Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-04-21
ECLI:NL:RBOVE:2026:2386
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,112 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2386 text/xml public 2026-05-04T10:20:19 2026-05-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-21 11919727 \ CV EXPL 25-3022 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2386 text/html public 2026-05-04T10:19:47 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2386 Rechtbank Overijssel , 21-04-2026 / 11919727 \ CV EXPL 25-3022 Vordering tot ontbinding koopovereenkomst tweedehands auto wegens non-conformiteit. Vordering wordt afgewezen omdat eiseres niet op de juiste wijze heeft geklaagd en gedaagde in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 11919727 \ CV EXPL 25-3022 Vonnis van 21 april 2026 in de zaak van mevrouw [eiseres] , wonende te [woonplaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiseres], gemachtigde: mr. B.H.A. Augustin, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V. , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. M.H.J. Booijink. 1 Samenvatting van de zaak [eiseres] heeft op 6 maart 2024 een Volkswagen Beetle gekocht van [gedaagde] voor € 15.850,00. [eiseres] vordert ontbinding van de koopovereenkomst omdat de auto niet de eigenschappen heeft die ze mocht verwachten. [gedaagde] betwist dit en voert bovendien aan dat de klachtplicht is geschonden. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af, omdat zij niet op de juiste wijze heeft geklaagd en Temminhoff niet in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen. 2 De procedure 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 22 september 2025, - de conclusie van antwoord, - de mondelinge behandeling van 20 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1 [eiseres] heeft op 6 maart 2024 een Volkswagen Beetle (hierna: de auto) gekocht van [gedaagde] voor een bedrag van € 15.850,00. Het bouwjaar van de auto is 2014 en de kilometerstand bedroeg op het moment van aankoop 130.412. 3.2 Op 12 maart 2024 is een storingslampje van de motor gaan branden, waarna [eiseres] de auto langs de kant van de weg heeft gezet en de Wegenwacht heeft ingeschakeld. De Wegenwacht heeft de storingen gewist en [eiseres] kon haar weg daarna vervolgen. 3.3 In juni 2024 is opnieuw een storingslampje gaan branden. Op 17 juli 2024 is de auto onderzocht door [bedrijf 1] in [vestigingsplaats 2]. Op 5 september 2024 is de auto onderzocht door [bedrijf 3] in Zierikzee. Op 9 oktober 2024 heeft [bedrijf 3] een reparatie aan de nokkenas uitgevoerd. 3.4 Op 31 januari 2025 is de auto onderzocht door [bedrijf 2]. 3.5 [eiseres] rijdt nog steeds met de auto. De kilometerstand van de auto bedroeg 180.725 op 20 maart 2026, zodat er na aankoop 50.313 kilometer mee is gereden. 4 Het geschil 4.1 [eiseres] vordert samengevat: i. een verklaring voor recht dat de auto niet de eigenschappen bezit die zij mocht verwachten. ii. ontbinding van de koopovereenkomst, waarbij [gedaagde] de koopsom dient terug te betalen. iii. [gedaagde] in de proceskosten te veroordelen. 4.2 [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. 4.3 Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1 [eiseres] heeft de auto als natuurlijk persoon gekocht van [gedaagde]. [gedaagde] handelt in de uitoefening van een bedrijf. De koopovereenkomst die partijen hebben gesloten is daarom een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit betekent dat de wettelijke bepalingen met betrekking tot een consumentenkoop op de overeenkomst van toepassing zijn. 5.2 [eiseres] heeft een verklaring voor recht en ontbinding van de koopovereenkomst gevorderd. De kantonrechter legt hierna uit welke vereisten voor deze vorderingen gelden. Juridisch kader 5.3 Om de vorderingen te kunnen toewijzen moet ten eerste de auto op het moment van aflevering niet aan de overeenkomst hebben beantwoord. Dat staat in artikel 7:17 BW. In het tweede lid van dit artikel staat dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De zaak is dan non-conform. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. 5.4 Op grond van artikel 7:18a lid 2 BW geldt in geval van een consumentenkoop een wettelijk vermoeden dat de zaak bij de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, als de afwijking van wat is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart. Het is dan aan de verkoper om het tegendeel te bewijzen. 5.5 Als er al sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW, dan is het de vraag of [eiseres] zich op deze non-conformiteit kan beroepen. [gedaagde] voert immers het verweer dat [eiseres] niet tijdig heeft geklaagd. En op grond van artikel 7:23 BW kan [eiseres] geen beroep op non-conformiteit meer doen als [eiseres] [gedaagde] niet binnen bekwame tijd nadat zij de non-conformiteit heeft ontdekt, kennis heeft gegeven. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het aan [eiseres] om gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment is geklaagd. De ratio van deze bepaling is om de verkoper te beschermen tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten. 5.6 Daarnaast geldt voor een vordering tot ontbinding dat [eiseres] eerst [gedaagde] moet hebben verzocht het gebrek te herstellen voordat de overeenkomst kan worden ontbonden. Pas als herstel onmogelijk is of van [gedaagde] niet gevergd kan worden, of wanneer [eiseres] al om herstel of vervanging heeft gevraagd maar niet heeft gekregen, heeft [eiseres] recht op ontbinding. Dit wordt het getrapte stelsel van rechtsmiddelen genoemd. Het getrapte stelsel heeft als doel de verkoper de gelegenheid te bieden alsnog correct te presteren en het contract (tot op zekere hoogte) te respecteren en in stand te houden. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ligt de stelplicht – en bij betwisting de bewijslast – dat aan dit vereiste is voldaan op [eiseres]. 5.7 De kantonrechter gaat hierna in op de standpunten van partijen en de beoordeling. Standpunten van partijen 5.8 [eiseres] stelt dat de auto non-conform is vanwege een motorprobleem dat wordt veroorzaakt door een te ver opgerekte distributieketting. Als gevolg hiervan trilt het stuur bij hoge snelheden en neemt de “power” af. [eiseres] is naar eigen zeggen geadviseerd om geen lange stukken en/of met hoge snelheden te rijden en om de distributieketting inclusief verstellers te laten vervangen. 5.9 [eiseres] legt ter onderbouwing van haar stellingen een diagnose van [bedrijf 2] van 31 januari 2025 over, waarin wordt geadviseerd om de distributieketting inclusief verstellers te vervangen om het probleem te verhelpen. Ook legt [eiseres] een verklaring van [bedrijf 2] van 18 maart 2026 over, waarin staat dat [eiseres] is aangeraden om geen grote stukken te rijden. [eiseres] legt verder een e-mail van [bedrijf 3] van 18 maart 2026 over. In deze e-mail staat dat de auto op 9 oktober 2024 is aangeboden voor een diagnose in verband met een motorstoring. [bedrijf 3] schrijft in haar e-mail van 18 maart 2026 onder meer dat de regelklep inlaat nokkenasverstelling is vervangen, dat de storing terug komt en dat het probleem volgens hun wordt veroorzaakt door een te ver opgerekte distributieketting. Geadviseerd wordt om die reparatie bij een VW dealer uit de laten voeren en rustig met de auto te rijden en lange afstanden te vermijden.