Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-05-06
ECLI:NL:RBOVE:2026:2582
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
16,083 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2582 text/xml public 2026-05-19T16:22:36 2026-05-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-06 C/08/308449 / HA ZA 24-18 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2582 text/html public 2026-05-19T16:22:19 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2582 Rechtbank Overijssel , 06-05-2026 / C/08/308449 / HA ZA 24-18 Tussenvonnis na deskundigenbericht, non-conformiteit silotank? De rechtbank heeft aanvullende vragen voor de deskundige. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: C/08/308449 / HA ZA 24-18 Vonnis van 6 mei 2026 in de zaak van de vennootschap onder firma [partij A] , en haar vennoten [naam 1], [naam 2] en [bedrijf] B.V. , allen te [vestigingsplaats 1], eisers in conventie, verweerders in reconventie, hierna te noemen: [partij A], advocaat: mr. P.J.M. Boomaars, tegen [partij B] B.V. , te [vestigingsplaats 2], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: [partij B], advocaat: mr. A.A. Westers. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 12 februari 2025 en de daarin genoemde stukken; het deskundigenbericht van 2 juni 2025; de conclusie na deskundigenbericht van [partij A] van 2 juli 2025; de conclusie na deskundigenbericht van [partij B] van 24 juli 2025; de mail van de griffier in verband met een rechterswissel van 12 augustus 2025; de mail van [partij A] met een verzoek om een nieuwe mondelinge behandeling van 21 augustus 2025; de brief van [partij A] met productie 18 van 27 februari 2026; de (nieuwe) mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Samenvatting van de zaak 2.1 Voor het geschil, de vorderingen van partijen in conventie en in reconventie en de beslissingen die al zijn genomen, verwijst de rechtbank in de eerste plaats naar haar tussenvonnissen van 7 augustus 2024 en 12 februari 2025. 2.2 Samengevat gaat het in deze zaak om het volgende. Tussen [partij B] en [partij A] is een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een silotank. Kort gezegd is in geschil of [partij B] – de verkoper van de silotank – is tekortgeschoten in de nakoming van die koopovereenkomst. Volgens [partij A] is dat het geval. Hij stelt dat de door [partij B] aan hem geleverde silotank niet goed functioneert, waardoor het kiemgetal van de melk die daarin wordt bewaard en gekoeld te hoog wordt. [partij B] betwist dat de silotank niet goed functioneert. Volgens haar komt het verhoogde kiemgetal van de melk van [partij A] niet door de werking van de silotank, maar liggen daaraan andere oorzaken ten grondslag die in de risicosfeer van [partij A] liggen. 2.3 In het tussenvonnis van 7 augustus 2024 heeft de rechtbank – voor zover nu van belang – overwogen dat [partij A] op grond van de koopovereenkomst mag verwachten dat de door [partij B] aan hem verkochte silotank in staat is om de kwaliteit van de melk die de silotank in gaat te behouden, in die zin dat het kiemgetal niet (aanzienlijk) stijgt. In ditzelfde tussenvonnis heeft de rechtbank het voornemen geuit een deskundige te benoemen om in dit kader de geschiktheid van het type silotank voor de bedrijfsvoering van [partij A] en het functioneren van specifiek de aan [partij A] geleverde silotank te beoordelen. Na uitlating door partijen over dit voornemen, de persoon van de deskundige en de vraagstelling heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 12 februari 2025 de heer [naam 3] als deskundige benoemd (hierna: de deskundige). 3 De verdere beoordeling 3.1 Hieronder bespreekt de rechtbank het deskundigenbericht van 2 juni 2025 (hierna: het deskundigenbericht) en het commentaar van partijen daarop. De vragen van de rechtbank 3.2 De rechtbank heeft de deskundige de volgende vragen gesteld: Is het type silotank (met toebehoren) dat genoemd is in de offerte van 15 april 2022 geschikt om de kwaliteit van de melk die in het bedrijf van [partij A] wordt geproduceerd te behouden? Indien u vraag 1. negatief beantwoordt, kan de onderhavige silotank worden aangepast, zodat deze wel geschikt is voor de situatie van [partij A]? Zo ja, op welke wijze? Wat zijn hiervan de kosten? Indien u de vragen 1. en 2. negatief beantwoordt, welk type silotank is in deze situatie wel geschikt? Wat zijn de kosten van die silotank en wat kost het om de huidige silotank voor het andere type silotank te vervangen? Functioneert de aan [partij A] geleverde silotank zoals deze zou moeten functioneren? Voor zover de silotank niet naar behoren functioneert, welke herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd om de silotank wel naar behoren te laten functioneren? Wat zijn hiervan de kosten? Moet de silotank door de gebruiker zelf worden gereinigd? Zo ja, kunt u vaststellen of dat hier in voldoende mate is gebeurd? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? Samenvatting van het deskundigenbericht 3.3 De deskundige heeft in het kader van zijn onderzoek het dossier bestudeerd, naar aanleiding daarvan enkele aanvullende vragen aan partijen gesteld en nadere gegevens opgevraagd – waaronder de digitale tankwachtgegevens van de silotank – en vervolgens een bedrijfsbezoek afgelegd. De deskundige komt in zijn rapport, samengevat weergegeven, tot de volgende conclusies. 3.4 Het verloop van de kiemgetallen op het bedrijf van [partij A] laat zowel voor als na aanschaf van de silotank een schommelend beeld zien. Na aanschaf is de variatie in het kiemgetal wel groter geworden. Daarbij is het gemiddelde kiemgetal gestegen van 15,9 naar 23,6. Wanneer een eenmalige uitschieter van 102 buiten beschouwing wordt gelaten, bedraagt het gemiddelde kiemgetal na installatie 21,3. Geometrisch ging het gemiddelde kiemgetal van 14,5 naar 19,8. 3.5 Het type silotank dat [partij B] heeft geleverd aan [partij A] (type DX3S 40.000) voldoet aan de wereldwijd geldende ISO-normen voor onder meer gebruikte materialen, koelen, roeren en afwerking. Verder is dit type silotank getest door het Centraal orgaan voor kwaliteit aangelegen in de zuivel (COKZ), waarbij onder andere is gekeken naar de mogelijkheden van monstername en het verloop van het kiemgetal tijdens de bewaring. De gemeten kiemgetallen tijdens die test varieerden van 6 tot 9. Het type silotank is vervolgens toegelaten door het COKZ. Het type silotank behoeft volgens de deskundige geen aanpassingen om geschikt te zijn voor de situatie van [partij A]. 3.6 De deskundige merkt over het functioneren van specifiek de aan [partij A] geleverde silotank het volgende op. Als de silotank de oorzaak is van de verhoogde kiemgetallen van de melk op het bedrijf van [partij A], heeft dat te maken met – kort gezegd – onvoldoende koeling of onvoldoende reiniging. Vanaf pagina 10 van het deskundigenbericht beschrijft de deskundige welke factoren van belang zijn bij de koeling en de reiniging. Bij de koeling is van belang: tot welke temperatuur de silotank de melk koelt, de tijd die nodig is om de melk voldoende terug te koelen en het moment waarop de silotank start met koelen. Bij de reiniging is van belang: de temperatuur van het reinigingswater, de dosering/concentratie van het reinigingsmiddel, de mechanische werking (turbulentie van de spoelvloeistof) en de tijd. Na een uiteenzetting van zijn onderzoeksmethode en bevindingen concludeert de deskundige dat de aan [partij A] geleverde silotank, voor zover hij heeft kunnen beoordelen, functioneert zoals deze zou moeten functioneren. Op deze onderzoeksmethode en bevindingen wordt hieronder bij de beoordeling van de bezwaren tegen het deskundigenbericht nader ingegaan. 3.7 De deskundige constateert verder dat het reinigingsproces van de silotank automatisch verloopt; de veehouder moet het proces alleen starten. De veehouder blijft volgens de deskundige desondanks wel verantwoordelijk voor het verloop van het proces en moet de silotank regelmatig controleren na de reiniging.