Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-08-27
ECLI:NL:RBOVE:2026:5265
Het traject bij Isa power betreft geen behandeling maar begeleiding die verzoekster in staat stelt op termijn haar doelen voor zelfredzaamheid en participatie te bereiken. Toewijzing verzoek. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 26/2141 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 augustus 2026 in de zaak tussen [verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]. Samenvatting 1.1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoekster om de vergoeding van de geboden begeleiding bij een traject bij ISA Power. Verzoekster is het met de afwijzing niet eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoekschrift aan de hand van de gronden van verzoekster. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2.1. Verzoekster heeft op 22 december 2025 een aanvraag ingediend. Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 13 april 2026 afgewezen omdat het gevraagde programma valt onder de Zorgverzekeringswet (ZVW). Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en haar moeder [naam], en de gemachtigden van het college. Beoordeling door de voorzieningenrechter Feiten 3.1. Verzoekster [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 2001, is al ruim tien jaar bekend met een eetstoornis. De laatste vijf jaar heeft zij een BMI van 11-12. Ook is zij slechthorend. 3.2. [verzoekster] heeft vanwege haar ernstige ondergewicht een uitgebreide behandelvoorgeschiedenis met meerdere klinische opnames. De behandeltrajecten hebben niet (blijvend) geleid tot het gewenste resultaat. 3.3. [verzoekster] heeft op 22 december 2025 verzocht om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening voor (een verblijf bij) het Recovery House van ISA Power (verder: ISA Power). Dit verzoek is afgewezen. Standpunt van verweerder 3.4. Volgens het college is uit onderzoek gebleken dat een groot deel van de vragen van verzoekster aansluiten bij een geneeskundig traject binnen de GGZ. Het programma van ISA Power is sterk behandeling- en therapiegericht. Omdat beide aspecten nauw aansluiten bij geneeskundige GGZ, valt dat onder de ZVW. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) hoeft hierin volgens het college daarom niet gecompenseerd te worden. Het college wil verzoekster wel passende ondersteuning bieden (bestaande uit vier uur individuele begeleiding per week) en verwijst daarvoor naar het opgestelde ondersteuningsplan. Gronden van het verzoek 3.5. [verzoekster] verwijst in haar verzoek naar de diverse medische rapportages, onder meer van de huisarts en van Novarum, centrum voor eetstoornissen en obesitas. Ze wijst erop dat haar aanvraag voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg al is afgewezen. Het gaat in dit geval volgens verzoekster niet om behandeling: bij de GGZ-instellingen wordt ze namelijk afgewezen omdat ze onvoldoende op gewicht is om te starten met een behandeling. Op de zitting heeft ze toegelicht dat de inzet van ISA Power nodig is om haar sociale isolement te doorbreken en om haar fit genoeg te maken voor een latere behandeling. Het traject bij ISA Power is ontworpen om het dwangmatig overlevingsmechanisme thuis veilig te doorbreken. Belangrijk voor haar is dat dit gebeurt door een ervaringsdeskundige. Bij ISA Power is dat het geval. Als ze zich sterk genoeg voelt (na begeleiding door ISA Power) kan ze starten met een GGZ-behandeling. Ze wil en kan niet meer overleven in eenzaamheid, ze wil weer leven. Het advies van de bezwarencommissie 3.6. Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft een zitting bij de gemeentelijke bezwarencommissie plaatsgevonden. De bezwarencommissie heeft geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen en aandachtspunten van de bezwarencommissie. De commissie heeft erop gewezen dat de overgelegde medische rapporten zijn opgesteld door deskundigen en gelijkluidend in de richting van behandeling voor verzoekster wijzen. Omdat echter de expertise bij de commissie ontbreekt, adviseert zij het college zich te laten adviseren door een deskundige. De commissie adviseert om niet een nieuw rapport te laten opstellen maar aan Novarum vragen te