Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-01-20
ECLI:NL:RBOVE:2026:274
RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 11867256 \ CV EXPL 25-2619 Vonnis van 20 januari 2026 in de zaak van ABN AMRO BANK N.V. , te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: eiseres, gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: gedaagde, gemachtigde: mr. S.M. Wolff. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de mededeling van de gemachtigde van gedaagde dat er geen inhoudelijk verweer zal worden gevoerd. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Het geschil 2.1. Eiseres heeft bij dagvaarding gevorderd gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen primair tot betaling van een bedrag van € 2.365,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2019. Eiseres heeft subsidiair gevorderd de kredietovereenkomst te ontbinden en gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.365,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2019. Daarnaast heeft eiseres veroordeling gevorderd van gedaagde in de proceskosten. 2.2. Ter onderbouwing van die vordering heeft eiseres gesteld dat zij met gedaagde een kredietovereenkomst heeft gesloten voor een bedrag van maximaal € 5.000,00. Volgens eiseres is gedaagde toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de hiervoor genoemde kredietovereenkomst omdat gedaagde ten minste twee maanden achterstand in de maandelijks aan eiseres verschuldigde termijnen heeft laten ontstaan, en later het opgeëiste bedrag onbetaald heeft gelaten. 3 De beoordeling Ambtshalve toetsing 3.1. De tussen partijen gesloten overeenkomst betreft een consumentenkrediet, waarop de Wet op het Consumentenkrediet van toepassing is zoals deze tot 25 mei 2011 gold. Daarnaast is de Richtlijn consumentenkrediet 87/102 van toepassing. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat de voorschriften zijn nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat eiseres voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat zij hieraan heeft voldaan. 3.2. De kantonrechter heeft verder ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom en de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dit is niet het geval, met inachtneming van het navolgende. Kredietvergoeding 3.3. Eiseres heeft gesteld dat partijen een variabele kredietvergoeding zijn overeengekomen. Het deel van het kredietvergoedingsbeding waarin is overeengekomen dat de kredietvergoeding variabel is, ziet op een eenzijdig wijzigingsbeding. Hierin is niet opgenomen onder welke geldige reden de kredietvergoeding mag worden gewijzigd en niet is gebleken dat gedaagde een redelijke termijn voor inwerkingtreding van de bedongen wijziging wordt gegund, waarin zij de overeenkomst kan opzeggen of de prijswijziging kan betwisten. Dit maakt volgens de kantonrechter dat het variabele gedeelte van het kredietvergoedingsbeding niet transparant is en daarnaast onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233 onder a BW, wat betekent dat het moet worden vernietigd. 3.4. Een vernietiging brengt met zich dat gedurende de gehele looptijd van de kredietovereenkomst de overeengekomen kredietvergoeding verschuldigd is tot het moment van opeising. Nu volgens eiseres de hoogte van de kredietvergoeding (12,3%) voor het moment van de ingebrekestelling hetzelfde was als bij aanvang van de overeenkomst, heeft dit geen consequenties voor haar vordering. Hoofdsom en rente 3.5. Gedaagde heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Het primair gevorderde komt de kantonrechter verder niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal met inachtneming van het navolgende worden toegewezen. 3.6. Uit het lichaam van de dagvaarding volgt uit de