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2582 text/xml public 2026-05-19T16:22:36 2026-05-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-06 C/08/308449 / HA ZA 24-18 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2582 text/html public 2026-05-19T16:22:19 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2582 Rechtbank Overijssel , 06-05-2026 / C/08/308449 / HA ZA 24-18 Tussenvonnis na deskundigenbericht, non-conformiteit silotank? De rechtbank heeft aanvullende vragen voor de deskundige. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: C/08/308449 / HA ZA 24-18 Vonnis van 6 mei 2026 in de zaak van de vennootschap onder firma [partij A] , en haar vennoten [naam 1], [naam 2] en [bedrijf] B.V. , allen te [vestigingsplaats 1], eisers in conventie, verweerders in reconventie, hierna te noemen: [partij A], advocaat: mr. P.J.M. Boomaars, tegen [partij B] B.V. , te [vestigingsplaats 2], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: [partij B], advocaat: mr. A.A. Westers. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 12 februari 2025 en de daarin genoemde stukken; het deskundigenbericht van 2 juni 2025; de conclusie na deskundigenbericht van [partij A] van 2 juli 2025; de conclusie na deskundigenbericht van [partij B] van 24 juli 2025; de mail van de griffier in verband met een rechterswissel van 12 augustus 2025; de mail van [partij A] met een verzoek om een nieuwe mondelinge behandeling van 21 augustus 2025; de brief van [partij A] met productie 18 van 27 februari 2026; de (nieuwe) mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Samenvatting van de zaak 2.1 Voor het geschil, de vorderingen van partijen in conventie en in reconventie en de beslissingen die al zijn genomen, verwijst de rechtbank in de eerste plaats naar haar tussenvonnissen van 7 augustus 2024 en 12 februari 2025. 2.2 Samengevat gaat het in deze zaak om het volgende. Tussen [partij B] en [partij A] is een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een silotank. Kort gezegd is in geschil of [partij B] – de verkoper van de silotank – is tekortgeschoten in de nakoming van die koopovereenkomst. Volgens [partij A] is dat het geval. Hij stelt dat de door [partij B] aan hem geleverde silotank niet goed functioneert, waardoor het kiemgetal van de melk die daarin wordt bewaard en gekoeld te hoog wordt. [partij B] betwist dat de silotank niet goed functioneert. Volgens haar komt het verhoogde kiemgetal van de melk van [partij A] niet door de werking van de silotank, maar liggen daaraan andere oorzaken ten grondslag die in de risicosfeer van [partij A] liggen. 2.3 In het tussenvonnis van 7 augustus 2024 heeft de rechtbank – voor zover nu van belang – overwogen dat [partij A] op grond van de koopovereenkomst mag verwachten dat de door [partij B] aan hem verkochte silotank in staat is om de kwaliteit van de melk die de silotank in gaat te behouden, in die zin dat het kiemgetal niet (aanzienlijk) stijgt. In ditzelfde tussenvonnis heeft de rechtbank het voornemen geuit een deskundige te benoemen om in dit kader de geschiktheid van het type silotank voor de bedrijfsvoering van [partij A] en het functioneren van specifiek de aan [partij A] geleverde silotank te beoordelen. Na uitlating door partijen over dit voornemen, de persoon van de deskundige en de vraagstelling heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 12 februari 2025 de heer [naam 3] als deskundige benoemd (hierna: de deskundige). 3 De verdere beoordeling 3.1 Hieronder bespreekt de rechtbank het deskundigenbericht van 2 juni 2025 (hierna: het deskundigenbericht) en het commentaar van partijen daarop. De vragen van de rechtbank 3.2 De rechtbank heeft de deskundige de volgende vragen gesteld: Is het type silotank (met toebehoren) dat genoemd is in de offerte van 15 april 2022 geschikt om de kwaliteit van de melk die in het bedrijf van [partij A] wordt geproduceerd te behouden? Indien u vraag 1. negatief beantwoordt, kan de onderhavige silotank worden aangepast, zodat deze wel geschikt is voor de situatie van [partij A]? Zo ja, op welke wijze? Wat zijn hiervan de kosten? Indien u de vragen 1. en 2. negatief beantwoordt, welk type silotank is in deze situatie wel geschikt? Wat zijn de kosten van die silotank en wat kost het om de huidige silotank voor het andere type silotank te vervangen? Functioneert de aan [partij A] geleverde silotank zoals deze zou moeten functioneren? Voor zover de silotank niet naar behoren functioneert, welke herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd om de silotank wel naar behoren te laten functioneren? Wat zijn hiervan de kosten? Moet de silotank door de gebruiker zelf worden gereinigd? Zo ja, kunt u vaststellen of dat hier in voldoende mate is gebeurd? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? Samenvatting van het deskundigenbericht 3.3 De deskundige heeft in het kader van zijn onderzoek het dossier bestudeerd, naar aanleiding daarvan enkele aanvullende vragen aan partijen gesteld en nadere gegevens opgevraagd – waaronder de digitale tankwachtgegevens van de silotank – en vervolgens een bedrijfsbezoek afgelegd. De deskundige komt in zijn rapport, samengevat weergegeven, tot de volgende conclusies. 3.4 Het verloop van de kiemgetallen op het bedrijf van [partij A] laat zowel voor als na aanschaf van de silotank een schommelend beeld zien. Na aanschaf is de variatie in het kiemgetal wel groter geworden. Daarbij is het gemiddelde kiemgetal gestegen van 15,9 naar 23,6. Wanneer een eenmalige uitschieter van 102 buiten beschouwing wordt gelaten, bedraagt het gemiddelde kiemgetal na installatie 21,3. Geometrisch ging het gemiddelde kiemgetal van 14,5 naar 19,8. 3.5 Het type silotank dat [partij B] heeft geleverd aan [partij A] (type DX3S 40.000) voldoet aan de wereldwijd geldende ISO-normen voor onder meer gebruikte materialen, koelen, roeren en afwerking. Verder is dit type silotank getest door het Centraal orgaan voor kwaliteit aangelegen in de zuivel (COKZ), waarbij onder andere is gekeken naar de mogelijkheden van monstername en het verloop van het kiemgetal tijdens de bewaring. De gemeten kiemgetallen tijdens die test varieerden van 6 tot 9. Het type silotank is vervolgens toegelaten door het COKZ. Het type silotank behoeft volgens de deskundige geen aanpassingen om geschikt te zijn voor de situatie van [partij A]. 3.6 De deskundige merkt over het functioneren van specifiek de aan [partij A] geleverde silotank het volgende op. Als de silotank de oorzaak is van de verhoogde kiemgetallen van de melk op het bedrijf van [partij A], heeft dat te maken met – kort gezegd – onvoldoende koeling of onvoldoende reiniging. Vanaf pagina 10 van het deskundigenbericht beschrijft de deskundige welke factoren van belang zijn bij de koeling en de reiniging. Bij de koeling is van belang: tot welke temperatuur de silotank de melk koelt, de tijd die nodig is om de melk voldoende terug te koelen en het moment waarop de silotank start met koelen. Bij de reiniging is van belang: de temperatuur van het reinigingswater, de dosering/concentratie van het reinigingsmiddel, de mechanische werking (turbulentie van de spoelvloeistof) en de tijd. Na een uiteenzetting van zijn onderzoeksmethode en bevindingen concludeert de deskundige dat de aan [partij A] geleverde silotank, voor zover hij heeft kunnen beoordelen, functioneert zoals deze zou moeten functioneren. Op deze onderzoeksmethode en bevindingen wordt hieronder bij de beoordeling van de bezwaren tegen het deskundigenbericht nader ingegaan. 3.7 De deskundige constateert verder dat het reinigingsproces van de silotank automatisch verloopt; de veehouder moet het proces alleen starten. De veehouder blijft volgens de deskundige desondanks wel verantwoordelijk voor het verloop van het proces en moet de silotank regelmatig controleren na de reiniging.
