Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-05-13
ECLI:NL:RBOVE:2026:2579
Strafrecht
Raadkamer
3,771 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2579 text/xml public 2026-05-19T16:03:06 2026-05-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-13 08-066922-26 Uitspraak Raadkamer NL Zwolle Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2579 text/html public 2026-05-19T16:02:32 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2579 Rechtbank Overijssel , 13-05-2026 / 08-066922-26 Beschikking raadkamer. Gegrondverklaring beroep tegen de gedragsaanwijzing (art. 509hh Sv). Gedragsaanwijzing niet proportioneel, waarbij onder meer wordt gelet op de verhouding tussen de gedragsaanwijzing en de eerdere beslissing tot schorsing van de voorlopige hechtenis. RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer : 08-066922-26 Raadkamernummer : 26-011214 Datum : 13 mei 2026 Beslissing van de meervoudige raadkamer op het beroepschrift op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1985 te [geboorteplaats] (Syrië), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [woonplaats] , hierna te noemen: de verdachte, bijgestaan door mr. S. Benaskar, advocaat te Utrecht. 1 Het verloop van de procedure De rechtbank heeft bij beschikking van 15 april 2026 de gevangenhouding van de verdachte verlengd met zestig dagen. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 17 april 2026 geschorst, waarbij als ‘bijzondere’ schorsingsvoorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een locatieverbod ten aanzien van de woning van de verdachte zijn opgenomen. Op 16 april 2026 heeft de officier van justitie aan de verdachte een gedragsaanwijzing opgelegd, inhoudende het bevel aan verdachte: zich niet te bevinden in het dorp [plaats]; zich te onthouden van contact met de volgende personen: o zijn dochter [naam 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2012); o zijn dochter [naam 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2013); o zijn zoon [naam 3] (geboren op [geboortedatum 4] 2018); o zijn partner [naam 4] (geboren op [geboortedatum 5] 1993). De enige uitzondering op de contactverboden luidt: contact met voornoemde personen is enkel toegestaan indien de Reclassering en/of Veilig Thuis dit contact voorafgaand uitdrukkelijk schriftelijk toestaat na overleg met het Openbaar Ministerie. De gedragsaanwijzing is op 16 april 2026 ingegaan en blijft van kracht voor een periode van 90 dagen, tenzij binnen de gestelde termijn, voor deze zaak, een onherroepelijke afdoening heeft plaatsgevonden. Op 17 april 2026 is ter griffie van deze rechtbank een beroepschrift ontvangen, waarmee de verdachte in beroep is gekomen tegen de hem opgelegde gedragsaanwijzing. Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. Het verzoek is behandeld in besloten raadkamer van 13 mei 2026. Bij de behandeling zijn de officier van justitie, de verdachte en zijn raadsvrouw gehoord. De rechtbank heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen de verdachte. 2 De standpunten van de officier van justitie en de verdachte en de raadsvrouw Standpunt verdachte en zijn raadsvrouw De verdachte verzoekt de rechtbank om de gedragsaanwijzing in die zin op te heffen dat de inhoud daarvan in overeenstemming is met de opgelegde schorsingsvoorwaarden. De verdediging stelt zich daartoe op het standpunt dat de rechtbank bij de beslissing tot schorsing van de voorlopige hechtenis uitdrukkelijk geen contactverboden heeft opgelegd. Door middels de gedragsaanwijzing alsnog contactverboden op te leggen, is de officier van justitie in de beslissing van de rechter getreden. Bovendien is er geen noodzaak tot het opleggen van de aanvullende verboden, omdat de rechtbank het recidivegevaar voldoende ingeperkt acht met de opgelegde schorsingsvoorwaarden. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroepschrift ongegrond dient te worden verklaard. De gedragsaanwijzing is noodzakelijk en proportioneel, omdat de veiligheid van de vrouw en kinderen van de verdachte in het geding is en de rechtbank de voorlopige hechtenis heeft geschorst zonder oplegging van een contactverbod. 3 De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank Overijssel is bevoegd van het beroepschrift kennis te nemen. 