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2386 text/xml public 2026-05-04T10:20:19 2026-05-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-21 11919727 \ CV EXPL 25-3022 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2386 text/html public 2026-05-04T10:19:47 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2386 Rechtbank Overijssel , 21-04-2026 / 11919727 \ CV EXPL 25-3022 Vordering tot ontbinding koopovereenkomst tweedehands auto wegens non-conformiteit. Vordering wordt afgewezen omdat eiseres niet op de juiste wijze heeft geklaagd en gedaagde in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 11919727 \ CV EXPL 25-3022 Vonnis van 21 april 2026 in de zaak van mevrouw [eiseres] , wonende te [woonplaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiseres], gemachtigde: mr. B.H.A. Augustin, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V. , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. M.H.J. Booijink. 1 Samenvatting van de zaak [eiseres] heeft op 6 maart 2024 een Volkswagen Beetle gekocht van [gedaagde] voor € 15.850,00. [eiseres] vordert ontbinding van de koopovereenkomst omdat de auto niet de eigenschappen heeft die ze mocht verwachten. [gedaagde] betwist dit en voert bovendien aan dat de klachtplicht is geschonden. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af, omdat zij niet op de juiste wijze heeft geklaagd en Temminhoff niet in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen. 2 De procedure 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 22 september 2025, - de conclusie van antwoord, - de mondelinge behandeling van 20 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1 [eiseres] heeft op 6 maart 2024 een Volkswagen Beetle (hierna: de auto) gekocht van [gedaagde] voor een bedrag van € 15.850,00. Het bouwjaar van de auto is 2014 en de kilometerstand bedroeg op het moment van aankoop 130.412. 3.2 Op 12 maart 2024 is een storingslampje van de motor gaan branden, waarna [eiseres] de auto langs de kant van de weg heeft gezet en de Wegenwacht heeft ingeschakeld. De Wegenwacht heeft de storingen gewist en [eiseres] kon haar weg daarna vervolgen. 3.3 In juni 2024 is opnieuw een storingslampje gaan branden. Op 17 juli 2024 is de auto onderzocht door [bedrijf 1] in [vestigingsplaats 2]. Op 5 september 2024 is de auto onderzocht door [bedrijf 3] in Zierikzee. Op 9 oktober 2024 heeft [bedrijf 3] een reparatie aan de nokkenas uitgevoerd. 3.4 Op 31 januari 2025 is de auto onderzocht door [bedrijf 2]. 3.5 [eiseres] rijdt nog steeds met de auto. De kilometerstand van de auto bedroeg 180.725 op 20 maart 2026, zodat er na aankoop 50.313 kilometer mee is gereden. 4 Het geschil 4.1 [eiseres] vordert samengevat: i. een verklaring voor recht dat de auto niet de eigenschappen bezit die zij mocht verwachten. ii. ontbinding van de koopovereenkomst, waarbij [gedaagde] de koopsom dient terug te betalen. iii. [gedaagde] in de proceskosten te veroordelen. 4.2 [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. 4.3 Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1 [eiseres] heeft de auto als natuurlijk persoon gekocht van [gedaagde]. [gedaagde] handelt in de uitoefening van een bedrijf. De koopovereenkomst die partijen hebben gesloten is daarom een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit betekent dat de wettelijke bepalingen met betrekking tot een consumentenkoop op de overeenkomst van toepassing zijn. 5.2 [eiseres] heeft een verklaring voor recht en ontbinding van de koopovereenkomst gevorderd. De kantonrechter legt hierna uit welke vereisten voor deze vorderingen gelden. Juridisch kader 5.3 Om de vorderingen te kunnen toewijzen moet ten eerste de auto op het moment van aflevering niet aan de overeenkomst hebben beantwoord. Dat staat in artikel 7:17 BW. In het tweede lid van dit artikel staat dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De zaak is dan non-conform. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. 5.4 Op grond van artikel 7:18a lid 2 BW geldt in geval van een consumentenkoop een wettelijk vermoeden dat de zaak bij de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, als de afwijking van wat is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart. Het is dan aan de verkoper om het tegendeel te bewijzen. 