het in de strafzaak te geven oordeel. De raadkamer tekent hier echter bij aan dat moet worden beslist op grond van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval op het moment van het beoordelen van het beklag. Het summiere karakter van de beklagprocedure leidt er daarom niet toe dat niet kritisch naar deze feiten en omstandigheden zal worden gekeken. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen, ook in een zaak betreffende een ander dan de klager, of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4°, Sr in verbinding met art 552f Sv. Feiten en omstandigheden Op 6 oktober 2025 is op grond van artikel 94 Sv beslag gelegd op de hiervoor genoemde personenauto. Klager wenst de inbeslaggenomen personenauto terug te krijgen. Klager heeft verklaard dat hij als particulier op 21 oktober 2024 bij een particuliere verkoper genaamd [naam] de personenauto heeft gekocht. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat het een gefinancierde auto betrof. De particuliere verkoper had de personenauto op 1 mei 2020 gekocht en gefinancierd via een leaseconstructie bij [bedrijf 1] B.V. Op 9 mei 2025 is namens [bedrijf 1] aangifte gedaan tegen [naam] vanwege het niet nakomen van de financiële verplichtingen, met als gevolg betalingsachterstanden. Om die reden heeft [bedrijf 1] de leaseovereenkomst ontbonden en [bedrijf 2] BV de opdracht gegeven om het voertuig te traceren en in te nemen. Klager stelt dat hij kan worden aangemerkt als verkrijger te goeder trouw en dat hij eigenaar is geworden van de personenauto. Beoordeling Klager heeft een personenauto gekocht die verduisterd lijkt te zijn door verkoper Derby. Voor beoordeling van de onderhavige zaak is artikel 3:86 BW van belang.