Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-08-14
ECLI:NL:RBOVE:2026:4956
Wajong. Afwijzing Wajong-aanvraag. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 7:12 en 3:2 van de Awb, omdat het onvoldoende is gemotiveerd en omdat door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende onderzoek is gedaan. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en voorziet zelf in de zaak door het bestreden besluit te vernietigen, het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat aan eiseres een Wajong-uitkering moet worden toegekend per datum van de aanvraag. Vast staat namelijk dat eiseres niet vier uur per dag of een uur aaneengesloten kan werken en dat de beperkingen van eiseres duurzaam van aard zijn. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: AWB 26/1169 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres, gemachtigde: [gemachtigde], en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), gemachtigde: mr. Y.A. van Veelen. Procesverloop 1.1. Eiseres heeft op 15 oktober 2024 een aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) ingediend. Bij primair besluit van 6 januari 2025 heeft het UWV eiseres meegedeeld dat zij geen recht op deze uitkering heeft. 1.2. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 3 maart 2026 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dit besluit gebleven. 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. [naam 1], moeder van eiseres, en [naam 2], vriend van eiseres, waren eveneens aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Standpunten eiseres 2.1. Eiseres acht zich als gevolg van haar psychische problematiek niet in staat vier uur per dag te werken en is evenmin in staat een uur aaneengesloten te werken. Zij heeft dit wel geprobeerd, maar viel iedere keer ziek uit. Eiseres heeft verschillende therapieën gevolgd vanaf haar jeugd. Op dit moment loopt er een traject bij het Expertisecentrum Euthanasie wegens ondraaglijk lijden. Eiseres heeft het gesprek van twee uur bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep weliswaar volgehouden, maar was daarna kapot en herstel heeft een aantal dagen geduurd. In de besluitvorming is volgens eiseres onvoldoende rekening gehouden met haar beperkingen. Zij heeft problemen met de verwerkingssnelheid en het werkgeheugen. Zij heeft een disharmonisch profiel. Op aangeven dat zij een vraag niet begreep, reageerde de verzekeringsarts streng. Dit resulteerde in huilen van eiseres. Ondanks deze emotie is zij doorgegaan met het gesprek, omdat er voor haar veel van afhing. De dagen hierna heeft dit zijn uitwerking gehad op haar stemming. Er zijn verschillende medische verslagen aangeleverd. Hieruit kan opgemaakt worden dat regulier werk niet passend is, maar dat zij passend is bij dagbesteding, waar geen sprake is van werkdruk. 2.2. Eiseres heeft opgemerkt dat de beslistermijnen van het UWV iedere keer zeer lang op zich hebben laten wachten. Er staan wettelijke termijnen voor het nemen van besluiten. Het kan en mag niet zo zijn dat een personeelstekort rechtvaardigt dat termijnen iedere keer maar worden verlengd. Standpunten UWV 3. Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Zij beschikt over arbeidsvermogen. Het UWV heeft gewezen op het rapport van 9 februari 2026 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het rapport van 26 februari 2026 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vindt dat eiseres vier uur per dag kan werken. Dit blijkt uit haar dagverhaal. Verder kan zij een uur aaneengesloten werken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vindt namelijk dat eiseres dit in de praktijk heeft laten zien. Ook tijdens de hoorzitting heeft eiseres het gesprek ruim twee uur kunnen volhouden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep vindt dat eiseres de taak 'invoeren van gegevens (1601)' kan uitvoeren. De reden hiervoor is dat de werkomgeving een relatief rustige kantooromgeving betreft. Daarnaast is het een afgebakende overzichtelijke taak. De daarbij te verrichten handelingen zijn gestructureerd. Verder heeft eiseres werknemersvaardigheden. Dit betekent dat zij instructies kan begrijpen, onthouden en uitvoeren. Daarnaast kan eiseres afspraken met een werkgever nakomen. Juridisch kader 4.1. Ingevolge artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong is jonggehandicapte in de zin van de Wajong en de daarop berustende bepalingen de ingezetene die: a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft; b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was. 4.2. Artikel 1a:1, tweede lid, van de Wajong bepaalt dat de ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b. 4.3. Op grond van artikel 1a:1, zesde lid, van de Wajong wordt de beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek. 4.4. Artikel 1a:1, achtste lid, van de Wajong bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels kunnen worden gesteld. 