Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-04-20
ECLI:NL:RBOVE:2026:2394
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,411 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2394 text/xml public 2026-05-04T10:12:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-20 NL:TZ:2602443:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2394 text/html public 2026-05-04T10:12:14 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2394 Rechtbank Overijssel , 20-04-2026 / NL:TZ:2602443:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp en afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Almelo Rekestnummer: NL:TZ:2602443:R-RK Vonnis van maandag 20 april 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] , tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van maandag 13 april 2026, waarbij aanwezig was: - [verzoeker] . 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. 3.3. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 26 mei 2025, de datum waarop de schuldregeling is gestart. De rechtbank dient onder andere te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan. Volgens het verzoekschrift is de sollicitatieplicht niet op dezelfde wijze ingevuld als tijdens de Wsnp. [verzoeker] zou volgens het verzoekschrift vanaf januari 2026 fulltime aan het werk gaan bij zijn huidige werkgever. Daarnaast is volgens het verzoekschrift geen sprake van een vrijstelling van de sollicitatieplicht en heeft [verzoeker] ook niet aanvullend gesolliciteerd. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat zijn arbeidsovereenkomst niet is verlengd en dat hij dus niet per januari 2026 fulltime werkzaam is. [verzoeker] heeft verklaard met ingang van 1 juni 2026 een fulltime baan te hebben. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan, dan wel dat er gronden voor ontheffing van de inspanningsplicht bestonden tijdens het minnelijk traject. Nu [verzoeker] niet volledig aan deze inspanningsplicht heeft voldaan, wijst de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ;, 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak; 4.3. wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af ; 4.4. benoemt tot rechter-commissaris mr. D. van den Berg; 4.5. benoemt tot bewindvoerder A.J.M. Gresnigt, [adres 2] ; 4.6. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.7. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.8. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen te Almelo door mr. D. van den Berg, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2394 text/xml public 2026-05-04T10:12:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-20 NL:TZ:2602443:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2394 text/html public 2026-05-04T10:12:14 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2394 Rechtbank Overijssel , 20-04-2026 / NL:TZ:2602443:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp en afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Almelo Rekestnummer: NL:TZ:2602443:R-RK Vonnis van maandag 20 april 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] , tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van maandag 13 april 2026, waarbij aanwezig was: - [verzoeker] . 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. 3.3. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 26 mei 2025, de datum waarop de schuldregeling is gestart. De rechtbank dient onder andere te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan. Volgens het verzoekschrift is de sollicitatieplicht niet op dezelfde wijze ingevuld als tijdens de Wsnp. [verzoeker] zou volgens het verzoekschrift vanaf januari 2026 fulltime aan het werk gaan bij zijn huidige werkgever. Daarnaast is volgens het verzoekschrift geen sprake van een vrijstelling van de sollicitatieplicht en heeft [verzoeker] ook niet aanvullend gesolliciteerd. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat zijn arbeidsovereenkomst niet is verlengd en dat hij dus niet per januari 2026 fulltime werkzaam is. [verzoeker] heeft verklaard met ingang van 1 juni 2026 een fulltime baan te hebben. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan, dan wel dat er gronden voor ontheffing van de inspanningsplicht bestonden tijdens het minnelijk traject. Nu [verzoeker] niet volledig aan deze inspanningsplicht heeft voldaan, wijst de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ;, 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak; 4.3. wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af ; 4.4. benoemt tot rechter-commissaris mr. D. van den Berg; 4.5. benoemt tot bewindvoerder A.J.M. Gresnigt, [adres 2] ; 4.6. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.7. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.8. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen te Almelo door mr. D. van den Berg, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.