Volledig
De deskundige heeft niet kunnen beoordelen hoe vaak en in welke mate dit gebeurt. Hij merkt op dat zo’n controle lastig is, omdat de silotank na reiniging meteen weer volloopt met melk. 3.8 De deskundige merkt tot slot nog op dat het traject voordat de melk in de silotank komt ook belangrijk is voor de (uiteindelijke) kwaliteit van de melk. Hij noemt een aantal punten waarnaar [partij A] wellicht kritisch zou kunnen kijken, waaronder een deuk in de persleiding en de capaciteit van de voorkoelers. De reacties van partijen op het deskundigenbericht 3.9 [partij A] heeft verschillende bezwaren geuit tegen de wijze waarop de deskundige het onderzoek naar het functioneren van de aan hem geleverde silotank heeft verricht. Volgens hem is het onderzoek van de deskundige op drie punten onvolledig geweest. Ten eerste betoogt hij dat de deskundige kiemgetalmonsters had moeten nemen. Ten tweede betoogt hij dat de deskundige onvoldoende heeft onderzocht of de silotank naar behoren koelt. Ten derde betoogt hij dat de deskundige onvoldoende heeft onderzocht of de binnenkant van de silotank voldoende wordt gereinigd door het automatische reinigingssysteem van de tank. 3.10 [partij B] deelt deze bezwaren niet. Volgens [partij B] heeft de deskundige zorgvuldig onderzoek verricht en is het onderzoek, zowel ten aanzien van de koeling als ten aanzien van de reiniging, volledig geweest. [partij B] kan zich vinden in de conclusie van de deskundige dat de door haar geleverde silotank naar behoren functioneert. Het oordeel van de rechtbank 3.11 Vooropgesteld wordt dat partijen de deskundigheid van de deskundige niet in twijfel hebben getrokken. De rechtbank zal dan ook uitgaan van diens deskundigheid. 3.12 De rechtbank zal hierna de inhoud van het deskundigenbericht en het door [partij A] naar voren gebrachte commentaar op de wijze waarop de deskundige zijn onderzoek heeft verricht nader bespreken en beoordelen of zij de conclusies waartoe de deskundige in zijn rapport is gekomen, zal volgen. Daarbij geldt dat indien de rechtbank de zienswijze van de deskundige volgt, de rechtbank dat oordeel in het algemeen niet verder hoeft te motiveren dan door te overwegen dat de motivering van de deskundige de rechtbank overtuigend voorkomt. Wel zal de rechtbank moeten ingaan op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de deskundige, indien deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze. De geschiktheid van het type silotank in het algemeen (vraag 1 tot en met 3) 3.13 De rechtbank begrijpt de conclusie van de deskundige over de geschiktheid van het type silotank zo dat dit type aan alle relevante normen voor melkbewaring voldoet en daarom (ook) geschikt is om de kwaliteit van de melk die in het bedrijf van [partij A] wordt geproduceerd, te behouden. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen desgevraagd verklaard het deskundigenbericht op dit punt ook zo te hebben begrepen en deze conclusie te onderschrijven. De door de deskundige gegeven motivering komt de rechtbank ook voldoende overtuigend voor, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat het type silotank (DX3S 40.000) geschikt is om de kwaliteit van de melk die in het bedrijf van [partij A] wordt geproduceerd te behouden. Het functioneren van specifiek de aan [partij A] geleverde silotank (vraag 4 tot en met 6) De methode van de deskundige 3.14 In het kader van het functioneren van de aan [partij A] geleverde silotank heeft de deskundige zijn onderzoek gericht op de – automatische – koeling en reiniging van de silotank. Volgens [partij A] is het onderzoek daarmee niet volledig en had de deskundige ook kiemgetalmonsters moeten nemen. [partij A] meent dat de deskundige daartoe een melkmonster van vlak voordat de melk de silotank in gaat, had moeten vergelijken met melkmonster van vlak nadat de melk de silotank uit komt. Dit had volgens [partij A] duidelijk(er) kunnen maken of de silotank het verhoogde kiemgetal van zijn melk veroorzaakt. 3.15 De rechtbank volgt [partij A] niet in dit bezwaar. Voorop staat dat de deskundige in beginsel zelf bepaalt welke methode hij bij zijn onderzoek gebruikt. In het deskundigenbericht heeft de deskundige toegelicht dat áls de hoge kiemgetallen in de melk van [partij A] komen door de silotank, de oorzaak moet worden gezocht in onvoldoende koeling of onvoldoende reiniging door de silotank. De deskundige heeft zijn onderzoek daarom gericht op de vraag of een van deze twee oorzaken zich voordoet. Naar aanleiding van [partij A]’ opmerkingen op de conceptrapportage heeft de deskundige verder nog opgemerkt dat hij geen melkmonsters heeft genomen, omdat daarbij altijd sprake is van een momentopname en omdat een veelheid aan factoren het kiemgetal kan beïnvloeden. De rechtbank is van oordeel dat de deskundige de door hem gekozen onderzoeksmethode hiermee duidelijk en overtuigend heeft verantwoord. [partij A] heeft de door de deskundige gegeven toelichting op de gekozen onderzoeksmethode inhoudelijk niet weersproken en ook niet concreet gemaakt wat de aanvullende waarde van het door hem voorgestelde kiemgetalonderzoek is of kan zijn. In het licht van de opmerking van de deskundige dat melkmonsters een momentopname zijn en dat een veelheid aan factoren het kiemgetal kan beïnvloeden rijst bovendien de vraag of met het door [partij A] voorgestelde kiemgetalonderzoek wel een zuivere kiemgetalvergelijking kan worden gemaakt. [partij A] heeft tijdens de mondelinge behandeling namelijk toegelicht dat als men twee melkmonsters neemt om een kiemgetalvergelijking te maken – een vlak voordat de melk de silotank in gaat en een vlak nadat de melk de silotank uitkomt – deze twee monsters altijd andere melk zullen bevatten. Het onderzoek naar de koeling van de silotank 3.16 De deskundige heeft zijn onderzoek naar de koeling van de silotank verricht aan de hand van de tankwachtgegevens. Hij is nagegaan of in de silotank sprake is (geweest) van onvoldoende koeling (bewaartemperatuur boven de 4 graden Celsius), een te lange koeltijd (meer dan drie uur om de temperatuur terug te brengen naar maximaal 4 graden Celsius) of een te late start van de koeling. De deskundige somt in zijn rapport de ‘alarmen’ op die hij in dat verband in de tankwachtgegevens is tegengekomen. Hij merkt op dat er tijdens de eerste dagen wat opstartproblemen zijn geweest, maar concludeert dat deze daarna waren verholpen. De opsomming van de deskundige bevat voor het overige geen alarmen die gerelateerd zijn aan het koelproces. Op basis van het ontbreken van dergelijke aan de koeling gerelateerde tankwachtalarmen concludeert de deskundige dat niet is gebleken van onvoldoende koeling van de silotank. 3.17 De rechtbank is van oordeel dat de deskundige de koeling van de silotank op deze wijze voldoende zorgvuldig en volledig heeft onderzocht. De deskundige heeft alle factoren die hij van belang acht bij de koeling, zoals beschreven vanaf pagina 10 van zijn deskundigenbericht en aangehaald in rechtsoverweging 3.6., kenbaar in zijn onderzoek betrokken en gecontroleerd aan de hand van de tankwachtgegevens. De rechtbank is van oordeel dat de deskundige zijn bevindingen voldoende heeft uiteengezet en toegelicht. Zijn conclusie volgt logisch uit deze bevindingen, is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank overtuigend voor. 3.18 De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om deze conclusie niet te volgen, ook niet in hetgeen [partij A] heeft aangevoerd. [partij A] onderschrijft de door de deskundige gehanteerde temperatuurnormen en hij weerspreekt de juistheid van de tankwachtgegevens niet. Hij voert alleen aan dat de tankwachtthermometer zich onderin de silotank bevindt en dat het daarom op basis van alleen de tankwachtgegevens niet zeker is of de silotank de melk ook bovenin voldoende koelt. Volgens [partij A] had de deskundige daarom in aanvulling op het tankwachtonderzoek handmatig de temperatuur van de melk bovenin de silotank moeten controleren.