4.5. Nadere regels zijn gesteld in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit). Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit heeft een betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij: a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur. Artikel 1a, tweede lid, van het Schattingsbesluit bepaalt dat een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de kleinste eenheid van een functie is en bestaat uit één of meerdere handelingen. 4.6. Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Het is vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat de SMBA-methode aanvaardbaar is als ondersteunend systeem bij de beoordeling of iemand mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft volgens de Wajong . De betreffende rapporten van de verzekeringsarts (bezwaar en beroep) en arbeidsdeskundige (bezwaar en beroep) waarop het UWV het besluit baseert, moeten dan wel inzichtelijk en consistent zijn gemotiveerd. 4.7. De beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betreft een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, dan hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. 4.8. Uit de tekst en wetgeschiedenis van artikel 1a:11 van de Wajong volgt verder dat het recht op een Wajong-uitkering op aanvraag wordt vastgesteld en dat het recht op uitkering niet eerder dan op de aanvraagdatum kan ontstaan. Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van de motivering van het UWV van het arbeidsvermogen van eiseres 5.1. Naar het oordeel van de rechtbank is de motivering van de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet inzichtelijk en niet consistent. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt in de kern dat eiseres in de praktijk heeft laten zien ten minste vier uur op een dag en een uur aaneengesloten te kunnen werken. Ook tijdens de hoorzitting met aansluitend het medisch onderzoek heeft zij volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep een gesprek van ruim twee uur goed kunnen volhouden. Ook uit het dagverhaal blijkt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiseres ten minste vier uur per dag belastbaar is. Dit past volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook bij de gestelde diagnoses. Medisch gezien is er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen grond om aan te nemen dat eiseres niet over basale werknemersvaardigheden zou beschikken. Er is immers geen sprake van dusdanig ernstige psychische of cognitieve stoornissen dat zij afspraken niet zou kunnen begrijpen of op tijd ergens zou kunnen verschijnen. Zij heeft dit ook in de praktijk laten zien, gelet op haar arbeidsverleden. Zij heeft ook gewerkt in langere dienstverbanden, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. 5.2. De rechtbank kan deze motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet volgen. De rechtbank betrekt daarbij dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep weliswaar stelt dat eiseres een gesprek van 2 uur heeft kunnen volhouden, maar heeft daarbij niet – ook niet met bijvoorbeeld een aanvullende rapportage in beroep – de impact betrokken die dit gesprek op het energieniveau van eiseres heeft gehad, zoals zij in haar beroepsgronden uiteen heeft gezet (eiseres heeft daarbij aangegeven meerdere hersteldagen nodig te hebben gehad). Voorts stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep weliswaar dat eiseres in de praktijk langere dienstverbanden heeft gehad, maar heeft daarbij kennelijk niet uitgevraagd hoe zij die dienstverbanden in de praktijk invulde. Ter zitting heeft eiseres de rechtbank uitgelegd dat zij in elke functie werd overvraagd en veelvuldig uitviel. Haar vriend en moeder hebben hier ter zitting eveneens over verklaard, waarbij de vriend onder andere heeft