stellen. In het reeds overgelegde rapport van Novarum van 2 juli 2026 wordt namelijk gesteld dat voorafgaand of aanvullend aan een klinisch/intensief ALK-programma begeleiding door ISA Power een significante bijdrage zou kunnen leveren aan het herstel van [verzoekster]. Gelet daarop moet volgens de commissie de vraag beantwoord worden of de aard van de bedoelde begeleiding gedefinieerd kan worden: is deze meer gericht op de begeleiding van [verzoekster] of is deze meer gericht op haar behandeling. In het eerste geval zou dit onderbouwen dat een maatwerkvoorziening individuele begeleiding uit medisch oogpunt gezien verantwoord zou kunnen worden toegekend aan [verzoekster]. In het tweede geval is sprake van medisch noodzakelijke zorg waarvoor de ZVW het relevante kader betreft . Daarnaast adviseert de commissie aan Novarum de vraag voor te leggen hoe het advies met betrekking tot de aanvullende of voorafgaande begeleiding zich verhoudt tot de draaglast en draagkracht van [verzoekster] die op meerdere plekken in het dossier zowel door haarzelf als anderen ter discussie wordt gesteld. Mocht de geadviseerde begeleiding gericht zijn op behandeling dan adviseert de commissie het college om af te stemmen met de zorgverzekeraar over een mogelijke aanspraak op een voorziening. Het onderzoek ter zitting van de voorzieningenrechter 3.7. Op de zitting bij de voorzieningenrechter is het volgende aan de orde gekomen. Na het advies van de bezwarencommissie heeft het college de vragen niet aan Novarum voorgelegd, maar aan Aussems en Kerkvliet (hierna A en K), overigens zonder de vragen af te stemmen met [verzoekster]. A en K zal een spoedrapport uitbrengen. De termijn waarop dit geschiedt is nog niet bekend en daarom heeft het college de beslistermijn voor het nemen van een besluit op bezwaar verlengd. Op de zitting is besproken waarom het college het advies van de bezwarencommissie om Novarum vragen voor te leggen niet heeft opgevolgd. Het college heeft gesteld dat daarvoor geen toestemming is verkregen van [verzoekster]. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter met partijen afgesproken dat ze met elkaar overleggen over de aan Novarum te stellen vragen, dat [verzoekster], mochten zij tot overeenstemming komen, deze vragen via mail zal voorleggen aan Novarum en dat beide partijen telefonisch met Novarum zullen overleggen over de voortgang van beantwoording van de vragen. 3.8. Partijen hebben gezamenlijk vragen opgesteld en deze op 20 augustus 2026 aan Novarum voorgelegd met het verzoek uiterlijk 26 augustus 2026 te reageren. Novarum heeft op 26 augustus 2026 laten weten de vragen niet binnen de gestelde termijn te kunnen beantwoorden omdat met meerdere betrokken partijen overleg nodig is om tot een zorgvuldige beantwoording te kunnen komen. Het oordeel van de voorzieningenrechter 4. De voor de uitspraak belangrijke wet en regelgeving staat in de bijlage. 4.1. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dit vereist. Vast staat dat het primaire besluit niet in stand kan blijven. Dat heeft het college in het verweerschrift ook erkend. Vast staat ook dat Novarum niet op zeer korte termijn de door partijen gezamenlijk gestelde vragen kan beantwoorden. De startdatum van het beoogde traject bij ISA Power [locatie] nadert. De voorzieningenrechter zal een beslissing nemen op basis van de nu voorhanden zijnde informatie. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Overwegingen 4.2. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van beroep volgt op welke wijze het onderzoek naar maatschappelijke ondersteuning onder de Wmo 2015 moet plaatsvinden. Wanneer bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, moet het college allereerst vaststellen wat de hulpvraag is (1). Vervolgens zal het college moeten vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie (2). Wanneer die problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager (3). Vervolgens moet onderzocht worden of en in hoeverre er andere mogelijkheden zijn die de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden (4). Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een maatwerkvoorziening te verstrekken. Eén van de bedoelde andere mogelijkheden om de nodige hulp en ondersteuning te bieden is de zogenoemde ‘eigen kracht’. Onder ‘eigen kracht’ wordt ook verstaan aanspraak maken op voorzieningen die op grond van een andere wettelijke regeling bestaan, waaronder de ZVW. 4.3. De stelling dat een gewenste aanspraak ten laste van de ZVW komt, kan alleen standhouden als daaraan een onderzoek ten grondslag ligt naar de specifieke hulpvraag, de inhoud en omvang van de bij of krachtens de ZVW geboden zorg en in hoeverre deze zorg voorziet in de hulpvraag van betrokkene. Ook is het mogelijk dat naast zorg vanuit de ZVW nog steeds aanvullend begeleiding vanuit de Wmo 2015 nodig is. Dit is vaste rechtspraak . 4.4. Verzoekster heeft een diagnostisch onderzoek ingebracht van 31 maart 2026, opgesteld door Novarum. Novarum heeft in een uitgebreid onderbouwde rapportage geconcludeerd dat verwijzing naar een klinisch/intensief, ALK-programma bij [instelling 1] of [instelling 2] voor [verzoekster] aangewezen is. Aanvullend of voorafgaand daaraan zou volgens Novarum begeleiding vanuit ISA Power een significante bijdrage kunnen leveren aan het herstel. Volgens het college is deze toevoeging van Novarum op het punt van de rol van ISA Power onduidelijk en in verband daarmee is nog nader onderzoek gaande. 4.5. De voorzieningenrechter begrijpt de overwegingen in het rapport zo dat [verzoekster] volgens Novarum bij ISA Power op kracht kan komen, wat noodzakelijk is om vervolgens daarna succesvol de GGZ-behandeling te kunnen ondergaan. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter volgt hieruit dat de ondersteuning die ISA Power biedt verzoekster helpt om uiteindelijk haar doelen voor zelfredzaamheid en participatie te bereiken. Daarmee is voor de voorzieningenrechter helder dat het college in het kader van de Wmo 2015 een taak heeft. De voorzieningenrechter vindt ook van belang dat bij ISA Power geen BIG-geregistreerde zorgverleners werkzaam zijn. De ondersteuning die ISA Power biedt kan dan ook geen behandeling in het kader van de ZVW betreffen, maar wel begeleiding in de zin van de Wmo 2015. Tijdens de hoorzitting bij de bezwarencommissie is ook een vertegenwoordiger van ISA Power gehoord. Haar verklaring dat de ondersteuning bij ISA Power [locatie] niet onder de ZVW valt en dat van geneeskundige zorg geen sprake is, sluit daarbij aan. 4.6. Verzoekster heeft ook meerdere malen, reeds vanaf de melding, verklaard dat zij ondersteuning zoekt om te ontsnappen aan het dwangmatig overlevingsmechanisme van de thuisstructuur en om zoveel mogelijk aan te kunnen sterken zodat ze vervolgens de GGZ-behandeling kan aangaan. Op dit moment wordt zij door de behandelaars van diverse instellingen afgewezen omdat ze onvoldoende op gewicht is. Ze moet dus eerst op gewicht komen. Ze heeft weinig tot geen contacten en zit de hele dag thuis, waar de eetstoornis zorgt voor spanningen en dus niet voor herstel. Het traject bij ISA Power [locatie] is volgens de deskundigen nodig om te werken aan het herstel; het is nodig om de sociale isolatie te doorbreken en haar fit genoeg te maken voor een latere behandeling. Ze benadrukt nog dat ze bij ISA Power wordt begeleid door een ervaringsdeskundige. Ze heeft daarin veel vertrouwen. [verzoekster] ziet ISA Power als enige mogelijkheid om voldoende aan te sterken om een behandeling volgens, bijvoorbeeld, het ALK-programma te kunnen starten en succesvol te kunnen afronden. Zij zal daarna eindelijk weer in staat zijn te participeren. 4.7. Tegenover het belang van verzoekster staat het belang van het college. Dat is vooral gelegen in het op een juiste wijze uitvoering geven aan de Wmo 2015. In dat verband acht de voorzieningenrechter het van belang dat Novarum tot een beantwoording komt van de door beide partijen gezamenlijk gestelde vragen. Voor de te nemen beslissing op bezwaar zal de beantwoording van die vragen immers noodzakelijk zijn. 4.8. Nu echter Novarum de vragen nog niet beantwoord heeft en ook niet op korte termijn zal beantwoorden en ISA Power [locatie] tot 1 september 2026 een plaats beschikbaar heeft voor verzoekster, is de voorzieningenrechter van oordeel dat, gelet de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist is. Die voorlopige