Volledig
De deskundige heeft niet kunnen beoordelen hoe vaak en in welke mate dit gebeurt. Hij merkt op dat zo’n controle lastig is, omdat de silotank na reiniging meteen weer volloopt met melk. 3.8 De deskundige merkt tot slot nog op dat het traject voordat de melk in de silotank komt ook belangrijk is voor de (uiteindelijke) kwaliteit van de melk. Hij noemt een aantal punten waarnaar [partij A] wellicht kritisch zou kunnen kijken, waaronder een deuk in de persleiding en de capaciteit van de voorkoelers. De reacties van partijen op het deskundigenbericht 3.9 [partij A] heeft verschillende bezwaren geuit tegen de wijze waarop de deskundige het onderzoek naar het functioneren van de aan hem geleverde silotank heeft verricht. Volgens hem is het onderzoek van de deskundige op drie punten onvolledig geweest. Ten eerste betoogt hij dat de deskundige kiemgetalmonsters had moeten nemen. Ten tweede betoogt hij dat de deskundige onvoldoende heeft onderzocht of de silotank naar behoren koelt. Ten derde betoogt hij dat de deskundige onvoldoende heeft onderzocht of de binnenkant van de silotank voldoende wordt gereinigd door het automatische reinigingssysteem van de tank. 3.10 [partij B] deelt deze bezwaren niet. Volgens [partij B] heeft de deskundige zorgvuldig onderzoek verricht en is het onderzoek, zowel ten aanzien van de koeling als ten aanzien van de reiniging, volledig geweest. [partij B] kan zich vinden in de conclusie van de deskundige dat de door haar geleverde silotank naar behoren functioneert. Het oordeel van de rechtbank 3.11 Vooropgesteld wordt dat partijen de deskundigheid van de deskundige niet in twijfel hebben getrokken. De rechtbank zal dan ook uitgaan van diens deskundigheid. 3.12 De rechtbank zal hierna de inhoud van het deskundigenbericht en het door [partij A] naar voren gebrachte commentaar op de wijze waarop de deskundige zijn onderzoek heeft verricht nader bespreken en beoordelen of zij de conclusies waartoe de deskundige in zijn rapport is gekomen, zal volgen. Daarbij geldt dat indien de rechtbank de zienswijze van de deskundige volgt, de rechtbank dat oordeel in het algemeen niet verder hoeft te motiveren dan door te overwegen dat de motivering van de deskundige de rechtbank overtuigend voorkomt. Wel zal de rechtbank moeten ingaan op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de deskundige, indien deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze. De geschiktheid van het type silotank in het algemeen (vraag 1 tot en met 3) 3.13 De rechtbank begrijpt de conclusie van de deskundige over de geschiktheid van het type silotank zo dat dit type aan alle relevante normen voor melkbewaring voldoet en daarom (ook) geschikt is om de kwaliteit van de melk die in het bedrijf van [partij A] wordt geproduceerd, te behouden. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen desgevraagd verklaard het deskundigenbericht op dit punt ook zo te hebben begrepen en deze conclusie te onderschrijven. De door de deskundige gegeven motivering komt de rechtbank ook voldoende overtuigend voor, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat het type silotank (DX3S 40.000) geschikt is om de kwaliteit van de melk die in het bedrijf van [partij A] wordt geproduceerd te behouden. Het functioneren van specifiek de aan [partij A] geleverde silotank (vraag 4 tot en met 6) De methode van de deskundige 3.14 In het kader van het functioneren van de aan [partij A] geleverde silotank heeft de deskundige zijn onderzoek gericht op de – automatische – koeling en reiniging van de silotank. Volgens [partij A] is het onderzoek daarmee niet volledig en had de deskundige ook kiemgetalmonsters moeten nemen. [partij A] meent dat de deskundige daartoe een melkmonster van vlak voordat de melk de silotank in gaat, had moeten vergelijken met melkmonster van vlak nadat de melk de silotank uit komt. Dit had volgens [partij A] duidelijk(er) kunnen maken of de silotank het verhoogde kiemgetal van zijn melk veroorzaakt. 3.15 De rechtbank volgt [partij A] niet in dit bezwaar. Voorop staat dat de deskundige in beginsel zelf bepaalt welke methode hij bij zijn onderzoek gebruikt. In het deskundigenbericht heeft de deskundige toegelicht dat áls de hoge kiemgetallen in de melk van [partij A] komen door de silotank, de oorzaak moet worden gezocht in onvoldoende koeling of onvoldoende reiniging door de silotank. De deskundige heeft zijn onderzoek daarom gericht op de vraag of een van deze twee oorzaken zich voordoet. Naar aanleiding van [partij A]’ opmerkingen op de conceptrapportage heeft de deskundige verder nog opgemerkt dat hij geen melkmonsters heeft genomen, omdat daarbij altijd sprake is van een momentopname en omdat een veelheid aan factoren het kiemgetal kan beïnvloeden. De rechtbank is van oordeel dat de deskundige de door hem gekozen onderzoeksmethode hiermee duidelijk en overtuigend heeft verantwoord. [partij A] heeft de door de deskundige gegeven toelichting op de gekozen onderzoeksmethode inhoudelijk niet weersproken en ook niet concreet gemaakt wat de aanvullende waarde van het door hem voorgestelde kiemgetalonderzoek is of kan zijn. In het licht van de opmerking van de deskundige dat melkmonsters een momentopname zijn en dat een veelheid aan factoren het kiemgetal kan beïnvloeden rijst bovendien de vraag of met het door [partij A] voorgestelde kiemgetalonderzoek wel een zuivere kiemgetalvergelijking kan worden gemaakt. [partij A] heeft tijdens de mondelinge behandeling namelijk toegelicht dat als men twee melkmonsters neemt om een kiemgetalvergelijking te maken – een vlak voordat de melk de silotank in gaat en een vlak nadat de melk de silotank uitkomt – deze twee monsters altijd andere melk zullen bevatten. Het onderzoek naar de koeling van de silotank 3.16 De deskundige heeft zijn onderzoek naar de koeling van de silotank verricht aan de hand van de tankwachtgegevens. Hij is nagegaan of in de silotank sprake is (geweest) van onvoldoende koeling (bewaartemperatuur boven de 4 graden Celsius), een te lange koeltijd (meer dan drie uur om de temperatuur terug te brengen naar maximaal 4 graden Celsius) of een te late start van de koeling. De deskundige somt in zijn rapport de ‘alarmen’ op die hij in dat verband in de tankwachtgegevens is tegengekomen. Hij merkt op dat er tijdens de eerste dagen wat opstartproblemen zijn geweest, maar concludeert dat deze daarna waren verholpen. De opsomming van de deskundige bevat voor het overige geen alarmen die gerelateerd zijn aan het koelproces. Op basis van het ontbreken van dergelijke aan de koeling gerelateerde tankwachtalarmen concludeert de deskundige dat niet is gebleken van onvoldoende koeling van de silotank. 3.17 De rechtbank is van oordeel dat de deskundige de koeling van de silotank op deze wijze voldoende zorgvuldig en volledig heeft onderzocht. De deskundige heeft alle factoren die hij van belang acht bij de koeling, zoals beschreven vanaf pagina 10 van zijn deskundigenbericht en aangehaald in rechtsoverweging 3.6., kenbaar in zijn onderzoek betrokken en gecontroleerd aan de hand van de tankwachtgegevens. De rechtbank is van oordeel dat de deskundige zijn bevindingen voldoende heeft uiteengezet en toegelicht. Zijn conclusie volgt logisch uit deze bevindingen, is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank overtuigend voor. 3.18 De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om deze conclusie niet te volgen, ook niet in hetgeen [partij A] heeft aangevoerd. [partij A] onderschrijft de door de deskundige gehanteerde temperatuurnormen en hij weerspreekt de juistheid van de tankwachtgegevens niet. Hij voert alleen aan dat de tankwachtthermometer zich onderin de silotank bevindt en dat het daarom op basis van alleen de tankwachtgegevens niet zeker is of de silotank de melk ook bovenin voldoende koelt. Volgens [partij A] had de deskundige daarom in aanvulling op het tankwachtonderzoek handmatig de temperatuur van de melk bovenin de silotank moeten controleren.
