Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-08-04
ECLI:NL:RBOVE:2026:4991
Eiser heeft werkzaamheden voor EPS uitgevoerd als pakketbezorger. Partijen zijn het onder andere niet eens over het moment van indiensttreding van eiser en over het aantal door eiser gewerkte uren. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 12003758 \ CV EXPL 25-3584 Vonnis van 4 augustus 2026 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. E. Blaauboer, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EXPRESS PAKKET SERVICES B.V. , gevestigd te Oldenzaal en kantoorhoudende te Hengelo (O), gedaagde partij, hierna te noemen: EPS, gemachtigde: mr. C.A.J.M. de Vries, werkzaam bij ARAG SE Rechtsbijstand. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; de conclusie van antwoord; de aanvullende producties 22 en 23 van [eiser] , en de mondelinge behandeling van 3 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De zaak in het kort 2.1 [eiser] heeft werkzaamheden voor EPS uitgevoerd als pakketbezorger. Partijen zijn het onder andere niet eens over het moment van indiensttreding van [eiser] en over het aantal door [eiser] gewerkte uren. 2.2 De kantonrechter komt tot de conclusie dat [eiser] van 31 januari 2025 tot en met 20 februari 2025 in dienst was bij EPS en in totaal 59,17 uren heeft gewerkt. Dit betekent dat EPS nog een bedrag van € 298,92 (bruto) aan [eiser] moet betalen, vermeerderd met bijkomende kosten. 3 De feiten 3.1 EPS is een pakketbezorgbedrijf. [eiser] wilde bij EPS in dienst treden als pakketbezorger. EPS en [eiser] hadden daar contact over via WhatsApp: EPS ( 28 januari 2025 ): ‘Goeie middag, ik heb je sollicitatie in goede orde ontvangen en wil vervolg stappen nemen met je. Wil je parttime of fulltime werken en ben je per-direct beschikbaar?’ (…) [eiser] ( 29 januari 2025 ): ‘Alles is helder, ik ben per direct beschikbaar! Ik stuur u straks alle gevraagde documenten’ 3.2 Op enig moment zond EPS een (concept-)arbeidsovereenkomst aan [eiser] . Daarin is het volgende opgenomen: Datum in dienst: 31 januari 2025 Datum uit dienst: 20 februari 2025 Functie: pakketbezorger Salaris: € 14,99 bruto per uur Vakantietoeslag: 8% Arbeidsduur: nul-urencontract Cao: cao-beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van mobiele kranen 3.3 In de Aanvulling op de Arbeidsovereenkomst staat onder 7 Bereikbaarheid en Starttijd De werknemer dient vanaf 5:00 uur ‘s ochtends beschikbaar te zijn voor het maken van de laadlijst en voor eventuele communicatie via de werkgever … 3.4 EPS heeft in februari 2025 een bedrag van € 87,28 uitbetaald. Vervolgens heeft EPS – na het uitbrengen van de dagvaarding door [eiser] – nog een bedrag van € 530,20 (bruto) en de reserveringen uitbetaald. 4 Het geschil De vordering 4.1 [eiser] vordert – samengevat – veroordeling van EPS tot betaling van een bedrag van € 1.368,65, vermeerderd met wettelijke rente en wettelijke verhoging. Ook vordert [eiser] veroordeling van EPS tot betaling van het opgebouwde vakantiegeld en de opgebouwde vakantieuren, ook inclusief de wettelijke verhoging en wettelijke rente. EPS dient tot slot een deugdelijke en inzichtelijke eindafrekening (inclusief netto/bruto specificaties) te verstrekken en de proceskosten te betalen. 4.2 [eiser] legt het volgende aan het gevorderde ten grondslag. [eiser] werkte van 31 januari 2025 tot en met 20 februari 2025 bij EPS. [eiser] heeft in deze periode 90 uren gewerkt, maar slechts salaris ontvangen voor 5 uren. Het achterstallige loon (inclusief toeslag over overuren) bedraagt nog € 1.368,65. Dit bedrag moet worden vermeerderd met eerder genoemde bedragen. Het verweer 4.3 EPS voert verweer tegen de vorderingen. Volgens EPS heeft [eiser] in het kader van een vrijblijvend kennismakingstraject van 31 januari 2025 tot en met 6 februari 2025 meegelopen met vaste chauffeurs van EPS. Alleen op 6 februari 