Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-08-05
ECLI:NL:RBOVE:2026:5000
Deskundigenonderzoek naar de aanwezigheid en omvang van asbest en de kosten en wijze van sanering daarvan. RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: C/08/335376 / HA ZA 25-218 Vonnis van 5 augustus 2026 in de zaak van 1 [eiser] , te [woonplaats 1] , 2. [eiseres] , te [woonplaats 1] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. H.J.G. Braakhuis, tegen 1 [gedaagde 1] , te [woonplaats 2] , 2. [gedaagde 2] , te [woonplaats 2] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , advocaat: mr. M. Baas. 1 De verdere procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 juni 2026; - de akte van mr. H.J.G. Braakhuis van 24 juni 2026; - de akte van mr. M. Baas van 24 juni 2026. 1.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling Inleiding 2.1 In het tussenvonnis van 10 juni 2026 heeft de rechtbank uiteengezet dat zij aanleiding ziet om een deskundigenonderzoek te gelasten naar de plek waarop het asbest zich bevindt en de omvang ervan, alsmede naar de kosten van sanering van het aanwezige asbest en de wijze waarop gesaneerd moet worden. Het voorlopige oordeel van de rechtbank is dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van asbest(sanering). De rechtbank heeft in het tussenvonnis vijf vragen geformuleerd. 2.2 De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het aangekondigde deskundigenonderzoek, partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt. 2.3 De rechtbank zal in dit vonnis de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. Aan de deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. Hierbij overweegt de rechtbank als volgt. De benoeming van de deskundige 2.4 Zowel [eisers] . als [gedaagden] vinden dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige. 2.5 Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de persoon die als deskundige gaat optreden. [eisers] . hebben een deskundige voorgesteld en [gedaagden] hebben twee deskundigen voorgesteld. [gedaagden] hebben bezwaar gemaakt tegen de door [eisers] . voorgestelde deskundige. Een van de bezwaren is dat [eisers] . al een asbestinventarisatie heeft laten uitvoeren door Baecx. Een evenwichtige bewijspositie brengt volgens [gedaagden] mee dat de te benoemen deskundige (mede) op voordracht van [gedaagden] wordt geselecteerd. 2.6 De rechtbank overweegt dat een deskundige onpartijdig moet zijn. De rechtbank begrijpt het bezwaar van [gedaagden] zo, dat [gedaagden] vinden dat een van de door hen voorgestelde deskundigen moet worden benoemd, om de ongelijkheid vanwege de in opdracht van [eisers] . door Baecx uitgevoerde asbestinventarisatie op te heffen. Daarmee lijkt de onpartijdigheid van een door [gedaagden] voorgestelde deskundige op voorhand al ter discussie te kunnen staan. In de gegeven omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om een niet door partijen voorgestelde deskundige te benoemen, te weten mevrouw ing. N. Jetten-Groneschild. De vragen voor de deskundige 2.7 In aanvulling op de in het tussenvonnis van 10 juni 2026 geformuleerde vragen, hebben [eisers] . twee aanvullende vragen voorgesteld, te weten: - de platen waarin (mogelijk) asbest is verwerkt zijn “overeenlappend” gelegd. Kunnen deze afzonderlijk worden verwijderd gezien de betonlaag die er op is gestort, of kunnen deze enkel in zijn geheel worden verwijderd? - welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd resp. welke kosten moeten worden gemaakt, los van de hoeveelheid asbest die wordt aangetroffen, met andere woorden welke werkzaamheden/kosten zijn vast? 2.8 De door [eisers] . voorgestelde vragen liggen al besloten in de door de rechtbank geformuleerde vragen. De rechtbank zal de door haar geformuleerde vragen om die reden niet aanvullen met de door [eisers] . voorgestelde vragen. De kosten van het deskundigenonderzoek 2.9 In het tussenvonnis van 10 juni 2026 is aangekondigd en toegelicht dat door [eisers] . het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald. 2.10 De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 4.500,00 (inclusief btw). Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op de begroting van het voorschot door de deskundige. De rol van [bedrijf] B.V. 2.11 [eisers] . merken in hun akte op dat naast de deskundige enkel procespartijen aanwezig mogen zijn bij het bezoek van de deskundige ter plaatse en dus niet door procespartijen in de arm genomen (externe) partijen. [eisers] . benoemen dat [bedrijf] B.V. voor hen geen partij is en niet onafhankelijk in het tussen [eisers] . en [gedaagden] gerezen geschil staat. 