Volledig
[partij A] heeft dit echter pas tijdens de nieuwe mondelinge behandeling naar voren gebracht en hij heeft niet gesteld dat er aanleiding is om te twijfelen aan de temperatuur van de melk bovenin de tank, laat staan dat hij die twijfel concreet heeft gemaakt. Gelet op het stadium waarin de procedure zich bevindt, had dat wel op zijn weg gelegen, temeer nu hij heeft opgemerkt dat iedereen met een thermometer de temperatuur van de melk bovenin de tank kan opmeten en dat daarvoor geen specifieke deskundigheid is vereist. Daar komt bij dat [partij B] heeft aangevoerd dat de Rijdende Melk Ontvangst (RMO) – de tankwagen waarmee de melk wordt opgehaald – de melktemperatuur bij het ophalen van de melk continu monitort. De RMO slaat automatisch uit bij een te hoge temperatuur. Dan stopt het uitzuigen van de melk uit de silotank. Een te hoge temperatuur bovenin de silotank zou volgens [partij B] dus langs die weg al lang aan het licht moeten zijn gekomen. [partij A] heeft dit alles niet weersproken en hij heeft niet gesteld dat de RMO bij hem is uitgeslagen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de deskundige nader te bevragen op dit punt. 3.19 Het deskundigenbericht voldoet wat betreft het onderzoek naar de koeling van de silotank aan de daaraan te stellen eisen van consistentie, inzichtelijkheid en logica. Gelet op hetgeen over en weer is aangevoerd, is er voorts geen aanleiding om de deskundige nader te bevragen over de temperatuur bovenin de tank. De rechtbank neemt de bevindingen en de conclusie van de deskundige met betrekking tot de koeling van de silotank daarom over. Gevolg is dat niet komt vast te staan dat de koeling van de silotank gebrekkig is. Het onderzoek naar de reiniging van de silotank 3.20 De deskundige heeft in het kader van zijn onderzoek naar de reiniging van de silotank de temperatuur van het reinigingswater gecontroleerd aan de hand van de tankwachtgegevens. De deskundige merkt op dat het reinigingswater een minimumtemperatuur van 40 graden Celsius moet hebben en beschrijft aan de hand van de tankwachtgegevens dat de temperatuur van het reinigingswater in de silotank van [partij A] schommelt tussen de 45 en 50 graden Celsius. Er wordt dus voldaan aan de norm van minimaal 40 graden Celsius, zo concludeert de deskundige. 3.21 Het reinigingswater wordt echter verwarmd door boilers die – zo volgt ook uit het deskundigenbericht – geen deel uitmaken van de door [partij B] aan [partij A] geleverde silotank met toebehoren, maar al aanwezig waren op het bedrijf. Uit het gegeven dat de temperatuur van het reinigingswater voldoet aan de minimumnorm, kan dus worden afgeleid dat [partij A] zelf aan deze reinigingsnorm voldoet, maar het zegt in zoverre niets over het functioneren van het automatische reinigingssysteem van de silotank. De deskundige beschrijft op pagina 10 van zijn rapport dat in het kader van de reiniging niet alleen de temperatuur van het reinigingswater, maar ook de dosering/concentratie van het reinigingsmiddel, de mechanische werking (turbulentie van de spoelvloeistof) en de tijd van het reinigingsprogramma van belang zijn. Juist deze laatste drie aspecten vormen het automatische reinigingssysteem van de tank, zo hebben partijen tijdens de mondelinge behandeling ook verklaard. De deskundige noemt deze aspecten dus wel, maar hij heeft ze, zo heeft [partij A] terecht aangevoerd, niet kenbaar onderzocht en beoordeeld. De vraag of de silotank wat betreft zijn automatische reiniging naar behoren functioneert, is met dit deskundigenbericht dus nog niet beantwoord. 3.22 De deskundige merkt in zijn rapport verder op dat beschadigingen aan de binnenzijde van de silotank voor een onvoldoende resultaat van de reiniging – en daarmee voor een hoger kiemgetal – kunnen zorgen. Dit, omdat er in of rondom een beschadiging een vuilophoping kan ontstaan. De deskundige heeft de tank echter niet van binnen onderzocht op dergelijke beschadigingen en/of vuilophopingen. In het rapport wordt hierover opgemerkt: “Tijdens het bedrijfsbezoek zat er melk in de tank, daardoor was het niet mogelijk de tank van binnen te controleren op beschadiging. Maar mochten hier afwijkingen/beschadigingen zitten waardoor er vuilophoping plaatsvindt dan zal naar verwachting het kiemgetal oplopen en continu aan de hoge kant blijven. Op het bedrijf van [partij A] vertonen de kiemgetallen echter een sterk wisselend beeld, het kiemgetal schommelt en er is geen oplopend beeld te zien. Om vuilophoping of beschadiging, waardoor vuilophoping ontstaat, volledig uit te sluiten is er na de reiniging een (onafhankelijke) inwendige inspectie van de tank nodig. Eventueel aangevuld met een zogenaamde ATP meting.” De rechtbank is van oordeel dat het rapport hiermee onvoldoende uitsluitsel biedt over het al dan niet aanwezig zijn van beschadigingen die (kunnen) leiden tot vuilophoping. De deskundige lijkt te concluderen dat het niet waarschijnlijk is dat hiervan sprake is, omdat [partij A]’ melk sterk wisselende kiemgetallen kent, terwijl bij vuilophoping door beschadigingen een oplopend dan wel continu hoog kiemgetal te verwachten is. Deze conclusie komt de rechtbank niet zonder meer logisch voor, te meer omdat [partij A] heeft aangevoerd dat de tank steeds tot wisselende hoogtes is gevuld met melk (als sprake is van opgehoopt vuil, kan het dus zo zijn dat de melk daar soms wel en soms niet mee in aanraking komt) en dat de tank ook steeds tussentijds wordt gereinigd (waardoor eventueel opgehoopt vuil wellicht wel afneemt, maar niet geheel verdwijnt). De deskundige heeft in reactie op [partij A]’ opmerkingen naar aanleiding van de conceptrapportage ook geen nadere toelichting gegeven op dit punt. Hij heeft alleen nogmaals opgemerkt dat een inwendige inspectie noodzakelijk is om vuilophoping door beschadigingen volledig uit te sluiten, maar dat zo’n inspectie niet kon plaatsvinden omdat de tank tijdens het bedrijfsbezoek melk bevatte. 3.23 Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vraag of de silotank wat betreft de reiniging naar behoren functioneert met dit deskundigenbericht nog niet voldoende is beantwoord. De rechtbank is daarom voornemens een aanvullend deskundigenbericht in te winnen bij de eerder door haar benoemde deskundige, de heer [naam 3] (BSc), over het functioneren van het automatische reinigingssysteem van de silotank en over de staat van de binnenzijde van de silotank. 3.24 De rechtbank is voorlopig van oordeel dat de volgende vragen moeten worden gesteld: Heeft de silotank aan de binnenkant afwijkingen of beschadigingen die (kunnen) leiden tot vuilophoping? Indien u vraag 1. bevestigend beantwoordt: a. Waar in de silotank bevinden deze afwijkingen of beschadigingen zich? b. Kunt u vaststellen wat de oorzaak is van deze afwijkingen of beschadigingen? c. Welke herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd om deze afwijkingen of beschadigingen te verhelpen? Wat zijn hiervan de kosten? 3. Functioneert het automatische reinigingssysteem van de silotank naar behoren? - Gelieve hierbij in elk geval te beoordelen of de binnenkant van de silotank na een reinigingscyclus overal – dus ook bovenin – voldoende gereinigd en schoon is. - U bent in uw rapport van 2 juni 2025 ingegaan op de temperatuur van het reinigingswater. Gelieve bij de beantwoording van deze vraag in elk geval ook de andere aspecten van de automatische reiniging die u op p. 10 van uw rapport van 2 juni 2025 noemt te betrekken, namelijk: de dosering/concentratie van het reinigingsmiddel, de mechanische werking (turbulentie van de spoelvloeistof) en de tijdsduur. Gelieve uw beantwoording toe te spitsen op specifiek de door [partij B] aan [partij A] geleverde silotank. 4. Indien u vraag 3. ontkennend beantwoordt: welke aanpassingen of herstelwerkzaamheden zijn nodig om het automatische reinigingssysteem wel naar behoren te laten functioneren en wat zijn hiervan de kosten? 5.