5.5 Als er al sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW, dan is het de vraag of [eiseres] zich op deze non-conformiteit kan beroepen. [gedaagde] voert immers het verweer dat [eiseres] niet tijdig heeft geklaagd. En op grond van artikel 7:23 BW kan [eiseres] geen beroep op non-conformiteit meer doen als [eiseres] [gedaagde] niet binnen bekwame tijd nadat zij de non-conformiteit heeft ontdekt, kennis heeft gegeven. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het aan [eiseres] om gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment is geklaagd. De ratio van deze bepaling is om de verkoper te beschermen tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten. 5.6 Daarnaast geldt voor een vordering tot ontbinding dat [eiseres] eerst [gedaagde] moet hebben verzocht het gebrek te herstellen voordat de overeenkomst kan worden ontbonden. Pas als herstel onmogelijk is of van [gedaagde] niet gevergd kan worden, of wanneer [eiseres] al om herstel of vervanging heeft gevraagd maar niet heeft gekregen, heeft [eiseres] recht op ontbinding. Dit wordt het getrapte stelsel van rechtsmiddelen genoemd. Het getrapte stelsel heeft als doel de verkoper de gelegenheid te bieden alsnog correct te presteren en het contract (tot op zekere hoogte) te respecteren en in stand te houden. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ligt de stelplicht – en bij betwisting de bewijslast – dat aan dit vereiste is voldaan op [eiseres]. 5.7 De kantonrechter gaat hierna in op de standpunten van partijen en de beoordeling. Standpunten van partijen 5.8 [eiseres] stelt dat de auto non-conform is vanwege een motorprobleem dat wordt veroorzaakt door een te ver opgerekte distributieketting. Als gevolg hiervan trilt het stuur bij hoge snelheden en neemt de “power” af. [eiseres] is naar eigen zeggen geadviseerd om geen lange stukken en/of met hoge snelheden te rijden en om de distributieketting inclusief verstellers te laten vervangen. 5.9 [eiseres] legt ter onderbouwing van haar stellingen een diagnose van [bedrijf 2] van 31 januari 2025 over, waarin wordt geadviseerd om de distributieketting inclusief verstellers te vervangen om het probleem te verhelpen. Ook legt [eiseres] een verklaring van [bedrijf 2] van 18 maart 2026 over, waarin staat dat [eiseres] is aangeraden om geen grote stukken te rijden. [eiseres] legt verder een e-mail van [bedrijf 3] van 18 maart 2026 over. In deze e-mail staat dat de auto op 9 oktober 2024 is aangeboden voor een diagnose in verband met een motorstoring. [bedrijf 3] schrijft in haar e-mail van 18 maart 2026 onder meer dat de regelklep inlaat nokkenasverstelling is vervangen, dat de storing terug komt en dat het probleem volgens hun wordt veroorzaakt door een te ver opgerekte distributieketting. Geadviseerd wordt om die reparatie bij een VW dealer uit de laten voeren en rustig met de auto te rijden en lange afstanden te vermijden.
Volledig
[eiseres] heeft ter zitting toegelicht dat [bedrijf 3] in deze e-mail schriftelijk bevestigt wat [bedrijf 3] op 9 oktober 2024 mondeling aan [eiseres] heeft medegedeeld. 5.10 [eiseres] stelt dat zij op 11 oktober 2024 schriftelijk heeft geklaagd bij [gedaagde]. Bij brief van 16 december 2024 heeft zij [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om het gebrek te herstellen. [gedaagde] is echter niet tot herstel overgegaan en is dus in zijn verplichting ex artikel 7:21 lid 3 BW tekortgeschoten, waardoor [eiseres] bevoegd is om de overeenkomst te ontbinden. Ter onderbouwing legt [eiseres] de brieven van 11 oktober 2024 en de brief van 16 december 2024 over. 5.11 [gedaagde] betwist dat er sprake is van non-conformiteit en legt daarvoor een diagnose van [bedrijf 1] van 17 juli 2024 over, waarin staat dat zij tijdens een proefrit niets hebben gemerkt. [gedaagde] legt verder een e-mail van [bedrijf 3] van 5 september 2024 over, waarin staat dat de distributieketting in orde is en de elektroklep voor de nokkenasverstelling waarschijnlijk een probleem geeft. [gedaagde] voert ten slotte aan dat de diagnose van [bedrijf 2] van 31 januari 2025 geen technische onderbouwing bevat van wat beweerdelijk is onderzocht. De inhoud van die diagnose wordt daarom door [gedaagde] betwist. 