Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-04-21
ECLI:NL:RBOVE:2026:2451
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,095 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2451 text/xml public 2026-05-08T10:40:51 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-21 AK_25_1397 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2451 text/html public 2026-05-08T10:40:37 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2451 Rechtbank Overijssel , 21-04-2026 / AK_25_1397 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) vanaf 12 oktober 2023 en over de intrekking van de ZW-uitkering van eiseres per 27 januari 2024. De rechtbank heeft op 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6648, een tussenuitspraak gedaan omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek niet heeft hersteld. Uitspraak na tussenuitspraak. ZW. Psychische klachten. Oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond. Zelf voorzien. Rechtbank kent uitkering toe. RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1397 einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. H.A. van der Kleij), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) vanaf 12 oktober 2023 en over de intrekking van de ZW-uitkering van eiseres per 27 januari 2024. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 9 oktober 2025 een tussenuitspraak gedaan omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek niet heeft hersteld. De rechtbank bepaalt dat eiseres vanaf 12 oktober 2023 recht heeft op een ZW-uitkering. Eiseres krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond. Procesverloop 1.1. Voor het procesverloop van dit geschil verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 9 oktober 2025 (de tussenuitspraak), waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres arbeidsgeschikt was voor haar eigen werk vanaf 12 oktober 2023. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. 1.2. Het UWV heeft op 19 november 2025 in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering ingediend. Daarbij is een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 17 november 2025 gevoegd. 1.3. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten. Overwegingen Tussenuitspraak 2. Voor een weergave van de feiten, standpunten van partijen en haar overwegingen verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. 3. In rechtsoverweging 5, 5.1 en 5.2 van de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres geschikt was voor haar eigen werk in de zin van de ZW vanaf 12 oktober 2023. Dat is, samengevat weergegeven, gebaseerd op het volgende. Eiseres heeft bij haar ziekmelding in oktober 2023 aangegeven dat haar aanvankelijke uitval weliswaar bronchitis betrof, maar dat haar eigenlijke problemen psychisch van aard waren. Uit het huisartsenjournaal blijkt dat bij eiseres sprake is van een verleden van (ernstige) psychische klachten. Desondanks is eiseres op instigatie van haar partner fulltime gaan werken. Eiseres is meermaals in de maatgevende arbeid uitgevallen en voldeed niet aan de wekeneis in het kader van de Werkloosheidswet. Dat duidt er niet op dat zij probleemloos de maatgevende arbeid heeft kunnen verrichten met de al bestaande klachten, zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanneemt. De huisarts stelde verder in het huisartsenjournaal de vraag of voltijdswerken gelet op het verleden van eiseres niet te hoog gegrepen was. Ook heeft de huisarts aangegeven dat de epileptische aanval die eiseres op 24 augustus 2023 had, waarschijnlijk is veroorzaakt door stress en slaaptekort, terwijl eiseres al 15 jaar aanvalsvrij was. Dat deze aanval voornamelijk zou zijn gekomen door de stress aangaande de gezondheid van haar zoon blijkt niet uit het dossier, maar lijkt slechts een vooronderstelling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ook de inschatting van eiseres zelf, bij de start van haar werkzaamheden, dat ze in staat zou zijn om fulltime te werken, maakt niet dat zij daartoe ook daadwerkelijk in staat was. Uit de vele uitval in combinatie met de medische informatie blijkt dat dit niet het geval was. Standpunten van partijen 4. In reactie op de tussenuitspraak heeft het UWV een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 17 november 2025 overgelegd. In dat rapport staat dat eiseres eerder heeft gewerkt met haar mentale en psychische problemen. Deze klachten waren niet veranderd, wat blijkt uit het feit dat ze er niet voor in behandeling was en ook niet opnieuw verwezen was. Dat past bij het gegeven dat de mentale en psychische problemen geen reden zijn om arbeidsongeschiktheid aan te nemen voor het eigen werk op 12 oktober 2023. Dat terugkijkend eiseres en haar huisarts menen dat voltijds werkhervatting te veel was, overtuigt de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet omdat dit met de wijsheid van achteraf is. Waarbij dan ook nog komt