Volledig
[partij A] heeft dit echter pas tijdens de nieuwe mondelinge behandeling naar voren gebracht en hij heeft niet gesteld dat er aanleiding is om te twijfelen aan de temperatuur van de melk bovenin de tank, laat staan dat hij die twijfel concreet heeft gemaakt. Gelet op het stadium waarin de procedure zich bevindt, had dat wel op zijn weg gelegen, temeer nu hij heeft opgemerkt dat iedereen met een thermometer de temperatuur van de melk bovenin de tank kan opmeten en dat daarvoor geen specifieke deskundigheid is vereist. Daar komt bij dat [partij B] heeft aangevoerd dat de Rijdende Melk Ontvangst (RMO) – de tankwagen waarmee de melk wordt opgehaald – de melktemperatuur bij het ophalen van de melk continu monitort. De RMO slaat automatisch uit bij een te hoge temperatuur. Dan stopt het uitzuigen van de melk uit de silotank. Een te hoge temperatuur bovenin de silotank zou volgens [partij B] dus langs die weg al lang aan het licht moeten zijn gekomen. [partij A] heeft dit alles niet weersproken en hij heeft niet gesteld dat de RMO bij hem is uitgeslagen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de deskundige nader te bevragen op dit punt. 3.19 Het deskundigenbericht voldoet wat betreft het onderzoek naar de koeling van de silotank aan de daaraan te stellen eisen van consistentie, inzichtelijkheid en logica. Gelet op hetgeen over en weer is aangevoerd, is er voorts geen aanleiding om de deskundige nader te bevragen over de temperatuur bovenin de tank. De rechtbank neemt de bevindingen en de conclusie van de deskundige met betrekking tot de koeling van de silotank daarom over. Gevolg is dat niet komt vast te staan dat de koeling van de silotank gebrekkig is. Het onderzoek naar de reiniging van de silotank 3.20 De deskundige heeft in het kader van zijn onderzoek naar de reiniging van de silotank de temperatuur van het reinigingswater gecontroleerd aan de hand van de tankwachtgegevens. De deskundige merkt op dat het reinigingswater een minimumtemperatuur van 40 graden Celsius moet hebben en beschrijft aan de hand van de tankwachtgegevens dat de temperatuur van het reinigingswater in de silotank van [partij A] schommelt tussen de 45 en 50 graden Celsius. Er wordt dus voldaan aan de norm van minimaal 40 graden Celsius, zo concludeert de deskundige. 3.21 Het reinigingswater wordt echter verwarmd door boilers die – zo volgt ook uit het deskundigenbericht – geen deel uitmaken van de door [partij B] aan [partij A] geleverde silotank met toebehoren, maar al aanwezig waren op het bedrijf. Uit het gegeven dat de temperatuur van het reinigingswater voldoet aan de minimumnorm, kan dus worden afgeleid dat [partij A] zelf aan deze reinigingsnorm voldoet, maar het zegt in zoverre niets over het functioneren van het automatische reinigingssysteem van de silotank. De deskundige beschrijft op pagina 10 van zijn rapport dat in het kader van de reiniging niet alleen de temperatuur van het reinigingswater, maar ook de dosering/concentratie van het reinigingsmiddel, de mechanische werking (turbulentie van de spoelvloeistof) en de tijd van het reinigingsprogramma van belang zijn. Juist deze laatste drie aspecten vormen het automatische reinigingssysteem van de tank, zo hebben partijen tijdens de mondelinge behandeling ook verklaard. De deskundige noemt deze aspecten dus wel, maar hij heeft ze, zo heeft [partij A] terecht aangevoerd, niet kenbaar onderzocht en beoordeeld. De vraag of de silotank wat betreft zijn automatische reiniging naar behoren functioneert, is met dit deskundigenbericht dus nog niet beantwoord. 3.22 De deskundige merkt in zijn rapport verder op dat beschadigingen aan de binnenzijde van de silotank voor een onvoldoende resultaat van de reiniging – en daarmee voor een hoger kiemgetal – kunnen zorgen. Dit, omdat er in of rondom een beschadiging een vuilophoping kan ontstaan. De deskundige heeft de tank echter niet van binnen onderzocht op dergelijke beschadigingen en/of vuilophopingen. In het rapport wordt hierover opgemerkt: “Tijdens het bedrijfsbezoek zat er melk in de tank, daardoor was het niet mogelijk de tank van binnen te controleren op beschadiging. Maar mochten hier afwijkingen/beschadigingen zitten waardoor er vuilophoping plaatsvindt dan zal naar verwachting het kiemgetal oplopen en continu aan de hoge kant blijven. Op het bedrijf van [partij A] vertonen de kiemgetallen echter een sterk wisselend beeld, het kiemgetal schommelt en er is geen oplopend beeld te zien. Om vuilophoping of beschadiging, waardoor vuilophoping ontstaat, volledig uit te sluiten is er na de reiniging een (onafhankelijke) inwendige inspectie van de tank nodig. Eventueel aangevuld met een zogenaamde ATP meting.” De rechtbank is van oordeel dat het rapport hiermee onvoldoende uitsluitsel biedt over het al dan niet aanwezig zijn van beschadigingen die (kunnen) leiden tot vuilophoping. De deskundige lijkt te concluderen dat het niet waarschijnlijk is dat hiervan sprake is, omdat [partij A]’ melk sterk wisselende kiemgetallen kent, terwijl bij vuilophoping door beschadigingen een oplopend dan wel continu hoog kiemgetal te verwachten is. Deze conclusie komt de rechtbank niet zonder meer logisch voor, te meer omdat [partij A] heeft aangevoerd dat de tank steeds tot wisselende hoogtes is gevuld met melk (als sprake is van opgehoopt vuil, kan het dus zo zijn dat de melk daar soms wel en soms niet mee in aanraking komt) en dat de tank ook steeds tussentijds wordt gereinigd (waardoor eventueel opgehoopt vuil wellicht wel afneemt, maar niet geheel verdwijnt). De deskundige heeft in reactie op [partij A]’ opmerkingen naar aanleiding van de conceptrapportage ook geen nadere toelichting gegeven op dit punt. Hij heeft alleen nogmaals opgemerkt dat een inwendige inspectie noodzakelijk is om vuilophoping door beschadigingen volledig uit te sluiten, maar dat zo’n inspectie niet kon plaatsvinden omdat de tank tijdens het bedrijfsbezoek melk bevatte. 3.23 Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vraag of de silotank wat betreft de reiniging naar behoren functioneert met dit deskundigenbericht nog niet voldoende is beantwoord. De rechtbank is daarom voornemens een aanvullend deskundigenbericht in te winnen bij de eerder door haar benoemde deskundige, de heer [naam 3] (BSc), over het functioneren van het automatische reinigingssysteem van de silotank en over de staat van de binnenzijde van de silotank. 3.24 De rechtbank is voorlopig van oordeel dat de volgende vragen moeten worden gesteld: Heeft de silotank aan de binnenkant afwijkingen of beschadigingen die (kunnen) leiden tot vuilophoping? Indien u vraag 1. bevestigend beantwoordt: a. Waar in de silotank bevinden deze afwijkingen of beschadigingen zich? b. Kunt u vaststellen wat de oorzaak is van deze afwijkingen of beschadigingen? c. Welke herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd om deze afwijkingen of beschadigingen te verhelpen? Wat zijn hiervan de kosten? 3. Functioneert het automatische reinigingssysteem van de silotank naar behoren? - Gelieve hierbij in elk geval te beoordelen of de binnenkant van de silotank na een reinigingscyclus overal – dus ook bovenin – voldoende gereinigd en schoon is. - U bent in uw rapport van 2 juni 2025 ingegaan op de temperatuur van het reinigingswater. Gelieve bij de beantwoording van deze vraag in elk geval ook de andere aspecten van de automatische reiniging die u op p. 10 van uw rapport van 2 juni 2025 noemt te betrekken, namelijk: de dosering/concentratie van het reinigingsmiddel, de mechanische werking (turbulentie van de spoelvloeistof) en de tijdsduur. Gelieve uw beantwoording toe te spitsen op specifiek de door [partij B] aan [partij A] geleverde silotank. 4. Indien u vraag 3. ontkennend beantwoordt: welke aanpassingen of herstelwerkzaamheden zijn nodig om het automatische reinigingssysteem wel naar behoren te laten functioneren en wat zijn hiervan de kosten? 5.