voorziening houdt in dat het college een maatwerkvoorziening toekent, hetzij in natura, hetzij via een persoonsgebonden budget, waarbij verzoekster per 1 september 2026 begeleiding wordt geboden door ISA Power [locatie]. De voorlopige voorziening zal gelden tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Het primaire besluit wordt geschorst en het college zal het griffierecht ad € 54,- aan verzoekster moeten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe; schorst het primaire besluit van 13 april 2026 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar; treft een voorlopige voorziening die daaruit bestaat dat het college een maatwerkvoorziening toekent, hetzij in natura, hetzij via een persoonsgebonden budget, waarbij [verzoekster] per 1 september 2026 begeleiding wordt geboden door ISA Power [locatie]; bepaalt dat het college het griffierecht aan verzoekster moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.B. Elferink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Ernens, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026. griffier Voorzieningenrechter De rechter is verhinderd te tekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Artikel 1.1.1 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – begeleiding: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. – maatschappelijke ondersteuning: 1°. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2°. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3°. bieden van beschermd wonen en opvang; – maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1°. ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2°. ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3°. ten behoeve van beschermd wonen en opvang; – participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; – zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Artikel 2.3.1 Het college draagt er zorg voor dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen, een maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Artikel 2.3.2 4. Het college onderzoekt: a. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; b. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; c. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; d. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; e. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; f. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; g. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a, verschuldigd zal zijn. Artikel 2.3.5 1. Het college beslist op een aanvraag: a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie; b. van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen. 3. Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Artikel 2.3.6 1. Indien de cliënt dit wenst, verstrekt het college hem een persoonsgebonden budget dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken. Verordening maatschappelijke ondersteuning Hellendoorn Artikel 2.4 Voorwaarden en weigeringsgronden (…) 3. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als: (…) b. voor de problematiek, die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Hellendoorn 2023 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR699991 4. In kaart brengen van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociale netwerk en algemene voorzieningen Als vaststaat welke ondersteuning nodig is, moet de consulent beoordelen welke bijdrage de inwoner zelf, dan wel met gebruikelijke hulp, mantelzorg en/of hulp uit het sociale netwerk hierin kan leveren. Als de inwoner (deels) in staat is om zelf, dan wel met hulp van anderen de problemen op te lossen, hoeft er geen maatwerkvoorziening te worden verstrekt vanuit de Wmo 2015 (zie artikel 2.3.5, derde en vierde lid van de Wmo 2015). Er is dan sprake van voldoende probleemoplossend vermogen, ook wel ‘eigen kracht’ genoemd. Onder eigen kracht wordt ook verstaan dat de inwoner daadwerkelijk een beroep kan doen op andere wetten (zoals de Zvw, Wlz en Pw). De consulent moet onderzoeken of er sprake is van voldoende eigen kracht. Om dit te kunnen beoordelen, wordt ook beoordeeld of er sprake is van gebruikelijke en boven gebruikelijke hulp (zie hiervoor hoofdstuk 3). ECLI:NL:CRVB:2025:876