uitgelegd dat hij tijdens de werkzaamheden van eiseres als schoonmaakster (die zij overigens maar kortstondig volhield) langskwam als het haar teveel werd en haar hielp haar werk af te maken. Haar moeder heeft verklaard dat eiseres bijvoorbeeld zonder afmelding niet naar haar werk ging, omdat zij het allemaal niet meer kon overzien. Dit alles is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet uitgevraagd, laat staan dat verzekeringsarts bezwaar en beroep de feitelijke invulling door eiseres van haar voormalige functies in diens beoordeling heeft betrokken. Verder stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep weliswaar dat vier uur op een dag en een uur aaneengesloten kunnen werken past bij de gestelde diagnoses, maar verzuimt vervolgens te motiveren waarom dit zo is. Eiseres is, zo blijkt uit de dossiergegevens, bekend met een veelheid van diagnoses op psychisch vlak. In de brief van Inwerking van 27 januari 2022 wordt bijvoorbeeld geschreven dat eiseres bekend is met meervoudige problematiek ten gevolge van adoptieverleden, hechtingsstoornis en vermijdende persoonlijkheidsstoornis, met dissociatie en zeer negatief zelfbeeld, automutilatie en eetstoornis en suïcidale gedachten. In de verslaglegging van de primaire arts en verzekeringsarts worden onder meer als diagnoses genoemd: borderline persoonlijkheid, depressie en anorexia/boulimia nervosa. Vaststaat verder dat eiseres een veelheid aan behandelingen heeft gevolgd en thans zelfs een traject doorloopt bij het Expertisecentrum Euthanasie wegens ondraaglijk lijden. Uit deze gegevens kan aldus worden afgeleid dat bij eiseres sprake is van serieuze diagnoses met veel impact. Aldus kan ook niet zonder nadere motivering – die ontbreekt – worden gesteld dat vier uur per dag en een uur aaneengesloten kunnen werken past bij de diagnoses. 5.3. Voor zover de verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt dat uit het dagverhaal van eiseres zou blijken dat zij vier uur per dag en een uur aaneengesloten zou kunnen werken, is die motivering evenmin inzichtelijk. Het door de verzekeringsarts bezwaar en beroep opgetekende dagverhaal luidt immers als volgt: “ Cliënt staat om 10.15 uur op (dan is de medicatie uitgewerkt). Dan kleedt zij zich aan en loopt naar haar moeder (5 minuten lopen). Daar wat lunchen (11.30-12.00 u). Dan vaak wat creatiefs doen (bijvoorbeeld tekenen) en met moeder met de auto boodschappen doen. Zij zijn dan ongeveer een uur weg. Cliëntes vriend kookt en ze eten rond 18.00-18.30 u. Daarna kijkt cliënt tv op bank of bed. Zij gaat rond 21.30-22.00 u slapen. Zij slaapt moeilijk in en door. Heeft last van nachtmerries en angsten (alertheid door geluiden), verder ook wel psychotische klachten 's nachts. Cliënt ziet dingen die er niet zijn. Deze beelden zijn voor haar dan echt en het zijn geen herinneringen. Dit wordt getriggerd door overprikkeling (bijvoorbeeld door emoties, slaaptekort, moeilijk kunnen verdelen van taken).” Zonder nadere motivering – die ontbreekt – valt niet in te zien waarom hieruit zou kunnen worden afgeleid dat eiseres in staat zou zijn vier uur per dag of een uur aaneengesloten te werken. 5.4. De analyse van de verzekeringsarts bezwaar en beroep staat voorts ook haaks op de beoordeling van de primaire arts en verzekeringsarts. Die primaire arts en verzekeringsarts overwogen nog dat eiseres niet een uur aaneengesloten kan werken en niet vier uur per dag belastbaar is. Daarbij hebben de primaire arts en verzekeringsarts uitgebreid beschreven op welke onderdelen eiseres beperkingen kent en waarom die beperkingen, mede in het licht van het dagverhaal van eiseres, ertoe leiden dat zij niet vier uur op een dag of een uur aaneengesloten kan werken. Ook deze arts en verzekeringsarts hebben daarbij acht geslagen op het arbeidsverleden van eiseres en daarin – kennelijk – geen aanleiding gezien om vier uur op een dag en/of een uur aaneengesloten werken haalbaar te achten. Gelet op die uitgebreide primaire beoordeling, had het op de weg van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gelegen om uit te leggen dat en waarom die beoordeling onjuist zou zijn. Dat heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep, gelet op hetgeen ook hiervoor is overwogen, evenwel verzuimd. 