Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-05-12
ECLI:NL:RBOVE:2026:2550
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,001 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2550 text/xml public 2026-05-19T18:00:14 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-12 ak_25_2547 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2550 text/html public 2026-05-12T11:20:32 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2550 Rechtbank Overijssel , 12-05-2026 / ak_25_2547 Wet open overheid. Operationele Beelden Contra-terrorisme, Extremisme en Radicalisering & Openbare Orde. Woo-verzoek deels toegewezen door de korpschef. Korpschef is zelf van mening dat deels een andere wettelijke grondslag gebruikt had moeten worden. Beroep gegrond. Geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/2547 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser, hierna: [eiser] (gemachtigde: mr. H. van Drunen) en de korpschef van politie, verweerder, hierna: de korpschef (gemachtigde: mr. P.M.L. Van der Schot-Schröder). Samenvatting Deze uitspraak gaat over een verzoek van [eiser] op grond van de Wet open overheid (Woo). [eiser] heeft de korpschef verzocht om de zogenoemde Operationele Beelden CTER & Openbare Orde van de Dienst Regionale Informatie Organisatie van de eenheid Den Haag over de kalenderjaren 2016, 2017 en 2018 openbaar te maken. De korpschef heeft dat verzoek gedeeltelijk afgewezen. Voorafgaand aan de zitting van de rechtbank heeft de korpschef vastgesteld dat zij bij een deel van de informatie waarvan de openbaarmaking is geweigerd, een andere wettelijke grondslag voor de weigering had moeten gebruiken. Dat is voor de rechtbank reden om het bestreden besluit te vernietigen. Het beroep is gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De korpschef moet daarom opnieuw op het bezwaar van [eiser] beslissen. Procesverloop 1. [eiser] heeft op 22 januari 2024 een verzoek op grond van de Woo ingediend bij de korpschef. Met het besluit van 11 juni 2024 heeft de korpschef hierop beslist en documenten aan [eiser] verstrekt. In de verstrekte documenten zijn bepaalde onderdelen niet openbaar gemaakt. 1.1. Met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft de korpschef een beslissing op het bezwaar van [eiser] genomen. 1.2. [eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.3. De korpschef heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken bij de rechtbank ingediend. Daarbij zitten ook de volledige, ongelakte rapporten waarover het in deze zaak gaat. De delen van de rapporten waarvan de openbaarmaking is geweigerd, heeft de korpschef onder verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vertrouwelijk aan de rechtbank overgelegd. Op grond van artikel 8:29, zesde lid, van de Awb heeft alleen de rechtbank kennisgenomen van deze delen van de rapporten. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben [eiser] en zijn gemachtigde deelgenomen. Namens de korpschef waren de gemachtigde en mr. J.S.T. Peek aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Aanleiding en besluitvorming 2. Bij brief van 22 januari 2024 heeft [eiser] verzocht om de zogenoemde Operationeel Beelden CTER & Openbare Orde (Operationeel Beelden) van de Dienst Regionale Informatie Organisatie van de eenheid Den Haag over de kalenderjaren 2016, 2017 en 2018 openbaar te maken. 2.1. Uit het besluit van 11 juni 2024 volgt dat de korpschef over 42 documenten beschikt die onder dit Woo-verzoek vallen. Dit zijn de Operationele Beelden over de jaren 2017 en 2018. In verband met de bewaartermijn zijn er geen Operationele Beelden over het jaar 2016 aangetroffen. De korpschef heeft bepaalde informatie in de aangetroffen documenten niet openbaar gemaakt op grond van in de Woo opgenomen uitzonderingsgronden. 2.2. Uit het bestreden besluit volgt dat de korpschef de Operationele Beelden over 2016 alsnog heeft aangetroffen na nieuwe zoekslagen binnen de politieorganisatie. Deze zijn op dezelfde wijze als de Operationele Beelden over 2017 en 2018 gedeeltelijk openbaar gemaakt. 2.3. Bepaalde passages in de Operationele Beelden over 2016, 2017 en 2018 zijn niet openbaar gemaakt, omdat het openbaar maken van die informatie volgens de korpschef de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden. Verder heeft de korpschef informatie in de aangetroffen documenten niet openbaar gemaakt na afweging van het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten tegen het belang van de openbaarmaking. Ook heeft de korpschef informatie niet openbaar gemaakt voor zover het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ten slotte is informatie niet openbaar gemaakt indien het belang van het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, naar het oordeel van de korpschef zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid. Standpunt [eiser] 3. [eiser] is het niet eens met het bestreden besluit en heeft – samengevat weergegeven – het volgende naar voren gebracht. Volgens [eiser] moet de uitzonderingsgrond over de veiligheid van de Staat restrictief worden uitgelegd en heeft de korpschef