2025 is sprake geweest van een eerste inzet als chauffeur. EPS hoeft dus alleen loon te betalen voor de gewerkte uren op deze dag. 5 De beoordeling 5.1 Tussen partijen is in geschil vanaf welk moment [eiser] in dienst is getreden bij EPS, en hoeveel uren [eiser] heeft gewerkt. De kantonrechter zal hierna eerst beoordelen vanaf welke datum [eiser] in dienst is getreden bij EPS en vervolgens beoordelen hoeveel uren [eiser] voor EPS heeft gewerkt. Datum van indiensttreding 5.2 [eiser] stelt dat hij van 31 januari 2025 tot en met 20 februari 2025 heeft gewerkt voor EPS. EPS voert op haar beurt aan dat [eiser] pas vanaf 6 februari 2025 bij haar in dienst was. Over de meeloopperiode tot 6 februari 2025 had [eiser] recht op een meeloopvergoeding van € 50,00 per dag, aldus EPS. 5.3 De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] vanaf 31 januari 2025 werkzaam was voor en (zonder “bijzondere” voorwaarden) volwaardig in dienst was bij EPS. Dat blijkt uit de overgelegde arbeidsovereenkomst, waarin staat: ‘de werknemer wordt aangesteld als Pakketbezorger met ingang van 31 januari 2025’, en uit het contact dat partijen hadden rond het sluiten van de arbeidsovereenkomst: daarin is niet vermeld dat sprake zou zijn van een proef- of inwerkperiode. [eiser] moest op 6 februari 2025 een andere collega inwerken. Dat [eiser] enerzijds tot en met 5 februari 2025 een proefperiode doorliep en de dag nadat deze proefperiode eindigde, direct een nieuwe collega kon inwerken, vindt de kantonrechter onwaarschijnlijk. Daarom heeft [eiser] vanaf deze dag ook recht op het volledige uurloon van € 14,99 tot einde dienstverband: 20 februari 2025. [eiser] is blijkens de arbeidsovereenkomst per die datum uit dienst getreden. Het aantal gewerkte uren: start werkdag 5.4 [eiser] stelt dat iedere werkdag om 05:00 startte: hij moest vanaf dat tijdstip een laadlijst downloaden en een routeplan opstellen. Volgens EPS startte iedere werkdag rond 06.45; het downloaden van de laadlijsten is niet verplicht en dient puur om het werk voor de chauffeurs gemakkelijker te maken. 5.5 De kantonrechter overweegt als volgt. Het is aan [eiser] om tegenover de betwisting door EPS voldoende te stellen en te onderbouwen dat hij iedere werkdag vanaf 05.00 werkzaamheden voor EPS verrichtte. Hoewel uit overgelegde WhatsApp-correspondentie blijkt dat [eiser] meerdere keren rond 05:00 uur contact had met EPS voor het downloaden van de laadlijsten, is niet gebleken dat [eiser] daadwerkelijk van 05.00 tot 06.45 werkzaamheden voor EPS uitvoerde. Dat het downloaden van een laadlijst en het maken van een routeplan een uur en 45 minuten in beslag neemt, vindt de kantonrechter zonder nadere toelichting – die ontbreekt - niet aannemelijk. Ook is niet gebleken dat het uitvoeren van deze administratieve werkzaamheden tot de verplichte werkzaamheden van [eiser] behoorde. Dat [eiser] vanaf 5.00 uur ’s ochtends bereikbaar diende te zijn (zie hiervoor onder 3.3) betekent niet dat hij vanaf dat moment ook aan het werk was. 5.6 De kantonrechter passeert ook de stelling van EPS dat de werkdag startte op het moment dat het eerste pakket werd afgeleverd. Uit overgelegde WhatsApp-correspondentie blijkt dat [eiser] meerdere dagen rond 06.45 aanwezig was en de kantonrechter houdt dit tijdstip daarom aan als start van de werkdag. Het aantal gewerkte uren: einde werkdag 5.7 [eiser] meent dat de werkdag ongeveer tien minuten nadat hij uitklokte eindigde; na het uitklokken moest hij de bus nog veilig parkeren en moesten de niet-bezorgde pakketten afgehandeld worden. Het standpunt van EPS is dat de werkdagen eindigden op het moment van uitklokken. De tijd die de pakketbezorger nodig heeft voor het parkeren van de bezorgbus, rekent EPS niet mee als werktijd. 