dat eiseres bij de huisarts aangaf (bijkomende) stress te ervaren door alle perikelen rond UWV, wat dus nog niet speelde rond de datum in geding. In de relevante periode heeft eiseres ook geen intensief contact gehad met de huisarts over de mentale en psychische problemen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep verwijst verder naar een brief van de neuroloog Otten van 29 augustus 2023 waarin staat dat eiseres opnieuw een (gegeneraliseerd) insult heeft gehad, uitgelokt door slaaptekort, dat zij vaak moeite heeft met slapen en ook dat zij stress heeft door een nieuwe baan. Ook verwijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep naar een brief van deze neuroloog van 12 februari 2024 waarin staat dat eiseres waarschijnlijk in augustus 2023 een aanval heeft gehad, uitgelokt door stress, en waar deze aanval een pseudo-insult wordt genoemd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep wijst erop dat het insult voor de neuroloog geen aanleiding was om de anti-epileptische medicatie te verhogen en dat eiseres zich enkele dagen later weer beter heeft gemeld. Tot slot wijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep erop dat de toename van stress door gezondheidsklachten van de zoon van eiseres niet louter een aanname van haar is, maar dat zij zich baseert op de rapportage van de primaire arts waaruit blijkt dat in die periode de zoon van eiseres met hartproblemen werd opgenomen, waardoor eiseres gestrest raakte. Ze heeft zich toen niet ziekgemeld. Oordeel van de rechtbank 5. De rechtbank is van oordeel dat het UWV het in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek niet volledig heeft hersteld. De rechtbank licht dit als volgt toe. 6. In essentie blijft de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar standpunt baseren op het gegeven dat eiseres eerder heeft gewerkt met dezelfde mentale en psychische klachten. Dit overtuigt de rechtbank niet van de geschiktheid voor de eigen functie van klantenservicemedewerker voor 40 uur per week op 12 oktober 2023. Zoals de rechtbank in de tussenuitspraak heeft overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uit de vele uitval tijdens haar dienstverband, in combinatie met de medische informatie, blijkt dat eiseres reeds tijdens dat dienstverband al niet in staat was om fulltime te werken in haar functie. Uit de stukken blijkt namelijk dat eiseres is begonnen met werken in het voorjaar van 2023, en zij tot haar definitieve uitval 19 van de 36 weken ziek was, dus ruim de helft van de tijd.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2451 text/xml public 2026-05-08T10:40:51 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-21 AK_25_1397 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2451 text/html public 2026-05-08T10:40:37 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2451 Rechtbank Overijssel , 21-04-2026 / AK_25_1397 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) vanaf 12 oktober 2023 en over de intrekking van de ZW-uitkering van eiseres per 27 januari 2024. De rechtbank heeft op 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6648, een tussenuitspraak gedaan omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek niet heeft hersteld. Uitspraak na tussenuitspraak. ZW. Psychische klachten. Oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond. Zelf voorzien. Rechtbank kent uitkering toe. RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1397 einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. H.A. van der Kleij), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) vanaf 12 oktober 2023 en over de intrekking van de ZW-uitkering van eiseres per 27 januari 2024. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 9 oktober 2025 een tussenuitspraak gedaan omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek niet heeft hersteld. De rechtbank bepaalt dat eiseres vanaf 12 oktober 2023 recht heeft op een ZW-uitkering. Eiseres krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond. Procesverloop 1.1. Voor het procesverloop van dit geschil verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 9 oktober 2025 (de tussenuitspraak), waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres arbeidsgeschikt was voor haar eigen werk vanaf 12 oktober 2023. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. 1.2. Het UWV heeft op 19 november 2025 in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering ingediend. Daarbij is een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 17 november 2025 gevoegd. 1.3. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten. Overwegingen Tussenuitspraak 2. Voor een weergave van de feiten, standpunten van partijen en haar overwegingen verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. 