5.12 [gedaagde] betwist dat er tijdig is geklaagd en dat [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting om tot herstel over te gaan. [gedaagde] voert daarvoor aan dat zij de brief van de advocaat van [gedaagde] van 16 december 2024 pas op 31 januari 2025 heeft ontvangen. Bovendien bevat deze brief geen omschrijving van het gestelde gebrek. Dat er sprake zou zijn van een te ver opgerekte distributieketting die moet worden vervangen heeft de advocaat van [eiseres] pas in zijn e-mail van 25 maart 2025 gemeld. Dat door het gestelde gebrek het stuur trilt, de auto “power” mist en [eiseres] door [bedrijf 3] en Auto Scharendijke is geadviseerd om geen lange stukken en/of met hoge snelheden te rijden en de distributieketting te laten vervangen, wist [gedaagde] ook niet. Dat heeft [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling voor het eerst gehoord. [gedaagde] voert ten slotte aan dat zij [eiseres] en haar moeder telefonisch heeft aangeboden om de auto zelf in haar garage in [vestigingsplaats 1] te onderzoeken en - indien nodig - te herstellen. Dit telefonische aanbod is gedaan kort na ontvangst van de brief van 11 oktober 2024 en is herhaald in de e-mail van 31 januari 2025. Van dit aanbod is geen gebruik gemaakt. Het oordeel van de kantonrechter 5.13 Afgezien van de vraag of kan worden vastgesteld dat er sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW, is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] niet op de juiste wijze heeft geklaagd en [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om het vermeende gebrek te herstellen. Als gevolg daarvan is niet voldaan aan de vereisten voor ontbinding en wordt ook de verklaring voor recht afgewezen. 5.14 De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] weliswaar bekend was met het feit dat het motorstoringslampje op verschillende momenten is gaan branden, voor welk probleem [eiseres] garages bezocht, maar [eiseres] heeft [gedaagde] vanaf oktober 2024 niet meer van de benodigde relevante informatie voorzien. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] wist dat de auto in september 2024 door [bedrijf 3] is onderzocht in verband met een motorstoringslampje. De conclusie van [bedrijf 3] luidde destijds dat de distributieketting in orde was, dat de motor goed loopt en dat het advies is om de auto te laten rijden en te kijken of de melding eventueel terugkomt. Tijdens de mondelinge behandeling is echter door [eiseres] gesteld dat [bedrijf 3] haar mondeling op 9 oktober 2024 heeft verteld dat de distributieketting te ver is opgerekt, dat deze moet worden vervangen en dat ze beter geen lange stukken kan rijden. De kantonrechter constateert dat dit afwijkt van, althans niet wordt ondersteund door, de eerder op schrift gestelde conclusie van 5 september 2024 van [bedrijf 3]. 5.15 [eiseres] heeft vervolgens voor het eerst schriftelijk op 11 oktober 2024 geklaagd. In die brief wordt de (mondeling) door [bedrijf 3] verstrekte conclusie over het vervangen van de distributieketting en het advies om geen lange stukken te rijden echter niet vermeld. De kantonrechter gaat ervan uit dat [eiseres] of haar moeder deze mededelingen ook niet aan [gedaagde] heeft gedaan in de telefoongesprekken op 15 en 22 oktober 2024, aangezien [gedaagde] dit weerspreekt en [eiseres] het niet meer weet. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] in oktober 2024 niet op de hoogte is van deze informatie. Na de brief en de telefoongesprekken van oktober 2024 is er van de zijde van [eiseres] enige tijd geen actie ondernomen. 