5.5. Aangezien de primaire arts en verzekeringsarts wel inzichtelijk en consistent hebben gemotiveerd dat eiseres niet vier uur per dag of een uur aaneengesloten kan werken is, ziet de rechtbank aanleiding om voor wat betreft de belastbaarheid van eiseres ten tijde van de aanvraag aan te sluiten bij de primaire beoordeling en vast te stellen dat eiseres in ieder geval ten tijde van de aanvraag niet vier uur per dag kon werken en evenmin een uur aaneengesloten kon werken. Ten aanzien van de duurzaamheid 5.6. Blijft over de vraag of deze situatie ook duurzaam is. In de primaire fase hebben de primaire arts en verzekeringsarts erop gewezen dat er nog een opname zou volgen bij de Yes we Can Clinic en dat daaruit nog zou moeten blijken of er nieuwe diagnose(s) gesteld worden en of gerichte behandelingen mogelijk zijn. Uit de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan worden afgeleid dat ten tijde van het bezwaar deze opname vroegtijdig was afgebroken. Aansluitend is eiseres naar een safehouse gegaan, maar ook dat is vroegtijdig afgesloten. Weliswaar stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep vervolgens dat er nog behandelopties zijn, maar verzuimt te onderbouwen welke resultaten hiervan te verwachten zijn. In zoverre is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. 5.7. Aangezien de verzekeringsarts bezwaar en beroep verder wel (onbetwist) heeft vastgesteld dat er bij eiseres sinds haar 18e verjaardag geen wezenlijke wijziging is geweest in haar medische situatie, en er dus – zo begrijpt de rechtbank – al lange tijd sprake is van een bestendige situatie in de medische problematiek en arbeidsbeperkingen van eiseres, is de rechtbank van oordeel dat er thans van moet worden uitgegaan dat de beperkingen van eiseres duurzaam zijn. De rechtbank betrekt hierbij dat eiseres in deze periode al vele behandelingen heeft geprobeerd zonder resultaat en dat ook de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen behandelmogelijkheden heeft beschreven waarvan aannemelijk is dat die de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie van eiseres op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Conclusie en gevolgen Conclusie 6.1. Het bestreden besluit is in strijd met artikelen 7:12 en 3:2 van de Awb, omdat het onvoldoende is gemotiveerd en omdat door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende onderzoek is gedaan. Het bestreden besluit zal worden vernietigd. Zelf in de zaak voorzien 6.2. Gelet op het voorgaande staat vast dat eiseres niet vier uur per dag of een uur aaneengesloten kan werken en dat de beperkingen van eiseres duurzaam van aard zijn. Dat betekent dat eiseres voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van een Wajong-uitkering. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het bestreden besluit te vernietigen, het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat aan eiseres een Wajong-uitkering moet worden toegekend per datum van de aanvraag (15 oktober 2024). Proceskosten en griffierecht 6.3. Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,-, omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 3 maart 2026; - herroept het primaire besluit van 6 januari 2025; - bepaalt dat eiseres per 15 oktober 2024 recht heeft op een Wajong-uitkering en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit van 3 maart 2026; - draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres te vergoeden; - veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van W. Veldman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijvoorbeeld: CRvB 29 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1033. Vgl. CRvB 4 juni 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1179, r.o. 2.1 en CRvB 20 september 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2847, r.o. 4.2. Vgl. CRvB 8 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:2, r.o. 4.3. Hoewel de primaire arts en verzekeringsarts in de conclusie schrijven “ Ze is marginaal belastbaar, geen 4 uren per dag, wel ten minste 1 uur aaneengesloten werken ”, gaat de rechtbank ervan uit dat het zinsdeel “ wel ten minste 1 uur aaneengesloten werken ” een verschrijving is. In de motivering in paragrafen 6.1 en 6.2 van het medisch onderzoeksverslag van deze primaire arts en verzekeringsarts wordt immers tot twee maal toe expliciet en gemotiveerd overwogen dat eiseres niet, althans niet zonder onderbreking, een uur aaneengesloten kan werken.