3. In rechtsoverweging 5, 5.1 en 5.2 van de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres geschikt was voor haar eigen werk in de zin van de ZW vanaf 12 oktober 2023. Dat is, samengevat weergegeven, gebaseerd op het volgende. Eiseres heeft bij haar ziekmelding in oktober 2023 aangegeven dat haar aanvankelijke uitval weliswaar bronchitis betrof, maar dat haar eigenlijke problemen psychisch van aard waren. Uit het huisartsenjournaal blijkt dat bij eiseres sprake is van een verleden van (ernstige) psychische klachten. Desondanks is eiseres op instigatie van haar partner fulltime gaan werken. Eiseres is meermaals in de maatgevende arbeid uitgevallen en voldeed niet aan de wekeneis in het kader van de Werkloosheidswet. Dat duidt er niet op dat zij probleemloos de maatgevende arbeid heeft kunnen verrichten met de al bestaande klachten, zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanneemt. De huisarts stelde verder in het huisartsenjournaal de vraag of voltijdswerken gelet op het verleden van eiseres niet te hoog gegrepen was. Ook heeft de huisarts aangegeven dat de epileptische aanval die eiseres op 24 augustus 2023 had, waarschijnlijk is veroorzaakt door stress en slaaptekort, terwijl eiseres al 15 jaar aanvalsvrij was. Dat deze aanval voornamelijk zou zijn gekomen door de stress aangaande de gezondheid van haar zoon blijkt niet uit het dossier, maar lijkt slechts een vooronderstelling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ook de inschatting van eiseres zelf, bij de start van haar werkzaamheden, dat ze in staat zou zijn om fulltime te werken, maakt niet dat zij daartoe ook daadwerkelijk in staat was. Uit de vele uitval in combinatie met de medische informatie blijkt dat dit niet het geval was. Standpunten van partijen 4. In reactie op de tussenuitspraak heeft het UWV een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 17 november 2025 overgelegd. In dat rapport staat dat eiseres eerder heeft gewerkt met haar mentale en psychische problemen. Deze klachten waren niet veranderd, wat blijkt uit het feit dat ze er niet voor in behandeling was en ook niet opnieuw verwezen was. Dat past bij het gegeven dat de mentale en psychische problemen geen reden zijn om arbeidsongeschiktheid aan te nemen voor het eigen werk op 12 oktober 2023. Dat terugkijkend eiseres en haar huisarts menen dat voltijds werkhervatting te veel was, overtuigt de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet omdat dit met de wijsheid van achteraf is. Waarbij dan ook nog komt dat eiseres bij de huisarts aangaf (bijkomende) stress te ervaren door alle perikelen rond UWV, wat dus nog niet speelde rond de datum in geding. In de relevante periode heeft eiseres ook geen intensief contact gehad met de huisarts over de mentale en psychische problemen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep verwijst verder naar een brief van de neuroloog Otten van 29 augustus 2023 waarin staat dat eiseres opnieuw een (gegeneraliseerd) insult heeft gehad, uitgelokt door slaaptekort, dat zij vaak moeite heeft met slapen en ook dat zij stress heeft door een nieuwe baan. Ook verwijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep naar een brief van deze neuroloog van 12 februari 2024 waarin staat dat eiseres waarschijnlijk in augustus 2023 een aanval heeft gehad, uitgelokt door stress, en waar deze aanval een pseudo-insult wordt genoemd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep wijst erop dat het insult voor de neuroloog geen aanleiding was om de anti-epileptische medicatie te verhogen en dat eiseres zich enkele dagen later weer beter heeft gemeld. Tot slot wijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep erop dat de toename van stress door gezondheidsklachten van de zoon van eiseres niet louter een aanname van haar is, maar dat zij zich baseert op de rapportage van de primaire arts waaruit blijkt dat in die periode de zoon van eiseres met hartproblemen werd opgenomen, waardoor eiseres gestrest raakte. Ze heeft zich toen niet ziekgemeld. Oordeel van de rechtbank 5. De rechtbank is van oordeel dat het UWV het in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek niet volledig heeft hersteld. De rechtbank licht dit als volgt toe. 6. In essentie blijft de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar standpunt baseren op het gegeven dat eiseres eerder heeft gewerkt met dezelfde mentale en psychische klachten. Dit overtuigt de rechtbank niet van de geschiktheid voor de eigen functie van klantenservicemedewerker voor 40 uur per week op 12 oktober 2023. Zoals de rechtbank in de tussenuitspraak heeft overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uit de vele uitval tijdens haar dienstverband, in combinatie met de medische informatie, blijkt dat eiseres reeds tijdens dat dienstverband al niet in staat was om fulltime te werken in haar functie. Uit de stukken blijkt namelijk dat eiseres is begonnen met werken in het voorjaar van 2023, en zij tot haar definitieve uitval 19 van de 36 weken ziek was, dus ruim de helft van de tijd.