dat hier niet gedaan. Feitelijk is informatie hier categoraal geweigerd. [eiser] heeft in zijn beroepschrift verder informatie aangehaald waarover hij reeds beschikt en die naar zijn mening in het kader van dit Woo-verzoek openbaar gemaakt had moeten worden. [eiser] stelt zich onder verwijzing naar die beschikbare informatie op het standpunt dat niet valt in te zien dat openbaarmaking van de gevraagde informatie de veiligheid van de Staat raakt. Naar de mening van [eiser] bevatten verder niet alle op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, van de Woo geweigerde passages informatie over opsporing en vervolging van strafbare feiten. Zo heeft een passage over een aangemelde demonstratie of ingediend bezwaarschrift volgens [eiser] in het geheel geen betrekking op strafbare feiten of de opsporing daarvan. Overwegingen 4. Voorafgaand aan de zitting heeft de korpschef een verweerschrift naar de rechtbank gestuurd. Hierin heeft de korpschef aangegeven dat bij de voorbereiding op de zitting door haar is vastgesteld dat een aanzienlijk deel van de beoordeelde informatie ten onrechte onder het regime van de Woo is gebracht. Volgens de korpschef betreft een aanzienlijk gedeelte van de informatie waarvan de openbaarmaking in het bestreden besluit is geweigerd namelijk persoonsgegevens die in het kader van de politietaak zijn verwerkt en daarom kwalificeren als politiegegevens in de zin van de Wet politiegegevens (Wpg). Deze informatie kan niet op grond van de Woo worden beoordeeld en de korpschef had openbaarmaking van deze informatie op grond van de Wpg moeten weigeren. 5. De korpschef heeft de rechtbank gevraagd om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De weigering om bepaalde informatie openbaar te maken is naar de mening van de korpschef materieel terecht, maar had – voor zover het gaat om politiegegevens in de zin van de Wpg – bij nader inzien op een andere wettelijke grondslag moeten berusten. 6. De rechtbank stelt op basis van het verweerschrift vast dat de korpschef erkent dat het bestreden besluit van 27 augustus 2025 niet goed is gemotiveerd. Dit standpunt heeft de korpschef op de zitting herhaald. Alleen al hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [eiser] tegen het bestreden besluit terecht beroep heeft ingesteld. Het beroep is dan ook gegrond en het verzoek van [eiser] om een proceskostenvergoeding moet worden toegewezen. De hoogte van deze proceskostenvergoeding stelt de rechtbank aan het einde van deze uitspraak vast. 7. Wat betreft het verzoek van de korpschef om de rechtgevolgen in stand te laten overweegt de rechtbank als volgt. 7.1.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2550 text/xml public 2026-05-19T18:00:14 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-12 ak_25_2547 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2550 text/html public 2026-05-12T11:20:32 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2550 Rechtbank Overijssel , 12-05-2026 / ak_25_2547 Wet open overheid. Operationele Beelden Contra-terrorisme, Extremisme en Radicalisering & Openbare Orde. Woo-verzoek deels toegewezen door de korpschef. Korpschef is zelf van mening dat deels een andere wettelijke grondslag gebruikt had moeten worden. Beroep gegrond. Geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/2547 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser, hierna: [eiser] (gemachtigde: mr. H. van Drunen) en de korpschef van politie, verweerder, hierna: de korpschef (gemachtigde: mr. P.M.L. Van der Schot-Schröder). Samenvatting Deze uitspraak gaat over een verzoek van [eiser] op grond van de Wet open overheid (Woo). [eiser] heeft de korpschef verzocht om de zogenoemde Operationele Beelden CTER & Openbare Orde van de Dienst Regionale Informatie Organisatie van de eenheid Den Haag over de kalenderjaren 2016, 2017 en 2018 openbaar te maken. De korpschef heeft dat verzoek gedeeltelijk afgewezen. Voorafgaand aan de zitting van de rechtbank heeft de korpschef vastgesteld dat zij bij een deel van de informatie waarvan de openbaarmaking is geweigerd, een andere wettelijke grondslag voor de weigering had moeten gebruiken. Dat is voor de rechtbank reden om het bestreden besluit te vernietigen. Het beroep is gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De korpschef moet daarom opnieuw op het bezwaar van [eiser] beslissen. Procesverloop 1. [eiser] heeft op 22 januari 2024 een verzoek op grond van de Woo ingediend bij de korpschef. Met het besluit van 11 juni 2024 heeft de korpschef hierop beslist en documenten aan [eiser] verstrekt. In de verstrekte documenten zijn bepaalde onderdelen niet openbaar gemaakt. 1.1. Met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft de korpschef een beslissing op het bezwaar van [eiser] genomen. 1.2. [eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.3. De korpschef heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken bij de rechtbank ingediend. Daarbij zitten ook de volledige, ongelakte rapporten waarover het in deze zaak gaat. De delen van de rapporten waarvan de openbaarmaking is geweigerd, heeft de korpschef onder verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vertrouwelijk aan de rechtbank overgelegd. Op grond van artikel 8:29, zesde lid, van de Awb heeft alleen de rechtbank kennisgenomen van deze delen van de rapporten. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben [eiser] en zijn gemachtigde deelgenomen. Namens de korpschef waren de gemachtigde en mr. J.S.T. Peek aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Aanleiding en besluitvorming 2. Bij brief van 22 januari 2024 heeft [eiser] verzocht om de zogenoemde Operationeel Beelden CTER & Openbare Orde (Operationeel Beelden) van de Dienst Regionale Informatie Organisatie van de eenheid Den Haag over de kalenderjaren 2016, 2017 en 2018 openbaar te maken. 2.1. Uit het besluit van 11 juni 2024 volgt dat de korpschef over 42 documenten beschikt die onder dit Woo-verzoek vallen. Dit zijn de Operationele Beelden over de jaren 2017 en 2018. In verband met de bewaartermijn zijn er geen Operationele Beelden over het jaar 2016 aangetroffen. De korpschef heeft bepaalde informatie in de aangetroffen documenten niet openbaar gemaakt op grond van in de Woo opgenomen uitzonderingsgronden. 2.2. Uit het bestreden besluit volgt dat de korpschef de Operationele Beelden over 2016 alsnog heeft aangetroffen na nieuwe zoekslagen binnen de politieorganisatie. Deze zijn op dezelfde wijze als de Operationele Beelden over 2017 en 2018 gedeeltelijk openbaar gemaakt. 2.3. Bepaalde passages in de Operationele Beelden over 2016, 2017 en 2018 zijn niet openbaar gemaakt, omdat het openbaar maken van die informatie volgens de korpschef de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden. Verder heeft de korpschef informatie in de aangetroffen documenten niet openbaar gemaakt na afweging van het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten tegen het belang van de openbaarmaking. Ook heeft de korpschef informatie niet openbaar gemaakt voor zover het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ten slotte is informatie niet openbaar gemaakt indien het belang van het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, naar het oordeel van de korpschef zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid. Standpunt [eiser] 3. [eiser] is het niet eens met het bestreden besluit en heeft – samengevat weergegeven – het volgende naar voren gebracht. Volgens [eiser] moet de uitzonderingsgrond over de veiligheid van de Staat restrictief worden uitgelegd en heeft de korpschef dat hier niet gedaan. Feitelijk is informatie hier categoraal geweigerd. [eiser] heeft in zijn beroepschrift verder informatie aangehaald waarover hij reeds beschikt en die naar zijn mening in het kader van dit Woo-verzoek openbaar gemaakt had moeten worden. [eiser] stelt zich onder verwijzing naar die beschikbare informatie op het standpunt dat niet valt in te zien dat openbaarmaking van de gevraagde informatie de veiligheid van de Staat raakt. Naar de mening van [eiser] bevatten verder niet alle op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, van de Woo geweigerde passages informatie over opsporing en vervolging van strafbare feiten. Zo heeft een passage over een aangemelde demonstratie of ingediend bezwaarschrift volgens [eiser] in het geheel geen betrekking op strafbare feiten of de opsporing daarvan. Overwegingen 4. Voorafgaand aan de zitting heeft de korpschef een verweerschrift naar de rechtbank gestuurd. Hierin heeft de korpschef aangegeven dat bij de voorbereiding op de zitting door haar is vastgesteld dat een aanzienlijk deel van de beoordeelde informatie ten onrechte onder het regime van de Woo is gebracht. Volgens de korpschef betreft een aanzienlijk gedeelte van de informatie waarvan de openbaarmaking in het bestreden besluit is geweigerd namelijk persoonsgegevens die in het kader van de politietaak zijn verwerkt en daarom kwalificeren als politiegegevens in de zin van de Wet politiegegevens (Wpg). Deze informatie kan niet op grond van de Woo worden beoordeeld en de korpschef had openbaarmaking van deze informatie op grond van de Wpg moeten weigeren. 5. De korpschef heeft de rechtbank gevraagd om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De weigering om bepaalde informatie openbaar te maken is naar de mening van de korpschef materieel terecht, maar had – voor zover het gaat om politiegegevens in de zin van de Wpg – bij nader inzien op een andere wettelijke grondslag moeten berusten. 6. De rechtbank stelt op basis van het verweerschrift vast dat de korpschef erkent dat het bestreden besluit van 27 augustus 2025 niet goed is gemotiveerd. Dit standpunt heeft de korpschef op de zitting herhaald. Alleen al hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [eiser] tegen het bestreden besluit terecht beroep heeft ingesteld. Het beroep is dan ook gegrond en het verzoek van [eiser] om een proceskostenvergoeding moet worden toegewezen. De hoogte van deze proceskostenvergoeding stelt de rechtbank aan het einde van deze uitspraak vast. 7. Wat betreft het verzoek van de korpschef om de rechtgevolgen in stand te laten overweegt de rechtbank als volgt. 7.1.