Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-02-03
ECLI:NL:RBOVE:2026:512
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 71.293211.22 (P) Datum vonnis: 3 februari 2026 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] , wonende aan de [woonplaats] . 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 januari 2026. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman, mr. B. Hartman, advocaat in Diemen, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade, of subsidiair medeplichtig is geweest aan een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade; feit 2: medeplegen van diefstal van een Renault Captur; feit 3 : medeplegen van diefstal van een Renault Megane, of subsidiair heling van deze Renault Megane; feit 4 : deelneming aan een criminele organisatie. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 hij op een of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 21 december 2020 tot en met 23 december 2020, althans in de maand december 2020, te Amsterdam en/of Eindhoven en/althans (elders) in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om al dan niet met voorbedachten rade aan een persoon, genaamd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen met zijn mededader(s); - een of meer perso(o)n(en)/mededader(s) heeft benaderd en/of een zogenaamd team van mededader(s) heeft samen gesteld teneinde die [slachtoffer 1] dat zwaar lichamelijke letsel toe te brengen, en/of - een (vuur)wapen voor die mededader(s) heeft geregeld en/of heeft bemiddeld in het verkrijgen en/of afgeven van dat vuurwapen aan die mededader(s), en/of - instructies aan die mededader(s) heeft gegeven met betrekking tot de wijze waarop en/of aard waarop/mate waarin dat zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van die [slachtoffer 1] uitgevoerd moest worden, en/of - informatie met betrekking tot het woonadres van die [slachtoffer 1] aan die mededader(s) heeft verstrekt/gegeven, en/of - ( vervolgens) naar het woonadres van die [slachtoffer 1] is/zijn gereden en/of op dat adres heeft/hebben aangebeld en/of een enveloppe met daarin 3 patronen/kogels door de brievenbus heeft/hebben gegooid, terwijl (telkens) de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 december 2020 tot en met 23 december 2020, althans in de maand december 2020, te Eindhoven en/althans (elders) in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door die onbekend gebleven perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om al dan niet met voorbedachten rade aan een persoon, genaamd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een (vuurwapen) naar het woonadres van die [slachtoffer 1] is/zijn gereden/gegaan en/of op dat adres heeft/hebben aangebeld en/of een enveloppe met daarin 3 patronen/kogels door de brievenbus heeft/hebben gegooid, terwijl (telkens) de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen in of omstreeks de periode van 21 december 2020 tot en met 23 december 2020, althans in de maand december 2020 te Amsterdam en/althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door: - een of meer van die onbekend gebleven personen te benaderen en/of een zogenaamd team van personen samen te stellen, welke perso( Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman betoogd dat uit het dossier niet meer kan volgen dan dat verdachte op enig moment in de buurt heeft gereden van de gestolen Renault Captur, en dat is onvoldoende om hem als medepleger aan te merken. Daarom moet verdachte van dit feit worden vrijgesproken. Ook ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat er geen onomstotelijk bewijs is dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de diefstal of heling van de Renault Megane. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Het strafrechtelijk onderzoek ‘26Southall’ is gestart naar aanleiding van in onderzoek 26Argus onderschepte communicatie van het Sky-ID [accountnaam 1] . Identificatie gebruiker SKY-ID [accountnaam 1] De eerste vraag die dus moet worden beantwoord, is of wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de gebruiker was van het Sky-ID [accountnaam 1] . Zelf heeft verdachte gezegd dat hij daar niets mee te maken heeft. Verder heeft hij zich voornamelijk op zijn zwijgrecht beroepen. Mastgegevens Sky-ID [accountnaam 2] Dit Sky-ID is gekoppeld aan een Apple iPhone 6S met IMEI-nummer [nummer] . In de nachtelijke uren heeft deze telefoon in de periode van 29 juni 2020 tot en met 9 juli 2020, van 14 tot en met 21 september 2020 en van 14 december 2020 tot en met 13 januari 2021 de meeste registraties op de cell-ID locatie [adres 1] in Amsterdam. Verdachte heeft van 14 maart 2020 tot en met 24 september 2021 ingeschreven gestaan op het adres [adres 2] in Amsterdam. Dit adres bevindt zich in de nabijheid, op ongeveer 130 meter afstand, van de cell-ID locatie [adres 1] in Amsterdam. Gebruik zwarte Peugeot door [accountnaam 2] Op 19 september 2020 om 20:47 uur stuurt de gebruiker van het Sky-ID [accountnaam 2] : ‘ bra ik ben achterkant ' en ‘ zwarte peuegeot ’. Op 18 december 2020 om 18:13 uur stuurt de gebruiker van het Sky-ID [accountnaam 2] dat hij een ongeluk heeft gemaakt. In het proces-verbaal is gerelateerd dat de gebruiker vervolgens een foto van een zwarte auto stuurt, waarop op de wieldop het Peugeot-logo is te zien. Volgens de politie betreft dit ‘ vermoedelijk een ouder model type 207 of 208 ’, gelet op de uiterlijke kenmerken. [naam 1] , de zus van verdachte, was van 12 juni 2020 tot en met 15 januari 2021 de tenaamgestelde van een zwarte Peugeot 207 met bouwjaar 2007 en met kenteken [kenteken 1] . Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel eens gebruik maakte van dat voertuig. Van deze Peugeot zijn ANPR kentekenregistraties verkregen, die vervolgens zijn vergeleken met de mastgegevens van de cryptotelefoon: Op 18 september 2020 te 14:29 uur staat de cryptotelefoon in verbinding met een cell-ID op de locatie [adres 3] te Delft. Deze locatie is gelegen direct langs de snelweg A13. Om 14:31 uur is het kenteken geregistreerd op de snelweg A13 rechts 12.0 in Delft. Het voertuig rijdt vanaf Delft richting Rotterdam. Even daarna, om 14:33 uur staat de cryptotelefoon in verbinding met een cell-ID op de locatie [adres 4] te Rotterdam. Deze locatie is gelegen direct langs de snelweg A13. Op 22 december 2020 om 21:36 uur staat de cryptotelefoon in verbinding met een cell-ID op de locatie [adres 5] te 's Hertogenbosch. Deze locatie is gelegen direct langs de snelweg A2. Om 21:41 uur is het kenteken geregistreerd op de snelweg A2 links 103.0 bij de afrit naar de N322 bij Zaltbommel. Het voertuig komt uit de richting van 's Hertogenbosch. Om 21:51 uur is het kenteken geregistreerd bij de oprit naar de A2 vanaf Zaltbommel in de richting van Waardenburg. Even daarna, om 21:54 uur, staat de cryptotelefoon in verbinding met een cell-ID op de locatie [adres 6] te Waardenburg. Deze locatie is gelegen nabij de snelweg A2. Op 30 december 2020 om 18:45 uur staat de cryptotelefoon in verbinding met een cell-lD op de locatie [adres 7] te Kapel Avezaath. Deze locatie is gelegen direct langs de snelweg A15 ter hoogte van Tiel. Om 18:48 uur is het kenteken geregistreerd op de Provincialeweg De laatste instructie voordat naar de woning wordt gegaan is: ‘ ok ding op hoofd paar tikke en groete van diablo him self thats is ’. Naar het oordeel van de rechtbank is dat onvoldoende om aan te nemen dat het opzet van de daders (al dan niet in voorwaardelijke zin) was gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 1] . Daarom zal de rechtbank verdachte van dit feit vrijspreken, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd en door de raadsman is betoogd. Feit 4 Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr. Bij de beoordeling van dit feit moet eerst worden vastgesteld of sprake is van een ‘organisatie’. Onder ‘organisatie’ wordt verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere rechts- dan wel natuurlijk persoon. Zo’n organisatie wordt pas een criminele organisatie als vast komt te staan dat de organisatie het oogmerk heeft op het plegen van één of meer misdrijven. Niet is vereist dat (leden van ) de organisatie daadwerkelijk misdrijven hebben begaan, voldoende is dat het plegen van misdrijven door de organisatie wordt beoogd. In het deelnemen aan de organisatie ligt het opzet besloten. De deelnemer moet weten dat de organisatie het oogmerk heeft het plegen van één of meer misdrijven. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van deelneming door de afzonderlijke verdachte gaat het er om of kan worden vastgesteld: dat de verdachte – in zijn algemeenheid – wist dat de organisatie het oogmerk had tot het plegen van misdrijven (waarbij voorwaardelijk opzet niet voldoende is) en dat de verdachte een aandeel heeft gehad c.q. ondersteunende handelingen heeft verricht, gericht op verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Beoordeling Uit de inhoud van de Sky-berichten blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van een crimineel samenwerkingsverband tussen verdachte (Sky-ID [accountnaam 2] ) en de Sky-ID’s ‘ [accountnaam 4] ’ en ‘ [accountnaam 3] ’ (gebruikersnaam ‘ [alias 2] ’) (de politie vermoedt dat deze Sky-ID’s dezelfde gebruiker hebben) en ‘ [alias 3] ’ en ‘ [alias 4] ’ (de politie vermoedt dat ook deze Sky-ID’s dezelfde gebruiker hebben). Zo stuurt [accountnaam 4] op 30 juni 2020 naar verdachte: ‘ Maar moeten sterk team voor dir hebbe bro echt veel werke’ , op 2 juli 2020 : ‘Bro ik hoor het van sir bro.. soms is r werk last minute meestal last minute bro belanrijkste is dat jullie paraat stan daarom wil ik u busje geven en gereedschappen en tank geld’ en op 20 juli 2020: ” We geven u 2duzu na elke klus inshallah helft wat de team beurt bro .. maar bro dit betalen omdat u ook moet zorgen dat alles volgens plan verloopt bro u bent verantwoord lijk ik heb niks met die team te maken alles gaat via u snap u bro alels moet geregeld worden u moet box betalingen rgeelen u regelt maar hoe ze na box gaan en wie na box gaat snap u bro’. Op 28 december 2020 stuurt [accountnaam 3] naar verdachte: ‘e n bro we gaan je maandsalaris geven inshallah maar daar staat wel wat tegen over ’, ‘ en dat is paraatheid etc bro’ en ‘ en voor werk krijg u ook gewoon gepayd bro ’. Uit die berichten leidt de rechtbank af dat de samenwerking van de verdachten niet incidenteel is geweest en geen beperkt karakter had, maar een zekere duurzaamheid. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat sprake was een structuur. Zo had(den) gebruiker(s) ‘ [alias 3] ’ en ‘ [alias 4] ’ de leiding en gaf/gaven de geweldsopdrachten, fungeerde(n) de gebruiker(s) ‘ [accountnaam 4] ’ en ‘ [accountnaam 3] ’ als tussenpersoon en instrueerde(n) deze verdachte, en voerde verdachte vervolgens de opdrachten uit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband met een dusdanige mate van duurzaamheid en structuur dat sprake is geweest van een organisatie zoals hiervoor overwogen. Ook volgt uit de bewijsmiddelen dat de organisatie het oogmerk had op he Op 28 december 2020 krijgt verdachte van [accountnaam 3] de opdracht om met een team naar Tiel te gaan, en tegen de vrouw van ‘ die hond uit Haarlem ’ netjes moet spreken maar wel moet zeggen dat dit de laatste keer is dat ze netjes komen, maar de volgende keer komen ze met ellende als [alias 5] het niet regelt (dit zijn (deels) door [accountnaam 3] doorgestuurde berichten van [alias 4] ). Verdachte stuur later die dag dat hij bij het adres is geweest waarop [accountnaam 3] stuurt: ‘ bro u kunt duzu ophalen ’. Op 30 december 2020 krijgt verdachte van [accountnaam 3] de opdracht om met een team naar hetzelfde adres in Tiel te gaan, ‘ dit x gewoon huis inlopen met die vader ’ ‘ en ik denk 2/3 bonken geven ’, ‘ neem hamertje mee ’, ‘ jullie gaan niet weg totdat hij komt!! ’ (dit zijn (deels) door [accountnaam 3] doorgestuurde berichten van [alias 4] ). De rechtbank is van oordeel dat uit deze bewijsmiddelen blijkt dat de deelnemers aan die communicatie wisten waarmee ze bezig waren en waar de activiteiten van de organisatie op waren gericht. Er wordt openlijk gesproken over bedreigingen, ernstige geweldsdelicten en het voorhanden hebben en overdragen van vuurwapens. Gelet op de door de deelnemers aan de organisatie gepleegde, dan wel voorgenomen handelingen, het duurzame en gestructureerde karakter van de