5.8 De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de overgelegde urenoverzichten van [eiser] en EPS blijkt dat het geschil over het einde van de werkdag slechts ziet op de vraag of de tijd die [eiser] nodig had voor het wegbrengen van de bus en het afhandelen van de niet-bezorgde pakketten, ook valt onder de werktijd. Dat laatste is het geval: [eiser] is dan immers nog verantwoordelijk voor de bus en de niet-bezorgde pakketten. De kantonrechter sluit daarom aan bij de eindtijden op het urenoverzicht van [eiser] . Uitbetalingsverplichting bij ziekte 5.9 [eiser] stelt dat hij recht heeft op loon voor de uren die hij op 11 februari 2025 zou hebben gewerkt, als hij zich niet ziek had hoeven melden. Dit komt neer op 8 uur maal € 14,99. EPS voert aan dat, als [eiser] al recht heeft op uitbetaling van een bedrag op de dag dat hij ziek was, dit slechts om een bedrag gaat dat overeenkomt met drie uur aan gewerkte uren. 5.10 De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 16 lid 2 van de cao heeft [eiser] recht op loon bij ziekte. Dat [eiser] op 11 februari 2025 drie uur zou werken, acht de kantonrechter niet aannemelijk. Op grond van het hierna (onder 5.13 e.v.) besproken overzicht blijkt dat [eiser] dagelijks ongeveer 8 uur werkte en daarom moet EPS ook voor de ziektedag van [eiser] 8 uur loon uitbetalen. Zondag 2 februari 2025 5.11 [eiser] heeft in zijn urenoverzicht opgenomen dat hij 8 uur en 15 minuten heeft gewerkt op zondag 2 februari 2025. Dit wordt door EPS – gelet op het overgelegde urenoverzicht in de conclusie van antwoord – betwist. 5.12 De kantonrechter overweegt als volgt. [eiser] had, gelet op de betwisting van EPS, moeten onderbouwen dat hij op zondag 2 februari 2025 werkzaamheden heeft verricht. [eiser] heeft zijn stelling niet onderbouwd en daarom is niet gebleken dat EPS een loonbetalingsplicht heeft voor 2 februari 2025. Tussenconclusie: totaal aantal gewerkte uren 5.13 De kantonrechter heeft aan de hand van de door beide partijen gemaakte urenoverzichten en voornoemde conclusies een berekening gemaakt van het aantal door [eiser] gewerkte uren: van … tot … pauze totaal 31januari: 06.45 tot 16.00 86 minuten 7:49 3 februari 06.45 tot 15.00 30 minuten 7:45 4 februari: 06.45 tot 15.00 34 minuten 7:41 5 februari: 06.45 tot 15.00 28 minuten 7:47 6 februari: 06.45 tot 18.10 60 minuten 10:25 10 februari: 06.45 tot 18.05 90 minuten 9:50 11 februari: ` 8 uren (ziek) ---- 8:00 totaal (u:mm) 59:17 5.14 EPS heeft 40:37 uur (5 + 35:37) aan [eiser] uitbetaald. Gelet op voorgaande tabel, had EPS 59:17 uur moeten uitbetalen. Dit betekent dat [eiser] nog recht heeft op uitbetaling van het loon voor 18 uur en 40 minuten. Dit komt neer op € 279,81. Overwerktoeslag 5.15 [eiser] stelt dat hij op grond van de cao recht heeft op overwerktoeslag op de dagen dat hij meer dan acht uren heeft gewerkt. EPS betwist dat [eiser] recht heeft op uitbetaling van overwerktoeslag. 5.16 De kantonrechter stelt vast dat in artikel 29 lid 3 van de CAO staat dat voor overuren een toeslag van 30% geldt. Gelet op voorgaande tussenconclusie heeft [eiser] in totaal 4 uur en 15 minuten overwerkuren gemaakt. Hij heeft dus nog recht op 4,25 (uren) x € 14,99 x 0,30 = € 19,11 aan overwerktoeslag. Conclusie 5.17 Voorgaande berekening maakt dat EPS wordt veroordeeld om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 298,92 (bruto), vermeerderd met het opgebouwde vakantiegeld en de opgebouwde maar niet-genoten vakantie-uren. Over dit totaalbedrag is wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van gehele betaling. Ook moet EPS wettelijke rente betalen over de na dagvaarding uitbetaalde 35,37 uur met emolumenten,, berekenend vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat dit bedrag is betaald. Wettelijke verhoging 5.18 Daarnaast maakt [eiser] aanspraak op de wettelijke verhoging. EPS heeft hiertegen bezwaar gemaakt en verzocht om de wettelijke verhoging te matigen. 