Volledig
Zijn er nog andere punten die u naar aanleiding van uw nadere onderzoek naar het functioneren van de silotank naar voren wilt brengen waarvan de rechtbank volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling? 3.25 De deskundige heeft de rechtbank desgevraagd laten weten bereid te zijn deze aanvullende vragen te beantwoorden en het hiervoor noodzakelijke nadere onderzoek – in elk geval een bedrijfsbezoek met een inwendige inspectie van de silotank – te verrichten. De deskundige heeft de rechtbank verder het volgende bericht: “(…) Randvoorwaarden De inwendige inspectie, beperkt zich alleen tot de binnenkant van de silotank, en de bijbehorende buffervaten. De automatische melksystemen worden niet in de beoordeling betrokken. De veehouder draagt zorg dat de melkkoeltank en de bijbehorende buffervaten op het (kort voor) het afgesproken tijdstip leeg zijn. De tank opening wordt geopend door een van beide partijen. WLR is op generlei wijze aansprakelijk voor het al dan niet goed sluiten van de silotank na de inspectie. Ook draagt WLR geen verantwoording voor de melkkwaliteit na de inspectie. Een eventuele ATP meeting, zal worden (mede) worden uitgevoerd, en beoordeeld door QLIP. Voor het opstellen van de deskundigen rapportage zal deskundige zich houden aan de leidraad die hiervoor door de rechtbank is verstrekt. Beide partijen verlenen hun volledige medewerking. Partijen geven volledig inzicht in eventuele opgevraagde documenten. Activiteiten Voor het project worden de volgende werkzaamheden verricht: Inlezen dossier, Voorbereiding Een bedrijfsbezoek ( samen met partijen); Beantwoording van de vragen van de rechtbank; Opstellen concept rapportage en deze delen met partijen; Verwerking reacties concept; Definitieve rapportage Inhuur Qlip (mag ook door partijen worden gedaan) voor ATP meting (De kosten van QLIP zitten niet in deze begroting) Beheeraspecten Projectorganisatie De communicatie naar betrokken partijen zal voornamelijk via e-mail verlopen met uitzondering van hoorzitting en bedrijfsbezoek. Kosten De kosten voor deze deskundige rapportage bedragen : Uitvoeren van bovenstaande werkzaamheden wordt ingeschat op totaal 3 werkdagen wat overeenkomt met een bedrag van € 3336.,-- excl. BTW, € 4036,50.-- inclusief BTW Voor gemaakte reiskosten naar bedrijf wordt 36 cent per kilometer gerekend. ( 408 km € 147,--)” De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de aan de deskundige voor te leggen vragen, bovengenoemde randvoorwaarden met aansprakelijkheidsbeperking en het door de deskundige begrote voorschot van, naar boven afgerond, € 4.200,00. De rechtbank overweegt over de aansprakelijkheidsbeperking nog dat die niet van toepassing is of wordt in de rechtsverhouding tussen de rechtbank en de deskundige, gezien de publiekrechtelijke aard van die rechtsverhouding, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Ten aanzien van de toepasselijkheid van de aansprakelijkheidsbeperking in de rechtsverhouding tussen de deskundige en [partij A] en [partij B] als partijen geldt het volgende. Omdat noch tussen de rechtbank en de deskundige, noch tussen de deskundige en partijen een overeenkomst bestaat, is de aansprakelijkheidsbeperking door de deskundige alleen mogelijk als [partij A] en [partij B] hiermee instemmen. De rechtbank stelt hen dan ook in de gelegenheid om bij akte te laten weten of zij bezwaar hebben tegen bovengenoemde aansprakelijkheidsbeperking. Indien partijen geen bezwaar hebben, zal de rechtbank de deskundige erop wijzen dat hij deze aansprakelijkheidsbeperking, conform de Leidraad deskundigen in civiele zaken (randnummer 70), voor aanvang van zijn onderzoek naar partijen dient te sturen voor ondertekening. Indien er wel bezwaar wordt gemaakt, zal de rechtbank een beslissing nemen over hoe de procedure dan moet worden voortgezet. 3.26 De rechtbank merkt verder op dat de deskundige in aanvulling op het voorgaande heeft laten weten dat hij de binnenzijde van de silotank alleen visueel kan beoordelen. Hij heeft daarbij wel de kanttekening geplaatst dat het lastig is om de silotank ook bovenin goed te inspecteren. Het voorstel van de rechtbank is dat de deskundige in overleg met partijen bepaalt hoe hij tijdens het bedrijfsbezoek op een veilige manier een zo compleet mogelijk beeld kan krijgen van de binnenkant van de tank en op welke wijze ook hoger in de tank kan worden gekeken. Aan partijen wordt gevraagd daarin (pro)actief mee te denken. Mocht de deskundige na zijn visuele inspectie onvoldoende informatie hebben om de vragen van de rechtbank te kunnen beantwoorden, dan is er – zo heeft de rechtbank van de deskundige begrepen – de mogelijkheid om aanvullend een ATP-meting te verrichten, waarmee de reiniging van de binnenzijde van de tank bacteriologisch kan worden beoordeeld. De deskundige heeft QLIP genoemd als partij die deze meting (tegen extra kosten) kan uitvoeren en beoordelen. Hij heeft verder laten weten dat QLIP wellicht ook mogelijkheden heeft om de tank bovenin (beter) te beoordelen. De rechtbank is voornemens om in dit verband aan de deskundige de instructie mee te geven dat hij – indien hij tot de conclusie komt dat de expertise van QLIP of een andere derde partij nodig is om de vragen van de rechtbank te kunnen beantwoorden – partijen hiervan vooraf op de hoogte dient te stellen en conform hoofdstuk 10 van de Leidraad deskundigen in civiele zaken dient te handelen. Productie 18 3.27 Tijdens de mondelinge behandeling heeft [partij A] nog verzocht productie 18 aan de deskundige voor te leggen. Productie 18 betreft een tabel met gegevens over recente melk die – in plaats van na de gebruikelijke 72 uur – na 36 uur uit de silotank is gehaald. [partij A] verwijst naar eerder door hem ingebrachte producties uit 2022 en 2023. Het gemiddelde kiemgetal van melk die toen na 72 uur uit de silotank werd gehaald, lag beduidend hoger dan het gemiddelde kiemgetal van de recente melk die na 36 uur uit de silotank is gehaald, aldus [partij A]. [partij A] betoogt dat productie 18 aan de deskundige moet worden voorgelegd, zodat de deskundige deze vergelijking ook kan maken. Uit die vergelijking moet volgens [partij A] dan wel volgen dat het kiemgetal ín en daarmee door de silotank stijgt. 3.28 De rechtbank ziet geen aanleiding om de deskundige te vragen om deze vergelijking te maken. De deskundige heeft gekozen voor een andere onderzoeksmethode dan kiemgetalonderzoek. In rechtsoverweging 3.15 heeft de rechtbank geoordeeld dat de deskundige de door hem gekozen onderzoeksmethode overtuigend heeft verantwoord en ook overtuigend heeft toegelicht waarom hij geen (vergelijkend) kiemgetalonderzoek heeft verricht om het functioneren van de silotank te beoordelen. Daarbij merkt de rechtbank op dat het door de deskundige genoemde bezwaar tegen kiemgetalonderzoek dat een veelheid aan factoren het kiemgetal kan beïnvloeden, zich ook hier laat gelden, nu [partij A] vraagt om kiemgetallen van recente melk (productie 18) te vergelijken met kiemgetallen van melk uit 2022 en 2023. Er is dus sprake van geheel andere melk. Een zuivere vergelijking die niet wordt verstoord door alle variabelen die – buiten de silotank om – óók invloed kunnen hebben gehad op de hoogte van het kiemgetal, kan dan ook niet worden gemaakt. Hoe nu verder? In conventie 3.29 De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over: de in rechtsoverweging 3.24 opgenomen aanvullende vragen voor de deskundige; de in rechtsoverweging 3.25 opgenomen randvoorwaarden met aansprakelijkheidsbeperking van de deskundige; het door de deskundige begrote voorschot, zoals opgenomen in rechtsoverweging 3.25; De rechtbank benadrukt dat partijen zich in hun akte tot deze drie onderwerpen dienen te beperken. 3.30 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. In reconventie 3.31 Iedere beslissing wordt aangehouden. 4 De beslissing De rechtbank in conventie 4.1 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 3 juni 2026 voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld in rechtsoverweging 3.29; 4.2 houdt iedere verdere beslissing aan; in reconventie 4.3 houdt iedere beslissing aan.