samenwerking en de planmatigheid en stelselmatigheid van de activiteiten, had deze organisatie als oogmerk het plegen van misdrijven, zoals hieronder in de bewezenverklaring opgenomen. In het deelnemen aan de organisatie ligt het opzet van verdachte besloten. Het kan gelet op de inhoud van de berichten niet anders zijn dan dat verdachte wist dat de organisatie het oogmerk had op het plegen van misdrijven. Verdachte heeft bovendien een (groot) aandeel gehad bij de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. De rechtbank acht de onder 4 ten laste gelegde deelneming aan een criminele organisatie dan ook wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn verweer dat verdachte, bij gebrek aan een ‘tweede bewijsgrond’ moet worden vrijgesproken. Het klopt op zichzelf dat het bewijs afkomstig is uit Sky-berichten, maar die berichten leveren meerdere bewijsmiddelen op. Zo gaat het om meerdere gesprekken op meerdere dagen en op verschillende tijdstippen, waarin over verschillende onderwerpen wordt gesproken en waarbij ook afbeeldingen worden gestuurd. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat met deze verschillende gesprekken op zichzelf al sprake is van meerdere bewijsmiddelen. Aan het bewijsminimum is dan ook voldaan. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het proces-verbaal onvoldoende blijkt dat verdachte buiten de periode van 30 juni 2020 tot en met 30 december 2020 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. De rechtbank zal de bewezenverklaring daarom beperken tot deze periode. Feit 2 Door [slachtoffer 2] is aangifte gedaan van diefstal van zijn Renault Captur met kenteken [kenteken 2] tussen 15 februari 2023 om 19:30 uur en 16 februari 2023 om 07:30 uur vanaf de [adres 10] . De aangever verklaart dat hij zeker weet dat de auto op slot stond. Op beelden van een camera in de omgeving van waar de auto is gestolen, wordt door een verbalisant waargenomen dat op 16 februari 2023 om 01:42 uur een personenauto gelijkend op een Renault Captur is te zien, die uit de [adres 10] rijdt, en dat 24 seconden later een witte Renault Clio, van hetzelfde model en type als het voertuig waar verdachte destijds gebruik van maakte, uit de [adres 10] rijdt. Door een observatieteam werd (al voor de diefstal) waargenomen dat verdachte de gebruiker was van een witte Renault Clio met kenteken [kenteken 3] . Dit voertuig werd (al voor de diefstal) voorzien van plaatsbepalingsapparatuur. Een verbalisant relateert dat daaruit het volgende blijkt: Het voertuig staat op 15 februari 2023 om 22:23 uur geparkeerd in de omgeving van de woning van verdachte en rijdt naar de Wagenaarstraat in Amsterdam. Omstreek Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat zij vanuit Amsterdam naar Haarlem zijn gereden, daar de Renault Captur hebben gestolen, vervolgens met beide auto’s naar Lelystad zijn gereden en daar de Renault Capture hebben achtergelaten. Beiden hebben daarmee een zodanige bijdrage aan het delict geleverd dat sprake is van medeplegen. Omdat de aangever verklaart dat hij het voertuig op slot was, kan het niet anders zijn dan dat sprake is van diefstal door middel van braak, verbreking of een valse sleutel. De rechtbank acht het tenlastegelegde dan ook aldus wettig en overtuigend bewezen. Feit 3 De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de Renault Megane (als dan niet als medepleger) heeft gestolen. Daarom zal de rechtbank verdachte van het primair ten laste gelegde vrijspreken, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd en door de raadsman is betoogd. Wel acht de rechtbank de subsidiair ten laste gelegde opzetheling van de Renault Megane wettig en overtuigend bewezen. Deze Renault Megane (een stationwagon ) is op 4 januari 2023 gestolen en op 22 maart 2023 door de politie aangetroffen aan de [adres 13] in Haarlem. De politie heeft het voertuig laten staan en op 28 juni 2023, nadat het op die dag naar Amsterdam was verplaatst, in beslag genomen. Op 28 maart 2023 zegt verdachte in afgeluisterde gesprekken, nadat zijn gesprekspartner zegt ‘ Weet je wat vaak tegen die schijters heb gezegd: pak gewoon een