4 De beoordeling Wettelijke voorwaarden De officier van justitie is op grond van artikel 509hh lid 1 Sv bevoegd een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan een gedragsaanwijzing te geven in geval van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare orde, gelet op het strafbare feit of de samenhang met andere strafbare feiten, dan wel de wijze waarop het strafbare feit is gepleegd, ernstig is verstoord, en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat (sub a), dan wel in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens een persoon of personen (sub b), dan wel in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert (sub c), dan wel in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren oplevert (sub d). De rechtbank overweegt dat bij beschikking van 15 april 2026, waarbij de gevangenhouding is verlengd, (opnieuw) ernstige bezwaren zijn aangenomen ten aanzien van de verdenking dat de verdachte op 2 maart 2026 te [plaats] zijn dochter [naam 1] heeft mishandeld en in de periode van 2 oktober 2025 tot en met 2 maart 2026 in Nederland zijn kinderen en zijn vrouw heeft mishandeld. Derhalve is sprake van een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan in de zin van art. 509hh lid 1 Sv. Voorts is bij voornoemde beschikking als grond voor de voorlopige hechtenis (opnieuw) recidivegevaar aangenomen, meer in het bijzonder de omstandigheid dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte (bij invrijheidstelling) een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Gelet daarop, de ernst en aard van de verdenking en de overige omstandigheden zoals die blijken uit het dossier, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van het geval benoemd in art. 509hh lid 1 sub b Sv. Aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een gedragsaanwijzing is dus voldaan. Proportionaliteit De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of de opgelegde gedragsaanwijzing proportioneel is. De rechtbank ziet zich daarbij voor de vraag gesteld hoe de opgelegde gedragsaanwijzing zich verhoudt tot de beschikking van 15 april 2026 waarbij de voorlopige hechtenis met ingang van 17 april 2026 onder voorwaarden is geschorst. Daarbij is ten eerste het karakter van de gedragsaanwijzing als door de officier van justitie op te leggen ‘maatregel’ van belang. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de gedragsaanwijzing met name bedoeld is om het gedrag van de verdachte te beïnvloeden en (nieuw) ernstig belastend gedrag tegen personen te voorkomen in die gevallen dat voorlopige hechtenis niet mogelijk is, omdat de verdenking een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, omdat geen gronden voor voorlopige hechtenis aanwezig zijn of omdat voorlopige hechtenis een te zwaar middel wordt gevonden. Omdat in dergelijke gevallen schorsing van de voorlopige hechtenis, met schorsingsvoorwaarden die diezelfde doelen nastreven, niet mogelijk is, komt het opleggen van een gedragsaanwijzing (als vangnet) in beeld.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2579 text/xml public 2026-05-19T16:03:06 2026-05-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-13 08-066922-26 Uitspraak Raadkamer NL Zwolle Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2579 text/html public 2026-05-19T16:02:32 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2579 Rechtbank Overijssel , 13-05-2026 / 08-066922-26 Beschikking raadkamer. Gegrondverklaring beroep tegen de gedragsaanwijzing (art. 509hh Sv). Gedragsaanwijzing niet proportioneel, waarbij onder meer wordt gelet op de verhouding tussen de gedragsaanwijzing en de eerdere beslissing tot schorsing van de voorlopige hechtenis. RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer : 08-066922-26 Raadkamernummer : 26-011214 Datum : 13 mei 2026 Beslissing van de meervoudige raadkamer op het beroepschrift op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1985 te [geboorteplaats] (Syrië), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [woonplaats] , hierna te noemen: de verdachte, bijgestaan door mr. S. Benaskar, advocaat te Utrecht. 1 Het verloop van de procedure De rechtbank heeft bij beschikking van 15 april 2026 de gevangenhouding van de verdachte verlengd met zestig dagen. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 17 april 2026 geschorst, waarbij als ‘bijzondere’ schorsingsvoorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een locatieverbod ten aanzien van de woning van de verdachte zijn opgenomen. Op 16 april 2026 heeft de officier van justitie aan de verdachte een gedragsaanwijzing opgelegd, inhoudende het bevel aan verdachte: zich niet te bevinden in het dorp [plaats]; zich te onthouden van contact met de volgende personen: o zijn dochter [naam 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2012); o zijn dochter [naam 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2013); o zijn zoon [naam 3] (geboren op [geboortedatum 4] 2018); o zijn partner [naam 4] (geboren op [geboortedatum 5] 1993). De enige uitzondering op de contactverboden luidt: contact met voornoemde personen is enkel toegestaan indien de Reclassering en/of Veilig Thuis dit contact voorafgaand uitdrukkelijk schriftelijk toestaat na overleg met het Openbaar Ministerie. De gedragsaanwijzing is op 16 april 2026 ingegaan en blijft van kracht voor een periode van 90 dagen, tenzij binnen de gestelde termijn, voor deze zaak, een onherroepelijke afdoening heeft plaatsgevonden. Op 17 april 2026 is ter griffie van deze rechtbank een beroepschrift ontvangen, waarmee de verdachte in beroep is gekomen tegen de hem opgelegde gedragsaanwijzing. Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. Het verzoek is behandeld in besloten raadkamer van 13 mei 2026. Bij de behandeling zijn de officier van justitie, de verdachte en zijn raadsvrouw gehoord. De rechtbank heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen de verdachte. 2 De standpunten van de officier van justitie en de verdachte en de raadsvrouw Standpunt verdachte en zijn raadsvrouw De verdachte verzoekt de rechtbank om de gedragsaanwijzing in die zin op te heffen dat de inhoud daarvan in overeenstemming is met de opgelegde schorsingsvoorwaarden. De verdediging stelt zich daartoe op het standpunt dat de rechtbank bij de beslissing tot schorsing van de voorlopige hechtenis uitdrukkelijk geen contactverboden heeft opgelegd. Door middels de gedragsaanwijzing alsnog contactverboden op te leggen, is de officier van justitie in de beslissing van de rechter getreden. Bovendien is er geen noodzaak tot het opleggen van de aanvullende verboden, omdat de rechtbank het recidivegevaar voldoende ingeperkt acht met de opgelegde schorsingsvoorwaarden. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroepschrift ongegrond dient te worden verklaard. De gedragsaanwijzing is noodzakelijk en proportioneel, omdat de veiligheid van de vrouw en kinderen van de verdachte in het geding is en de rechtbank de voorlopige hechtenis heeft geschorst zonder oplegging van een contactverbod. 3 De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank Overijssel is bevoegd van het beroepschrift kennis te nemen. 4 De beoordeling Wettelijke voorwaarden De officier van justitie is op grond van artikel 509hh lid 1 Sv bevoegd een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan een gedragsaanwijzing te geven in geval van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare orde, gelet op het strafbare feit of de samenhang met andere strafbare feiten, dan wel de wijze waarop het strafbare feit is gepleegd, ernstig is verstoord, en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat (sub a), dan wel in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens een persoon of personen (sub b), dan wel in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert (sub c), dan wel in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren oplevert (sub d). De rechtbank overweegt dat bij beschikking van 15 april 2026, waarbij de gevangenhouding is verlengd, (opnieuw) ernstige bezwaren zijn aangenomen ten aanzien van de verdenking dat de verdachte op 2 maart 2026 te [plaats] zijn dochter [naam 1] heeft mishandeld en in de periode van 2 oktober 2025 tot en met 2 maart 2026 in Nederland zijn kinderen en zijn vrouw heeft mishandeld. Derhalve is sprake van een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan in de zin van art. 509hh lid 1 Sv. Voorts is bij voornoemde beschikking als grond voor de voorlopige hechtenis (opnieuw) recidivegevaar aangenomen, meer in het bijzonder de omstandigheid dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte (bij invrijheidstelling) een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Gelet daarop, de ernst en aard van de verdenking en de overige omstandigheden zoals die blijken uit het dossier, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van het geval benoemd in art. 509hh lid 1 sub b Sv. Aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een gedragsaanwijzing is dus voldaan. Proportionaliteit De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of de opgelegde gedragsaanwijzing proportioneel is. De rechtbank ziet zich daarbij voor de vraag gesteld hoe de opgelegde gedragsaanwijzing zich verhoudt tot de beschikking van 15 april 2026 waarbij de voorlopige hechtenis met ingang van 17 april 2026 onder voorwaarden is geschorst. Daarbij is ten eerste het karakter van de gedragsaanwijzing als door de officier van justitie op te leggen ‘maatregel’ van belang. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de gedragsaanwijzing met name bedoeld is om het gedrag van de verdachte te beïnvloeden en (nieuw) ernstig belastend gedrag tegen personen te voorkomen in die gevallen dat voorlopige hechtenis niet mogelijk is, omdat de verdenking een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, omdat geen gronden voor voorlopige hechtenis aanwezig zijn of omdat voorlopige hechtenis een te zwaar middel wordt gevonden. Omdat in dergelijke gevallen schorsing van de voorlopige hechtenis, met schorsingsvoorwaarden die diezelfde doelen nastreven, niet mogelijk is, komt het opleggen van een gedragsaanwijzing (als vangnet) in beeld.