Volledig
Zijn er nog andere punten die u naar aanleiding van uw nadere onderzoek naar het functioneren van de silotank naar voren wilt brengen waarvan de rechtbank volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling? 3.25 De deskundige heeft de rechtbank desgevraagd laten weten bereid te zijn deze aanvullende vragen te beantwoorden en het hiervoor noodzakelijke nadere onderzoek – in elk geval een bedrijfsbezoek met een inwendige inspectie van de silotank – te verrichten. De deskundige heeft de rechtbank verder het volgende bericht: “(…) Randvoorwaarden De inwendige inspectie, beperkt zich alleen tot de binnenkant van de silotank, en de bijbehorende buffervaten. De automatische melksystemen worden niet in de beoordeling betrokken. De veehouder draagt zorg dat de melkkoeltank en de bijbehorende buffervaten op het (kort voor) het afgesproken tijdstip leeg zijn. De tank opening wordt geopend door een van beide partijen. WLR is op generlei wijze aansprakelijk voor het al dan niet goed sluiten van de silotank na de inspectie. Ook draagt WLR geen verantwoording voor de melkkwaliteit na de inspectie. Een eventuele ATP meeting, zal worden (mede) worden uitgevoerd, en beoordeeld door QLIP. Voor het opstellen van de deskundigen rapportage zal deskundige zich houden aan de leidraad die hiervoor door de rechtbank is verstrekt. Beide partijen verlenen hun volledige medewerking. Partijen geven volledig inzicht in eventuele opgevraagde documenten. Activiteiten Voor het project worden de volgende werkzaamheden verricht: Inlezen dossier, Voorbereiding Een bedrijfsbezoek ( samen met partijen); Beantwoording van de vragen van de rechtbank; Opstellen concept rapportage en deze delen met partijen; Verwerking reacties concept; Definitieve rapportage Inhuur Qlip (mag ook door partijen worden gedaan) voor ATP meting (De kosten van QLIP zitten niet in deze begroting) Beheeraspecten Projectorganisatie De communicatie naar betrokken partijen zal voornamelijk via e-mail verlopen met uitzondering van hoorzitting en bedrijfsbezoek. Kosten De kosten voor deze deskundige rapportage bedragen : Uitvoeren van bovenstaande werkzaamheden wordt ingeschat op totaal 3 werkdagen wat overeenkomt met een bedrag van € 3336.,-- excl. BTW, € 4036,50.-- inclusief BTW Voor gemaakte reiskosten naar bedrijf wordt 36 cent per kilometer gerekend. ( 408 km € 147,--)” De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de aan de deskundige voor te leggen vragen, bovengenoemde randvoorwaarden met aansprakelijkheidsbeperking en het door de deskundige begrote voorschot van, naar boven afgerond, € 4.200,00. De rechtbank overweegt over de aansprakelijkheidsbeperking nog dat die niet van toepassing is of wordt in de rechtsverhouding tussen de rechtbank en de deskundige, gezien de publiekrechtelijke aard van die rechtsverhouding, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Ten aanzien van de toepasselijkheid van de aansprakelijkheidsbeperking in de rechtsverhouding tussen de deskundige en [partij A] en [partij B] als partijen geldt het volgende. Omdat noch tussen de rechtbank en de deskundige, noch tussen de deskundige en partijen een overeenkomst bestaat, is de aansprakelijkheidsbeperking door de deskundige alleen mogelijk als [partij A] en [partij B] hiermee instemmen. De rechtbank stelt hen dan ook in de gelegenheid om bij akte te laten weten of zij bezwaar hebben tegen bovengenoemde aansprakelijkheidsbeperking. Indien partijen geen bezwaar hebben, zal de rechtbank de deskundige erop wijzen dat hij deze aansprakelijkheidsbeperking, conform de Leidraad deskundigen in civiele zaken (randnummer 70), voor aanvang van zijn onderzoek naar partijen dient te sturen voor ondertekening. Indien er wel bezwaar wordt gemaakt, zal de rechtbank een beslissing nemen over hoe de procedure dan moet worden voortgezet. 3.26 De rechtbank merkt verder op dat de deskundige in aanvulling op het voorgaande heeft laten weten dat hij de binnenzijde van de silotank alleen visueel kan beoordelen. Hij heeft daarbij wel de kanttekening geplaatst dat het lastig is om de silotank ook bovenin goed te inspecteren. Het voorstel van de rechtbank is dat de deskundige in overleg met partijen bepaalt hoe hij tijdens het bedrijfsbezoek op een veilige manier een zo compleet mogelijk beeld kan krijgen van de binnenkant van de tank en op welke wijze ook hoger in de tank kan worden gekeken. Aan partijen wordt gevraagd daarin (pro)actief mee te denken. Mocht de deskundige na zijn visuele inspectie onvoldoende informatie hebben om de vragen van de rechtbank te kunnen beantwoorden, dan is er – zo heeft de rechtbank van de deskundige begrepen – de mogelijkheid om aanvullend een ATP-meting te verrichten, waarmee de reiniging van de binnenzijde van de tank bacteriologisch kan worden beoordeeld. De deskundige heeft QLIP genoemd als partij die deze meting (tegen extra kosten) kan uitvoeren en beoordelen. Hij heeft verder laten weten dat QLIP wellicht ook mogelijkheden heeft om de tank bovenin (beter) te beoordelen. De rechtbank is voornemens om in dit verband aan de deskundige de instructie mee te geven dat hij – indien hij tot de conclusie komt dat de expertise van QLIP of een andere derde partij nodig is om de vragen van de rechtbank te kunnen beantwoorden – partijen hiervan vooraf op de hoogte dient te stellen en conform hoofdstuk 10 van de Leidraad deskundigen in civiele zaken dient te handelen. Productie 18 3.27 Tijdens de mondelinge behandeling heeft [partij A] nog verzocht productie 18 aan de deskundige voor te leggen. Productie 18 betreft een tabel met gegevens over recente melk die – in plaats van na de gebruikelijke 72 uur – na 36 uur uit de silotank is gehaald. [partij A] verwijst naar eerder door hem ingebrachte producties uit 2022 en 2023. Het gemiddelde kiemgetal van melk die toen na 72 uur uit de silotank werd gehaald, lag beduidend hoger dan het gemiddelde kiemgetal van de recente melk die na 36 uur uit de silotank is gehaald, aldus [partij A]. [partij A] betoogt dat productie 18 aan de deskundige moet worden voorgelegd, zodat de deskundige deze vergelijking ook kan maken. Uit die vergelijking moet volgens [partij A] dan wel volgen dat het kiemgetal ín en daarmee door de silotank stijgt. 3.28 De rechtbank ziet geen aanleiding om de deskundige te vragen om deze vergelijking te maken. De deskundige heeft gekozen voor een andere onderzoeksmethode dan kiemgetalonderzoek. In rechtsoverweging 3.15 heeft de rechtbank geoordeeld dat de deskundige de door hem gekozen onderzoeksmethode overtuigend heeft verantwoord en ook overtuigend heeft toegelicht waarom hij geen (vergelijkend) kiemgetalonderzoek heeft verricht om het functioneren van de silotank te beoordelen. Daarbij merkt de rechtbank op dat het door de deskundige genoemde bezwaar tegen kiemgetalonderzoek dat een veelheid aan factoren het kiemgetal kan beïnvloeden, zich ook hier laat gelden, nu [partij A] vraagt om kiemgetallen van recente melk (productie 18) te vergelijken met kiemgetallen van melk uit 2022 en 2023. Er is dus sprake van geheel andere melk. Een zuivere vergelijking die niet wordt verstoord door alle variabelen die – buiten de silotank om – óók invloed kunnen hebben gehad op de hoogte van het kiemgetal, kan dan ook niet worden gemaakt. Hoe nu verder? In conventie 3.29 De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over: de in rechtsoverweging 3.24 opgenomen aanvullende vragen voor de deskundige; de in rechtsoverweging 3.25 opgenomen randvoorwaarden met aansprakelijkheidsbeperking van de deskundige; het door de deskundige begrote voorschot, zoals opgenomen in rechtsoverweging 3.25; De rechtbank benadrukt dat partijen zich in hun akte tot deze drie onderwerpen dienen te beperken. 3.30 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. In reconventie 3.31 Iedere beslissing wordt aangehouden. 4 De beslissing De rechtbank in conventie 4.1 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 3 juni 2026 voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld in rechtsoverweging 3.29; 4.2 houdt iedere verdere beslissing aan; in reconventie 4.3 houdt iedere beslissing aan.