5.16 Vervolgens is een brief door de advocaat van [eiseres] naar [gedaagde] gestuurd, waarin [gedaagde] in de gelegenheid wordt gesteld om het gebrek te herstellen. Onweersproken is gesteld dat [gedaagde] deze brief pas op 31 januari 2025 heeft ontvangen. De kantonrechter constateert dat ook deze brief geen specificatie van het vermeende gebrek bevat, terwijl op dat moment dus al sinds 9 oktober 2024 een advies tot vervanging voor de distributieketting bekend is. De brief van 16 december 2024 vermeldt ook niet hoe [eiseres] in haar normale gebruik van de auto wordt belemmerd door het gestelde gebrek, meer specifiek ontbreekt de informatie dat zij gelet op het advies van [bedrijf 3] niet meer met hoge snelheden en/of lange afstanden rijdt. De diagnose van Auto Scharendijke van 31 januari 2025 is op de datum van ontvangst van de brief van de advocaat van [eiseres] ook niet bekend bij [gedaagde], aangezien deze diagnose pas op 25 maart 2025 naar [gedaagde] is gestuurd. 5.17 Dat [gedaagde] op 31 januari 2025 in het duister tast over wat er precies speelt, blijkt ook uit haar schriftelijke reactie van dezelfde dag. In deze reactie spreekt [gedaagde] haar verbazing uit, omdat zij dacht dat een en ander naar tevredenheid was besproken met [eiseres] en haar moeder, aangezien [eiseres] aanspraak kon maken op de lopende verzekering (Cargarantie). [gedaagde] schrijft ook dat ze in de telefoongesprekken met [eiseres] en haar moeder op 15 en 22 oktober 2024 heeft aangeboden om de auto in [vestigingsplaats 1] te onderzoeken en - zo nodig te herstellen -, maar dat wilde [eiseres] gelet op de afstand niet. Weliswaar doet [gedaagde] in haar e-mail van 31 januari 2025 niet opnieuw uitdrukkelijk een aanbod om de auto te onderzoeken en – zo nodig – te herstellen, maar de strekking van de e-mail is duidelijk. Het is [gedaagde] niet duidelijk wat er nog speelt. Onder die omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat [eiseres] tijdig en op de juiste wijze heeft geklaagd en [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen. [eiseres] is naar het oordeel van de kantonrechter te lang te vaag gebleven over wat er precies aan de hand was en heeft de auto ook niet naar [gedaagde] gebracht om te laten onderzoeken. Voor zover [eiseres] heeft willen betogen dat het niet mogelijk was om naar [vestigingsplaats 1] te rijden vanwege het advies om geen lange afstanden te rijden, dan had het op haar weg gelegen om dat expliciet tegen [gedaagde] te benoemen. Dat [eiseres] dat heeft gedaan is gesteld noch gebleken. 5.18 Dat [gedaagde] uiteindelijk op 25 maart 2025 wel op de hoogte is gesteld van de reeds op 31 januari 2025 door [bedrijf 2] getrokken conclusie dat de distributieketting moet worden vervangen, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. [gedaagde] betwist per e-mail van dezelfde dag immers de diagnose omdat deze geen onderbouwing bevat en [gedaagde] is dan nog steeds niet in de gelegenheid gesteld om de auto te onderzoeken en te herstellen. 5.19 De kantonrechter concludeert dat niet is komen vast te staan dat [eiseres] op de juiste wijze heeft geklaagd en [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen. Daardoor is niet aan de vereisten voor ontbinding voldaan en kan [eiseres] geen beroep (meer) doen op de non-conformiteit. De kantonrechter wijst de gevraagde verklaring voor recht en de vordering tot ontbinding af.
Volledig