auto voor me, het maakt niets uit, kleine auto dit dat ’: ‘ Ik heb er nu eentje ’, ‘ station’ , ‘ hij staat in Haarlem ’ en ‘ als je Haarlem binnen rijdt, ga je gelijk links’ . Het is een feit van algemene bekendheid (omdat het blijkt uit de openbare bron Google Maps) dat de [adres 13] in Haarlem zich – komend vanuit de richting van Amsterdam (A200), de woonplaats van verdachte – aan de linkerkant dichtbij de eerste afslag bevindt. Op 6 mei 2023 zegt verdachte in een afgeluisterd telefoongesprek ‘ Dus ik heb nu nog gewoon een waggie'tje staan waar ik mee kan werken ’. Nadat zijn gesprekspartner vraagt ‘ welke waggie'tje is dat? ’ antwoordt verdachte ‘ Megane, station ’. De Renault Clio waar verdachte gebruik van maakte, is door de politie voorzien van plaatsbepalingsapparatuur. Daaruit blijkt dat dit voertuig op 8 maart 2023 en op 20 maart 2023 heeft stilgestaan op de [adres 13] in Haarlem. Ook straalde de telefoon van verdachte op 20 maart 2023 een telefoonmast aan in de directe omgeving van de [adres 13] in Haarlem. Verdachte heeft zich, zowel bij de politie als tijdens het onderzoek ter terechtzitting, ten aanzien van dit feit op zijn zwijgrecht beroepen. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat uit deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat verdachte de gestolen Renault Megane in de ten laste gelegde periode voorhanden heeft gehad. Uit die bewijsmiddelen blijkt immers dat verdachte weet waar de auto zich bevindt, dat hij daar ook is geweest en in afgeluisterde gesprekken zegt over een Megane te kunnen beschikken. Dat tijdens de doorzoeking van de berging behorend bij dewoning van verdachte bovendien een soortgelijke netwerkmeter is aangetroffen als in de gestolen auto lag is een fysieke bevestiging dat verdachte de beschikking had over de gestolen Renault Megane. In een afgeluisterd gesprek op 19 maart 2023 zegt de gesprekspartner van verdachte: ‘ hoeveel moet je voor die wagie hebben (..)’ en ‘we gebruiken hem’. Dan antwoord verdachte: Wat voor type torrie? Is het knallen torrie (..), waarop zijn gesprekspartner antwoordt: ‘ooh nee, het is gewoon een torrie, gewoon, je weet toch, we hebben een wagie nodig’ (het is de rechtbank ambtshalve bekend dat een torrie in straattaal ‘een klus’ en een waggie of wagie ‘een auto/voertuig’ betekent). Mede bezien in het licht van verdachtes betrokkenheid bij criminele activiteiten (zoals hiervoor bij feit 4 is komen De raadsman heeft aangevoerd dat de feiten van oudere datum zijn en dat de verdachte inmiddels een baan heeft en weer terug is bij zijn gezin. Hij heeft gebroken met zijn toenmalige sociale omgeving en probeert een “normaal leven” op te bouwen. Een vrijheidsstraf zou dat doorkruisen. 6.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. Verdachte heeft gedurende een periode van zes maanden een centrale rol vervuld bij het uitvoeren van criminele geweldsopdrachten. Uit onderschepte Sky-berichten blijkt dat verdachte geweldsopdrachten ontving en vervolgens een team regelde om die uit te voeren. Verdachte werd geacht steeds paraat te staan om de opdrachten uit te voeren en kreeg voor alleen dat paraat staan maandelijks duizend euro. De rechtbank tilt zwaar aan het planmatige karakter dat uit de berichten volgt (onder andere over het beschikbaar (moeten) hebben van voertuigen, wapens en parkeerboxen) en de achteloosheid waarmee die instructies worden gegeven (‘ iemand half dood maken geen probleem ’, ‘ dit x gewoon huis inlopen met die vader ’, ‘ en ik denk 2/3 bonken geven ’, ‘ neem hamertje mee ’). Verdachte heeft het voor de opdrachtgever(s) eenvoudig en laagdrempelig gemaakt om dergelijk geweld uit te laten voeren. Dit alles heeft verdachte puur voor eigen financieel gewin gedaan. De ernst van dit feit rechtvaardigt uit het oogpunt van vergelding en generale preventie dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Voor iedereen moet duidelijk zijn dat voor het plegen van dergelijke feiten, die in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaken, flinke straffen worden opgelegd. Naast deelneming aan een criminele organisatie heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling (die verband houdt met het kunnen uitvoeren van criminele activiteiten) en gekwalificeerde diefstal. Uit het uittreksel van verdachtes justitiële documentatie van 30 september 2024 blijkt dat hij eerder is veroordeeld. Ook voor vermogens- en geweldsdelicten, al is dat ruim vijftien jaar geleden. Daarom zal de rechtbank dit niet in strafverzwarende zin meewegen. Artikel 63 Sr is formeel van toepassing, maar betreft een geldboete van € 150,-- voor overtreding van de APV van de gemeente Amsterdam. De rechtbank zal daarom volstaan met deze constatering en hieraan verder geen consequenties verbinden voor de strafoplegging in deze zaak. Hoewel sprake is van oudere feiten, is slechts sprake van een zeer beperkte schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). In deze zaak is verdachte immers op 17 januari 2024 in verzekering gesteld, hetgeen geldt als de datum waarop de redelijke termijn is aangevangen. Uit het dossier blijkt niet van andere handelingen van de Nederlandse Staat waaraan verdachte, op een eerder moment dan op voornoemde datum, in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem door het Openbaar Ministerie strafvervolging zou worden ingesteld. De rechtbank doet op 3 februari 2026 uitspraak. De overschrijding van de redelijke termijn bedraagt dus minder dan één maand. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding deze geringe overschrijding in het voordeel van verdachte mee te wegen. Te minder omdat gezegd kan worden dat het niet doorgaan van de inhoudelijke zitting op 10 juni 2025 mede aan de verdachte kan worden toegeschreven. Hij had immers eerder bij de officier van justitie kunnen rappelleren toen toezending van de reeds op 3 februari 2025 door de rechtbank toegewezen stukken achterwege bleef. In zoverre is de vertraging mede aan verdachte toe te schr 9 De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3 subsidiair en onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2, 3 subsidiair en onder 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feiten - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 2 het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking of valse sleutels feit 3 subsidiair het misdrijf: opzetheling feit 4 het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden ; - bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 15 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd , tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen: - stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; schadevergoeding - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; - bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen. Dit vonnis is gewezen door mr. R. ter Haar, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. L.M. de Zeeuw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026. Mr. R. ter Haar is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie met nummer LERBB22006-00683 (persoonsdossier verdachte). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Pagina 32. Pagina 32. Pagina 37. Pagina 37. Pagina 38. Pagina 38. Pagina 38 Pagina 38 Verklaring ter terechtzitting van 20 januari 2026. Pagina 25. Pagina 29 van het dossier van de politie met nummer 26Southall-00062 (‘BOB dossier’). Pagina 43 van het dossier van de politie met nummer 26Southall-00570 (zaaksdossier 2). Pagina 29 van het dossier van de politie met nummer 26Southall-00062 (‘BOB dossier’). Pagina 32. Verklaring ter terechtzitting van 20 januari 2026. Pagina 13 van het proces-verbaal 26Southall-00536 (zaaksdossier 1). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie met nummer 26Southall-00570 (zaaksdossier 2). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Pagina 6. Pagina 7. Pagina 8. Pagina 6 en 7. Pagina 9 en 10. Pagina 11 en 12. Pagina 13. Pagina 13 en 14. Pagina 17 en 18. Pagina 19. Pagina 21, 22 en 23. Pagina 24 tot en met 34 Pagina 38 tot en met 42. Pagina 43 tot en met 47. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie met nummer 26Southall-00685 (zaaksdossier 3). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden. Pagina 18 en 19.