2.12 [gedaagden] kunnen zich daarmee niet verenigen. Volgens [gedaagden] is het juist van belang dat een vertegenwoordiger van [bedrijf] B.V. bij het onderzoek aanwezig is. [bedrijf] B.V. is de destijds door [gedaagden] ingeschakelde aannemer, en zij beschikt volgens [gedaagden] over specifieke kennis van de totstandkoming van de kelderconstructie en de daarin toegepaste materialen. 2.13 De rechtbank overweegt dat het in de eerste plaats aan de deskundige is om te bepalen op welke wijze zij het onderzoek wil uitvoeren en dus ook of bepaalde derden daarbij aanwezig mogen zijn. Dit betekent dat het vooralsnog aan de deskundige zal worden overgelaten of zij instemt met de aanwezigheid van [bedrijf] B.V. De rechtbank overweegt in dit kader dat haar niet is gebleken van gefundeerde bezwaren tegen de aanwezigheid van de heer [naam] namens [bedrijf] B.V. bij het onderzoek ter plaatse. 2.14 [gedaagden] maken in hun akte opmerkingen over de eventuele bereidheid van [bedrijf] B.V. om tot sanering van asbest op eigen kosten over te gaan. [gedaagden] verzoeken de rechtbank deze omstandigheid te betrekken bij de verdere beoordeling van de zaak. De rechtbank heeft kennisgenomen van de opmerkingen van [gedaagden] , maar ziet nu geen aanleiding daarop in te gaan. Als de rechtbank dat nodig acht, zal zij in het eindvonnis op de opmerkingen van [gedaagden] ingaan. 2.15 De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.16 Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken. 2.17 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De rechtbank 3.1 beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen: 1. Op welke plaatsen zijn in de verloren bekisting van de mestkelder asbestdelen aangetroffen? Is er asbest verwerkt in de gehele vloer van de schuur? Zo nee, in welk deel wel en welk deel niet? 2. Zijn de buitenmuren van de schuur op asbesthoudend materiaal geplaatst en zo ja, welke gevolgen heeft dat voor de wijze van sanering van het asbest en de daarmee verband houdende kosten? 3. Wilt u toelichten op welke wijze u uw onderzoek heeft verricht waarbij u beschrijft wat u heeft aangetroffen en op basis waarvan u tot uw oordeel bent gekomen? Het verzoek is om daarbij aandacht te besteden aan het materiaal waarin het asbest is aangetroffen, de plekken waar en de wijze waarop u de monsters heeft genomen en in welke risicoklasse het aangetroffen asbest valt. 4. Kunt u beschrijven op welke wijze sanering van het aanwezige asbest dient plaats te vinden, uitgaande van de minst bezwarende en minst invasieve wijze van sanering? Kunt u beschrijven wat de verwachtte kosten zijn van sanering? 5. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? 3.2 benoemt tot deskundige: Mevrouw ing. N. Jetten-Groneschild , correspondentieadres: Van der Boyenstraat 12, 5988 BE Helden, telefoon: [telefoonnummer] , e-mailadres: [emailadres] , 3.3 bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden, het voorschot 3.4 stelt partijen in de gelegenheid binnen twee weken na de datum van dit vonnis, dat wil zeggen uiterlijk op woensdag 19 augustus 2025 , schriftelijk bij de griffie van deze rechtbank bezwaar te maken tegen het begrote voorschot van € 4.500,00 (inclusief btw), 3.5 bepaalt dat: - als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, het voorschot reeds nu voor alsdan wordt vastgesteld op € 4.500,00 (inclusief btw) en dat [eisers] . dit bedrag moeten voldoen binnen twee weken nadat zij van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota hebben ontvangen, - als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, het voorschot zal worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing, 3.6 bepaalt dat de griffie de opgave van de deskundige met dit vonnis aan partijen zal toezenden, het onderzoek 3.7 bepaalt dat [eisers] . het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen, 3.8 bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, 3.9 wijst de deskundige erop dat: - de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl), - de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot, - de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, - de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken, - de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, - als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd, 3.10 bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten, het schriftelijk rapport 3.11 draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, 3.12 wijst de deskundige erop dat: - uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, - de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden, 3.13 bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren, overige bepalingen 3.14 bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 13 januari 2027 voor conclusie uitlaten deskundigenbericht, 3.15 draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken, 3.16 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Samsen en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.