[eiseres] heeft ter zitting toegelicht dat [bedrijf 3] in deze e-mail schriftelijk bevestigt wat [bedrijf 3] op 9 oktober 2024 mondeling aan [eiseres] heeft medegedeeld. 5.10 [eiseres] stelt dat zij op 11 oktober 2024 schriftelijk heeft geklaagd bij [gedaagde]. Bij brief van 16 december 2024 heeft zij [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om het gebrek te herstellen. [gedaagde] is echter niet tot herstel overgegaan en is dus in zijn verplichting ex artikel 7:21 lid 3 BW tekortgeschoten, waardoor [eiseres] bevoegd is om de overeenkomst te ontbinden. Ter onderbouwing legt [eiseres] de brieven van 11 oktober 2024 en de brief van 16 december 2024 over. 5.11 [gedaagde] betwist dat er sprake is van non-conformiteit en legt daarvoor een diagnose van [bedrijf 1] van 17 juli 2024 over, waarin staat dat zij tijdens een proefrit niets hebben gemerkt. [gedaagde] legt verder een e-mail van [bedrijf 3] van 5 september 2024 over, waarin staat dat de distributieketting in orde is en de elektroklep voor de nokkenasverstelling waarschijnlijk een probleem geeft. [gedaagde] voert ten slotte aan dat de diagnose van [bedrijf 2] van 31 januari 2025 geen technische onderbouwing bevat van wat beweerdelijk is onderzocht. De inhoud van die diagnose wordt daarom door [gedaagde] betwist. 5.12 [gedaagde] betwist dat er tijdig is geklaagd en dat [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting om tot herstel over te gaan. [gedaagde] voert daarvoor aan dat zij de brief van de advocaat van [gedaagde] van 16 december 2024 pas op 31 januari 2025 heeft ontvangen. Bovendien bevat deze brief geen omschrijving van het gestelde gebrek. Dat er sprake zou zijn van een te ver opgerekte distributieketting die moet worden vervangen heeft de advocaat van [eiseres] pas in zijn e-mail van 25 maart 2025 gemeld. Dat door het gestelde gebrek het stuur trilt, de auto “power” mist en [eiseres] door [bedrijf 3] en Auto Scharendijke is geadviseerd om geen lange stukken en/of met hoge snelheden te rijden en de distributieketting te laten vervangen, wist [gedaagde] ook niet. Dat heeft [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling voor het eerst gehoord. [gedaagde] voert ten slotte aan dat zij [eiseres] en haar moeder telefonisch heeft aangeboden om de auto zelf in haar garage in [vestigingsplaats 1] te onderzoeken en - indien nodig - te herstellen. Dit telefonische aanbod is gedaan kort na ontvangst van de brief van 11 oktober 2024 en is herhaald in de e-mail van 31 januari 2025. Van dit aanbod is geen gebruik gemaakt. Het oordeel van de kantonrechter 5.13 Afgezien van de vraag of kan worden vastgesteld dat er sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW, is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] niet op de juiste wijze heeft geklaagd en [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om het vermeende gebrek te herstellen. Als gevolg daarvan is niet voldaan aan de vereisten voor ontbinding en wordt ook de verklaring voor recht afgewezen. 5.14 De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] weliswaar bekend was met het feit dat het motorstoringslampje op verschillende momenten is gaan branden, voor welk probleem [eiseres] garages bezocht, maar [eiseres] heeft [gedaagde] vanaf oktober 2024 niet meer van de benodigde relevante informatie voorzien. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] wist dat de auto in september 2024 door [bedrijf 3] is onderzocht in verband met een motorstoringslampje. De conclusie van [bedrijf 3] luidde destijds dat de distributieketting in orde was, dat de motor goed loopt en dat het advies is om de auto te laten rijden en te kijken of de melding eventueel terugkomt. Tijdens de mondelinge behandeling is echter door [eiseres] gesteld dat [bedrijf 3] haar mondeling op 9 oktober 2024 heeft verteld dat de distributieketting te ver is opgerekt, dat deze moet worden vervangen en dat ze beter geen lange stukken kan rijden. De kantonrechter constateert dat dit afwijkt van, althans niet wordt ondersteund door, de eerder op schrift gestelde conclusie van 5 september 2024 van [bedrijf 3]. 