5.19 Op grond van artikel 7:625 BW is de werkgever wettelijke verhoging van maximaal 50% verschuldigd bij niet tijdige betaling van het loon. Daarbij heeft de kantonrechter de bevoegdheid om de maximale wettelijke verhoging te matigen. De wettelijke verhoging strekt ertoe de werkgever te stimuleren het loon tijdig te betalen. EPS heeft – voordat zij werd gedagvaard – slechts vijf uur loon uitbetaald en is dus wettelijke verhoging verschuldigd. EPS valt naar het oordeel van de kantonrechter geen kwaadwilligheid of opzettelijk onjuist handelen te verwijten, zodat de maximale wettelijke verhoging wordt gematigd. Onder deze omstandigheden acht de kantonrechter matiging van de wettelijke verhoging tot 25% gepast. 5.20 Omdat EPS 35,37 uur (met emolumenten) pas heeft uitbetaald nadat de dagvaarding is uitgebracht (zie 3.4: een bedrag van € 530,20), dient EPS ook daarover de wettelijke verhoging van 25% te betalen. VOG 5.21 [eiser] stelt dat hij op verzoek van EPS een VOG heeft aangevraagd. [eiser] heeft voor deze aanvraag een bedrag van € 46,35 moeten betalen. Omdat het aanvragen van de VOG een noodzakelijke voorwaarde was voor het aangaan van de arbeidsovereenkomst, dient EPS deze kosten te vergoeden. EPS heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat een VOG noodzakelijk is voor het uitvoeren van chauffeurswerkzaamheden en dat zij de aanvraagkosten voor een VOG aan werknemers vergoedt. 5.22 De kantonrechter oordeelt dat EPS de VOG-kosten van € 46,35 aan [eiser] moet vergoeden, nu EPS heeft erkend dat zij de VOG-kosten aan haar chauffeurs vergoedt. Eindafrekening en bruto/netto specificaties 5.23 De kantonrechter zal EPS veroordelen tot het verstrekken van salarisspecificaties en een eindafrekening van de op grond van dit vonnis nog na te betalen bedragen. Proceskosten 5.24 EPS is voor het merendeel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten – passend bij de toegewezen hoofdsom – (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: 6 De beslissing De kantonrechter: 6.1 veroordeelt EPS tot betaling van het achterstallig loon van € 298,92 (bruto) aan [eiser] , vermeerderd met de wettelijke verhoging van 25% alsmede met de wettelijke rente vanaf 19 november 2025 tot de dag van gehele betaling; 6.2 veroordeelt EPS tot betaling van het vakantiegeld dat is opgebouwd over het achterstallige loon van € 298,92, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 25% alsmede met de wettelijke rente vanaf 19 november 2025 tot aan de dag van gehele betaling; 6.3 veroordeelt EPS tot betaling van opgebouwde maar nog niet genoten vakantieuren over het achterstallige loon van € 298,92, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 25% alsmede met de wettelijke rente vanaf 19 november 2025 tot aan de dag van gehele betaling; 6.4 veroordeelt EPS tot betaling van de wettelijke verhoging van 25% over het bedrag van € 530,20 (bruto) en het daarover opgebouwde vakantiegeld en vakantieuren; 6.5 veroordeelt EPS tot betaling van de wettelijke rente over het bedrag van € 530,20 (bruto) en het daarover opgebouwde vakantiegeld en vakantieuren, berekend vanaf 19 november 2025 tot de dag van betaling; 6.6 veroordeelt EPS tot betaling van de VOG kosten van € 46,35 (netto) aan [eiser] ; 6.7 veroordeelt EPS tot het verstrekken van een deugdelijke en inzichtelijke eindafrekening; 6.8 veroordeelt EPS tot het verstrekken van netto/bruto specificaties aan [eiser] waarin de bedragen en betalingen zoals hiervoor onder 6.1. tot en met 6.5 zijn opgenomen; 6.9 veroordeelt EPS in de proceskosten van € 597,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; 6.10 Veroordeelt EPS, indien zij niet tijdig aan een of meer van de veroordelingen hiervoor voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, in de kosten van betekening betalen; 6.11 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.12 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026. Verder: de CAO