Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-01-29
ECLI:NL:RBOVE:2026:393
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,629 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:393 text/xml public 2026-01-30T10:53:21 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-01-29 82-062927-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zwolle Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:393 text/html public 2026-01-30T10:52:54 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:393 Rechtbank Overijssel , 29-01-2026 / 82-062927-23 Dagvaarding nietig. De tenlastegelegde medeplichtigheid is in het geheel niet verfeitelijkt. RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 82.062927.23 (P) Datum vonnis: 29 januari 2026 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1961 in [geboorteplaats], wonende aan de [woonplaats]. 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 januari 2026 en 29 januari 2026. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat in Tilburg, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: [bedrijf] V.O.F. op of omstreeks 26 juni 2019 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een omgevingsvergunning, in strijd met de waarheid gedateerd 3 april 2019, als ware het echt en onvervalst door dit geschrift als bijlage per e-mail te doen toekomen aan het e-mailadres van de heer ing. [naam], althans deze te doen toekomen aan een e-mailadres behorende bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft. 3 De voorvragen 3.1 De geldigheid van de dagvaarding Uit vaste rechtspraak volgt dat de tenlastelegging de medeplichtigheid voldoende feitelijk en duidelijk moet omschrijven (HR 26 januari 1942, NJ 1942/537; HR 22 februari 1944, NJ 1944/305). Verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift. De tenlastegelegde medeplichtigheid is in het geheel niet verfeitelijkt. Gelet voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding niet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voldoet. De dagvaarding zal daarom nietig worden verklaard. 4 De beslissing De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig. Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. D. ten Boer en mr. M.J.E. Vink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Vis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026. Buiten staat Mr. Vink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:393 text/xml public 2026-01-30T10:53:21 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-01-29 82-062927-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zwolle Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:393 text/html public 2026-01-30T10:52:54 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:393 Rechtbank Overijssel , 29-01-2026 / 82-062927-23 Dagvaarding nietig. De tenlastegelegde medeplichtigheid is in het geheel niet verfeitelijkt. RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 82.062927.23 (P) Datum vonnis: 29 januari 2026 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1961 in [geboorteplaats], wonende aan de [woonplaats]. 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 januari 2026 en 29 januari 2026. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat in Tilburg, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: [bedrijf] V.O.F. op of omstreeks 26 juni 2019 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een omgevingsvergunning, in strijd met de waarheid gedateerd 3 april 2019, als ware het echt en onvervalst door dit geschrift als bijlage per e-mail te doen toekomen aan het e-mailadres van de heer ing. [naam], althans deze te doen toekomen aan een e-mailadres behorende bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft. 3 De voorvragen 3.1 De geldigheid van de dagvaarding Uit vaste rechtspraak volgt dat de tenlastelegging de medeplichtigheid voldoende feitelijk en duidelijk moet omschrijven (HR 26 januari 1942, NJ 1942/537; HR 22 februari 1944, NJ 1944/305). Verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift. De tenlastegelegde medeplichtigheid is in het geheel niet verfeitelijkt. Gelet voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding niet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voldoet. De dagvaarding zal daarom nietig worden verklaard. 4 De beslissing De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig. Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. D. ten Boer en mr. M.J.E. Vink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Vis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026. Buiten staat Mr. Vink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.