5.15 [eiseres] heeft vervolgens voor het eerst schriftelijk op 11 oktober 2024 geklaagd. In die brief wordt de (mondeling) door [bedrijf 3] verstrekte conclusie over het vervangen van de distributieketting en het advies om geen lange stukken te rijden echter niet vermeld. De kantonrechter gaat ervan uit dat [eiseres] of haar moeder deze mededelingen ook niet aan [gedaagde] heeft gedaan in de telefoongesprekken op 15 en 22 oktober 2024, aangezien [gedaagde] dit weerspreekt en [eiseres] het niet meer weet. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] in oktober 2024 niet op de hoogte is van deze informatie. Na de brief en de telefoongesprekken van oktober 2024 is er van de zijde van [eiseres] enige tijd geen actie ondernomen. 5.16 Vervolgens is een brief door de advocaat van [eiseres] naar [gedaagde] gestuurd, waarin [gedaagde] in de gelegenheid wordt gesteld om het gebrek te herstellen. Onweersproken is gesteld dat [gedaagde] deze brief pas op 31 januari 2025 heeft ontvangen. De kantonrechter constateert dat ook deze brief geen specificatie van het vermeende gebrek bevat, terwijl op dat moment dus al sinds 9 oktober 2024 een advies tot vervanging voor de distributieketting bekend is. De brief van 16 december 2024 vermeldt ook niet hoe [eiseres] in haar normale gebruik van de auto wordt belemmerd door het gestelde gebrek, meer specifiek ontbreekt de informatie dat zij gelet op het advies van [bedrijf 3] niet meer met hoge snelheden en/of lange afstanden rijdt. De diagnose van Auto Scharendijke van 31 januari 2025 is op de datum van ontvangst van de brief van de advocaat van [eiseres] ook niet bekend bij [gedaagde], aangezien deze diagnose pas op 25 maart 2025 naar [gedaagde] is gestuurd. 5.17 Dat [gedaagde] op 31 januari 2025 in het duister tast over wat er precies speelt, blijkt ook uit haar schriftelijke reactie van dezelfde dag. In deze reactie spreekt [gedaagde] haar verbazing uit, omdat zij dacht dat een en ander naar tevredenheid was besproken met [eiseres] en haar moeder, aangezien [eiseres] aanspraak kon maken op de lopende verzekering (Cargarantie). [gedaagde] schrijft ook dat ze in de telefoongesprekken met [eiseres] en haar moeder op 15 en 22 oktober 2024 heeft aangeboden om de auto in [vestigingsplaats 1] te onderzoeken en - zo nodig te herstellen -, maar dat wilde [eiseres] gelet op de afstand niet. Weliswaar doet [gedaagde] in haar e-mail van 31 januari 2025 niet opnieuw uitdrukkelijk een aanbod om de auto te onderzoeken en – zo nodig – te herstellen, maar de strekking van de e-mail is duidelijk. Het is [gedaagde] niet duidelijk wat er nog speelt. Onder die omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat [eiseres] tijdig en op de juiste wijze heeft geklaagd en [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen. [eiseres] is naar het oordeel van de kantonrechter te lang te vaag gebleven over wat er precies aan de hand was en heeft de auto ook niet naar [gedaagde] gebracht om te laten onderzoeken. Voor zover [eiseres] heeft willen betogen dat het niet mogelijk was om naar [vestigingsplaats 1] te rijden vanwege het advies om geen lange afstanden te rijden, dan had het op haar weg gelegen om dat expliciet tegen [gedaagde] te benoemen. Dat [eiseres] dat heeft gedaan is gesteld noch gebleken. 5.18 Dat [gedaagde] uiteindelijk op 25 maart 2025 wel op de hoogte is gesteld van de reeds op 31 januari 2025 door [bedrijf 2] getrokken conclusie dat de distributieketting moet worden vervangen, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. [gedaagde] betwist per e-mail van dezelfde dag immers de diagnose omdat deze geen onderbouwing bevat en [gedaagde] is dan nog steeds niet in de gelegenheid gesteld om de auto te onderzoeken en te herstellen. 5.19 De kantonrechter concludeert dat niet is komen vast te staan dat [eiseres] op de juiste wijze heeft geklaagd en [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen. Daardoor is niet aan de vereisten voor ontbinding voldaan en kan [eiseres] geen beroep (meer) doen op de non-conformiteit. De kantonrechter wijst de gevraagde verklaring voor recht en de vordering tot ontbinding af.